ID.nl logo
Review Teufel Real Blue Pro  - Accumonster met aangename audio
Huis

Review Teufel Real Blue Pro - Accumonster met aangename audio

De Teufel Real Blue Pro is een high-end koptelefoon die heel wat in z’n mars heeft. Zo presenteert het Berlijnse merk voor het eerst de zelfontwikkelde audiotechnologie Dynamore op een draagbaar product, terwijl die voorheen alleen weggelegd was voor luidsprekers en soundbars. Hoe bevalt de hoofdtelefoon in de praktijk en hoe verhoudt die zich ten opzichte van marktleider Sony?

Uitstekend
Conclusie

Onderaan de streep ben ik zeer te spreken over de Teufel Real Blue Pro. Op papier scoort die wat slechter dan de Sony WH-1000XM5, maar de vraag is of je dat hoort. Bovendien heeft die koptelefoon ook zo zijn eigen nadelen. Door de hoge sample en bit rates zit er veel vertraging op de lijn, waardoor video’s kijken en games spelen minder fijne ervaringen zijn. Door te kiezen voor de aptX Adaptive-codec kan Teufel een veel breder publiek aanspreken dan Sony nu doet. Door de lagere latency kun je als casual luisteraar meer met je koptelefoon doen. Niet alleen kun je genieten van aangenaam warme muziek, ook kun je hem veel breder inzetten. De ruisonderdrukking is verder wat minder goed dan op de Sony, maar ondanks dat kun je je volledig laten onderdompelen. De treble komt verder niet helemaal tot z’n recht, maar er zijn meer dan genoeg audio-opties om dat gemis mogelijk op te kunnen vangen. Dat is ook afhankelijk van je gehoor en persoonlijke voorkeur. Vooral de accu is hier de grote ster van de show; met 44 uur anc-luisterplezier verslaat Teufel de concurrentie met gemak. Het enige wat nu nog echt roet in het eten gooit, is de prijs van 349,99 euro. Die is gevoelsmatig net te hoog en dat heeft alles te maken met de treble. Wanneer de koptelefoon in prijs zakt en bijvoorbeeld 299 euro zou kosten, dan is de deal veel aantrekkelijker. Dan haal je namelijk een bijna-alles-kunnend accumonster in huis dat aangename audio presenteert.

Plus- en minpunten
  • Aangename, warme sound
  • Dynaudio
  • Actieve ruisonderdrukking
  • Equalizeropties binnen de app
  • Draagcomfort
  • Audiocodec aptX Adaptive
  • Treble komt niet tot z'n recht
  • Plastic behuizing voelt goedkoop aan
  • Touchpads (maar zijn uit te schakelen)
  • Net te duur

Met een prijs van 349,99 euro is de Teufel Real Blue Pro geen goedkope koptelefoon. Dat is dezelfde prijs die je betaalt voor de marktleider, de Sony WH-1000XM5. De prijzen voor die hoofdtelefoon fluctueren een beetje; bij menig online shop is die rond de 350 euro, terwijl Sony hem zelf nog voor 420 euro aanbiedt. Hoe dan ook: het maakt de Teufel Real Blue Pro uitermate geschikt voor een korte vergelijking met dat Sony-topmodel, aangezien het Duitse merk achter dezelfde doelgroep aangaat.

Lees ook: Sony WH-1000XM5 review - zowel duur als goedkoop

Teufel Real Blue Pro met grote drivers

De Teufel Real Blue Pro beschikt over ongebruikelijk grote drivers van 44 mm. Daardoor krijgt de basweergave meer ruimte en kan muziek voller en meeslepender klinken dan de concurrentie. De drivers zitten in een strakke, stoere verpakking die prettig opvouwbaar is. Je kunt de koptelefoon netjes wegstoppen in een meegeleverde case, waar tevens usb-c-oplaad- en audiokabels in zit. Die laatste variant heeft een bedienmodule waarmee je de muziek kunt pauzeren, superhandig.

Je kunt de Teufel Real Blue Pro verder op twee manieren bedienen: via de app (daar later meer over) en de bedieningselementen op de koptelefoon. Zo is er een intuïtieve joystick waarmee je muziek pauzeert, het volume regelt en van nummer wisselt. De buitenkant van de drivers zijn voorzien van touchpads, waarmee je functies als actieve ruisonderdrukking en Dynamore (de)activeert. Die touchpads zijn wat mij betreft iets te gretig. Soms verander je een instelling – zonder te weten welke – wanneer je de headset even verplaatst of af wil doen. Gelukkig kun je die uitschakelen.

