ID.nl logo
Zes manieren om surround-geluid in je woonkamer te krijgen
© bowers-wilkins.com
Huis

Zes manieren om surround-geluid in je woonkamer te krijgen

Surroundgeluid voegt heel wat toe aan beleving van films, tv-series, games en zelfs muziek. Maar welke opties heb je om surroundgeluid naar je woonkamer te brengen? Dat zetten we even op een rij.

In dit artikel bekijken we zes manieren om in je woonkamer surroundgeluid te krijgen. Elke optie heeft natuurlijk zijn voor- en nadelen. Wat die goede en slechte kanten zijn, geven we ook mee.

  1. Soundbar
  2. Multiroom-toestellen
  3. Tv’s met eigen soundbars
  4. Draadloze speakers (LG, Philips)
  5. AV-receiver
  6. Home theatre-systeem

Wat is het nut van surroundgeluid?

Iedereen wil surroundgeluid. Maar wat krijg je dan eigenlijk? Het ultieme qua surroundervaring krijg je in de bioscoop. In een goed afgeregelde en grote cinemazaal zijn er tientallen speakers aangebracht die geluidseffecten rond je positioneren. Het idee is dat de filmmuziek en de geluidseffecten op zo’n manier worden gebracht dat je nog meer betrokken wordt bij het beeld en het verhaal. 

Denk daarbij aan de krakende vloerplanken in een hoekje die bij een horrorfilm misschien wijzen op een zombie die zich schuilthoudt. Of de intense muziek die speelt om de spanning op te drijven. Maar ook aan de stadsgeluiden die hoog boven je hangen en die een nachtelijke clandestiene ontmoeting tussen twee spionnen nog sfeervoller maken. Of de vuurschoten in de verte die je in een Battle Royale-game op het spoor brengen van een groepje tegenstanders. Kortom, geluid dat correct rond je wordt gepositioneerd doet heel veel qua beleving.

Surroundgeluid werkt het best als jij in het midden zit van de geluidsbubbel. Met de nieuwste surroundtechnologie (Dolby Atmos en DTS:X) kunnen geluidseffecten langs alle kanten op je afkomen. Ook van bovenaf. Dolby Atmos en DTS:X worden daarom ook 3D-geluid genoemd. Maar hoe krijg je nu surroundgeluid bij je thuis? Want tientallen speakers plaatsen is wellicht geen optie …

©JBL

Een soundbar

Soundbars zijn de populairste oplossing om het tv-geluid te verbeteren. Je hebt kleine en grote soundbars, met veel verschillen qua mogelijkheden en specificaties. Dat levert ook heel uiteenlopende geluidskwaliteit en ervaringen op.  

Het begint wel altijd bij een lang toestel dat je voor tv plaatst of mee aan de muur hangt. Sommige soundbars komen met een aparte subwoofer die bassen produceert. Deze sub verbindt doorgaans draadloos met de soundbar. Ten slotte zijn er steeds meer soundbars die je kunt uitbreiden met twee extra luidsprekers die je naast en achter de bank parkeert. Deze achterspeakers zitten bij duurdere modellen erbij in de doos, bij andere uitvoeringen moet je ze apart bijkopen.

De allergoedkoopste soundbars leveren stereo. Van deze kleine toestellen mag je geen echte surround verwachten. Ze zijn vooral bedoeld om bij kleinere tv’s met heel slecht geluid wat meer volume en betere verstaanbaarheid van spraak mogelijk te houden. Voor surroundliefhebbers wordt het heel wat interessanter bij iets duurdere modellen vanaf ongeveer 300 euro. Vanaf dat prijsniveau kun je van een soundbar verwachten dat hij een surroundervaring (poogt) te bieden. 

©Eigen beeld

Wat grotere modellen hebben daarbij het voordeel dat ze geluid breder uitsturen. Vanaf circa 700-800 euro kom je soundbars tegen die allerlei slimme technieken inzetten om geluid van de muren te laten weerkaatsen. Zo krijg je de indruk dat er speakers naast en achter je staan. Hoe goed dit echt presteert, hangt wel sterk af van de vorm en inrichting van je kamer. De duurste soundbars leveren het beste resultaat. Dat komt omdat ze werken met extra speakers om geluidseffecten beter te positioneren in de kamer.

