ID.nl logo
Zes manieren om surround-geluid in je woonkamer te krijgen
© bowers-wilkins.com
Huis

Zes manieren om surround-geluid in je woonkamer te krijgen

Surroundgeluid voegt heel wat toe aan beleving van films, tv-series, games en zelfs muziek. Maar welke opties heb je om surroundgeluid naar je woonkamer te brengen? Dat zetten we even op een rij.

In dit artikel bekijken we zes manieren om in je woonkamer surroundgeluid te krijgen. Elke optie heeft natuurlijk zijn voor- en nadelen. Wat die goede en slechte kanten zijn, geven we ook mee.

  1. Soundbar
  2. Multiroom-toestellen
  3. Tv’s met eigen soundbars
  4. Draadloze speakers (LG, Philips)
  5. AV-receiver
  6. Home theatre-systeem

Wat is het nut van surroundgeluid?

Iedereen wil surroundgeluid. Maar wat krijg je dan eigenlijk? Het ultieme qua surroundervaring krijg je in de bioscoop. In een goed afgeregelde en grote cinemazaal zijn er tientallen speakers aangebracht die geluidseffecten rond je positioneren. Het idee is dat de filmmuziek en de geluidseffecten op zo’n manier worden gebracht dat je nog meer betrokken wordt bij het beeld en het verhaal. 

Denk daarbij aan de krakende vloerplanken in een hoekje die bij een horrorfilm misschien wijzen op een zombie die zich schuilthoudt. Of de intense muziek die speelt om de spanning op te drijven. Maar ook aan de stadsgeluiden die hoog boven je hangen en die een nachtelijke clandestiene ontmoeting tussen twee spionnen nog sfeervoller maken. Of de vuurschoten in de verte die je in een Battle Royale-game op het spoor brengen van een groepje tegenstanders. Kortom, geluid dat correct rond je wordt gepositioneerd doet heel veel qua beleving.

Surroundgeluid werkt het best als jij in het midden zit van de geluidsbubbel. Met de nieuwste surroundtechnologie (Dolby Atmos en DTS:X) kunnen geluidseffecten langs alle kanten op je afkomen. Ook van bovenaf. Dolby Atmos en DTS:X worden daarom ook 3D-geluid genoemd. Maar hoe krijg je nu surroundgeluid bij je thuis? Want tientallen speakers plaatsen is wellicht geen optie …

©JBL

Een soundbar

Soundbars zijn de populairste oplossing om het tv-geluid te verbeteren. Je hebt kleine en grote soundbars, met veel verschillen qua mogelijkheden en specificaties. Dat levert ook heel uiteenlopende geluidskwaliteit en ervaringen op.  

Het begint wel altijd bij een lang toestel dat je voor tv plaatst of mee aan de muur hangt. Sommige soundbars komen met een aparte subwoofer die bassen produceert. Deze sub verbindt doorgaans draadloos met de soundbar. Ten slotte zijn er steeds meer soundbars die je kunt uitbreiden met twee extra luidsprekers die je naast en achter de bank parkeert. Deze achterspeakers zitten bij duurdere modellen erbij in de doos, bij andere uitvoeringen moet je ze apart bijkopen.

De allergoedkoopste soundbars leveren stereo. Van deze kleine toestellen mag je geen echte surround verwachten. Ze zijn vooral bedoeld om bij kleinere tv’s met heel slecht geluid wat meer volume en betere verstaanbaarheid van spraak mogelijk te houden. Voor surroundliefhebbers wordt het heel wat interessanter bij iets duurdere modellen vanaf ongeveer 300 euro. Vanaf dat prijsniveau kun je van een soundbar verwachten dat hij een surroundervaring (poogt) te bieden. 

©Eigen beeld

Wat grotere modellen hebben daarbij het voordeel dat ze geluid breder uitsturen. Vanaf circa 700-800 euro kom je soundbars tegen die allerlei slimme technieken inzetten om geluid van de muren te laten weerkaatsen. Zo krijg je de indruk dat er speakers naast en achter je staan. Hoe goed dit echt presteert, hangt wel sterk af van de vorm en inrichting van je kamer. De duurste soundbars leveren het beste resultaat. Dat komt omdat ze werken met extra speakers om geluidseffecten beter te positioneren in de kamer.

De voordelen van een soundbar? Een soundbar is relatief goedkoop (naargelang het model), eenvoudig te installeren en neemt niet zoveel plaats in. Het grote nadeel is dat een soundbar niet altijd omhullend geluid geeft. Je moet toch gauw voor een duurder model kiezen als je echt surroundgeluid wilt. De dure modellen met extra speakers en draadloze subwoofer nemen dan weer extra plaats in.

