ID.nl logo
Zes manieren om surround-geluid in je woonkamer te krijgen
© bowers-wilkins.com
Huis

Zes manieren om surround-geluid in je woonkamer te krijgen

Surroundgeluid voegt heel wat toe aan beleving van films, tv-series, games en zelfs muziek. Maar welke opties heb je om surroundgeluid naar je woonkamer te brengen? Dat zetten we even op een rij.

In dit artikel bekijken we zes manieren om in je woonkamer surroundgeluid te krijgen. Elke optie heeft natuurlijk zijn voor- en nadelen. Wat die goede en slechte kanten zijn, geven we ook mee.

  1. Soundbar
  2. Multiroom-toestellen
  3. Tv’s met eigen soundbars
  4. Draadloze speakers (LG, Philips)
  5. AV-receiver
  6. Home theatre-systeem

Wat is het nut van surroundgeluid?

Iedereen wil surroundgeluid. Maar wat krijg je dan eigenlijk? Het ultieme qua surroundervaring krijg je in de bioscoop. In een goed afgeregelde en grote cinemazaal zijn er tientallen speakers aangebracht die geluidseffecten rond je positioneren. Het idee is dat de filmmuziek en de geluidseffecten op zo’n manier worden gebracht dat je nog meer betrokken wordt bij het beeld en het verhaal. 

Denk daarbij aan de krakende vloerplanken in een hoekje die bij een horrorfilm misschien wijzen op een zombie die zich schuilthoudt. Of de intense muziek die speelt om de spanning op te drijven. Maar ook aan de stadsgeluiden die hoog boven je hangen en die een nachtelijke clandestiene ontmoeting tussen twee spionnen nog sfeervoller maken. Of de vuurschoten in de verte die je in een Battle Royale-game op het spoor brengen van een groepje tegenstanders. Kortom, geluid dat correct rond je wordt gepositioneerd doet heel veel qua beleving.

Surroundgeluid werkt het best als jij in het midden zit van de geluidsbubbel. Met de nieuwste surroundtechnologie (Dolby Atmos en DTS:X) kunnen geluidseffecten langs alle kanten op je afkomen. Ook van bovenaf. Dolby Atmos en DTS:X worden daarom ook 3D-geluid genoemd. Maar hoe krijg je nu surroundgeluid bij je thuis? Want tientallen speakers plaatsen is wellicht geen optie …

©JBL

Een soundbar

Soundbars zijn de populairste oplossing om het tv-geluid te verbeteren. Je hebt kleine en grote soundbars, met veel verschillen qua mogelijkheden en specificaties. Dat levert ook heel uiteenlopende geluidskwaliteit en ervaringen op.  

Het begint wel altijd bij een lang toestel dat je voor tv plaatst of mee aan de muur hangt. Sommige soundbars komen met een aparte subwoofer die bassen produceert. Deze sub verbindt doorgaans draadloos met de soundbar. Ten slotte zijn er steeds meer soundbars die je kunt uitbreiden met twee extra luidsprekers die je naast en achter de bank parkeert. Deze achterspeakers zitten bij duurdere modellen erbij in de doos, bij andere uitvoeringen moet je ze apart bijkopen.

De allergoedkoopste soundbars leveren stereo. Van deze kleine toestellen mag je geen echte surround verwachten. Ze zijn vooral bedoeld om bij kleinere tv’s met heel slecht geluid wat meer volume en betere verstaanbaarheid van spraak mogelijk te houden. Voor surroundliefhebbers wordt het heel wat interessanter bij iets duurdere modellen vanaf ongeveer 300 euro. Vanaf dat prijsniveau kun je van een soundbar verwachten dat hij een surroundervaring (poogt) te bieden. 

©Eigen beeld

Wat grotere modellen hebben daarbij het voordeel dat ze geluid breder uitsturen. Vanaf circa 700-800 euro kom je soundbars tegen die allerlei slimme technieken inzetten om geluid van de muren te laten weerkaatsen. Zo krijg je de indruk dat er speakers naast en achter je staan. Hoe goed dit echt presteert, hangt wel sterk af van de vorm en inrichting van je kamer. De duurste soundbars leveren het beste resultaat. Dat komt omdat ze werken met extra speakers om geluidseffecten beter te positioneren in de kamer.

De voordelen van een soundbar? Een soundbar is relatief goedkoop (naargelang het model), eenvoudig te installeren en neemt niet zoveel plaats in. Het grote nadeel is dat een soundbar niet altijd omhullend geluid geeft. Je moet toch gauw voor een duurder model kiezen als je echt surroundgeluid wilt. De dure modellen met extra speakers en draadloze subwoofer nemen dan weer extra plaats in.

