ID.nl logo
Is het slim om zonnepanelen te huren?
Energie

Is het slim om zonnepanelen te huren?

Zonnepanelen leveren een mooie energiebesparing op, maar zijn in aanschaf niet bepaald goedkoop. Niet iedereen weet echter dat je zonnepanelen ook kunt huren. In dit artikel vergelijken we beide opties om te zien of het aantrekkelijk is om zonnepanelen te huren.

Na het lezen van dit artikel weet je precies:

Bij deze aanbieders kun je zonnepanelen huren

Het huren van zonnepanelen maakt het mogelijk om je energiekosten te verlagen zonder daarvoor een grote investering te doen. Aanvankelijk kon je zonnepanelen huren bij grote energieleveranciers, zoals Vattenfall en Essent. Omdat de salderingsregeling door de overheid vanaf 2025 stap voor stap wordt afgebouwd, zijn deze bedrijven inmiddels gestopt met het aanbieden van huurzonnepanelen. Huren wordt hierdoor namelijk minder aantrekkelijk. 

Wel kun je nog terecht bij bedrijven als Zonneplan, Solease, HalloStroom, Soly en Zelfstroom. Of je dat ook moet willen, is een lastige vraag om 1-2-3 antwoord op te geven. Hoewel er geen grote investering nodig is, zijn er namelijk wel de nodige nadelen. Je zit bijvoorbeeld een lange tijd vast aan een huurcontract. In de meeste gevallen is er sprake van een huurperiode van minstens tien jaar. Daarna kun je de zonnepanelen overnemen. Je betaalt daarvoor een vooraf afgesproken prijs.

©Marina Lohrbach - stock.adobe.com

Verschillen tussen het huren en kopen van zonnepanelen

Als je zonnepanelen huurt, betaal je misschien niet in één keer een grote smak geld, maar je bent over de totale looptijd waarschijnlijk veel meer geld kwijt dan als je de zonnepanelen had gekocht. Het huren van tien zonnepanelen kost je ongeveer 75 euro per maand. In totaal ben je voor over een looptijd van tien jaar rond de 9000 euro kwijt. Volgens Milieu Centraal bedraagt de totaalprijs voor het kopen van tien zonnepanelen gemiddeld 7500 euro. Dat bedrag is inclusief omvormer(s) en installatie. 

☀ Ook aan de zonnepanelen?

Kieskeurig.nl helpt je bij de oriëntatie!

De exacte prijzen voor het huren of kopen van zonnepanelen verschillen uiteraard per aanbieder en zijn afhankelijk van het soort zonnepaneel dat je kiest. Daar vertellen we je meer over in dit artikel.

Het huren van zonnepanelen is wel nog steeds voordelig voor je energierekening. Met tien zonnepanelen met een vermogen van 405 wattpiek per stuk en een energieprijs van 40 cent per kWh bespaar je rond de 1377 euro per jaar. Dat komt neer op ongeveer 115 euro per maand.

De maandelijkse kosten voor het huren van zonnepanelen kunnen door de jaren heen wel veranderen. Er kan namelijk sprake zijn van een jaarlijkse huurverhoging, bijvoorbeeld vanwege de oplopende inflatie. De kosten zijn over het algemeen zelfs hoger dan als je de zonnepanelen financiert door er een lening voor af te sluiten. Dat wil niet zeggen dat een lening de betere keuze is, want ook die kost geld en levert je bovendien een BKR-registratie op.

Heb je geld nodig voor energiebesparende maatregelen? Hier vind je alles over subsidies en leningen.

Ook niet onbelangrijk: als je zonnepanelen koopt, zijn deze vanaf dag één van jou. Dat levert als voordeel op dat je ze in het geval van verhuizing eenvoudig aan de nieuwe bewoners van je huis kunt verkopen. Bij het huren van zonnepanelen is het in veel gevallen wel mogelijk om de zonnepanelen met je mee te laten verhuizen of om het contract op naam van de volgende bewoner te laten zetten. In dat laatste geval moet de nieuwe eigenaar van de woning dat uiteraard wel willen.

Het is daarnaast belangrijk om je te realiseren dat het vaak niet mogelijk is om een huurcontract voor zonnepanelen op te zeggen vóórdat de huurtermijn is afgelopen. Als je toch maandelijks kunt opzeggen, ben je in veel gevallen een soort boete verschuldigd, bestaande uit een vergoeding voor het demonteren van de zonnepanelen en bijkomende administratiekosten.

