ID.nl logo
Wat is een AV-receiver?
Huis

Wat is een AV-receiver?

Films en games op de allerbeste manier met surroundgeluid beleven? Dan heb je een AV-receiver nodig. Maar wat doet zo’n apparaat en wat heb je daar nog meer voor nodig?

Een AV-receiver is een behoorlijk ingewikkeld apparaat. In dit artikel maken we het eenvoudig en leggen we een aantal basiszaken uit, zoals:

  • Waarom zou je voor een AV-receiver kiezen?
  • Wat heb je allemaal nodig?
  • Goedkoop of duur: wat is het verschil?
  • Vergeleken met een soundbar
  • Ook voor muziek en streaming?
  • De verschillende ingangen op een AV-receiver

Van alle mogelijke audiotoestellen die je kunt kopen, is een AV-receiver wellicht het meest complex. Schrikt dat je af? Het is inderdaad geen apparaat dat je koopt om snel je tv-geluid beter mee te maken. Daarvoor is een AV-receiver te ingewikkeld. Je hebt bovendien nog allerlei extra apparatuur nodig om het verhaal compleet te maken. Als je het totale kostenplaatje bekijkt, kom je hierdoor ook op een hoger bedrag uit. 

Op zoek naar een AV-receiver?

Kijk hier voor een oplossing passend bij jouw budget!

Dat zijn heel veel redenen om niet voor een AV-receiver te kiezen. Vergeleken met soundbars en andere audiotoestellen worden er tegenwoordig dan ook maar weinig van deze producten verkocht. Waarom zou je dan toch een AV-receiver overwegen? Heel simpel: met dit toestel als brein van je geluidssysteem ervaar je het geluid bij films, tv-series en games op hoog niveau. Als je het goed aanpakt, kom je dicht in de buurt van een échte bioscoop. Een AV-receiver is dan ook dé keuze om te maken als je van je woonkamer of ongebruikte ruimte een echte home cinema wilt maken.

Een aantal merken is echt gespecialiseerd in AV-receivers. De grootse namen zijn Denon en zustermerk Marantz, maar ook Yamaha, Onkyo en Pioneer (die deel zijn van dezelfde groep) en Sony en NAD zijn grote spelers op dit segment. Er zijn ook audiomerken die high-endtoestellen bouwen: Anthem, Arcam, JBL, Lyndorf, Primare, Storm Audio en Trinnov zijn op dat vlak heel bekend.

Wat heb je allemaal nodig?

Je kunt – heel kort door de bocht – een AV-receiver zien als een versterker voor losse speakers. Een gewone stereoversterker voor muziek heeft slechts twee kanalen, maar hier zijn het er veel meer. Dat komt omdat een AV-receiver surroundgeluid weergeeft. Daarvoor zijn vijf, zeven, negen, elf of zelfs dertien aparte luidsprekers nodig. En er zijn zelfs thuisbioscopen met nog meer speakers...

Tegenwoordig is het streven om Dolby Atmos-geluid weer te geven. In theorie heb je daarvoor minstens zeven luidsprekers nodig, maar negen is beter. Die luidsprekers moet je op de correcte plaats in de kamer zetten. Over de posities bestaan regels, opgesteld door Dolby of diens rivaal DTS. De luidsprekerposities worden aangeduid met termen als center, links, rechts, surround rechts, surround links, hoogte vooraan rechts enzovoort.

Je hoort het al: naast die AV-receiver heb je een groter aantal speakers nodig. Daarnaast moet je kabels naar elke speaker trekken. Dat tikt wel aan qua aantal benodigde meters. Bij een AV-receiver hoort uiteraard beeld. Dat kan een grote tv zijn, maar in grotere ruimtes is een projector vaak de betere keuze. Al komt daar verandering in; heel grote tv’s worden steeds goedkoper, waardoor een projector minder interessant wordt.

Doorgaans gebruik je niet dezelfde speakers voor alle posities. Dat zou het duurder en onhandiger maken. Bovendien zijn er voor bepaalde posities, zoals het center- of middenkanaal, gespecialiseerde luidsprekers. Veel luidsprekerfabrikanten bieden daarom pakketten om een surroundopstelling te bouwen.