Multiroom-toestellen

Sonos is wellicht de bekendste fabrikant van speakers en soundbars met multiroom-functionaliteit.  Maar het is zeker niet de enige. Je hebt onder meer Harman Kardon met de Citation-producten en HEOS van Denon en Marantz.

Daarnaast heb je een aantal multiroom-platformen die door verschillende merken worden gebruikt. Play-Fi en BluOS zijn de meest voorkomende. Al kan het goed zijn dat je nog nooit van die namen hebt gehoord. Ze worden immers door fabrikanten ingebouwd in hun eigen toestellen. BluOS heeft overigens zijn eigen merk, Bluesound, dat naadloos samenwerkt met BluOS-apparaten van derden. Play-Fi is dan weer te vinden bij merken als Loewe, Onkyo en Philips. Ook hier kun je producten van verschillende merken combineren. 

©Sonos

De multiroom-merken die we hier aanhalen zijn allemaal in de eerste plaats ontworpen om muziekspeakers en -toestellen door het hele huis via één app te bedienen. Maar bij elk merk vind je ook oplossingen voor beter tv-geluid. Bij Sonos, HEOS, Harman Kardon, Play-Fi én BluOS vind je telkens soundbars die je kunt uitbreiden met draadloze speakers om een echt surroundverhaal te creëren. Bij de meeste aanbieders vind je eveneens een multiroom-versterker (zoals de Sonos Amp of Harman Kardon Citation Amp) die je met eigen speakers kunt combineren én beschikt over een HDMI-aansluiting voor je tv.

Het nadeel van deze toestellen is dat ze vaak wat duurder zijn. Bij sommige, zoals Sonos of Harman Kardon, ben je ook gebonden aan één merk. Play-Fi en BluOS zijn op dat vlak iets vrijer. Je kunt wel rekenen op een goede app-bediening en een vlotte installatie. Bij multiroom-merken kun je ook op je eigen ritme werken. Je hoeft dus niet alles in één keer te kopen, maar je kunt later bijvoorbeeld speakers toevoegen aan een soundbar.

Tv’s met vaste soundbars

Sta je op punt een nieuwe tv te kopen? Dan heb je nog een andere optie. Hoewel televisies over het algemeen geen denderend geluid produceren, zijn er wel uitzonderingen op de regel. Bij sommige tv-bouwers vind je toestellen met buitengewone geïntegreerde soundbars. Meestal wordt hierbij een audiomerk betrokken.

©Philips.com

Sommige Philips-tv's komen met een Bowers & Wilkins-soundbar.

Philips bijvoorbeeld, werkt hiervoor samen met Brits hifi-merk Bowers & Wilkins. Panasonic haalt dan weer kennis bij z’n zustermerk Technics, terwijl TCL op Onkyo leunt om het ingebouwde audiosysteem te verbeteren. Sony doet het weer anders: de duurdere Bravia-modellen zijn voorzien van Acoustic Surface-technologie, waarbij het glas van het scherm functioneert als grote tv-speaker. Zelfs stereo is mogelijk.

Veel van deze tv-toestellen scoren prima qua geluidsbeleving. Een mooie hifi-naam op de doos is echter geen garantie dat het ook echt goed is. Daarom is het zeker de moeite om reviews na te lezen als je zo’n toestel in het vizier hebt.

Het grote voordeel van deze toestellen is dat je snel klaar bent. Je pakt de tv uit en het geluid is meteen in orde. Of je echt surroundgeluid zult ervaren, dat hangt van het apparaat af. Een aardig minpunt is dat het bijna altijd over topmodellen gaat. Je spreekt dus over televisies uit een hoger prijssegment.

Draadloze speakers aan je tv

Minder bekend is dat je aan bepaalde televisies rechtstreeks draadloze speakers kunt koppelen. We hebben het dan niet over bluetooth-speakers. Die kun je inderdaad met de meeste tv-toestellen koppelen. Maar dan geniet je enkel van stereogeluid en heb je soms lipsync-problemen. Bij sommige modellen van LG kun je echter ook WiSA-speakers verbinden. Dat zijn draadloze speakers van merken zoals Bang & Olufsen, System Audio of Klipsch die in hoge kwaliteit audio ontvangen. Je hebt daarvoor enkel, naast WiSA-speakers, een WiSA-usb-zender nodig. Ook Bang & Olufsen en Hisense bieden WiSA-ondersteuning.