Aan de andere kant is de verhuurder van de zonnepanelen verantwoordelijk voor de panelen en de omvormer(s). Dat betekent dat de verhuurder bij defecten voor reparatie of vervanging moet zorgen, soms ook in het geval van schade door een storm of blikseminslag. Dat levert voor jou geen extra kosten op, al betaal je hier natuurlijk voor een groot deel voor via de huurprijs.

Conclusie: huren of kopen?

Het huren van zonnepanelen klinkt interessant als je bankrekening niet toereikend is om de panelen te kopen, maar hoewel er bij het huren van zonnepanelen niet in één klap een grote investering gedaan hoeft te worden, ben je uiteindelijk veel meer geld kwijt dan bij het kopen van zonnepanelen. Het is dan nog maar de vraag wat dat betekent voor de terugverdientermijn van de zonnepanelen. 

De terugverdientermijn is afhankelijk van de energieprijzen de komende jaren en het rendement dat de zonnepanelen opleveren. Ook heeft de veranderende salderingsregeling invloed op de terugverdientijd. Momenteel ligt de gemiddelde terugverdientijd op zeven jaar. Naar verwachting zal dat uiteindelijk oplopen tot negen jaar.

Of je zonnepanelen beter kunt huren of kopen, is naast de terugverdientijd ook afhankelijk van je persoonlijke (financiële) situatie en van de huurvoorwaarden. Lees je daarom goed in en vergelijk de kosten en voorwaarden van verschillende aanbieders. 


Vraag een offerte aan voor zonnepanelen:

▼ Volgende artikel
Beeldverversing versus pixels: waarom soepel gamen beter is dan scherp
© Gorodenkoff Productions OU
Huis

Beeldverversing versus pixels: waarom soepel gamen beter is dan scherp

Resolutie is marketing, refreshrate is beleving. Waar 4K zorgt voor een mooi plaatje, zorgt een hoge verversing (Hz) ervoor dat je daadwerkelijk wint. Hieronder lees je waarom snelheid in feite de échte koning is in gaming.

Veel gamers staren zich blind op 4K-resolutie. Ze kopen een duur scherm, zetten de settings op Ultra en vragen zich vervolgens af waarom hun spel stroperig aanvoelt. De misvatting is dat 'mooier' gelijkstaat aan 'beter'. In werkelijkheid is de vloeibaarheid van het beeld – de refreshrate, oftewel verversingssnelheid – veel bepalender voor hoe direct en responsief een game aanvoelt. Aan het eind van dit artikel weet je precies of jij moet kiezen voor pixels of snelheid.

Hoe je ogen bedrogen worden door Hertz

Stel je voor dat je snel met je muis over je bureaublad beweegt. Op een standaard 60Hz-scherm zie je de cursor in schokjes over het beeld springen; je hersenen vullen de gaten in. Op een 144Hz- of 240Hz-gaming-monitor verdwijnen die gaten.

Het technische verschil zit hem in de verversingssnelheid: het aantal keren per seconde dat het beeld wordt vernieuwd. Bij 60 Hz krijg je elke 16,6 milliseconden een nieuw beeld. Bij 144 Hz is dat elke 6,9 milliseconden. Dat klinkt als een klein verschil, maar je voelt het direct. Het gestotter dat je onbewust gewend bent verdwijnt. Bewegingen voelen boterzacht aan, alsof de cursor (of je crosshair) aan je hand vastgeplakt zit in plaats van er achteraan zwemt. Dit effect wordt motion clarity genoemd: objecten blijven scherp, zelfs als ze snel door het beeld bewegen.

©Framestock

De winst in shooters en snelle actie

Wanneer werkt dit in je voordeel? Vooral in competitieve shooters zoals Call of Duty, Counter-Strike of Valorant. In dit soort games telt elke milliseconde. Een hogere refreshrate vermindert de input lag, oftewel de tijd tussen jouw klik en de actie op het scherm.

Stel, je draait je personage snel om. Bij een lage refreshrate wordt de vijand een fractie later getoond en zie je veel bewegingsonscherpte (motion blur). Met een hoge refreshrate zie je de vijand eerder en scherper, waardoor je sneller kunt reageren. Je hebt letterlijk actuelere informatie dan je tegenstander. Om dat te bereiken heb je wel een krachtige videokaart nodig die genoeg beelden per seconde (FPS) kan genereren om je snelle scherm bij te houden.

Wanneer resolutie het toch wint van snelheid

Is snelheid altijd heilig? Nee. Als je vooral tragere, meer verhalende games speelt (zoals Cyberpunk 2077 in de 'sightseeing' modus), Microsoft Flight Simulator of grafische RPG's, dan voegt 240 Hz weinig toe. In deze titels kijk je vaak naar stilstaande of langzaam bewegende omgevingen.

