ID.nl logo
5 veelgemaakte fouten met de vaatwasser
© Ilja - stock.adobe.com
Huis

5 veelgemaakte fouten met de vaatwasser

De vaatwasser is een huishoudelijk apparaat dat we massaal hebben omarmd, omdat het ons veel geld, tijd en energie kan besparen (als in: de energie die jij normaal gesproken besteedt aan het afwassen). Maar dat betekent niet dat iedereen de huishoudhulp correct gebruikt. Dit zijn vijf veelgemaakte fouten.

Om ervoor te zorgen dat je de vaatwasser correct gebruikt, kun je de onderstaande lijst met veelgemaakte fouten doornemen.

  • Let er bijvoorbeeld op dat je vóór elke wasbeurt de juiste instellingen gebruikt

  • Doe niet te veel, maar ook zeker niet te weinig in de vaatwasser

  • Zorg ervoor dat je hem op tijd schoonmaakt; goed onderhoud is belangrijk!

  • Ook interessant: 9 veelgemaakte fouten bij het drogen van je was

Vaatwassers heb je in allerlei soorten en maten en met verschillende soorten droogtechnieken. Voordat je een vaatwasser in huis haalt, is het van belang dat je er eentje kiest die bij jouw behoeften past en qua formaat geschikt is voor jouw huishouden. Weet je eenmaal wat je nodig hebt en is de boel geïnstalleerd? Dan is het verstandig om je even in te lezen over het gebruik, want je kunt een hoop problemen voorkomen door de onderstaande tips op te volgen.

Vaatwasser toch kapot?

Kijk hier voor een nieuwe die binnen jouw budget past!

Stop niet te veel of te weinig in de vaatwasser

Hoewel het verleidelijk is om de vaatwasser lekker vol te gooien, is dat toch niet aan te raden. In de handleiding van het apparaat staat vaak netjes beschreven hoe het zit met de capaciteit, zodat je kunt opzoeken hoeveel vaat er precies in kan. Bovendien zegt de indeling van de machine ook al een hoop: de ruimtes tussen de verschillende rekken geven aan waar borden of pannen het best kunnen worden geplaatst, en vaak ook het type bord (bijvoorbeeld dunne of diepe borden).

Datzelfde geldt voor bekers, kommen en glazen, die je doorgaans op het rekje bovenop kwijt kunt. Je kunt die aanbevelingen negeren, maar daar gaat de vaatwasser niet beter door schoonmaken. Soms komt de vuile vaat er vies of nat uit als alles te dicht op elkaar staat. De spullen in de vaatwasser mogen elkaar eigenlijk niet aanraken en natuurlijk geen openingen (voor het water) blokkeren. Stop er dus niet te veel in, maar aan de andere kant: stop er ook niet te weinig vuile vaat in.

Dat heeft namelijk als nadeel dat je de vaatwasser mogelijk vaker moet gebruiken dan nodig. Je verbruikt meer water en energie, en uiteindelijk verkort dat ook de levensduur van het apparaat. Heeft jouw vaatwasser een automatische stand? Dat is mooi, want daarmee beperk je het water- en stroomverbruik. Maar dan nog gebruik je het apparaat een keer vaker dan nodig. Soms kan het niet anders (als er bijvoorbeeld een feestje in aantocht is), maar probeer dat tot het minimum te beperken.

©africa-studio.com (Olga Yastremska and Leonid Yastremskiy)

Juiste instellingen en op tijd schoonmaken

Over instellingen gesproken: zorg ervoor dat je per wasbeurt de juiste modus gebruikt. Als de knopjes op de vaatwasser je weinig zeggen, pak dan de handleiding er dan even bij en ga alle functies langs. Bepaalde standen zijn specifiek bedoeld voor bepaalde spullen. Zo is een delicate stand vanwege de lagere temperaturen vriendelijk voor glas. Wil je potten en pannen schoonmaken die flink smerig zijn? Dan heb je daar weer een hete stand voor nodig, die schadelijk kunnen zijn voor je glazen.

🔴 TIP! Heeft je vaatwasser een ecostand? Maak daar dan gebruik van. Hoewel het apparaat dan langer bezig is, bespaar je toch energie en water. Deze stand kun je niet gebruiken voor sterk vervuilde vaat.

In het verlengde van het juist gebruik willen we ook het schoonmaken onder de aandacht brengen. Want een vaatwasser is zo schoon als de persoon die hem gebruikt. Zeep- en etensresten kunnen ervoor zorgen dat de vaat(wasser) stinkt of vuil blijft, en mogelijk gaat het apparaat zelfs eerder kapot. Door hem maandelijks van een schoonmaakbeurt te voorzien, voorkom je een hoop ellende. Check de filters, loop de randen langs en maak alle accessoires in de cabine schoon.

©VLADYSLAV LEHIR

Maak gebruik van een derde rek

Mogelijk kun je er nog een derde rek toevoegen en anders moet je hierop letten als je een vaatwasser koopt. Normaal gesproken hebben vaatwasser twee rekken: één voor potten, pannen en borden en één voor bekers, kopjes en glazen. Met een derde rek aan boord heb je voldoende ruimte voor het bestek. Dat is om meerdere redenen voordelig: niet alleen gaat het inladen sneller en hoef je minder diep te bukken, ook worden de vorken, messen en lepels beter schoongemaakt.

Als je ze op zo’n rek aan de bovenkant legt, hebben ze namelijk veel meer ruimte dan in de traditionele bestekbakjes. Bovendien kun je veel meer bestek kwijt op zo’n bovenlaag. Kortom: dat derde rek biedt eigenlijk alleen maar voordelen. Sommige derde lagen bieden ruimte voor groter keukengerei, maar dat zal per vaatwasser verschillen. Dit soort opties zijn doorgaans alleen weggelegd voor premium-modellen, maar zijn zeker de investering waard.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.