Ten slotte moet je nog bronnen instellen. Je kunt natuurlijk films streamen via de apps op je televisie; het geluid wordt dan vanuit dat apparaat naar de AV-receiver gestuurd. Filmfanaten verkiezen echter nog altijd Ultra HD Blu-ray-schijven. De geboden beeld- en geluidskwaliteit via deze discs is aanzienlijk beter dan via streamingdiensten. Gaming en surround via een AV-receiver gaan ook heel goed samen. Een spel als F1 2023 of de nieuwste Call of Duty op een groot scherm mét surroundgeluid is ronduit spectaculair.

Een AV-receiver is daar allemaal op voorbereid. Naast het aansturen van al die speakers werkt het ook als brein of schakelpunt voor alles. Je sluit bijvoorbeeld bronnen (consoles, mediaspelers et cetera) via HDMI-kabels aan op de receiver. Vanuit de AV-receiver loopt er dan weer een enkele HDMI-kabel naar je tv of projector. Met een druk op de knop schakel je zo van je Apple TV naar de PS5. Ook kun je alle mogelijke audiotoestellen verbinden – van cd-spelers tot draaitafels. De meeste AV-receivers komen daarnaast met ingebouwde streamingopties. Kortom, het is echt een apparaat dat alles doet.

Goedkoop of duur?

Een AV-receiver koop je al voor zo'n 400 euro. Heel dure apparaten kosten dan weer 5.000 tot 10.000 euro. Je kunt zelfs nog hoger mikken door niet met een AV-receiver te werken, maar met een AV-voorversterker en dan meerdere eindversterkers. Maar dat laatste wordt voornamelijk gedaan door professionele installateurs die een thuisbioscoop op maat creëren. 

Als het over surroundgeluid gaat, zie je vaak een aanduiding als 5.1, 7.1.2 of 9.4.6. Het eerste cijfer wijst op het aantal kanalen of luidsprekers rondom je. Het tweede (of middelste cijfer) vertelt je hoeveel subwoofers er zijn. Het laatste of derde cijfer zie je bij apparaten die Dolby Atmos 3D-geluid ondersteunen. Dat is het aantal speakers aan het plafond.

400 tot 10.000 euro? Dat is wel een gigantische kloof. Waar zit dan het verschil? Om te beginnen bij het aantal kanalen dat de AV-receiver kan aansturen. Instapmodellen doen alleen 5.1, duurdere modellen doen stelselmatig meer. Maar het gaat niet alleen om het aantal kanalen. Bij duurdere modellen krijg je meer vermogen (uitgedrukt in watt) en een betere kwaliteit van versterkingstechnologie. Dat is wel belangrijk bij films die vaak heel dynamisch geluid hebben. Denk aan enorme explosies of een volledig orkest dat uitbarst om de actie op het beeld te ondersteunen.

Een populaire opstelling voor een grote woonkamer is 5.1.4. Daarvoor heb je een negenkanaals AV-receiver nodig. Die .1 is immers een subwoofer. Deze gespecialiseerde speakers om diepe bassen te maken hebben een eigen ingebouwde versterker. De AV-receiver moet daar dus geen versterkt signaal naar sturen. 

AV-receivers worden verkocht met een bepaald aantal kanalen. Via de instellingen kun je zelf bepalen hoe jouw ideale luidsprekeropstelling precies in elkaar zit. Een AV-receiver is op dat vlak heel flexibel.

Duurdere modellen ondersteunen ook een tweede of derde zone. Je kunt zo’n AV-receiver gebruiken om een ruimte van surround te voorzien én bijvoorbeeld speakers in de keuken aan te sturen. Complexere apparaten kunnen ook video doorsturen naar een tweede of derde scherm. Een AV-receiver kan zo een oplossing zijn voor media in het hele huis, al is het tegenwoordig voor muziek wel iets makkelijker om met draadloze speakersystemen te werken. Maar ook daar zijn bepaalde AV-receivers compatibel mee.

AV-receiver versus soundbar

Er bestaan veel verschillen tussen een soundbar en een AV-receiver. Samengevat kun je stellen dat een AV-receiver met bijhorende speakers duurder en complexer is, maar wel een beter surroundgeluid levert. Dat komt omdat elk geluidskanaal echt uit de juiste richting komt. Bij een soundbar bevinden alle speakers zich vooraan bij de televisie. Slimme software weerkaatst dan de geluidseffecten die naast en achter je van de muur en van het plafond moeten komen. Maar dat is nooit zo goed als wanneer er een echte luidspreker naast je staat. 

Soundbars met extra draadloze speakers die je naast de sofa plaatst vangen die tekortkoming deels op. Deze modellen kosten vaak echter 1000 euro of meer.

Ook voor muziek?

