ID.nl logo
Sony WH-1000XM5 - Koptelefoon is zowel duur als goedkoop
© Reshift Digital
Huis

Sony WH-1000XM5 - Koptelefoon is zowel duur als goedkoop

Sony heeft een goede naam als het op koptelefoons aankomt. De Sony WH-1000XM5 heeft de uitdaging om deze reputatie hoog te houden, de concurrentie voor te blijven en zijn hoge prijs te verantwoorden. Of dat lukt lees je in deze Sony WH-1000XM5 review.

Hoewel de serienaam van Sony’s populaire koptelefoons onverklaarbaar lijkt, is Sony gelukkig wel consistent met de benaming van de koptelefoons. De Sony WH-1000XM5 volgt de WH-1000XM4 op. Kortom, de vijfde generatie van de Sony-koptelefoon. Opvallend is dat de nieuw-geïntroduceerde koptelefoons steeds flink aan de prijs zijn en de voorgaande generatie juist weer scherp (af)geprijsd wordt. Zo staat Sony steevast stevig in de markt met een topmodelkoptelefoon én een koptelefoon die uitstekend scoort met zijn prijs-kwaliteitsverhouding.

De Sony WH-1000XM5 wordt hoog in de markt gezet: 420 euro. Dat is nog een slagje duurder dan de startprijs van de Sony WH-1000XM4 van twee jaar terug. Laatstgenoemde had een prijskaartje van 379 euro en kost nu ongeveer 240 euro (hoewel deze al eens goedkoper in de aanbieding voorbijgekomen is). En die XM4 is ook helemaal geen verkeerde keuze, in onze koptelefoontest kwam hij onlangs nog als winnaar uit de bus.

De luxe uitstraling ontbreekt een beetje.

-

Nieuwe stijl

Toch vaart Sony een nieuwe koers met deze vijfde generatie koptelefoon. Allereerst met het ontwerp, waarbij afgestapt wordt van de gelijkwaardige ontwerpen van vorige generaties. De WH-1000XM5 lijkt wat meer weg te hebben van de AirPods Max van Apple en Bose’s Noice Cancelling 700. Zonder dat er sprake is van kopieerwerk.

In tegenstelling tot wat de prijs doet vermoeden en anders dan de Apple-koptelefoon heeft Sony voor deze koptelefoon geen hoogwaardige materialen gebruikt voor de behuizing. Deze is van mat kunststof gemaakt. Hoewel dit de koptelefoon erg licht maakt, wat wel zo comfortabel is, mis ik een beetje de luxe uitstraling van een hoogwaardige, prijzige koptelefoon. Ook is de koptelefoon niet spatwaterbestendig. Het draagcomfort is in orde: dankzij het gewicht, de band rust met leren kussentjes op de oren en hoofd en de koptelefoon sluit goed over de oren af zonder te drukken.

Het lichte gewicht heeft natuurlijk ook zijn voordelen als je de koptelefoon meeneemt. De reisetui van de koptelefoon is wel een slagje groter. Dat komt omdat deze koptelefoon, in tegenstelling tot vorige generaties, niet inklapbaar is.

©PXimport

©PXimport

©PXimport

De Sony-koptelefoon naast de Bose Noise Cancelling 700 (rechts) en de WH-1000XM4.

Luistergenot

Wie de specificaties erbij pakt valt op dat de drivergrootte kleiner is dan bij de vorige koptelefoongeneratie: 30mm. Doorgaans impliceert een grote driver betere audiokwaliteit. Sony legt uit: “De speciaal ontworpen driverunit van 30 mm met zachte rand verbetert de Noise Cancelling, vooral in lage frequentiebereiken, zodat u van muziek kunt genieten zonder omgevingsgeluid. De koolstofcomposiet zorgt voor een lichte stevige koepel en verbetert de helderheid van het geluid, vooral bij een hoog frequentiebereik.”

Overige specificaties zijn zoals je mag verwachten van een topkoptelefoon: een impedantie van 48 ohm en frequentieresponse van 20 tot 40.000 hertz (20.000 wanneer je via bluetooth luistert). Qua bluetooth-codecs worden zowel AAC als LDAC (tot max 990kbps ondersteund); de hoogst mogelijke geluidsbeleving.