De voordelen van een soundbar? Een soundbar is relatief goedkoop (naargelang het model), eenvoudig te installeren en neemt niet zoveel plaats in. Het grote nadeel is dat een soundbar niet altijd omhullend geluid geeft. Je moet toch gauw voor een duurder model kiezen als je echt surroundgeluid wilt. De dure modellen met extra speakers en draadloze subwoofer nemen dan weer extra plaats in.

Multiroom-toestellen

Sonos is wellicht de bekendste fabrikant van speakers en soundbars met multiroom-functionaliteit.  Maar het is zeker niet de enige. Je hebt onder meer Harman Kardon met de Citation-producten en HEOS van Denon en Marantz.

Daarnaast heb je een aantal multiroom-platformen die door verschillende merken worden gebruikt. Play-Fi en BluOS zijn de meest voorkomende. Al kan het goed zijn dat je nog nooit van die namen hebt gehoord. Ze worden immers door fabrikanten ingebouwd in hun eigen toestellen. BluOS heeft overigens zijn eigen merk, Bluesound, dat naadloos samenwerkt met BluOS-apparaten van derden. Play-Fi is dan weer te vinden bij merken als Loewe, Onkyo en Philips. Ook hier kun je producten van verschillende merken combineren. 

©Sonos

De multiroom-merken die we hier aanhalen zijn allemaal in de eerste plaats ontworpen om muziekspeakers en -toestellen door het hele huis via één app te bedienen. Maar bij elk merk vind je ook oplossingen voor beter tv-geluid. Bij Sonos, HEOS, Harman Kardon, Play-Fi én BluOS vind je telkens soundbars die je kunt uitbreiden met draadloze speakers om een echt surroundverhaal te creëren. Bij de meeste aanbieders vind je eveneens een multiroom-versterker (zoals de Sonos Amp of Harman Kardon Citation Amp) die je met eigen speakers kunt combineren én beschikt over een HDMI-aansluiting voor je tv.

Het nadeel van deze toestellen is dat ze vaak wat duurder zijn. Bij sommige, zoals Sonos of Harman Kardon, ben je ook gebonden aan één merk. Play-Fi en BluOS zijn op dat vlak iets vrijer. Je kunt wel rekenen op een goede app-bediening en een vlotte installatie. Bij multiroom-merken kun je ook op je eigen ritme werken. Je hoeft dus niet alles in één keer te kopen, maar je kunt later bijvoorbeeld speakers toevoegen aan een soundbar.

Tv’s met vaste soundbars

Sta je op punt een nieuwe tv te kopen? Dan heb je nog een andere optie. Hoewel televisies over het algemeen geen denderend geluid produceren, zijn er wel uitzonderingen op de regel. Bij sommige tv-bouwers vind je toestellen met buitengewone geïntegreerde soundbars. Meestal wordt hierbij een audiomerk betrokken.

©Philips.com

Sommige Philips-tv's komen met een Bowers & Wilkins-soundbar.

Philips bijvoorbeeld, werkt hiervoor samen met Brits hifi-merk Bowers & Wilkins. Panasonic haalt dan weer kennis bij z’n zustermerk Technics, terwijl TCL op Onkyo leunt om het ingebouwde audiosysteem te verbeteren. Sony doet het weer anders: de duurdere Bravia-modellen zijn voorzien van Acoustic Surface-technologie, waarbij het glas van het scherm functioneert als grote tv-speaker. Zelfs stereo is mogelijk.

Veel van deze tv-toestellen scoren prima qua geluidsbeleving. Een mooie hifi-naam op de doos is echter geen garantie dat het ook echt goed is. Daarom is het zeker de moeite om reviews na te lezen als je zo’n toestel in het vizier hebt.

Het grote voordeel van deze toestellen is dat je snel klaar bent. Je pakt de tv uit en het geluid is meteen in orde. Of je echt surroundgeluid zult ervaren, dat hangt van het apparaat af. Een aardig minpunt is dat het bijna altijd over topmodellen gaat. Je spreekt dus over televisies uit een hoger prijssegment.