Een AV-receiver is prima geschikt om muziek mee af te spelen. Ook hier zal een iets duurder model net iets beter presteren. De kwaliteit van de onderdelen (zoals de DAC en het versterkingsgedeelte) ligt wat hoger. Bij het kritisch luisteren naar muziek valt dat wel op. 

De meeste AV-receivers zijn voorzien van vele streamingopties. Wat er juist is, hangt af van merk tot merk. De streamingopties zijn per merk doorgaans identiek, of je nu een goedkoop of duur apparaat aanschaft. Alleen de budgetmodellen missen soms de geavanceerde streamingopties.

AirPlay 2, Spotify Connect en bluetooth zijn de streamingopties die er nagenoeg altijd bij zijn. Ook Chromecast is vaak aanwezig. Een oudere technologie, UPnP, is doorgaans ook present. Zo kun je met een geschikte app (zoals BubbleUPnP of mConnect) je eigen bestanden of zelfs streamingdiensten richting de receiver sturen.

Sommige merken hebben daarnaast een eigen streamingplatform. AV-receivers van Denon en Marantz ondersteunen bijvoorbeeld HEOS. Bij Yamaha is er het eigen MusicCast-platform, terwijl NAD-receivers BluOS-compatibel zijn. Bij deze toestellen krijg je een app met ingebouwde streamingdiensten en kun je de receiver bedienen via een app. Het zijn bovendien multiroom-compatibele platforms. Je kunt de AV-receiver dus combineren met andere audiotoestellen en draadloze speakers die hetzelfde platform ondersteunen. 

Onkyo, Pioneer en Sony gooien het over een andere boeg. Bepaalde receivers van die merken dragen een ‘Works with Sonos’-label. Dat wil zeggen dat je deze AV-receivers gedeeltelijk via de Sonos-app kunt bedienen. Je moet daarvoor wel investeren in een extra Sonos Port-streamer die je aan de receiver hangt.

Welke ingangen vind je op een AV-receiver?

De achterkant van een typische AV-receiver toont meteen aan hoe complex deze toestellen kunnen zijn. Het aanbod aan poorten en ingangen is enorm uitgebreid. De belangrijkste lichten we even toe – op de foto hieronder kun je het bijbehorende cijfer vinden.

1.HDMI-poorten Op de HDMI-ingangen sluit je videobronnen aan, zoals een gameconsole of een Blu-rayspeler. Dit toestel heeft er zeven. Er net naast vind je één of meerdere HDMI-uitgangen (hier zijn dat er drie). De hoofduitgang sluit je op je tv aan. Op sommige AV-receivers vind je nog oude video-ingangen terug (1b). Best handig als je een retro-console wilt uitproberen.

2.Audio-ingangen Je kunt rekenen op een aantal analoge ingangen (2a, tulp of RCA) of digitale (2b, optisch en coaxiaal).

3.Pre-outs Deze uitgangen gebruik je als je liever aparte versterkers gebruikt. De Sub-out verbind je met een subwoofer.

4.Luidsprekerterminals Hier vertrekken de luidsprekerkabels naar de verschillende luidsprekers.

5.Extra zones Op duurdere toestellen zoals deze vind je ook zone 2- en zone 3-uitgangen die je kunt gebruiken om een versterker en speakers in andere ruimtes via de AV-receiver te bedienen.

▼ Volgende artikel
Olympische Winterspelen kijken: dit zijn de beste tv-instellingen
© Dmitri Maruta
Huis

Olympische Winterspelen kijken: dit zijn de beste tv-instellingen

Tijdens de Olympische Winterspelen wil je dat alles scherp blijft, ook als het beeld razendsnel beweegt. Toch staan veel tv's standaard zo ingesteld dat schaatsers nét wat vaag worden in de bocht, of dat sneeuw en ijs er onnatuurlijk uitzien. In dit artikel laat ID je zien welke instellingen je per merk kunt gebruiken om jouw scherm beter af te stemmen op de actie op het ijs.

In dit artikel

Je tv kan wintersporten veel rustiger en scherper laten ogen dan met de standaardinstellingen. Je leest welke beeldopties je het best als basis neemt, hoe je beweging vloeiend krijgt en hoe je helderheid en kleur zo afstemt dat ijs en sneeuw wit blijven mét detail. Ook zie je aan welke signalen je merkt dat een instelling te ver is opgeschroefd, en hoe je je beeld aanpast aan daglicht, 's avonds kijken en gebruik met een soundbar of spelcomputer.