Zodra je de Teufel Real Blue Pro afzet, pauzeert de muziek automatisch. Dat is een functie van onschatbare waarde, helemaal wanneer je minder gewend bent. Je kunt de koptelefoon op elk moment afzetten terwijl je weet dat je niets van je favoriete nummers mist. Zodra je de headset dan weer op doet, gaat de muziek verder. Dit is een fijne, luxe functie waarvan je simpelweg mag verwachten dat die aanwezig is, maar desondanks ben ik er ontzettend blij mee.

Comfort geniet de voorkeur

Met een gewicht van iets meer dan 300 gram is de Teufel Real Blue Pro zwaarder dan het recente aanbod van Sony, maar dat merk je alleen wanneer je beide koptelefoons naast elkaar gebruikt. Dankzij de verstelbare band en kantelbare oorcups blijft het apparaat tevens goed zitten, zonder al te veel druk uit te oefenen op de zijkant van je hoofd. Je kunt hem nauwkeurig afstellen, waardoor draagcomfort gegarandeerd is. Het maakt ook niet uit of je lang haar hebt of kleine oorbellen draagt.

Ondanks de positieve eerste indruk moet ik wel vermelden dat de koptelefoon zelf wat goedkoop oogt en aanvoelt aan de plastic buitenkant. Dat kan komen door de zilveren kleur die ik test (zwart ziet er meestal wat luxer uit), maar dan nog ontkom ik niet aan dat idee. Gelukkig merk je daar niets van aan de binnenkant. Zowel de hoofdband als oorkussen zijn voorzien van memoryfoam. Dat kan tijdens de zomermaanden wat warm zijn, maar dankzij het comfort is dat minder erg.

Zonder active noise cancelling aan gaat de accu tot 56 uur mee, wat veel beter is dat Sony’s koptelefoons en voorganger Teufel True Blue NC. Met de actieve ruisonderdrukking aan verlaag je de afspeelduur naar 44 uur, maar ook dat is nog steeds ontzettend indrukwekkend. Dat is iets langer dan bij de Teufel Real Blue NC en bijna de helft meer dan bij de WH-1000XM5. Met vijftien minuten opladen kun je tot zeven uur luisteren en als je daarna nog steeds geen oplaadmoment hebt kunnen vinden, kun je de audiokabel gebruiken als back-up. Daar heb je namelijk geen batterij voor nodig.

Teufel Real Blue Pro met hi-res audio

In een normale situatie koppel je de Teufel Real Blue Pro echter via bluetooth 5.1 aan een smartphone, laptop, tablet of ander bluetoothapparaat. Hoewel er vrij weinig mis is met bluetooth 5.1, is het toch jammer om te zien dat je niet de meest recente versie van de standaard gebruikt. Op papier gaat dit ten koste van de lagere energieconsumptie en verbeterde verbinding. Maar aangezien de accu al zo lang mee gaat en de Teufel geen verbindingsproblemen heeft laten zien, in onze weken met de koptelefoon, is het gebrek aan de nieuwste bluetoothstandaard dus geen groot probleem.

Daarnaast is er ondersteuning voor de audiocodecs SBC, AAC en aptX Adaptive. De Teufel Real Blue Pro heeft dus geen support voor Sony’s LDAC, dat door veel experts, muziekliefhebbers en organisaties als een mooie standaard gezien wordt. Toch kun je met aptX Adaptive genieten van hi res-audio, hetzij op een iets lagere sample rate. Die ligt bij Sony’s koptelefoons veel hoger, waardoor de geluidsweergave veel accurater klinkt (zoals een artiest dat in de studio bedoeld heeft).

Aangename audiokwaliteit en audio-opties

Dat betekent niet dat de Teufel Real Blue Pro slecht klinkt, allerminst. Vooral de bas klinkt ontzettend warm, vol en aangenaam. Binnen de app kun je de bas wat sterker maken mocht je dat willen, maar het neutrale geluidsprofiel zal voor veel luisteraars voldoende zijn. Wanneer je de bass boost activeert, dan verdwijnen de hogere tonen logischerwijs wat naar de achtergrond. En dat kan problematisch zijn, omdat de hogere tonen niet helemaal tot hun recht komen.

Dat probleem ligt al in de basis van de koptelefoon en heeft dus niets te maken met bass boost, aangezien het zonder ook al gebeurt. Wil je dus iets meer kunnen genieten van wat treble, dan doe je er goed aan de basopties te vermijden. Welke modus je ook kiest, de tonen in het midden klinken altijd fijn en subtiel aanwezig. Ze verfraaien de soundstage wel degelijk en ik had geen seconde het idee dat ik iets miste. Ook kun je eventueel zelf nog met een equalizer spelen en het geluid meer afstemmen op je persoonlijke voorkeuren, maar je kunt dat werkt ook uit handen geven.