Draadloze speakers aan je tv

Minder bekend is dat je aan bepaalde televisies rechtstreeks draadloze speakers kunt koppelen. We hebben het dan niet over bluetooth-speakers. Die kun je inderdaad met de meeste tv-toestellen koppelen. Maar dan geniet je enkel van stereogeluid en heb je soms lipsync-problemen. Bij sommige modellen van LG kun je echter ook WiSA-speakers verbinden. Dat zijn draadloze speakers van merken zoals Bang & Olufsen, System Audio of Klipsch die in hoge kwaliteit audio ontvangen. Je hebt daarvoor enkel, naast WiSA-speakers, een WiSA-usb-zender nodig. Ook Bang & Olufsen en Hisense bieden WiSA-ondersteuning.

©Eigen beeld

Op LG-tv's kun je twee tot vijf WISA-speakers aansluiten.

Met WiSA-speakers kun je stereo-opstellingen bouwen, maar ook 5.1 of 5.1.2 is mogelijk. Heb je geen compatibele televisie? Dan kun je in de plaats met een WiSA-hub werken die via HDMI aan je tv hangt. Het gaat dan meestal om een klein kastje dat je achter de televisie kunt verstoppen. Het kastje verbindt dan draadloos met de speakers. WiSA-speakers bestaan zowel als losse luidsprekers en als muurspeakers.

Iets soortgelijks krijg je ook bij Sony’s HT-A9. Ook hier werk je met een compact toestel dat met een HDMI-kabel aan je tv hangt. Deze hub verbindt draadloos met vier draadloze speakers die je vrij in de kamer kunt plaatsen. Slimme software meet waar ze staan en past de weergave aan om Dolby Atmos-geluid te bieden.

Een laatste optie vind je bij Philips. De Philips-tv’s met Play-Fi kun je dankzij deze software koppelen met een losse subwoofer en Play-Fi-speakers om zo surroundgeluid te krijgen. Philips zelf biedt de nodige producten aan, maar je kunt ook werken met speakers van derden.

Echt goedkoop is deze optie niet. Draadloze WiSA-speakers zijn bijvoorbeeld prijziger, en je vindt de optie enkel bij dure tv's. De geluidskwaliteit is wel heel goed. Omdat er geen kabels nodig zijn (buiten stroom), kun je ook iets interieurvriendelijke krijgen. De Play-Fi-optie bij Philips is wat omslachtiger, maar laat je wel snel en relatief goedkoop upgraden.

Een AV-receiver

Een AV-receiver is wellicht het ingewikkeldste audiotoestel dat je kunt kopen. Het biedt versterking voor vijf, zeven, negen of zelfs meer aparte kanalen. Elk kanaal verbind je met een andere luidspreker. Je doet dus hetzelfde als in de bioscoop: je plaatst luidsprekers op (min of meer) vaste posities in de kamer. Denk aan links en rechts van het scherm, maar ook een middenspeakers achter een projectiescherm of onder de tv, telkens een speaker links en rechts van je zitplaats, en eventueel luidsprekers aan het plafond. 

©Denon

AV-receivers gaan van slanke modellen tot deze ultieme 15.4-model van Denon.

Er is gelukkig wat flexibiliteit mogelijk. Zo kun je werken met losse luidsprekers, muurspeakers of inbouwspeakers. Of een mix van deze types. Ook bevat een AV-receiver veel software, waaronder functies die kunnen compenseren voor een minder ideale plaatsing van de luidsprekers.

Aan een AV-receiver hangen veel nadelen. Het toestel zelf kost wel wat én je moet nog investeren in heel wat speakers. Al die apparatuur moet je ook nog eens in de kamer geplaatst krijgen. En dan er is nog de bekabeling. Een AV-receiver is ook relatief complex, al zijn er merken zoals Denon en Marantz die het instellen eenvoudiger proberen te maken. Aan de pluszijde staat een groot voordeel: indien juist ingesteld, ervaar je echt surroundgeluid zoals in de bioscoop. De meeste AV-receivers zijn ook krachtig als het gaat om streaming en muziek afspelen.

©Canton.de

Een home cinema-pakket kan bestaan uit speakers en een receiver. Maar soms moet je de receiver zelf apart aanschaffen.