©Eigen beeld

Op LG-tv's kun je twee tot vijf WISA-speakers aansluiten.

Met WiSA-speakers kun je stereo-opstellingen bouwen, maar ook 5.1 of 5.1.2 is mogelijk. Heb je geen compatibele televisie? Dan kun je in de plaats met een WiSA-hub werken die via HDMI aan je tv hangt. Het gaat dan meestal om een klein kastje dat je achter de televisie kunt verstoppen. Het kastje verbindt dan draadloos met de speakers. WiSA-speakers bestaan zowel als losse luidsprekers en als muurspeakers.

Iets soortgelijks krijg je ook bij Sony’s HT-A9. Ook hier werk je met een compact toestel dat met een HDMI-kabel aan je tv hangt. Deze hub verbindt draadloos met vier draadloze speakers die je vrij in de kamer kunt plaatsen. Slimme software meet waar ze staan en past de weergave aan om Dolby Atmos-geluid te bieden.

Een laatste optie vind je bij Philips. De Philips-tv’s met Play-Fi kun je dankzij deze software koppelen met een losse subwoofer en Play-Fi-speakers om zo surroundgeluid te krijgen. Philips zelf biedt de nodige producten aan, maar je kunt ook werken met speakers van derden.

Echt goedkoop is deze optie niet. Draadloze WiSA-speakers zijn bijvoorbeeld prijziger, en je vindt de optie enkel bij dure tv's. De geluidskwaliteit is wel heel goed. Omdat er geen kabels nodig zijn (buiten stroom), kun je ook iets interieurvriendelijke krijgen. De Play-Fi-optie bij Philips is wat omslachtiger, maar laat je wel snel en relatief goedkoop upgraden.

Een AV-receiver

Een AV-receiver is wellicht het ingewikkeldste audiotoestel dat je kunt kopen. Het biedt versterking voor vijf, zeven, negen of zelfs meer aparte kanalen. Elk kanaal verbind je met een andere luidspreker. Je doet dus hetzelfde als in de bioscoop: je plaatst luidsprekers op (min of meer) vaste posities in de kamer. Denk aan links en rechts van het scherm, maar ook een middenspeakers achter een projectiescherm of onder de tv, telkens een speaker links en rechts van je zitplaats, en eventueel luidsprekers aan het plafond. 

©Denon

AV-receivers gaan van slanke modellen tot deze ultieme 15.4-model van Denon.

Er is gelukkig wat flexibiliteit mogelijk. Zo kun je werken met losse luidsprekers, muurspeakers of inbouwspeakers. Of een mix van deze types. Ook bevat een AV-receiver veel software, waaronder functies die kunnen compenseren voor een minder ideale plaatsing van de luidsprekers.

Aan een AV-receiver hangen veel nadelen. Het toestel zelf kost wel wat én je moet nog investeren in heel wat speakers. Al die apparatuur moet je ook nog eens in de kamer geplaatst krijgen. En dan er is nog de bekabeling. Een AV-receiver is ook relatief complex, al zijn er merken zoals Denon en Marantz die het instellen eenvoudiger proberen te maken. Aan de pluszijde staat een groot voordeel: indien juist ingesteld, ervaar je echt surroundgeluid zoals in de bioscoop. De meeste AV-receivers zijn ook krachtig als het gaat om streaming en muziek afspelen.

©Canton.de

Een home cinema-pakket kan bestaan uit speakers en een receiver. Maar soms moet je de receiver zelf apart aanschaffen.

Een home cinema-pakket

Vind je het idee van ‘echt’ surroundgeluid geleverd door een AV-receiver en losse speakers leuk – maar kan het gewoon niet? Dan is er nog een tussenoplossing die veel van de voordelen biedt: een alles-in-één-pakket waarbij je een eenvoudigere receiver en bijhorende speakers in één doos vindt. Het gaat dan vaak om eerder compacte luidsprekers of modellen met een slank design. Die passen dan misschien beter in een kleinere woonkamer. 

Het is wel wat oppassen bij heel goedkope pakketten; de afwerking en geboden geluidskwaliteit is niet altijd denderend. Sommige surroundsystemen zijn ook eerder afgestemd op gaming en pc’s, minder op tv-kijken in de woonkamer. Maar ook gevestigde merken als Canton, Teufel en Yamaha bieden dergelijke handige bundels aan. 


Dit zijn de vijf populairste soundbars van dit moment.

Top 5 populaire soundbars

Powered by Kieskeurig.nl

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.