Lees ook: Wat doet 120 Hz voor je televisie of monitor, en heb je het wel echt nodig?

De meeste televisies staan standaard ingesteld op extra felle kleuren en harde contrasten. Voor speelfilms, talkshows, tekenseries, natuurdocumentaires en games kan dat prima ogen, maar voor sport - en zeker voor winterse sporten - pakt dat minder goed uit.

De tips in dit artikel gelden in de basis voor alle sporten met snelle bewegingen en camerabewegingen, maar: wintersport laat alleen sneller zien wanneer een instelling te ver is doorgetrokken. IJs en sneeuw zijn grote, heldere vlakken. Als helderheid en contrast te hoog staan, verdwijnen details in dat wit eerder en vallen beeldfouten sneller op. Denk aan een lichte waas rond een schaatser of onrust bij een snelle pan over de baan.

Met een iets rustiger basisbeeld en een middenstand voor bewegingsverwerking blijft het beeld natuurlijk, terwijl het toch vloeiend blijft. Je merkt dat meteen: het ijs wordt al snel een egaal wit vlak en schaatsers lijken net wat minder scherp zodra het tempo omhoog gaat. Met een paar gerichte tweaks maak je het beeld rustiger en duidelijker, door de paneelhelderheid apart af te stellen van de kleurverzadiging en een passende motion-instelling te kiezen.

Beweging en verversing: dit gebeurt er op je tv

Wanneer een schaatser op topsnelheid door de bocht gaat, zie je meteen of je tv beweging goed verwerkt. Dat begint bij de verversingssnelheid van het paneel: veel schermen werken op 60 Hz of 120 Hz. Dat is het ritme waarmee jouw tv het beeld opbouwt. Maar het signaal dat binnenkomt, heeft vaak een ander tempo. In Europa volgt sport meestal een 50 Hz-cadans. Soms is dat 1080i/25, waarbij er 50 halve beelden per seconde binnenkomen die samen 25 volledige frames vormen. Steeds vaker zie je ook 50p, met 50 volledige frames per seconde.

Je tv moet dat binnenkomende ritme vervolgens passend maken op het ritme van het paneel. Dat gaat meestal vanzelf, maar de manier waarop je tv dit oplost bepaalt of je een rustige, scherpe wedstrijd ziet of juist onrust in beweging. Een belangrijk hulpmiddel daarbij is beeldinterpolatie: je tv berekent extra tussenbeelden om snelle actie vloeiender te laten lopen. Dat kan bij sport echt helpen, zolang je het met mate gebruikt. Zet je het te hoog, dan krijgt het beeld een té glad laagje en oogt het al snel nep. Zet je het te laag, dan zie je juist kleine schokjes: bij ijshockey lijkt de puck te 'stuiteren' en bij schaatsen mis je net die vloeiende glijbeweging over het ijs.

Zo stel je beweging goed af voor wintersporten

Het fijne aan handmatig bijstellen is dat je de regie terugpakt over scherpte tijdens beweging. In plaats van blind te varen op de standaard sportmodus, werkt het vaak beter om de motion-instellingen van jouw merk erbij te pakken. Bij een Sony-scherm kijk je naar Motionflow, bij LG zoek je naar TruMotion en bij een Samsung televisie navigeer je naar Auto Motion Plus of Picture Clarity. Door deze functies op een gemiddelde stand te zetten, zorg je ervoor dat de camera-panning over de witte ijsbaan vloeiend verloopt zonder dat er vreemde beeldfouten rondom de sporters ontstaan. Je ziet meteen dat details langs de baan en in het publiek beter leesbaar blijven, ook als de camera snel meedraait.

©ID.nl

De juiste balans tussen helderheid en kleurverzadiging

Een veelgemaakte fout bij sport kijken tijdens de Olympische Winterspelen is dat je alles tegelijk omhoog gooit voor een feller beeld. Wil je meer licht, pas dan vooral de achtergrondverlichting of paneelhelderheid aan. Laat kleurverzadiging met rust, of zet die zelfs een tikje lager. Zo voorkom je dat felle schaatspakken 'dichtlopen' en details kwijtraken. Het doel is simpel: sneeuw en ijs moeten helderwit blijven, maar wel met structuur, zodat je nog ziet waar het parcours loopt. Zet ook de kleurtemperatuur op een natuurlijke stand, zoals 'Warm 1'. Daarmee voorkom je dat het beeld een kille, blauwe gloed krijgt waar je ogen sneller moe van worden.