Een home cinema-pakket

Vind je het idee van ‘echt’ surroundgeluid geleverd door een AV-receiver en losse speakers leuk – maar kan het gewoon niet? Dan is er nog een tussenoplossing die veel van de voordelen biedt: een alles-in-één-pakket waarbij je een eenvoudigere receiver en bijhorende speakers in één doos vindt. Het gaat dan vaak om eerder compacte luidsprekers of modellen met een slank design. Die passen dan misschien beter in een kleinere woonkamer. 

Het is wel wat oppassen bij heel goedkope pakketten; de afwerking en geboden geluidskwaliteit is niet altijd denderend. Sommige surroundsystemen zijn ook eerder afgestemd op gaming en pc’s, minder op tv-kijken in de woonkamer. Maar ook gevestigde merken als Canton, Teufel en Yamaha bieden dergelijke handige bundels aan. 


Dit zijn de vijf populairste soundbars van dit moment.

Top 5 populaire soundbars

Powered by Kieskeurig.nl

▼ Volgende artikel
De eerste Masters of the Universe-trailer is nu te zien
Huis

De eerste Masters of the Universe-trailer is nu te zien

Amazon MGM en Sony Pictures hebben de eerste teaser trailer online gedeeld van de aankomende film Masters of the universe.

Het gaat voor duidelijkheid om een live-action verfilming van de animatieserie He-Man and the Masters of the Universe, dat in de jaren tachtig van veel populariteit genoot. In dat decennium is de serie ook al eens verfilmd, al was dat niet bepaald een kritische hit. De animatieserie is dan weer gebaseerd op een speelgoedlijn.

Over de film

De nieuwe Masters of the Universe-film draait om Adam (gespeeld door Nicholas Galitzine), die van oorsprong van de planeet Eternia komt en als kind op aarde terechtkomt, gescheiden van zijn krachtige Power Sword.

Twintig jaar later vindt hij zijn zwaard terug, en keert hij terug naar Eternia om de planeet te redden van Skeletor. Dit gevaarlijke monster houdt de planeet in zijn ijzeren greep. De rol van Skeletor wordt in de film vertolkt door Jared Leto.

Vanaf 5 juni in de bioscoop

Masters of the Universe draait vanaf 5 juni in de bioscoop. De regie is in handen van Travis Knight (Bumblebee), en verder hebben ook Idris Elba, Kristen Wiig, Alison Brie en Camila Mendes rollen. Wanneer de film op Amazon Prime Video komt te staan is overigens nog niet bekend.

Watch on YouTube
Nieuw op ID: het complete plaatje

Misschien valt het je op dat er vanaf nu ook berichten over games, films en series op onze site verschijnen. Dat is een bewuste stap. Wij geloven dat technologie niet stopt bij hardware; het gaat uiteindelijk om wat je ermee beleeft. Daarom combineren we onze expertise in tech nu met het laatste nieuws over entertainment. Dat doen we met de gezichten die mensen kennen van Power Unlimited, dé experts op het gebied van gaming en streaming. Zo helpen we je niet alleen aan de beste tv, smartphone of laptop, maar vertellen we je ook direct wat je erop moet kijken of spelen. Je vindt hier dus voortaan de ideale mix van hardware én content.

▼ Volgende artikel
Kort programma op je wasmachine gebruiken: slim of juist niet?
© Sergei Klopotov
Huis

Kort programma op je wasmachine gebruiken: slim of juist niet?

Je favoriete broek is vies. Eigenlijk wil je hem morgen weer aan, maar je moet zo weg. Het korte programma lijkt dan een logische keuze: binnen een half uur (en soms zelfs korter) ben je klaar. Maar ís het wel zo slim? Dat hangt sterk af van wat je erin stopt en wat je ervan verwacht.

In dit artikel

Je ziet wanneer een kort programma handig is en wanneer het beter is om een ander programma te kiezen. We leggen uit hoe schoon zo'n snelle was echt wordt, wat het betekent voor je energieverbruik en wat vaak wassen op lagere temperaturen met je machine doen. Ook lees je hoe je een kort programma zo gebruikt dat je was goed schoon wordt en je machine fris blijft.

Lees ook: Wat doet de stoomfunctie van een wasmachine en wanneer heeft het zin?

