ID.nl logo
Review Philips Fidelio L4 - Niet de allerbeste, maar wel ontzettend goed
Huis

Review Philips Fidelio L4 - Niet de allerbeste, maar wel ontzettend goed

Ondanks de hoge prijskaartjes van high-end koptelefoons is de concurrentie voor de Philips Fidelio L4 moordend. De markt wordt steeds groter om twee redenen: mensen besteden meer aan koptelefoons en meer fabrikanten wagen zich aan premium modellen. Met een prijs van 349 euro zit Philips onder marktleider Sony, maar zijn er nog meer onderscheidende factoren?

Fantastisch
Conclusie

Op zo’n straffe markt als premium koptelefoons moet je van goeden huize komen om indruk te maken. In een bubbel maakt de Philips Fidelio L4 indruk op alle fronten: comfort, kwaliteit én connectiviteit. De audio klinkt in de volle breedte en diepte aangenaam en gedetailleerd, maar in vergelijking met het topmodel van Sony komt het middensegment toch wat minder goed aan bod. Ook is de actieve ruisonderdrukking niet op vergelijkbaar niveau, maar hij komt wel dicht in de buurt. Zonder direct vergelijkingsmateriaal zul je daar als luisteraar echter weinig van meekrijgen. Ten opzichte van het vorige model is er meer dan genoeg verbeterd om een upgrade te rechtvaardigen, al is dat alleen maar omdat de Philips Fidelio L4 zo veel beter zit. Het comfort van de synthetisch leren oorkussens is ongeëvenaard, en de passieve ruisreductie die daaraan vastklemt ook. De app is daarnaast zeer overzichtelijk en het is fijn dat je altijd een (netjes meegeleverde) audiokabel als back-up hebt wanneer de accu leeg is. Is dit de beste high-end koptelefoon van 2023? Dat niet, maar we zijn er zeker van dat-ie toch zeker in menig topdrielijstje terechtkomt.

Plus- en minpunten
  • Enorm comfortabel
  • Moderne audiocodecs
  • Warme en heldere klanken
  • Gebruiksvriendelijke app
  • Accuduur
  • Mooie prijs
  • Audio- en usb-c-kabel
  • Niet op te vouwen
  • Middensegment valt soms wat weg

Hoewel steeds meer audiofabrikanten met premium koptelefoons komen aanzetten, zien we ook dat bestaande merken er minimaal twee tot drie jaar over doen om opvolgers te presenteren. Dat is een prima trend. Niet alleen omdat je dan minder de neiging hebt om wederom honderden euro’s uit te geven aan nieuwe on-ears, maar ook omdat de stappen dan te klein zijn om een upgrade te rechtvaardigen. De laatste Fidelio binnen de L-serie verscheen eind 2021; dat is drie jaar geleden. Die voorganger kun je online al vinden voor 150 euro, terwijl de Fidelio L4 349 euro kost.

In vergelijking met de vorige variant heeft Philips wat noemenswaardige verbeteringen doorgevoerd. De zelfontworpen 40mm-driver is nu voorzien van een grafeencoating, die voor minder audiovervorming moet zorgen. Bovendien moeten de hogere en middentonen helderder klinken dan voorheen. Daarnaast is er ondersteuning voor bluetooth 5.3, waardoor je toegang krijgt tot multipoint-audio en verbeterd energiebeheer, maar ook audiocodecs LC3 en LDAC. Tot slot kun je nog gewoon muziek beluisteren via een audio- of usb-c-kabel, in beide gevallen gewoon in hi-res.

Comfortabele cups en hoofdband

De Philips Fidelio L4 beschikt over nieuw ontworpen oorcups. Ze zijn gemaakt van synthetisch leer en blijven lang comfortabel zitten. Dat merk je vanaf het eerste moment dat je de koptelefoon opzet. Zelfs met kleine oorbellen in merk je geen ongemak. Ze zitten meteen goed. Datzelfde geldt voor de hoofdband. Die is relatief dun, maar dik op de plek die ertoe doet: boven op het hoofd. De band en oorcups zetten geen druk op het hoofd en trekken ook niet aan je haren. Waar je wel rekening mee moet houden: je kunt de Fidelio L4 niet opvouwen, waardoor je altijd een flinke case bij je draagt.

Mocht je een high-end koptelefoon zoeken die je kunt opvouwen, waardoor die wellicht net even wat makkelijker mee op reis kan, dan zit je bij de Teufel Real Blue Pro of bijvoorbeeld de Sony WH-1000XM4 (dus niet de meest recente versie) goed.