 Let echter wel op dat als je de optie inschakelt om de koptelefoon met meerdere apparaten te verbinden LDAC niet beschikbaar is en wordt teruggeschakeld naar het minderwaardige SBC. De luisterervaring verschilt daarmee behoorlijk, afhankelijk van je instellingen en afhankelijk van het apparaat waarmee je verbindt. Verbind je met je laptop, dan merk je ook dat de geluidskwaliteit veel lager is omdat Windows geen LDAC of AAC ondersteunt.

Wanneer je met LDAC of AAC luistert merk je dat de koptelefoon een bijzonder goede geluidskwaliteit biedt. Het geluid klinkt verfijnd, vooral in de hoge- en middentonen zijn alle details goed hoorbaar omdat het basgeluid op geen enkele manier overstemd. Zonder dat basgeluid slap klinkt. Ten opzichte van de XM4 (met zijn grotere driver) merk je dat deze WH-1000XM5 iets minder krachtig klinkt, maar wel veel gebalanceerder en natuurlijker.

©PXimport

©PXimport

©PXimport

©PXimport

©PXimport

©PXimport

©PXimport

Ruisonderdrukking

De koptelefoon is voorzien van maarliefst acht microfoons. Waarvan de helft gebruikt worden voor spraak, waaronder telefoongesprekken of videogesprekken via je favoriete apps. De vier overgebleven microfoons zorgen dat de ruis herkend wordt en weggefilterd, waardoor deze koptelefoon één van de beste is voor (video)bellen: je blijft uitstekend verstaanbaar. Zelfs in drukke omgevingen.

De ruisonderdrukking is natuurlijk ook van toepassing op het geluid. Deze werkt net even een stukje beter dan de WH-1000XM4 en de AirPods Max. In drukke omgevingen zul je echter nog wel wat meekrijgen. Wil je echt zo min mogelijk van je omgeving meekrijgen, dan is Bose nog altijd heer en meester met de QuietComfort 45 en Noise Cancelling 700 koptelefoons.

De ambient modus, die omgevingsgeluid juist doorlaat, is ook sterk verbeterd. Het is zelfs mogelijk om gesprekken te voeren met de koptelefoon op. Maar zo indrukwekkend als de Apple AirPods Max is deze koptelefoon nét niet. Handig is wel de spreek-om-te-chatten-functie: wanneer de microfoons oppikken dat je praat, gaat de ambient modus automatisch aan en de muziek (of luisterboek en podcast) automatisch op pauze.

Deze luistermodi hebben wel een effect op de accuduur, die iets korter is dan de vorige generatie van de koptelefoon. Met ruisonderdrukking maximaal 30 uur. Zo’n tien uur langer als je zonder ambient modus of ruisonderdrukking luistert.

Slimme functies

Vooral als je de Headphones-app erbij pakt merk je dat er veel slimme functies ingebouwd zijn. Zou noemde ik al de Spreek-om-te-chatten-mogelijkheid. Ook kun je de geluidsafstelling personaliseren, audiokwaliteit beheren en desgewenst de spraakassistent configureren. De 360-audio functie, die een meer ruimtelijke beleving biedt, weet nog niet echt te overtuigen. Hoewel daar zeker voor films en games potentie in zit.

Ook kun je in de app de handige bediening configureren. Deze werkt met tikjes en veegjes op de oorschelp, en hoewel dit niet nieuw is, zou ik geen koptelefoon meer willen zonder.

Toch zijn er een paar eigenaardigheden. Bijvoorbeeld dat je moet kiezen tussen meerdere verbonden apparaten óf hoge geluidskwaliteit. Ook ontbreekt de handige NFC-chip, waarmee je je telefoon koppelt aan de koptelefoon door ze even tegen elkaar aan te tikken.