Korte wasprogramma's: zo zit het

Een kort wasprogramma is bedoeld om licht vervuilde was in weinig tijd schoon te krijgen. Daardoor doet de wasmachine een paar dingen anders dan bij een standaardprogramma. De wastijd is kort, de fase waarin wasmiddel echt kan inwerken is beperkt en ook het spoelen en centrifugeren duren vaak korter. Ook de temperatuur is lager dan bij reguliere wasprogramma's. Veel korte programma's draaien op 30 graden en soms zelfs op 20 graden. Vaak kun je die temperatuur nog wel iets aanpassen, maar soms ook niet.

Wanneer werkt een kort programma wél?

Een kort programma doet het goed bij kleding die nauwelijks vuil is. Denk aan een shirt dat je mar één dag hebt gedragen, een blouse die wat naar rook of eten ruikt, of sportkleding die je direct na het trainen wast. In die situaties is vuil nog niet in de vezels getrokken. Een korte wasbeurt is dan vaak al voldoende om je kleding snel op te frissen.

Wanneer werkt een kort programma minder goed?

Bij echt vuil textiel red je het zelden met een kort programma. Hardnekkige vlekken zoals vet, modder, gras en opgedroogd zweet hebben tijd nodig om los te weken. En juist die tijd ontbreekt bij korte programma's. Het wasmiddel heeft niet voldoende tijd om zijn werk te doen en ook spoelt een kort programma minder grondig dan bij een standaard was. Gebruik je zo'n korte cyclus toch voor beddengoed, handdoeken of echt vieze kleding met vlekken, dan voelt of ruikt de was na afloop misschien wel frisser, maar is hij niet écht schoon.

Waarom kort niet automatisch zuinig is

Veel mensen kiezen voor een snel programma omdat ze denken dat dat minder energie kost. Klinkt logisch, maar het werkt anders. Het grootste deel van het energieverbruik gaat naar het opwarmen van water, en dat hangt vooral af van de hoeveelheid water en de gewenste temperatuur. Of de machine dat snel of langzaam doet, maakt vooral verschil in de piek van het stroomgebruik, niet in de totale hoeveelheid energie.

Eco-programma's zijn juist zuiniger omdat ze minder water gebruiken en op lagere temperatuur wassen. De machine neemt de tijd om hetzelfde resultaat te bereiken. Een kort programma op een hogere temperatuur moet in korte tijd veel warmte leveren, en dat jaagt je energieverbruik juist op.

View post on TikTok

Kort programma? Gebruik niet te veel wasmiddel!

Korte programma's wassen vaak op een lagere temperatuur. Gebruik je poeder, dan kan dat wat langzamer oplossen. En omdat zo'n programma ook korter spoelt, kunnen er eerder witte waasjes of zeepresten in de stof achterblijven. Dat merk je soms ook aan je huid, vooral als die snel reageert.

Doseer daarom precies. Volg het advies op de verpakking en gebruik bij een snelle was liever iets minder waspoeder dan te veel, zeker als de was maar licht vervuild is. Je kunt ook kiezen voor vloeibaar wasmiddel, omdat dat meestal sneller oplost dan poeder.

Veel korte programma's = meer kans op vetluis

Als je vaak op 20 of 30 graden wast, blijft er na verloop van tijd wat vet en vuil achter in de trommel, de rubbers en de slangen. Dat laagje heet 'vetluis': een mengsel waarin bacteriën zich makkelijk kunnen vermeerderen. Je merkt het meestal aan een muffe geur in de machine, of aan wasgoed dat niet helemaal fris meer ruikt.

Laat je wasmachine daarom af en toe op hoge temperatuur draaien. Een onderhoudsprogramma of een hete was helpt om opgehoopte viezigheid beter op te lossen en houdt de machine fris. Hoe vaak dat nodig is, verschilt per huishouden. Draai je vooral korte programma's op lagere temperaturen, dan is het verstandig om geregeld een heter programma te draaien.

Lees ook: Vetluis in je wasmachine? Zo kom je er vanaf!

