ID.nl logo
Zo lees je je (slimme) energiemeter uit
© Proxima Studio - stock.adobe.com
Energie

Zo lees je je (slimme) energiemeter uit

Vanaf 2014 zijn netbeheerders gratis slimme meters gaan uitdelen om de domme meters in het huishouden te vervangen. Daardoor hoef je geen meterstanden meer door te geven, want dat doet dat slimme apparaatje voor je. Niettemin is het aan te raden om met regelmaat een fotootje van de meterstanden te maken. Zo kun je makkelijk(er) fouten opsporen wanneer de slimme meter toch niet zo slim blijkt te zijn. Dat is overigens ook raadzaam wanneer je nog een analoge of digitale meter hebt.

Het bijhouden van de meterstanden heeft verschillende voordelen. In dit artikel lees je niet alleen over die voordelen, maar ook:

  • Wanneer je de meter moet uitlezen

  • Wie, wat, waar ben je slimme meter?

  • Hoe je dat doet bij een analoge of digitale meter 

  • Wat je kunt doen zodra je merkt dat de standen niet kloppen

  • Ook interessant: HomeWizard P1 Meter: meet zelf je verbruik.

Analoge, digitale en slimme meters in een notendop 

Hoewel netbeheerders de slimme meter in de afgelopen jaren stevig hebben geplugd, hebben sommige huishoudens nog een analoge of digitale meter in de meterkast hangen. Bij dat soort meters moet je sowieso zelf je energieverbruik bijhouden en doorgeven. Analoge meters werken als een klok. Zodra er energie wordt verbruikt, draait de teller om naar een volgend nummer.

Digitale meters hebben een display met digitale cijfers. Het display van een digitale meter is vergelijkbaar met dat van een slimme meter. Het verschil tussen de twee herken je doordat een slimme meter een poort heeft waarop je een energiemanager kunt aansluiten.

TIP! Heb je nog geen slimme meter, maar wil je er wel graag één? Een slimme meter houdt jouw verbruik tot in de puntjes bij, of het nu dag of nacht is. Met het apparaatje zelf bespaar je niks, maar doordat het je inzicht geeft in je verbruik, zie je makkelijker waar je eventueel kunt besparen.

Een logboek bijhouden, waarom zou ik? 

Een slimme meter heeft een geheugen en kan de standen opslaan. Vervolgens stuurt de meter de gegevens door via het telefoonsignaal; er is dus geen internetverbinding voor nodig. Je geeft deze data automatisch door aan het bedrijf dat de meter op afstand voor je uitleest. Het zou dus wel zo prettig zijn als je dat proces volledig kunt vertrouwen. 

Ook lezen: Domme slimme meter: zo check je je werkelijke verbruik (en voorkom je dat je te veel betaalt!)

Door zelf maandelijks de meter uit te lezen en de standen te fotograferen (met datum), geef je jezelf net wat meer zekerheid. Als er dan een fout optreedt, heb jij altijd het logboek met foto’s achter de hand.

Bovendien geeft het je extra inzicht in je verbruik. Zo weet je precies hoeveel stroom je die maand hebt verbruikt, kun je de kosten ervan inschatten en kun je nagaan of je op elektriciteit kunt bezuinigen. 

Om er zeker van te zijn dat alles in de administratie klopt, is het dus handig om óók zelf de standen bij te houden. Dat geldt uiteraard ook voor de analoge en digitale meter:

  • Zo heb je inzicht in je energieverbruik en kun je nagaan waar je kunt besparen (of niet);

  • Dan kun je bij fouten op zoek naar de oorzaak, bijvoorbeeld bij de jaarafrekening of bij buitengewoon veel energieverbruik;

  • Dan heb je bewijsstukken waarmee je kunt aantonen wat jouw werkelijke verbruik was. 

©martin bergsma / dutchscenery / mediagram

Wanneer moet ik mijn (slimme) energiemeter uitlezen? 

Doorgaans hoor je de meterstanden op te nemen en door te geven bij een verhuizing, de opmaak van de jaarrekening, bij het overstappen naar een nieuwe leverancier en wanneer de netbeheerder aan het onderhoud van het net werkt. Maar dus ook wanneer je maandelijks zelf inzicht wilt hebben, of simpelweg een logboek wilt bijhouden zodat je goed voorbereid bent op de jaarrekening. 