©PXimport

©PXimport

©PXimport

©PXimport

©PXimport

Alternatieven voor de Sony WH-1000XM5

Deze Sony WH-1000XM5 neemt het stokje van zijn voorganger over als beste all-round koptelefoon. Het geluid is verfijnder, gesprekskwaliteit hoger en de ruisonderdrukking is beter. De WH-1000XM4 is echter een veel slimmere deal door zijn lagere prijs. Ook heeft die koptelefoon een wat krachtiger geluid, wat wellicht de zware muziekluisteraars iets meer kan bekoren.

Andere alternatieven zijn de Bose QuietComfort 45 en Noise Cancelling 700 koptelefoons, als je een tandje vooruit wilt op gebied van ruisonderdrukking. Hoewel deze koptelefoons op alle andere gebieden niet tippen aan de Sony-koptelefoon.

De Apple AirPods Max zijn een alternatief die voor een vergelijkbare prijs wél dat hoogwaardige gevoel meegeven dat je mag verwachten. Tevens is de ambientmodus van de Apple-koptelefoon zeer indrukwekkend. De AirPods hebben ook een iets hogere geluidskwaliteit als je op Apple-apparatuur muziek luistert. Daar wringt de schoen, want qua geluidskwaliteit en functionaliteit op andere verbonden apparatuur is dat beduidend minder.

Conclusie: Sony WH-1000XM5 kopen?

De Sony WH-1000XM5 is de beste all-round koptelefoon die je kunt kopen. Alleen mag je voor de prijs net even wat meer luxe verwachten dan dit niet-waterdichte kunststof ontwerp. Vooral op het gebied van ruisonderdrukking, gesprekskwaliteit, omgevingsgeluidmodus en verfijnder geluid is de koptelefoon er hoorbaar op vooruit gegaan ten opzichte van de Sony WH-1000XM4, die op zijn beurt weer steeds interessanter wordt als een betaalbaar alternatief.

Uitstekend
Conclusie

**Prijs** € 420,- **Batterijduur** 30 uur (ruisonderdrukking aan), 40 uur (zonder) **Verbinding** Bluetooth 5.2 (SBC, AAC en LDAC) en 3.5mm jack **Frequentiebereik** 4-40.000 Hz **Meegeleverd** Reisetui, audiokabel, USB-C-kabel **Gewicht** 250 gram **Website** [www.sony.nl](https://www.sony.nl/electronics/koptelefoon/wh-1000xm5)

Plus- en minpunten
  • Geluidskwaliteit
  • Ruisonderdrukking
  • Gewicht
  • Ontwerp niet hoogwaardig
  • Prijs
▼ Volgende artikel
Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard
Huis

Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard

Het Zuid-Koreaanse zou een shooter gebaseerd op Starcraft in ontwikkeling hebben voor IP-eigenaar Blizzard.

Dat claimt The Korean Economic Daily. Een team binnen Nexon dat gespecialiseerd is in shooters zou zich op dit moment volledig richten op de nog onaangekondigde game. De ontwikkeling zou nog niet lang geleden zijn gestart, en dus zou de shooter nog lang op zich laten wachten.

Verdere details zijn er nog niet, behalve dat Choi Jun-ho ook bij het project betrokken zou zijn. Hij maakte eerder de populaire Shinppu-mapmod voor Starcraft.

Starcraft

Er gaan al langer geruchten over een shooter gebaseerd op Starcraft. Vorig jaar meldde Bloomberg-journalist Jason Schreier al in zijn boek 'Play Nice: The Rise, Fall and Future of Blizzard Entertainment' dat Blizzard aan een shooter zou werken. Volgens Schreier is de shooter van Nexon echter niet gerelateerd aan de shooter van Blizzard - het zouden om twee afzonderlijke projecten gaan.

De Starcraft-reeks bestaat uit real-time strategygames. De eerste verscheen in 1998, en een vervolg kwam in 2010 uit. Blizzard heeft al vaker geprobeerd shooters gebaseerd op de Starcraft-franchise te maken, maar die werden vooralsnog altijd geannuleerd.

Mogelijke onthulling op Blizzcon

Voor het eerst in enkele jaren organiseert Blizzard op 12 en 13 december de Amerikaanse beurs Blizzcon, waar alles rondom de uitgever wordt gevierd. Het is mogelijk dat één van de hierboven genoemde shooters daar wordt onthuld.