Multiroom-toestellen

Sonos is wellicht de bekendste fabrikant van speakers en soundbars met multiroom-functionaliteit.  Maar het is zeker niet de enige. Je hebt onder meer Harman Kardon met de Citation-producten en HEOS van Denon en Marantz.

Daarnaast heb je een aantal multiroom-platformen die door verschillende merken worden gebruikt. Play-Fi en BluOS zijn de meest voorkomende. Al kan het goed zijn dat je nog nooit van die namen hebt gehoord. Ze worden immers door fabrikanten ingebouwd in hun eigen toestellen. BluOS heeft overigens zijn eigen merk, Bluesound, dat naadloos samenwerkt met BluOS-apparaten van derden. Play-Fi is dan weer te vinden bij merken als Loewe, Onkyo en Philips. Ook hier kun je producten van verschillende merken combineren. 

©Sonos

De multiroom-merken die we hier aanhalen zijn allemaal in de eerste plaats ontworpen om muziekspeakers en -toestellen door het hele huis via één app te bedienen. Maar bij elk merk vind je ook oplossingen voor beter tv-geluid. Bij Sonos, HEOS, Harman Kardon, Play-Fi én BluOS vind je telkens soundbars die je kunt uitbreiden met draadloze speakers om een echt surroundverhaal te creëren. Bij de meeste aanbieders vind je eveneens een multiroom-versterker (zoals de Sonos Amp of Harman Kardon Citation Amp) die je met eigen speakers kunt combineren én beschikt over een HDMI-aansluiting voor je tv.

Het nadeel van deze toestellen is dat ze vaak wat duurder zijn. Bij sommige, zoals Sonos of Harman Kardon, ben je ook gebonden aan één merk. Play-Fi en BluOS zijn op dat vlak iets vrijer. Je kunt wel rekenen op een goede app-bediening en een vlotte installatie. Bij multiroom-merken kun je ook op je eigen ritme werken. Je hoeft dus niet alles in één keer te kopen, maar je kunt later bijvoorbeeld speakers toevoegen aan een soundbar.

Tv’s met vaste soundbars

Sta je op punt een nieuwe tv te kopen? Dan heb je nog een andere optie. Hoewel televisies over het algemeen geen denderend geluid produceren, zijn er wel uitzonderingen op de regel. Bij sommige tv-bouwers vind je toestellen met buitengewone geïntegreerde soundbars. Meestal wordt hierbij een audiomerk betrokken.

©Philips.com

Sommige Philips-tv's komen met een Bowers & Wilkins-soundbar.

Philips bijvoorbeeld, werkt hiervoor samen met Brits hifi-merk Bowers & Wilkins. Panasonic haalt dan weer kennis bij z’n zustermerk Technics, terwijl TCL op Onkyo leunt om het ingebouwde audiosysteem te verbeteren. Sony doet het weer anders: de duurdere Bravia-modellen zijn voorzien van Acoustic Surface-technologie, waarbij het glas van het scherm functioneert als grote tv-speaker. Zelfs stereo is mogelijk.

Veel van deze tv-toestellen scoren prima qua geluidsbeleving. Een mooie hifi-naam op de doos is echter geen garantie dat het ook echt goed is. Daarom is het zeker de moeite om reviews na te lezen als je zo’n toestel in het vizier hebt.

Het grote voordeel van deze toestellen is dat je snel klaar bent. Je pakt de tv uit en het geluid is meteen in orde. Of je echt surroundgeluid zult ervaren, dat hangt van het apparaat af. Een aardig minpunt is dat het bijna altijd over topmodellen gaat. Je spreekt dus over televisies uit een hoger prijssegment.

Draadloze speakers aan je tv

Minder bekend is dat je aan bepaalde televisies rechtstreeks draadloze speakers kunt koppelen. We hebben het dan niet over bluetooth-speakers. Die kun je inderdaad met de meeste tv-toestellen koppelen. Maar dan geniet je enkel van stereogeluid en heb je soms lipsync-problemen. Bij sommige modellen van LG kun je echter ook WiSA-speakers verbinden. Dat zijn draadloze speakers van merken zoals Bang & Olufsen, System Audio of Klipsch die in hoge kwaliteit audio ontvangen. Je hebt daarvoor enkel, naast WiSA-speakers, een WiSA-usb-zender nodig. Ook Bang & Olufsen en Hisense bieden WiSA-ondersteuning.