Zo haal je het meeste uit een kort programma

Een kort programma is vooral bedoeld om kleding op te frissen. Dan helpt het om de trommel niet te vol te stoppen: de was moet ruim kunnen bewegen, zodat water en wasmiddel overal bij kunnen. Doseer het wasmiddel ook zuinig; bij een korte was spoelt een teveel aan wasmiddel minder goed uit je kleding (waarom dat zo is, legden we eerder al uit). En: stel de temperatuur niet te hoog in. Misschien denk je dat een hogere temperatuur de verkorte wastijd compenseert, maar zo werkt het niet. Voor een kort programma (dat vooral bedoeld is om kleding op te frissen) is 20 of 30 graden echt voldoende. Stel je de temperatuur hoger in, dan maakt dat voor het resultaat vaak weinig verschil. Het is vooral je wasmachine zelf die harder moet werken en meer energie verbruikt.

Conclusie

Een kort programma is handig, zolang je het gebruikt voor licht vervuilde was die vooral opgefrist moet worden. Wil je écht schoon wassen of energie besparen, dan ben je met een langer programma vaak beter uit.

👉4x uitstekende wasmachines voor snelle wasjes

De Miele WEA 135 WCS Excellence is een wasmachine met 8 kg vulgewicht. Voor snelle wasjes zit er een Express 20-programma op, bedoeld voor kleding die je vooral even wilt opfrissen. Met 1400 tpm komt je was droger uit de trommel dan bij 1200 tpm, wat scheelt als je daarna nog moet drogen, terwijl het geluidsniveau tijdens centrifugeren met 72 dB binnen de gebruikelijke marges blijft. Qua energie zit dit model op energieklasse A met een extra marge (A-10%) en het ECO 40-60-programma is de zuinige standaard voor normaal bevuild katoen. Handig in gebruik zijn AddLoad (nog snel iets toevoegen), CapDosing (capsules voor specifieke stoffen zoals wol) en de SoftCare-trommel die kleding wat zachter behandelt.

In de LG F4X1009NWB kun je 9 kilo wasgoed kwijt. Voor snelle wasjes is er een Quick 30-programma. Je kunt ook koud wassen. Je kiest verder uit programma's als Eco, Cotton, Easy Care, Wool en Sports, met Tub Clean om de trommel schoon te houden. De trommel is van roestvrij staal en de motor is koolborstelloos, wat meestal zorgt voor minder slijtage. Spa Steam (stoomfunctie) is er voor een hygiënischere was en de machine heeft vuilherkenning om de wasbeurt beter op de lading af te stemmen. Handig: je kunt deze wasmachine aan de ThinQ-app koppelen, voor bediening op afstand..

 De Hisense WF5I8043BWF is een smalle wasmachine met 8 kg vulgewicht en een diepte van 47 cm. Dat maakt hem interessant als je weinig ruimte hebt, maar wel een normale trommelinhoud wilt. Met 1400 toeren centrifugeert hij stevig. Voor snelle wasbeurten heb je Power Wash 39' en 59' en een Quicker Wash-optie die de wastijd inkort. Daarnaast is er een stoomfunctie voor kleding die je hygiënischer wilt opfrissen of net wat frisser uit de trommel wilt halen. Deze wasmachine heeft energielabel A met een extra marge (A(-30%)). Bedienen kan op het display, maar je kunt hem ook via wifi koppelen aan de ConnectLife-app om de was op afstand te starten, de voortgang te volgen en meldingen te krijgen.

De Samsung WW90CGC04AAHEN is een wasmachine met 9 kg vulcapaciteit. EcoBubble mengt water en wasmiddel tot schuim, zodat het wasmiddel sneller in de stof kan trekken. Voor snelle wasjes zit er een QuickWas 15'-programma op, bedoeld voor kleine ladingen die vooral een opfrisbeurt nodig hebben. Ook fijn: je houdt de trommel zelf schoon met Drum Clean. Qua energie zit dit model volgens Samsung op energieklasse A met een extra marge (A-10%), en via SmartThings kun je AI Energy Mode gebruiken om bij 20-40 °C zuiniger te wassen en je verbruik bij te houden. Daarnaast krijg je programma's als hygiënisch stomen (tegen bacteriën en allergenen) en een microplastic-programma dat is bedoeld om vezelverlies bij synthetische kleding te beperken.