Slimme meters kunnen overigens ook uitstaan. Als huishouden kun je zelf kiezen of de slimme meter administratief uit- of aanstaat. Als de meter administratief uitstaat, dan leest de leverancier geen standen af, maar kunnen ze wel contact maken met de meter voor onderhoud en beheer. De meter staat dus niet helemáál uit. Op het display van de slimme meter zie je wanneer en waarom er onderhoud is gepleegd. In dit geval moet je zelf de meterstanden doorgeven en krijg je geen maandelijks kosten- en verbruiksoverzicht van de leverancier. 

TIP! Je kunt de meter altijd op afstand weer aanzetten en blijven gebruiken om er een energieverbruiksmanager aan te koppelen.

Wat brengt het uitlezen van de (slimme) energiemeter mij nog meer?

  • Zekerheid en bescherming.De energieprijzen veranderen nog weleens, afhankelijk of je een vast of variabel contract hebt afgesloten. Valt de jaarrekening op de mat, en blijkt dat je ineens moet bijbetalen terwijl je juist goed op je verbruik hebt gelet? Dat is geen leuke verrassing. Met het tracken van je energieverbruik kun je nagaan of de rekening we echt klopt.

  • Het kan namelijk zijn dat de energiemeter kapot is. Het komt weleens voor dat de draaischijfmeter aan vervanging toe is. Op zo’n moment kan de schijf langzamer gaan draaien. Dat betekent dat het verbruik wel gemeten is, maar dat de schijf langzamer draaide dan eigenlijk nodig was. Hierdoor kan het daadwerkelijke verbruik dus hoger uitvallen. 

  • Fouten in de jaarafrekening kun je checken met de standen van de foto’s. 

  • Het maandelijkse voorschotbedrag is veel hoger dan wat je eigenlijk verbruikt. Door het échte verbruik aan te tonen, kun je de leverancier vragen om het volgende kalenderjaar een lager voorschotbedrag te betalen. 

  • Op 1 januari 2023 is het prijsplafond ingegaan, dat alleen geldt als je onder 1200 m³ gas en 2900 kWh stroom blijft in je verbruik. Door goed op je energierekening te letten, kun je dus checken of je daar ook voor in aanmerking komt. 

©PXimport

Waar vind ik de (slimme) energiemeter?

De elektriciteitsmeter vind je meestal in de meterkast, gang of hal. Vooral bij oudere gebouwen kan het nog weleens een zoektocht zijn. Daar zit de meter soms verstopt in een kastje ergens op de gang. De energiemeter staat meestal op ooghoogte en herken je aan de eenheid kWh. Zo is de meter makkelijk van andere meters (zoals gas- en watermeter) te onderscheiden. Die twee worden aangeduid met de eenheid kubieke meter, oftewel m³. 

Hoe lees ik de standen van de (slimme) energiemeter?

Stroom, energie of elektriciteit wordt dus weergegeven met kWh. Een slimme meter heeft vier draaischijven, oftewel vier telwerken die worden aangeduid met T1, T2, T3 en T4. Elk nummer dat erachter staat, heeft een andere functie.

  • T1 en T2 laten zien wat je verbruikt, waarbij T1 doorgaans het dagtarief en T2 het nachttarief is. 

  • T3 en T4 geven de energie aan die je zelf teruglevert door opwekking, bijvoorbeeld door zonnepanelen.

Standaard lopen de telwerken T1 en T2. Dat houdt in dat je energie krijgt aan de hand van een dubbel tarief: het dag- en nachttarief. Dat is anders als je een enkel tarief hebt afgesproken met je leverancier. Dan loopt maar één telwerk. 

Wek je zelf stroom op met behulp van zonnepanelen? Dan lopen T3 en T4 ook mee, waarbij T3 staat voor de energie die je overdag opwekt en T4 voor de energie die je gedurende de nacht opwekt. Wek je zelf geen stroom op? Dan lopen T3 en T4 uiteraard niet. 