©ID.nl

Wanneer je instellingen moet bijsturen

Er zit een grens aan wat je tv in real time kan uitrekenen. Zie je rond een snelle skiër een waas, flikkering of rare randjes, dan staat de motion-instelling simpelweg te hoog voor wat het scherm netjes kan verwerken. Zet de vloeiendheid dan één stap terug en kijk opnieuw.

Schakel je na de wedstrijd over naar een spelcomputer, zet extra beeldverwerking dan liever uit. Anders voeg je vertraging toe tussen je controller en wat er op het scherm gebeurt. En bij napraatprogramma's in de studio kunnen deze bewegingsinstellingen ook tegen je werken: dan krijg je al snel dat 'soap'-effect, waarbij gezichten net iets te glad en onnatuurlijk lijken.

Pas je beeld aan op jouw woonkamer

De lichtinval in je kamer bepaalt hoe ver je de verlichting van je scherm moet opschroeven. Kijk je de Olympische Winterspelen overdag, dan mag de achtergrondverlichting bijna op de maximale stand staan om reflecties tegen te gaan. In de avonduren is het voor je ogen juist prettiger om dit weer terug te draaien. Controleer ook altijd of de audio-output van je soundbar nog in de pas loopt met het beeld, want zware bewegingsverwerking kan soms voor een beetje vertraging zorgen. Door tijdens een live wedstrijd kort te experimenteren met de 'custom' instellingen van je bewegingsmenu, vind je meestal snel de instelling die wel soepel oogt, maar niet kunstmatig wordt.

Lees ook: Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

©Fabio Principe - stock.adobe.com

Klaar voor de start: zo stel je je beeld goed in

Voor de scherpste weergave tijdens de Olympische Winterspelen kies je een heldere basisstand en pas je handmatig de bewegingsinstellingen zoals Motionflow of TruMotion aan naar een gemiddeld niveau. Zo blijft het beeld vloeiend, zonder vreemde beeldfouten om en zonder dat alles er overdreven glad uitziet.

Heb je overdag veel licht in de kamer, zet dan vooral de achtergrondverlichting hoger. Laat kleurverzadiging met rust, of geef hem juist een klein tikje omlaag, zodat details in schaatspakken en helmen zichtbaar blijven. Schakel ook extra filters zoals ruisonderdrukking uit om de natuurlijke scherpte van de 4K- of HD-uitzending niet te verliezen. Met deze aanpassingen geniet je van een rustig en vloeiend beeld, waardoor je elke seconde van de strijd om het goud haarscherp beleeft.


Deze sporten kun je zien tijdens de Olympische Winterspelen 2026


Alpineskiën
Biatlon
Bobsleeën
Curling
Freestyleskiën
IJshockey
Kunstrijden
Langlaufen

Noordse combinatie
Rodelen
Schaatsen
Schansspringen
Shorttrack
Skeleton
Ski-alpinisme
Snowboarden

Zelf het ijs op?

Schaatsen in allerlei soorten en maten
▼ Volgende artikel
Waar voor je geld: 5x betaalbaar funcooken met je hele gezin
© ID.nl
Huis

Waar voor je geld: 5x betaalbaar funcooken met je hele gezin

Bij ID.nl zijn we dol op kwaliteitsproducten waar je niet de hoofdprijs voor betaalt. Een paar keer per week speuren we binnen een bepaald thema naar zulke deals. Wil je funcooken voor een aantrekkelijke prijs? We hebben vijf interessante apparaten voor je gespot die niet duurder zijn dan 190 euro.

Solis 5 in 1 tafelgrill (7910)

Zoek je een kwalitatief gourmetstel waarmee je jarenlang vooruit kunt? Dit luxe exemplaar van Solis voldoet aan alle eisen. Met de traploze regelaar aan de voorzijde kun je heel precies de gewenste temperatuur instellen. Bak vervolgens op de grillplaat de lekkerste hapjes gaar. Daarnaast kun je ook een van de vier bijgesloten miniwoks of (raclette)pannetjes gebruiken. Hiermee maak je bijvoorbeeld een kleine pannenkoek of pizza.

De werking is kinderlijk eenvoudig. Zodra je het kooktoestel inschakelt, gaat er eerst een rood lampje branden. Het gourmetstel is nu aan het opwarmen. Als het lampje groen kleurt, kan het eetfestijn beginnen. Is een gerecht zo heet dat je je mond kunt branden? Plaats het pannetje of de miniwok dan even in de koudzone onderin het toestel. Naast de eerder genoemde accessoires levert de fabrikant ook nog vier spatels mee.