In dat geval wil je juist de texturen van de bomen, de reflecties in het water en de details in gezichten zien. Een 4K-monitor op 60 of 120 Hz is dan een logischer keuze dan een onscherp 1080p-scherm op 360 Hz. De visuele pracht weegt hier zwaarder dan de milliseconden reactietijd. Ook voor console-gamers die op de bank zitten, is een goede televisie met 4K en HDR vaak indrukwekkender dan puur de hoogste framerates.

Situaties waarin een hoge refreshrate zinloos is

Er zijn momenten dat investeren in een snel scherm weggegooid geld is. Dat gebeurt bijvoorbeeld als je hardware de snelheid niet kan leveren; als je videokaart maar 50 frames per seconde kan leveren, heeft een 144Hz-scherm geen nut omdat het scherm wacht op de computer. Daarnaast beperken oude kabels je bandbreedte, waardoor je monitor soms terugvalt naar 60 Hz zonder dat je het doorhebt. Ook op oudere consoles zoals de Nintendo Switch of de standaard PS4 heb je niets aan snelle schermen, omdat deze hardware fysiek gelimiteerd is op 60 Hz of lager.

Bepaal wat jouw setup aankan

Kijk dus kritisch naar je huidige situatie voordat je naar de winkel rent. Heb je een high-end pc die makkelijk 120+ FPS haalt in jouw favoriete games? Dan is een upgrade naar een 144- of 165Hz-monitor de grootste sprong in spelplezier die je kunt maken. Speel je op een PlayStation 5 of Xbox Series X? Zoek dan specifiek naar een scherm met HDMI 2.1-ondersteuning om 120 Hz op 4K mogelijk te maken. Zit je ver van je scherm af en speel je relaxed? Investeer dan liever in resolutie en kleurdiepte.

©Proxima Studio

Kortom: snelheid is de sleutel tot succes!

Verversingssnelheid is belangrijker dan resolutie voor iedereen die actie- of competitieve games speelt. Het zorgt voor een vloeiender beeld, minder input lag en betere motion clarity, wat je direct een voordeel geeft in het spel. Resolutie is vooral luxe voor het oog, maar refreshrate is pure prestatie voor de speler.

▼ Volgende artikel
Column: A Knight of Seven Kingdoms is wat Game Of Thrones nooit durfde te zijn
© HBO Max
Huis

Column: A Knight of Seven Kingdoms is wat Game Of Thrones nooit durfde te zijn

Game of Thrones kennen we als een reeks brute, grootschalige verhalen, maar A Knight of Seven Kingdoms is het tegenovergestelde. Wat blijkt? Met een schattig, kleinschalig verhaal voelt Westeros alleen maar groter.

Het regent. Op een heuvel, onder een boom, zien we een kast van een vent in de weer met een schop. Een ridder, lijkt het. Hij graaft een graf. Tegelijkertijd praat de ridder in zichzelf: er is in de buurt een toernooi, en we kijken waarschijnlijk naar de winnaar. De muziek zwelt op, terwijl onze held vastberaden in de verte staart. De iconische Game of Thrones-muziek lijkt ons te gaan overspoelen, klaar om naar een prachtig geanimeerde intro te gaan. In plaats daarvan, knippen we naar een shot waarin onze held achter een boom staat te poepen.

Watch on YouTube

De boodschap is duidelijk: de serie heeft schijt aan de verwachtingen die je van Game of Thrones hebt. De serie stond er ooit immers om bekend dat het brak met de conventies van mainstream fantasy. Nu de reeks daar inmiddels zelf toe behoort, is het aan A Knight on Seven Kingdoms om er weer een flinke draai aan te geven.

Een ridder van de heg

Nog een spin-off? George R. R. Martin is toch die schrijver die nooit schrijft? Tja, dat valt wel mee. Hoewel de beste man zich al tien jaar uit een hoekje probeert te schrijven met het langverwachte Winds of Winter, heeft hij een hoop andere verhalen in Westeros verteld.

Zo komen de verhalen van House of the Dragon uit het boek Fire and Blood, waarin we volgen hoe de Targaryen-familie zichzelf met generaties aan ruzies ten val brengt. Maar George R. R. Martin heeft de schaal ook wel eens flink verkleind: in het korte boek The Hedge Knight, dat nog stamt uit de vorige eeuw, volgen we een ridder en zijn schildknaap.

©HBO Max

Daarin volgen we de ridder Dunk - niet onze eigen Dunke, maar Ser Duncan The Tall. Hij is een ‘hagenridder’: een ridder zonder verwantschap aan een heer. Of, in andere woorden: een freelancer die, als hij niet werkt, in de heg mag slapen. Dunk blijft niet lang een zzp’er: hij ontmoet de kale stadsjongen Egg, die dolgraag zijn schildknaap wil zijn.

