ID.nl logo
Wat is Play-Fi en waarom zit het op een soundbar?
Huis

Wat is Play-Fi en waarom zit het op een soundbar?

Je ziet het bij steeds meer soundbars en audiotoestellen: Play-Fi. Maar wat is het precies en wat kun je ermee? In dit artikel gaan we daar dieper op in.

In dit artikel hebben we het over Play-Fi, streaming- en multiroomsoftware van DTS die door verschillende audiofabrikanten in hun toestellen wordt gebouwd. Je ontdekt:

  • Wat is Play-Fi?
  • Wat kun je ermee?
  • Hoe ziet de app eruit?
  • In welke toestellen vind je het?
  • Hoe bouw je een surroundsysteem met Play-Fi?

Wat is Play-Fi?

Kijk op de doos van een soundbar van Philips, Hisense of TCL en je ziet een sticker met ‘Play-Fi’. Dezelfde term zie je bij allerlei andere audiofabrikanten. Loewe, McIntosh, Onkyo, Polk, SVS – het rijtje is best lang. Play-Fi komt echter van DTS, dat je misschien kent van surroundformaten zoals DTS:X of DTS Master Audio HD. Ook dat zijn namen die je soms op de doos van een soundbar ziet staan, en die hebben te maken met hoe het geluid bij een film wordt gepresenteerd. 

Je kunt Play-Fi zien als een concurrent voor Chromecast en AirPlay 2. Vanwege de uitgebreide app en functies is het echter wel wat meer. Zo kun je meerdere speakers koppelen om surroundgeluid te creëren. Overigens zijn de meeste Play-Fi-toestellen ook voorzien van AirPlay.

Play-Fi is een ‘platform’. Dat klinkt misschien als een apart woord voor een functie op een soundbar of speaker. Het geeft echter aan dat Play-Fi meer is dan een streamingfunctie zoals bluetooth of AirPlay. Concreet is het software die elektronicafabrikanten in hun apparaten kunnen inbouwen om streamingopties toe te voegen. Voor die merken is het makkelijk werken: ze voegen het toe en hun apparaat is meteen compatibel met allerlei streamingdiensten en internetradio. 

DTS Play-Fi biedt bovendien multiroom-functies. In de app kun je meerdere Play-Fi-apparaten bedienen en desgewenst koppelen. Gekoppelde toestellen spelen dan synchroon muziek af. Het is een eenvoudige manier om in meerdere kamers dezelfde playlist af te spelen. Het mooie is dat Play-Fi over merken heen werkt. Je kunt via de Play-Fi-app dus een soundbar van merk X verbinden met een speaker van merk Y.  

Het koppelen van Play-Fi-toestellen (zodat ze dezelfde muziek spelen) is nog iets anders dan het samenvoegen van Play-Fi-apparaten in één surroundsysteem. Bijvoorbeeld als je een soundbar uitbreidt met extra luidsprekers. In dat scenario speelt elke speaker een ander surroundkanaal af, om je zo te omhullen met geluidseffecten en muziek van een film, tv-serie of game. Verderop in dit artikel lees je er meer over.

Wat kun je ermee? 

Met Play-Fi kun je op verschillende manieren muziek afspelen. De mogelijke bronnen zijn:

  • Streamingdiensten

  • Muziekbestanden op je smartphone of tablet

  • Eigen muziekbestanden op een NAS

  • Internetradio

  • Podcasts

Er worden in de app meerdere streamingdiensten ondersteund. Gelukkig kun je het lijstje aanpassen, zodat alleen de diensten zichtbaar zijn die voor jou nuttig zijn. De mogelijke diensten die voor Nederland en België relevant zijn: Amazon Music, Deezer, Napster, Tidal en Qobuz.

Een Play-Fi-apparaat kan meestal ook overweg met Spotify Connect. Spotify gebruik je niet in de Play-Fi-app, maar bedien je rechtstreeks in de Spotify-app zelf. Een leuk trucje van Play-Fi is dat je een Spotify-groep kunt aanmaken. Normaal gesproken kun je muziek via de Spotify-app maar naar één speaker of muziektoestel sturen, maar nu kun je een aantal speakers koppelen tot een virtuele speaker om zo de Spotify-app om de tuin te leiden.