Princess 162655 Black Steel Raclette

De betaalbare Princess 162655 Black Steel Raclette valt bij heel wat Kieskeurig.nl-testers goed in de smaak, want zij beoordelen dit gourmetstel met een 8,3 (gemiddeld cijfer). Verschillende reviewers vinden het prettig dat dit apparaat zich makkelijk laat schoonmaken. De losse onderdelen kunnen bovendien in de vaatwasser. Een ander pluspunt is dat het gourmetstel volgens diverse gebruikers snel opwarmt. Niet vreemd, gezien het respectabele vermogen van 1300 watt.

Het gourmetstel heeft een riant bakoppervlak van 44 × 25 centimeter. Dankzij de stevige anti-aanbaklaag heb je geen bakboter of olie nodig om te grillen. Het apparaat leent zich prima voor een ruim gezelschap, want de productdoos telt acht (raclette)pannetjes met een houten handvat en evenzoveel spatels. Via een draaiknop reguleer je nauwkeurig de temperatuur. Overigens vindt een enkele tester het netsnoer wat aan de korte kant.

Tefal WokParty Duo PY5828

Wie met een groepje gezellig wil wokken, kan dit leuke kooktoestel van Tefal eens uitproberen. Er zijn zes diepe pannen bijgesloten. Dankzij de gekleurde markering op het handvat weet iedereen precies welk pannetje van hem of haar is. De bakplaat bevat ronde uitsparingen, waardoor de boel niet gaat schuiven. Hierin kun je trouwens ook prima mini-pannenkoeken bakken. Speciaal daarvoor is er een handige gietlepel inbegrepen. Verder telt de verpakking zes spatels.

De WokParty Duo PY5828 heeft een zogeheten Thermo-spot. Hieraan zie je in hoeverre het kooktoestel op temperatuur is. Met een vermogen van duizend watt hoef je niet zo lang te wachten. Tefal levert een receptenboek mee, zodat je inspiratie kunt opdoen. Klaar met tafelen? Stop dan alle losse accessoires in de vaatwasser. Handig is dat je het netsnoer, de spatels en de gietlepel in de onderkant kunt opbergen.

Lees ook: Zo voorkom en verwijder je vieze luchtjes na het gourmetten

Emerio PO-113255.4

Pizzaliefhebbers opgelet! De binnenzijde van deze Emerio fungeert als een kleine oven. Op die manier kunnen maximaal zes personen hun eigen mini-pizza bakken. Met behulp van de bakspatel schuif je de lekkernij moeiteloos in de oven. Geen zin in pizza? In de zes bijgesloten pannetjes kun je allerlei andere gerechten klaarmaken. Bovendien bevindt zich bovenop een ronde grillplaat met een diameter van veertig centimeter. Daar kun je dus behoorlijk wat hapjes op kwijt!

De bediening heeft weinig om het lijf, want de behuizing bevat alleen een aan-uitknop. Met een riant vermogen van 1500 watt worden de gerechten goed warm. De maximale oventemperatuur bedraagt dan ook 250 graden. Volgens de fabrikant houdt de koepelvormige behuizing de warmte in de (pizza)over beter vast. Diverse accessoires zijn vaatwasserbestendig, zodat je na afloop niet zoveel tijd kwijt bent aan schoonmaken.

Princess Dinner4All

Als je met een groepje gaat gourmetten, staat het kooktoestel voor sommige personen wellicht te ver weg. Daar heeft Princess iets op bedacht. Met de Dinner4All bedient iedereen zijn eigen bakplaat van 250 watt. Even een satéstokje of biefstukje omdraaien is dus zo gepiept. Is het hapje eenmaal gaar, dan schuif je het zo op je eigen bordje. Princess levert hiervoor vier aardewerken-borden mee.

Je sluit de centrale unit aan op netstroom, waarna je hierop maximaal vier individuele gourmetstellen kunt aansluiten. Vermenging van smaken is dus verleden tijd! Plaats op deze unit eventueel de inbegrepen serveerschaal. Zo kan iedereen zijn of haar favoriete hapjes pakken. Wil je weten hoe andere gebruikers dit slimme gourmetstel beoordelen? Lees dan eens deze reviews op Kieskeurig.nl. Dit kooktoestel is als alternatief ook met twee individuele bakplaten te koop.