ID.nl logo
Hoe werkt de salderingsregeling? Al je vragen beantwoord
© Alphaspirit
Energie

Hoe werkt de salderingsregeling? Al je vragen beantwoord

Het afbouwen van de salderingsregeling vanaf 2025 voor huishoudens met zonnepanelen vindt geen doorgang meer door een stemming van de Eerste Kamer. Maar wat betekent dat voor de consument? En hoe gaan de energiemaatschappijen hier mee om? We beantwoorden de meest gestelde vragen over de salderingsregeling voor je.

Het afschaffen van de salderingsregeling vanaf 2025 is door een stemming in de Eerste kamer een halt toegeroepen. Maar wat betekent dat precies voor eigenaren van zonnepanelen? Levert het weer wat meer op en loont het nu nog steeds om zonnepanelen aan te schaffen?

Wat is salderen?

Salderen is de mogelijkheid waarmee je de opbrengst van zonnepanelen kunt afstrepen tegen de kosten die je betaalt aan de leverancier van elektriciteit, de energiemaatschappij, voor het gebruiken van stroom. Gebruik je met je zonnepanelen niet alle stroom voor je eigen huishouden, dan lever je die stroom terug aan het elektriciteitsnet. De energiemaatschappij trekt de waarde van de stroom die je teruglevert, af van de stroom die je bij de energiemaatschappij afneemt. Dit salderen gebeurt één keer per jaar, eenmaal per maand of - bij sommige leveranciers - per uur. Het verrekenen van de verbruikte stroom vindt wel pas aan het eind van het jaar plaats.

Een rekenvoorbeeld ter verduidelijking:

De familie Overman heeft 10 zonnepanelen, die per stuk 200 kilowattuur (kWh) opleveren. In totaal leveren deze zonnepanelen dan 10 x 200 kWh = 2000 kWh per jaar op.

De familie Overman gebruikt van deze zonnepanelen zelf 1400 kWh voor het eigen huishouden. De rest levert de familie terug aan het stroomnetwerk: 2000 kWh - 1400 kWh = 600 kWh.

De familie Overman is aangesloten bij een energieleverancier en betaalt daar voor de afgenomen stroom die niet door de zonnepanelen zijn opgewekt. Bijvoorbeeld op de momenten dat de zon minder schijnt, zoals in de winter. Ze nemen in één jaar 2800 kWh af van de energieleverancier. Maar, omdat de familie Overman ook 600 kWh heeft teruggeleverd, mag zij dit aftrekken van de 2800 kWh afgenomen stroom: 2800 kWh - 600 kWh = 2200 kWh. Zo wordt er dus een voordeeltje behaald.

©Proxima Studio - stock.adobe.com

Doen alle energieleveranciers aan salderen?

In principe doen alle energieleveranciers aan salderen. Alleen zijn niet alle voorwaarden waaronder dat gebeurt overal gelijk. Hoe(veel) er wordt gesaldeerd hangt bijvoorbeeld af van wat voor soort contract je hebt. Daarnaast kost één kilowattuur van de energieleverancier ontvangen stroom niet evenveel als de stroom die je via je zonnepanelen hebt teruggeleverd. Je kunt deze dus nooit een-op-een tegenover elkaar afstrepen.

Bij sommige energieleveranciers, zoals Vandebron, betaal je zelfs extra als je zonnepanelen hebt en de daarmee opgewekte stroom teruglevert aan het net. In dergelijke gevallen loont het salderen dus een stuk minder en ben je soms dus meer kwijt aan de maandelijkse kosten dan wanneer je helemaal geen zonnepanelen zou hebben.

©Артур Ничипоренко - stock.adobe.com

Werkt salderen voor alle typen zonnepanelen?

Dat hangt af van hoe de zonnepanelen in je huis zijn aangesloten. Zonnepanelen zijn aangesloten op een omvormer, die van de gelijkstroom die zonnepanelen leveren, wisselstroom maakt. De route ná de omvormer bepaalt vervolgens hoe de stroom wordt verwerkt. Zo kan de stroom bijvoorbeeld worden opgeslagen in een thuisbatterij, waardoor niet alle stroom aan het net hoeft te worden teruggeleverd. Zonder opslagmogelijkheid wordt de stroom direct weggesluisd naar het stroomnet. Let er ook op dat niet alle energiemeters geschikt zijn voor zonnepanelen. Je energieleverancier kan daar meer over vertellen.

Meer weten over thuisbatterijen? Bekijk de video:

Watch on YouTube

Gaat salderen vanzelf? Moet ik nog iets doen?

Nee, het salderen gaat niet vanzelf. Als je net zonnepanelen hebt laten installeren, dan worden deze standaard aangesloten op het stroomnet via de omvormer en de stoppenkast in huis. Je levert dan in principe al direct stroom aan het netwerk.

De eerstvolgende stap is dat je aan je energieleverancier aangeeft dat je zonnepanelen hebt. Dat ben je verplicht. De energiemaatschappij moet weten welke huishoudens er stroom kunnen terugleveren aan het netwerk, zodat ze de stabiliteit van het net kunnen monitoren en niet in de laatste plaats jou als gebruiker kan belonen voor het leveren van stroom van jouw zonnepanelen.