Op de koptelefoon zitten drie knopjes waarmee je de Fidelio L4 in- en uitschakelt, bluetooth regelt, de actieve ruisonderdrukking (de)activeert en de Google Assistent aanspreekt. Ook is er aanraakbediening, die niet helemaal lekker werkt. De cups reageren niet altijd goed op je veegbewegingen. Je kunt ze niet aanpassen, maar wel uitschakelen via de app.

Meld je aan voor het Koptelefoonwijzer Eindrapport 2024

Door het invullen van jouw naam en e-mailadres meld je je aan voor ontvangst van de Kieskeurig.nl Koptelefoonwijzer-resultaten. Tevens ben je ingeschreven voor de Kieskeurig.nl nieuwsbrief.

Indrukwekkende actieve ruisonderdrukking

De app is simpel maar doeltreffend. In beeld staan meteen de meest belangrijke opties, zoals omgevingsregeling (voor het weren of juist doorlaten van het geluid om je heen) en het geluidseffect. Dat is de equalizeroptie die je geactiveerd hebt. Ook staat er naar welke muziek je luistert en kun je die muziek bedienen. Met een simpele tik op het geluidseffect open je de equalizer, die drie opties biedt. Maar als je wilt kun je ook zelf een indeling selecteren, die je dus baseert op je eigen voorkeur. Bovendien kun je de ruisonderdrukking lager of hoger instellen, of op je omgeving laten reageren.

Die actieve ruisonderdrukking heeft eveneens een update gekregen. Philips heeft de microfoons, die het omgevingsgeluid meten, namelijk naar de achterkant verplaatst. Het idee is dat je daardoor minder last hebt van de wind, en dat is ook zo. Mocht er toch veel wind staan, dan past de koptelefoon zijn gevoeligheid daar automatisch op aan. Over het algemeen weet de koptelefoon heel veel geluiden buiten de deur te houden.

Het is niet zo dat je helemaal niets meer van je omgeving meekrijgt. En in binnen geïsoleerd gebruik maakt de Philips Fidelio L4 daadwerkelijk indruk met de prestaties op het gebied van actieve ruisonderdrukking. Die staat niet ver bij de kwaliteit van Sony vandaan, maar komt tegelijkertijd niet in de buurt van de Bose QuietComfort 45. Wel is duidelijk dat Philips de audioweergave heeft ontworpen met de ruisonderdrukking in het achterhoofd. De muziek vervormt namelijk totaal niet wanneer je de optie activeert. Sterker nog, wij gaven tijdens het reviewen de voorkeur om Active Noise Cancelling (ANC) standaard te activeren.

Indrukwekkend warm en helder

Je hoort nagenoeg geen verschil wanneer ANC uit of aan staat. Wanneer je er – in het kader van een recensie – echt op gaat letten, hoor je wel een kleine boost in de warmte van het geluid wanneer je de actieve ruisonderdrukking inschakelt. De muziek klinkt voller en aangenamer, waardoor het bijna zonde is om omgevingsgeluid door te laten komen, maar dat is in sommige situaties natuurlijk nog steeds wenselijk, bijvoorbeeld wanneer je aan het verkeer deelneemt. Maar in de meeste gevallen activeer je de actieve ruisonderdrukking gewoon om je af te sluiten van je omgeving, en dan is het fijn om te weten dat de audio goed klinkt.

Over het algemeen heeft de Philips Fidelio L4 een indrukwekkend brede, heldere en warme soundstage. In principe hoef je geen equalizer te gebruiken voor een aangename, fijne en gedetailleerde geluidservaring. Tijdens het luisteren heb je niet het idee dat je iets mist of dat er bepaalde elementen worden afgesneden. Dat heb je bijvoorbeeld wel (in bepaalde mate) bij de Teufel Real Blue Pro. Daar trekken de hogere tonen aan het kortste eind, maar gezien de doelgroep hoeft dat geen probleem te zijn. De hogere tonen krijgen van de Fidelio L4 echter volop de ruimte.

Tik je binnen de app toch een keer op de optie Geluidseffect, bijvoorbeeld Bas, dan begint de Philips Fidelio L4 zijn spierballen te laten zien. Die optie geeft muziek meer kracht, terwijl dat niet ten koste gaat van wat er hogerop gebeurt. De tonen in het midden komen wel naar voren, maar verliezen wat van hun aanwezigheid. Dan hebben we nog Treble, dat de basweergave juist weer flink vermindert. Dat kan voor sommige liedjes fijn zijn, terwijl de algemene ervaring wint aan helderheid en breedte. Ook hier merken we dat de middentonen dan direct minder aanwezig zijn.