Binnen de Teufel Headphones-app is het namelijk mogelijk persoonlijke audio te activeren via Mimi. Je neemt een korte test af en kunt daarna genieten van persoonlijk geluid. Hoewel ik hier meestal voorstander van ben (mijn rechteroor hoort namelijk iets minder dan mijn linkeroor), bestaat de kans dat audio vervormt gaat klinken. Helemaal wanneer je de persoonlijke audio combineert met vooraf ingestelde geluidsprofielen of de equalizer. En dan hebben we ook nog de optie Dynamore.

Met die optie is het mogelijk het geluidsveld te verbreden. De stereoweergave gaat dan de ruimte in, waardoor je het idee hebt dat je heel intiem naar een premium set stereospeakers luistert. De functie maakt al jaren furore op soundbars en luidsprekers van het bedrijf en is nu voor het eerst op een koptelefoon te gebruiken; en wat mij betreft is het een fijne toevoeging. Vind je dat de muziek wat compact klinkt, dan kan Dynaudio net dat beetje ruimtelijke ondersteuning bieden. Zonder dat dit een negatief effect heeft op de volle warmte die de typische Teufel-sound kenmerkt.

Goede actieve ruisonderdrukking

De actieve ruisonderdrukking is op drie niveaus in te stellen. Het hoogste niveau dompelt je helemaal onder in je favoriete tunes, terwijl je aan de andere kant de transparante modus hebt. Daar tussenin zitten nog twee opties waarmee je je deels afsluit voor de buitenwereld. Handig voor momenten waarop je wel wil meekrijgen wat er om je heen gebeurt, zonder daar al te veel last van te hebben. In dit geval is het gewoon simpel: hoe meer opties je tot je beschikking hebt, hoe beter.

De active noise cancelling kan wel effect hebben op de geluidsweergave, waardoor de treble nog meer naar de achterkant verdwijnt. Dat is vervelend, daar is geen ontkomen aan. Gezien het geluidsprofiel van de Teufel Real Blue Pro, en de nadruk die het merk op de lagere regionen legt, hoeft het geen probleem te zijn wanneer je naar muziek luistert waarbij de bas een grote rol speelt. Dit is een afweging die je zelf moet maken; weet dat de treble niet helemaal naar voren komt.

Verder is het zo dat er een lage latency aanwezig is op de bluetoothverbinding. Daardoor kun je prima video’s bekijken op je smartphone en tablet. Ook kan er dan ondertussen iemand meegenieten van hetzelfde geluid, aangezien je twee Real Blue Pro’s kunt koppelen aan de app. Bovendien is de aptX Adapative-codec ook meer geschikt voor het spelen van videogames (vanwege de lage vertraging), waardoor de Teufel Blue Pro zichzelf als snel positioneert als een casual premium product.

Conclusie: Teufel Real Blue Pro kopen?

Onderaan de streep ben ik zeer te spreken over de Teufel Real Blue Pro. Op papier scoort die wat slechter dan de Sony WH-1000XM5, maar de vraag is of je dat hoort. Bovendien heeft die koptelefoon ook zo zijn eigen nadelen. Door de hoge sample en bit rates zit er veel vertraging op de lijn, waardoor video’s kijken en games spelen minder fijne ervaringen zijn. Door te kiezen voor de aptX Adaptive-codec kan Teufel een veel breder publiek aanspreken dan Sony nu doet.

Door de lagere latency kun je als casual luisteraar meer met je koptelefoon doen. Niet alleen kun je genieten van aangenaam warme muziek, ook kun je hem veel breder inzetten. De ruisonderdrukking is verder wat minder goed dan op de Sony, maar ondanks dat kun je je volledig laten onderdompelen. De treble komt verder niet helemaal tot z’n recht, maar er zijn meer dan genoeg audio-opties om dat gemis mogelijk op te kunnen vangen. Dat is ook afhankelijk van je gehoor en persoonlijke voorkeur.

Vooral de accu is hier de grote ster van de show; met 44 uur anc-luisterplezier verslaat Teufel de concurrentie met gemak. Het enige wat nu nog echt roet in het eten gooit, is de prijs van 349,99 euro. Die is gevoelsmatig net te hoog en dat heeft alles te maken met de treble. Wanneer de koptelefoon in prijs zakt en bijvoorbeeld 299 euro zou kosten, dan is de deal veel aantrekkelijker. Dan haal je namelijk een bijna-alles-kunnend accumonster in huis dat aangename audio presenteert.

Meld je aan voor het Koptelefoonwijzer Eindrapport 2024

Door het invullen van jouw naam en e-mailadres meld je je aan voor ontvangst van de Kieskeurig.nl Koptelefoonwijzer-resultaten. Tevens ben je ingeschreven voor de Kieskeurig.nl nieuwsbrief.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.