©Eigen beeld

Op LG-tv's kun je twee tot vijf WISA-speakers aansluiten.

Met WiSA-speakers kun je stereo-opstellingen bouwen, maar ook 5.1 of 5.1.2 is mogelijk. Heb je geen compatibele televisie? Dan kun je in de plaats met een WiSA-hub werken die via HDMI aan je tv hangt. Het gaat dan meestal om een klein kastje dat je achter de televisie kunt verstoppen. Het kastje verbindt dan draadloos met de speakers. WiSA-speakers bestaan zowel als losse luidsprekers en als muurspeakers.

Iets soortgelijks krijg je ook bij Sony’s HT-A9. Ook hier werk je met een compact toestel dat met een HDMI-kabel aan je tv hangt. Deze hub verbindt draadloos met vier draadloze speakers die je vrij in de kamer kunt plaatsen. Slimme software meet waar ze staan en past de weergave aan om Dolby Atmos-geluid te bieden.

Een laatste optie vind je bij Philips. De Philips-tv’s met Play-Fi kun je dankzij deze software koppelen met een losse subwoofer en Play-Fi-speakers om zo surroundgeluid te krijgen. Philips zelf biedt de nodige producten aan, maar je kunt ook werken met speakers van derden.

Echt goedkoop is deze optie niet. Draadloze WiSA-speakers zijn bijvoorbeeld prijziger, en je vindt de optie enkel bij dure tv's. De geluidskwaliteit is wel heel goed. Omdat er geen kabels nodig zijn (buiten stroom), kun je ook iets interieurvriendelijke krijgen. De Play-Fi-optie bij Philips is wat omslachtiger, maar laat je wel snel en relatief goedkoop upgraden.

Een AV-receiver

Een AV-receiver is wellicht het ingewikkeldste audiotoestel dat je kunt kopen. Het biedt versterking voor vijf, zeven, negen of zelfs meer aparte kanalen. Elk kanaal verbind je met een andere luidspreker. Je doet dus hetzelfde als in de bioscoop: je plaatst luidsprekers op (min of meer) vaste posities in de kamer. Denk aan links en rechts van het scherm, maar ook een middenspeakers achter een projectiescherm of onder de tv, telkens een speaker links en rechts van je zitplaats, en eventueel luidsprekers aan het plafond. 

©Denon

AV-receivers gaan van slanke modellen tot deze ultieme 15.4-model van Denon.

Er is gelukkig wat flexibiliteit mogelijk. Zo kun je werken met losse luidsprekers, muurspeakers of inbouwspeakers. Of een mix van deze types. Ook bevat een AV-receiver veel software, waaronder functies die kunnen compenseren voor een minder ideale plaatsing van de luidsprekers.

Aan een AV-receiver hangen veel nadelen. Het toestel zelf kost wel wat én je moet nog investeren in heel wat speakers. Al die apparatuur moet je ook nog eens in de kamer geplaatst krijgen. En dan er is nog de bekabeling. Een AV-receiver is ook relatief complex, al zijn er merken zoals Denon en Marantz die het instellen eenvoudiger proberen te maken. Aan de pluszijde staat een groot voordeel: indien juist ingesteld, ervaar je echt surroundgeluid zoals in de bioscoop. De meeste AV-receivers zijn ook krachtig als het gaat om streaming en muziek afspelen.

©Canton.de

Een home cinema-pakket kan bestaan uit speakers en een receiver. Maar soms moet je de receiver zelf apart aanschaffen.

Een home cinema-pakket

Vind je het idee van ‘echt’ surroundgeluid geleverd door een AV-receiver en losse speakers leuk – maar kan het gewoon niet? Dan is er nog een tussenoplossing die veel van de voordelen biedt: een alles-in-één-pakket waarbij je een eenvoudigere receiver en bijhorende speakers in één doos vindt. Het gaat dan vaak om eerder compacte luidsprekers of modellen met een slank design. Die passen dan misschien beter in een kleinere woonkamer. 

Het is wel wat oppassen bij heel goedkope pakketten; de afwerking en geboden geluidskwaliteit is niet altijd denderend. Sommige surroundsystemen zijn ook eerder afgestemd op gaming en pc’s, minder op tv-kijken in de woonkamer. Maar ook gevestigde merken als Canton, Teufel en Yamaha bieden dergelijke handige bundels aan. 


Dit zijn de vijf populairste soundbars van dit moment.

Top 5 populaire soundbars

Powered by Kieskeurig.nl

▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.