Middentonen verdwijnen het snelst

De optie waar we het meest over te spreken zijn, is Krachtig. Die laat zien dat de optie Bas in feite nog beter kan klinken. Daar waar nummers in Bas nog wat rommelige geluidseffecten ten gehore kunnen brengen (omdat de breedte bewaard blijft), zorgt Krachtig ervoor dat de ervaring persoonlijk en intiem klinkt. Je levert wat in op hogere tonen en zaken die zich in het midden afspelen, maar die fijne, warme baslaag en de helderheid bovenaan zijn o zo lekker om naar te luisteren. Uiteraard is het afhankelijk van je eigen muzieksmaak; dat maakt koptelefoons ook zo persoonlijk.

Over het algemeen lever je met de Philips Fidelio L4 dus iets in op het middensegment. Maar de tonen onderaan en bovenop klinken uitmuntend. Ga je de L4 vergelijken met bijvoorbeeld de eerdergenoemde XM5, dan merk je dat die koptelefoon meer detail ten gehore brengt. En dat ook bijzonder goed doet – de audio klinkt vrijwel niet rommelig. Echter, zonder direct vergelijkingsmateriaal merk je weinig van de nadelen. En voor zo’n recensie letten we uiteraard op de kleinste oneffenheden. Als op zichzelf staand product klinkt de Philips Fidelio L4 fenomenaal.

Mooie troef in handen

Die fenomenale geluidskwaliteit heeft de Philips Fidelio te danken aan de audiocodecs LDAC en LC3. Daarnaast zijn SBC en AAC aanwezig, maar dat zijn basale codecs waar nagenoeg elke koptelefoon over beschikt. LDAC is interessant, omdat je daarmee toegang krijgt tot de hoogste audiokwaliteit van dit moment. Die technologie is ontwikkeld door Sony en derhalve ook aanwezig op koptelefoons van dat merk. LC3 is een wat recentere techniek, die nog het meest vergelijkbaar is met aptX Adaptive. De connectiekwaliteit bepaalt hoe hoog de sample rate van de koptelefoon is.

Dat is met name handig (en nodig) vanwege de ondersteuning voor bluetooth-le (low energy). Dankzij die bluetoothstandaard verbruikt de koptelefoon minder energie, zonder dat dat ten koste hoeft te gaan van de audiokwaliteit. De kwaliteit is niet vergelijkbaar met LDAC, maar nog steeds aangenaam luisterbaar. Bovendien heeft LC3 als voordeel dat je meerdere koptelefoons aan één bron kunt koppelen, waardoor je dus samen met andere mensen naar dezelfde muziek kunt luisteren of film kunt kijken. Maar dan moet iedereen wel beschikken over een koptelefoon die dat ondersteunt.

Verder is het zo dat de Philips Fidelio L4 de muziek pauzeert wanneer je de koptelefoon afzet en dat je hem automatisch kunt uitschakelen na een bepaalde periode. Heb je een lange reis voor de boeg en vind je het dan lekker om in slaap te vallen met je favoriete muziek op de achtergrond? Dan verbruikt de koptelefoon in elk geval geen energie wanneer je eenmaal slaapt, omdat die dan is uitgeschakeld. De accu gaat, met ANC ingeschakeld, tot 40 uur mee (50 uur zonder ANC), wat ook meer is dan het Sony-alternatief. Opladen duurt 2 uur (of 15 minuten voor 6 uur luisterplezier).

Conclusie

Op zo’n straffe markt als premium koptelefoons moet je van goeden huize komen om indruk te maken. In een bubbel maakt de Philips Fidelio L4 indruk op alle fronten: comfort, kwaliteit én connectiviteit. De audio klinkt in de volle breedte en diepte aangenaam en gedetailleerd, maar in vergelijking met het topmodel van Sony komt het middensegment toch wat minder goed aan bod. Ook is de actieve ruisonderdrukking niet op gelijk niveau, maar hij komt wel enorm dicht in de buurt. Zonder direct vergelijkingsmateriaal zul je daar als luisteraar echter weinig van meekrijgen.

Ten opzichte van het vorige model is er meer dan genoeg verbeterd om een upgrade te rechtvaardigen, al is dat alleen maar omdat de Philips Fidelio L4 zo veel beter zit. Het comfort van de synthetisch leren oorkussens is ongeëvenaard, en de passieve ruisreductie die daaraan vastklemt ook. De app is ontzettend overzichtelijk en het is superfijn dat je altijd een, overigens meegeleverde audiokabel, als back-up hebt wanneer de accu leeg is. Is dit de beste high-end koptelefoon van 2023? Dat niet, maar we zijn er zeker van dat die toch zeker in menig top-drie-lijstjes terechtkomt.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.