▼ Volgende artikel
Review: Mario Tennis Fever is een leuke set
Huis

Review: Mario Tennis Fever is een leuke set

Je vraagt je bij elke Mario-sportgame toch weer af: bereikt het de highs van die oeroude Game Boy-games van Camelot, zoals Mario Tennis en Mario Golf)? Het antwoord is, wat mij betreft, steevast  ‘nee’. Maar tussen ‘perfect’ en ‘niet perfect’ zit nog altijd een breed spectrum aan kwaliteit. En Fever? Die nestelt zich moeiteloos aan de betere kant van dat spectrum.

De drie toernooien die deze game rijk is, daar ben je een uurtje zoet mee. Waarschijnlijk zonder een set te verliezen. De Adventure Mode? Een paar uurtjes meer dan dat, en hoewel ook die nergens uitdagend wordt vertelt het wel een vermakelijk verhaal over Mario en Luigi die als baby’s hun tennis-skills moeten oppoetsen vanwege… bijzondere redenen.

Er zijn ook drie Challenge Towers met allerlei unieke uitdagingen die eventjes vermaken. In mix-up vinden we tennis, maar dan met regels en omstandigheden die alleen het Mushroom Kingdom kan bieden, en dat was het wel zo’n beetje. Wie Mario Tennis Fever alleen speelt is een weekend zoet en heeft zich prima vermaakt. Maar sportgames zijn er, natuurlijk, om je competitieve aard los te laten op vrienden, familie, kroost of online uitdagers.

Leuk

Daarom wil ik het ook niet al te uitgebreid over die singleplayermodi hebben. Ja, Nintendo heeft z’n best gedaan. Ja, er is weinig aan te merken op de minigames en kleine tussenscènes die de Tennis Academy te bieden heeft en de ontwikkelaars verdienen het dat het hier even aangestipt wordt. Nooit sla je stijl achterover van briljante ideeën of concepten, en er wordt geen druppeltje zweet gemorst van de spanning. Maar ‘leuk’ is eigenlijk een perfect, allesomvattend begrip om deze kant van de game te omschrijven.

De echte graadmeter echter, is de kern van de gameplay. Hoe speelt het? Hoe diep gaat het? Hoeveel personages, gekke rackets en super-power-mega-skillmoves zijn er in dit pakketje gepropt en hoe verhouden die zich tot elkaar? Na mening middag ballen overslaan of in dubbelspel terugslaan met mijn zoontje van 9, zijn we eruit: Mario Tennis Fever heeft ontzettend lekkere gameplay.

Content is king

Content is in de eerste instantie de name of the game. Er zitten bijna veertig personages in de game, meer dan een dozijn verschillende banen en de hoofdattractie is de aanwezigheid van tientallen Fever-rackets, die elk hun eigen unieke skill met zich meebrengen. De bananentros die Donkey Kong een ‘racket’ noemt strooit bananen over de baan, met het vulkaanracket plopt er een (je raadt het nooit) vulkaan op uit de baan en het Thwomb-racket zorgt ervoor dat het iconische stenen blok uit de Mario-serie plots uit de lucht valt – hopelijk op een tegenstander. Een zogeheten Fever-shot is verder ook geen hogere wiskunde. Om de zoveel tijd is je metertje vol en ram je dat ding over de baan heen.

Extra fijn is dat het gros van dit alles vrij te spelen is waar je maar wil. Laat je de singleplayermodi links liggen en speel je gewoon wat potjes tegen elkaar? Geen probleem, om de zoveel potten krijg je een nieuw racket, personage, of kleurtjes voor je favoriete tennissers.  

Watch on YouTube

Plak er een voldoende op

Enfin, tot zover de uitleg en alles wat hier te vinden is. Leuk spelletje, plak er een voldoende op en klaar, toch? Nou nee, want hoewel alles hierboven zijn eigen rol speelt, zijn het de diepere lagen daaronder die Mario Tennis  Fever tot grotere hoogten dan ‘plak er even een voldoende op’ stuwen. Al die personages? Die beschikken over hun eigen stats en eigenaardigheden. Wario laadt z’n powershots razendsnel op, Bowser Jr. legt veel meer precisie in z’n topspincurve dan anderen en Shy Guy slaat zijn topspins zonder gehinderd te worden door zijn positie op de baan.

