ID.nl logo
Huis

iLife 09

Apple voorziet zijn computers standaard van de softwarebundel iLife, een set van handige programma's die u in staat stellen met foto's, video's en dvd's aan de slag te gaan. Apple brengt dit jaar wederom een nieuwe versie van deze suite uit, iLife 09. Is er veel nieuws onder de zon?

Apple heeft in de gaten waarvoor de gemiddelde iLife-gebruiker zijn software gebruikt: voor vakantiefoto's en video's. Dat zien we terug in de nieuwe features van de diverse programma's, waarbij alle nieuwe thema's zon, strand en wintersport benadrukken.

iPhoto

iPhoto is vooral een fotocollectieprogramma, hoewel kleine bewerkingen mogelijk zijn. De interessantste nieuwe features van iPhoto zijn zonder twijfel 'faces' en 'places'. Was het in iLife al mogelijk de zich steeds maar uitdijende collectie foto's te rubriceren in gebeurtenissen, nu is het ook mogelijk foto's te rubriceren naar persoon. Hiervoor scant iPhoto eerst alle foto's en gaat het op zoek naar gezichten. Dit neemt in onze test de eerste keer ongeveer een uur in beslag. Nadat u een paar keer gevonden gezichten van een naam hebt voorzien, gaat de gezichtsherkenningssoftware op grond van uw indeling steeds nauwkeuriger andere foto's van namen voorzien.
Met de tweede nieuwigheid, 'Plaatsen', kan iPhoto op basis van in de foto's opgeslagen geocodering bepalen waar een foto is genomen. Nu zal niet iedereen een camera hebben die van geolocatie is voorzien, maar iedereen die bijvoorbeeld een iPhone heeft, kan hiervan al gebruik maken. Daarnaast kunt u zelf foto's per stuk of met een hele selectie voorzien van een nauwkeurige plaatsbepaling. Met de gedachte dat u foto's tegenwoordig vooral neemt om aan anderen te laten zien, is de online-delen-optie uitgebreid. U kunt selecties van foto's nu direct toevoegen aan uw Flickr- of Facebook-collectie. Voorheen kon dit alleen via Apple's eigen MobileMe, maar het lijkt erop dat Apple zelf nu ook afscheid neemt van dit redelijk mislukte project.

iMovie

De kracht van iMovie is altijd zijn eenvoud geweest. Door het uitkleden van de functionaliteiten van een videoprogramma en dit te voorzien van een aangename interface, heeft Apple iMovie altijd bijzonder laagdrempelig weten te houden. Apple heeft destijds echter een aantal opties te veel geschrapt, die nu toch weer zijn toegevoegd. Zo is het nu mogelijk een stuk film te selecteren en deze op de tijdslijn op een al bestaand stuk film te zetten. Het programma vraagt dan wat er met het overlappende stuk film moet gebeuren: het bestaande stuk vervangen, het bestaande stuk splitsen en het ertussen zetten, het als picture-in-picture toevoegen of het beschouwen als een green screen-opname. Verder was in iLife 08 de splitsfunctie voor video verdwenen. Deze is in iLife 09 terug samen met een verbeterde variant: de precisie-editor. Hiermee kunt u filmclips tot op het frame nauwkeurig bijsnijden en de audio apart laten doorlopen. Met de 'dynamische thema's' kunt u uw video's of foto's in een geanimeerd kader zetten. Door deze op een aantal plekken terug te laten komen, creëert u eenheid in uw film. Ons grootste bezwaar is dat het er vrij weinig zijn. Er zijn welgeteld drie verschillende thema's. Ze zijn weliswaar behoorlijk generiek, dus u kunt ze voor alles gebruiken, maar om nu twintig films van dezelfde truc te voorzien, nee. Met in het achterhoofd dat 90 procent van de video's over reizen of trips gaat, heeft Apple een extra functie toegevoegd: geanimeerde reiskaartjes. Het idee is simpel. U kiest een soort wereldbol of -kaart en geeft minimaal twee locaties op. Het programma genereert dan zelf een animatie die aangeeft dat een reis van de ene naar de andere plaats is gegaan. Bijzonder simpel, maar doeltreffend. Wel jammer is dat de plaatsnamen die dit onderdeel herkent, vrij beperkt zijn. Onze standplaats Haarlem kent het programma bijvoorbeeld niet, Amsterdam en Rotterdam weer wel.
Omdat niet iedereen de vast hand van Jan de Bont heeft, kan het handig zijn de video achteraf nog aan te passen. Hiervoor analyseert iMovie eerst het geselecteerde stuk video en is hierna in staat de video enigszins te stabiliseren. Wat ook aardig is, is dat u hierna de video ook kunt vertragen of omgekeerd afspelen.