Hoe ziet de app eruit?

Zodra je een Play-Fi-toestel instelt, krijg je met de app te maken. De app presenteert dan eerst een stappenplan om de boel met het wifi-netwerk te verbinden. Daarna kun je meteen aan de slag met je speaker of audiotoestel.

In de app krijg je albumhoezen groot gepresenteerd.

Het hoofdscherm van Play-Fi toont wat er momenteel wordt afgespeeld. Je ziet in een oogopslag de artiestennaam en de naam van de track, met daaronder mediaknoppen en de volumeregeling. Met het plusteken onderaan koppel je een tweede Play-Fi-apparaat. 

Let wel: als het tv-geluid via (bijvoorbeeld) de soundbar afspeelt, dan zal het door het openen van de app overschakelen naar streaming.

Door te tikken op het icoontje van de streamingdienst ga je terug naar de geselecteerde streamingdienst of naar het overzicht van muziekbronnen (internetradio, diensten, eigen bestanden). Afhankelijk van welke bron je aantikt, krijg je het muziekaanbod net iets anders gepresenteerd. Dat hangt af van de keuzes van de gekozen dienst. Sommigen bieden eerst playlists aan en dan nieuwe releases, anderen beginnen met jouw favorieten. Je kunt in de app per dienst zoeken, waardoor het opsporen van muziek lekker vlot verloopt. 

Play-Fi ondersteunt behoorlijk wat streamingdiensten en internetradio.

In welke toestellen vind je het?

DTS heeft inmiddels een dertigtal bedrijven overtuigd om hun software te gebruiken. Dat geeft je veel keuze als je voor thuis meerdere audiotoestellen wil die desgewenst kunnen samenspelen. Je bent dus niet verplicht om alles van één merk te kopen, zoals wel het geval is bij bijvoorbeeld Sonos.

©Philips

Via Play-Fi kun je Philips-tv's en -soundbars koppelen.

Play-Fi komt veel voor bij soundbars en bij audiotoestellen die je aan je televisie kunt hangen. Een mooi voorbeeld van dat laatste zijn de Prime Powered Speakers Pro (twee speakers) of Prime Soundbase Pro (een versterker waaraan je eigen luidsprekers hangt) van SVS, beide met een HDMI-ingang zodat je makkelijk je tv kunt aansluiten.

Als het gaat om soundbars zijn vooral Philips, Klipsch, TCL en Hisense overtuigde Play-Fi-gebruikers. Philips gaat zelfs een stap verder door Play-Fi te integreren in veel van z’n televisies. Play-Fi zit daarnaast in AV-receivers van onder meer Onkyo en Pioneer, die gericht zijn op mensen die een surroundopstelling willen bouwen. Ten slotte zijn er eveneens heel wat stereoproducten beschikbaar. 

Een overzicht van producten vind je op deze pagina van DTS. Dit lijstje is helaas niet zo actueel, dus er ontbreekt een aantal producten op.

De stap naar surround

Het Play-Fi-platform is het afgelopen jaar veel krachtiger geworden. De software ondersteunt nu het bouwen van een surroundopstelling via dezelfde app als waarmee je streamt. Concreet wil dat zeggen dat je bijvoorbeeld een soundbar kunt uitbreiden met twee Play-Fi-speakertjes die je naast de bank plaatst. Op deze manier creër je een volwaardig surroundsysteem dat film- en gamegeluid van alle kanten op je af laat komen. Je wordt zo echt ondergedompeld in de actie.

Play-Fi kan op papier een surroundopstelling tot 7.1.4 aansturen. In de praktijk kom je vaker soundbars tegen die je kunt uitbreiden met een subwoofer en/of twee extra achterspeakers. Play-Fi draait zoals gezegd ook op Philips-tv’s. Je kunt het dan gebruiken om een aparte subwoofer toe te voegen, zodat de tv-speakers veel voller en indrukwekkender klinken.

Watch on YouTube
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.