En die banen? Die hebben elk hun eigen ondergrond, waar ballen anders op stuiteren en doorschieten, terwijl spelers zelf ook sneller of minder snel zijn, gebaseerd op het gras of het hardcourt waar ze op spelen. Die Fever-rackets? Oprecht allemaal een andere smaak. Ook daar merk dat extra stukje diepgang waar een wat luiere Mario-sportgame niet aan zou denken: wanneer je een Fever-shot terugslaat vóórdat op jouw zijde van het net landt, kun je met een stuit op de helft van de tegenstander zomaar eens het bijbehorende effect teruggeven. Prettig vervelend als je denkt die koter een modderplas op zijn helft te bezorgen, om ‘m vervolgens zelf om je oren te krijgen als hij de bal vakkundig over je heen lobt en ‘ie alsnog op jouw achterveld terecht komt. Een (modder)koekje van eigen deeg noemen ze dat geloof ik.

Mario Tennis Fever

Slide
Slide
Slide
Slide

Geen Lego, wel Duplo

Al die extra aandachtspuntjes en omstandigheden zijn ook nog eens gebouwd op een fundering van onkreukbare basisgameplay. Topspins, slices, curveballen, lobs en powershots: alles wat je van een tennisgame mag verwachten zit erin. De grote maar is alleen: het gebeurt allemaal zonder de nuance van een échte topgame. Vergelijk het een beetje met Lego en Duplo. Zelfde principe, zelfde soort blokken, maar iets vets bouwen met Lego hit net even anders dan iets vets bouwen met die grote Duplo-blokken. Zo verhoudt deze game zich ook tot de toppers uit het tennisgenre, zoals Virtua Tennis en Topspin. Is veelgevraagd, ik weet het, maar het is wel het verschil tussen goed of geweldig. En Mario Tennis Fever eindigt in het eerste kamp.

Is mijn zoontje naar school, dan heb ik namelijk geen enkele reden om Mario Tennis Fever verder te spelen. Zoals gezegd is al die singleplayercontent niet meer dan ‘even leuk’. En computergestuurde tegenstanders geven zelfs op het hoogste niveau nooit écht tegengas. Bovendien zijn de personages net te groot voor deze banen om het volgende niveau van verfijning te bereiken. Top, zo’n lob. Maar vanwege de dus relatief kleine banen blijft het geen zekerheidje dat je iemand ermee verschalkt die tegen het net aan staat. Aanzienlijke kans dat ie gewoon op tijd de achterlijn haalt, als ie ook maar een klein beetje inzicht heeft. Het zorgt ervoor dat Mario Tennis Fever een absoluut geslaagde game is, met heerlijke multiplayer. Maar wie de eindeloze diepgang en speeluren van, bijvoorbeeld, een Mario Kart World hier zoekt, staat sneller dan gewenst buitenspel. Oh wacht, verkeerd sport…

Mario Tennis Fever is vanaf 11 februari beschikbaar voor Nintendo Switch 2.

Goed
Conclusie

Mario Tennis Fever barst van de content. De vele personages, banen en rackets geven unieke, diepere lagen aan de gameplay en multiplayerpotjes gaan met grote glimlach en een berg vertier gespeeld worden. Jammer voor de wat volwassenere spelers dat die volgende laag diepgang nét niet geraakt wordt. Daarvoor is het singleplayeraanbod niet genoeg, de tegenstanders niet uitdagend genoeg en ontbreekt er hier en daar net wat finesse. Maar ga zo door, Nintendo. Mario Tennis Fever zit namelijk wél in de richting van die tijdloze Camelot-klassiekers waar we zo naar hunkeren.

Plus- en minpunten
  • Flinke hoeveelheid content en modi
  • Sterke basisgameplay
  • Uiteenlopende Fever-rackets
  • Nog altijd sterke multiplayer
  • Daagt je nooit écht uit
  • Diepgang niet eindeloos