Garageband

Met Garageband maakt u zelf muziek met allerlei instrumenten. De nieuwe Garageband is flink onder handen genomen. De interface zelf is iets versimpeld, wat het werken ermee prettiger maakt. Maar voor de gitaristen onder ons is er helemaal goed nieuws: naast midi- of audiosporen bestaan er aparte gitaarsporen, waarmee zeer indrukwekkende geluiden te maken zijn. Er zijn presets met instellingen van bekende versterker/effect combinaties, maar door op de versterker te klikken kunt u zelf ook aan de knoppen rommelen. Voor een aantal vaker voorkomende toepassingen is er een begintemplate beschikbaar. Wie nog geen gitaar of piano speelt, kan nu met Garageband de eerste stapjes zetten om het instrument te leren bespelen. U moet echter wel het Engels machtig zijn, want de lessen zijn alleen Engelstalig. Om de boel interessanter te maken kunt u ook lessen van bekende artiesten krijgen: ze leggen zelf uit hoe ze een van hun hits spelen. Jammer dat het aantal lessen hiervan nogal beperkt is, maar we vermoeden dat dit aantal in de loop der tijd zal groeien. Deze laatste lessen zijn overigens niet gratis: voor een lesje van John Fogerty of Norah Jones betaalt u €4,99.

iWeb

iWeb wordt door Apple beschreven als 'webdesign for the rest of us'. Het is dus bestemd voor atechnische gebruikers. Ook hier vindt u weer een fikse collectie templates waarmee u een website in elkaar kunt schuiven. U kunt foto's, filmpjes en audio op pagina’s slepen, waarbij een smakelijk ogende pagina in elkaar wordt gezet. De interface is iets strakker getrokken, maar de voornaamste vernieuwing is dat u ook direct naar een ftp-server kunt publiceren. Dat klinkt nogal logisch, maar in de vorige versie kon de website alleen naar een MobileMe website of naar een map op de harde schijf worden gepubliceerd. Dit is dan ook iets dat al gewoon eerder had moeten kunnen. We beschouwen het meer als een fix. Verder zijn er de widgets die u aan de site kunt toevoegen. Zo kunt u een rss-feed toevoegen of een Google-map of YouTube-video plaatsen in uw pagina.PluspuntenMinpuntenConclusie

  • prijs

  • gelikte interfaces

  • weergaloze onderlinge uitwisseling

  • heeft minimaal Leopard nodig om te werken

iLife is zeker geen pakket om zomaar terzijde te schuiven. Natuurlijk, voor elke toepassing bestaan uitgebreidere programma's die meer kunnen, maar de eenvoud is nu juist de kracht van iLife. Elk onderdeel is zo uitgekleed dat overbodige toeters en bellen de gewone gebruiker niet afleiden, en voorzien van een efficiënte, uitgekristalliseerde interface. En het eindresultaat liegt er niet om. Daar staat tegenover dat vrijwel iedere Apple-bezitter al een versie van iLife heeft. Het wordt namelijk standaard vooraf geïnstalleerd op een nieuwe computer. Hebt u iLife 08 al, dan is de meerwaarde van de 09-versie beduidend minder. Ten opzichte van eerdere versies is deze versie zeker een musthave. De prijs kan nauwelijks de bottleneck zijn.Downloadversie beschikbaarneeDemoversie beschikbaarneeProcessor (minimaal benodigd)Intel Core 2 DuoHoeveelheid RAM (minimaal benodigd)1024Besturingssysteem (minimaal benodigd)Mac OS X 10.5-

Uitstekend
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.