Vrede!?

De verhalen van dit geliefde tweetal bieden de basis van A Knight of the Seven Kingdoms. De twist? Er is vrede in Westeros - ja, het kan echt - en we volgen een nobody, dus er is ineens ruimte voor een gezellig, klein verhaal. Dat wordt gereflecteerd in de afleveringen: geen dik uur, maar een comfortabel halfuurtje.

©HBO Max

De ridder Dunk wil dolgraag bewijzen dat hij een eervolle ridder is, maar dat is in het brute Westeros best een uitdaging. Al helemaal als je een lompe lieverd als Dunk bent. Dan komt zo’n slimme, wereldwijze schildknaap als Egg ineens goed van pas.

Het wordt al helemaal lastig als je niet eens kan bewijzen dat je een ridder bent. Dan mag je namelijk niet eens meedoen aan een toernooi - eentje waarbij Dunk overigens zijn paard en zijn spullen kwijtraakt, mocht hij verliezen.

Meneer, mag ik meedoen?

Met dat toernooi wordt een van de Game of Thrones-clichés lekker op zijn kop gezet. In de oorspronkelijke serie zagen we in aflevering vier een heftig toernooi en House of the Dragon opende er zelfs mee: het is vaak een goede manier om zonder grote verhaalconsequenties te laten zien hoe gewelddadig Westeros is.

©HBO Max

In A Knight of the Seven Kingdoms komen we dat toernooi niet eens bínnen. Eerst moet Dunk maar eens bewijzen dat hij een ridder is, uitzoeken hoe zo’n toernooi werkt en een heer overtuigen hem te helpen - maar ook dansen, touwtje trekken en een poppenspel aanschouwen. Het is een fantastische stap terug van al die grootschalige oorlogen.

Doordat het verhaal zo’n piepkleine focus heeft, begin je om iedereen te geven: iemand die z’n paard verkoopt in A Knight of Seven Kingdoms is vele malen pijnlijker dan een draak die wordt doodgeschoten in Game of Thrones. We bevinden ons nog steeds in de brute wereld, maar het komt allemaal wat harder aan omdat we ook zien hoe grappig en gezellig het kan zijn.

©HBO Max

Een fossiele brandstof

Toch loopt ook A Knight of Seven Kingdoms een zeker risico. De kwaliteit van Game of Thrones kelderde toen de makers het bronmateriaal inhaalden. Ook die van House of the Dragon nam wat af, toen showrunner Ryan Condal besloot George R.R. Martin niet langer te raadplegen en de grote climax werd doorgeschoven naar het volgende seizoen.

Er zijn momenteel drie korte boeken rondom Dunk en Egg, waarvan dit eerste seizoen het eerste boek beslaat. George R.R. Martin zegt nog twaalf verhalen in zijn hoofd te hebben, maar volgens HBO-baas Casey Bloys moeten de seizoenen van A Knight of Seven Kingdoms jaarlijks verschijnen: dat klinkt goed, maar dan mag Martin wel even doorschrijven. Zijn verhalen voelen nu als een fossiele brandstof: het is een enorm waardevolle bron, maar die wordt niet echt meer aangevuld.

©HBO Max

Gelukkig lijken showrunner Ira Parker en George R.R. Martin goed bevriend. De schrijver heeft Parker een outline gegeven van de twaalf verhalen, dus in theorie kan de serie daarmee verder - maar laten we niet vergeten dat dit bij de laatste seizoenen van Game of Thrones óók het geval was.

Bombastisch gefluit

Toch verdient Ira Parker ons optimisme, want A Knight of Seven Kingdoms is een fenomenale toevoeging aan de wereld van A Song of Ice and Fire. Verhalen hebben contrast nodig: door het klein te houden, voelt de wereld groot. Door het lief te houden, komen de gemene momenten keihard aan.

©HBO Max

De muziek is hier een spectaculair voorbeeld van. De bombastische muziek wordt ons aan het begin als wortel voorgehouden, maar dat is het ook wel - in plaats daarvan moeten we het doen met een gezellig gitaartje, iemand die fluit en het gezang van de vogeltjes.

Als het balletje dan eenmaal gaat rollen, neemt de muziek toch een bombastischer formaat aan - maar op dat moment voelt het verdiend. En, het allerbelangrijkste: in die epische muziek zit óók gewoon nog dat schattige gefluit.

Afleveringen van A Knight of Seven Kingdoms verschijnen wekelijks op HBO Max.