Ook melden van thuisbatterij verplicht
Ben je van plan om een thuisbatterij aan te schaffen, of heb je deze al? Weet dan dat je sinds juni 2022 dit ook moet melden bij je energieleverancier. Dat is wettelijk vastgelegd.

Ik ben woninghuurder, hoe zit het dan?

Als je als huurder zonnepanelen hebt gekregen van je verhuurder, dan zullen deze ook direct zijn aangesloten op het stroomnetwerk via de omvormer. Bij sommige verhuurders betaal je een extra bedrag voor de installatie en onderhoud van de zonnepanelen. Omdat je als huurder zelf verantwoordelijk bent voor de keuze in je energieleverancier, ben je ook verplicht om de zonnepanelen zelf aan te melden bij die energieleverancier.

Heb je een koopwoning, wil je wel zonnepanelen, maar wil je er geen groot bedrag aan uitgeven? Dan kun je er ook voor kiezen om zonnepanelen te huren.

Word ik nu niet benadeeld door de energieleverancier?

Dat kan: bij steeds meer energieleveranciers betaal je extra omdat je zonnepanelen hebt. Dat heeft te maken met de huidige staat en capaciteit van het energienetwerk. Omdat het voor de energiemaatschappijen veel investeringen vergt om de overcapaciteit op het netwerk door teruglevering van zonnepanelen op te vangen, wordt er soms een extra bedrag gerekend voor zonnepanelenhouders. Sommige energieleveranciers bieden verder geen vaste energiecontracten meer aan voor houders van zonnepanelen. Het kan dus zijn dat je als zonnepaneeleigenaar extra moet betalen voor de teruglevering, waardoor de salderingsregeling minder loont. In zulke gevallen is een thuisbatterij een betere oplossing, omdat je de opgewekte stroom voor jezelf kunt opslaan en dus minder hoeft terug te leveren.

©Surachetsh

Kan ik ook zonder te salderen zonnepanelen gebruiken?

Ja, je bent niet verplicht om zonne-energie te leveren aan het stroomnetwerk als je dat niet wil. De meeste mensen nemen echter zonnepanelen om juist een deel te kunnen terugleveren om zo geld te besparen via de salderingsregeling. Je kunt echter later ook terugkomen op het leveren van stroom aan het stroomnetwerk, maar dan moet je de zonnepanelen (laten) loskoppelen van het vaste net. Je kunt er bijvoorbeeld voor kiezen om volledig off-grid te gaan leven en de stroom voor jezelf te houden. De gemiddelde zonnepanelen op jouw dak genereren echter op zichzelf niet genoeg stroom om jouw huishouden überhaupt een dag(deel) draaiende te houden. In zulke gevallen zou je een thuisbatterij moeten nemen, waarmee je de stroom kan opslaan.

Wat is beter: een dynamisch energiecontract of een vaste?

Kom alles te weten over de verschillende contractvormen

Wat is het verschil tussen een
terugleververgoeding en salderen?

Een terugleververgoeding krijg je wanneer je meer stroom teruglevert aan het stroomnetwerk dan je hebt afgenomen van je energieleverancier. Bij salderen is het andersom; daar krijg je een korting op je rekening doordat de teruggeleverde stroom wordt afgetrokken van de door de energiemaatschappij geleverde stroom. Bij de terugleververgoeding wordt aan de hand van het verschil tussen de opgewekte en teruggeleverde stroom en de stroom die je hebt afgenomen een vergoeding uitgekeerd.

Een rekenvoorbeeld ter verduidelijking:

De familie Zondervan verbruikt per jaar 3000 kWh en heeft zonnepanelen. Die zonnepanelen leveren in een jaar 3500 kWh op. In dit geval levert het huishouden dus 500 kWhmeer op dan er is afgenomen: 3500 kWh - 3000 kWh = 500 kWh. Voor die 500 kWh krijg je van je energieleverancier een terugleververgoeding. Hoeveel dat is, verschilt per energieleverancier. Stel dat die terugleververgoeding bij jouw leverancier € 0,05 per kWh is. Dan levert jou dat € 25 op: 500 kWh x € 0,05 = € 25.

Ik heb een dynamisch contract:
hoe werkt salderen dan?

Bij een vast of variabel energiecontract kun je op jaarbasis je verbruik en opwekte energie tegen elkaar wegstrepen. Het stroomtarief is dan eigenlijk niet zo relevant. Bij een dynamisch energiecontract speelt het stroomtarief sowieso een rol. Bij terugleveren krijg je namelijk de op dat moment geldende stroomprijs uitgekeerd. Dat tarief is mogelijk lager dan het tarief dat je betaalt op het moment dat je de stroom daadwerkelijk gebruikt. Je zou kunnen zeggen dat er dan per uur wordt gesaldeerd. De belastingen worden wel op jaarbasis gesaldeerd tot maximaal je verbruik.

Meer weten over zonnepanelen? Bekijk de video:

Watch on YouTube

Vraag een offerte aan voor zonnepanelen:

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.