Het verschil tussen enkeltarief en dubbeltarief Enkeltarief betekent dat de kosten voor de geleverde energie gelijk worden gesteld, ook al is het dag of nacht. Bij het dag- en nachttarief gelden er verschillende tarieven voor de dag en nacht (en vaak weekenden en feestdagen). Het dag- en nachttarief werd geïntroduceerd omdat grote elektriciteitsverbruikers (zoals bedrijven en fabrieken) 's nachts minder verbruiken. De bedoeling hiervan was dat mensen meer gespreid energie gingen gebruiken.

Digitale meters hebben meestal twee telwerken en soms vier. De telwerken tonen doorgaans dezelfde informatie als bij een slimme meter. Bij de installatie kun je vaak kiezen tussen enkeltarief of dag- en nachttarief. 

Een analoge meter kan één of twee telwerken hebben. Met één telwerk krijg je elektriciteit geleverd voor enkeltarief. Dat is het makkelijkst af te lezen. Met het tweede telwerk op de analoge meter wordt onderscheid gemaakt tussen dag- en nachttarief. Heb je een analoge of digitale meter en wek je zelf stroom op? Dan loopt de draaischijf vaak vanzelf terug en wordt het niet met een andere teller aangegeven. 

©PXimport

Sinds dit jaar (2023) is een slimme meter verplicht in combinatie met zonnepanelen. Zo staat dat in het klimaatakkoord. Met de slimme meter heb je te maken met de salderingsregeling. Aan het eind van het jaar wordt de door jou teruggeleverde stroom verrekend met de stroom die je dat jaar hebt verbruikt. Door je panelen te monitoren, heb je altijd direct inzicht in de oplevering.

Welke cijfers moet ik uiteindelijk invullen? 

Tegenwoordig kun je je verbruik via de website doorgeven door in te loggen bij je energieleverancier. Krijg je een brief op de deurmat voor het doorgeven? Check voordat je de meterstanden doorgeeft in elk geval altijd of het meternummer overeenkomt met het nummer dat op de brief of op de website staat vermeld. Het meternummer is een uniek nummer, waardoor je zeker weet dat het over jouw (slimme) meter gaat. 

Bij een slimme of digitale meter moet je meestal eerst op het knopje drukken om het display wakker te maken. Het scherm gaat namelijk in de slaapstand om de batterij te besparen. Vervolgens zie je de verschillende telwerken staan, die elk zeven cijfers vóór de komma en één na de komma hebben. Bij het doorgeven van je standen noteer je alleen de cijfers vóór de komma. Dat geldt overigens ook voor de water- en gasmeter. 

Wat kan ik doen als de standen niet kloppen? 

Blijken je meterstanden niet te kloppen met de standen en tarieven op de jaarnota? Dat is vervelend. Door de volgende stappen te nemen, kun je nagaan waar het energieverbruik en de kosten vandaan komen:

  • Via het Nibud kun je je eigen verbruik vergelijken met dat van andere huishoudens. Is het buitengewoon veel of valt het eigenlijk toch wel mee? 

  • Check bij jezelf of je meer stroom hebt verbruikt tijdens de koude wintermaanden of warme zomerdagen. Kan het kloppen dat je meer hebt verbruikt? 

  • Controleer je huishoudelijke apparaten op sluipverbruik

Klopt het niet met je verbruik? Dan kun je het volgende doen: 

  • Bij je netbeheerder kun je een speciale doormeting aanvragen. Soms komen daardoor technische fouten van de meter aan het licht. De kosten van een doormeting kunnen erg verschillen, maar let op: blijkt de fout toch bij jou te liggen, dan moet je zelf de kosten betalen en krijg je dus niets terug. 

  • Blijkt de fout bij de leverancier te liggen, dan kun je bezwaar maken. Doordat je zelf maandelijks de standen hebt bijgehouden, kun je de foto’s met datum als bewijsstukken opsturen.  

  • Kom je er niet uit met je leverancier? Bij hoge nood kun je naar de geschillen commissie over energie stappen die je verder helpen.  

Of je nu een analoge, digitale of slimme meter hebt, het is altijd handig om met regelmaat de meterstanden bij te houden. Door zelf het heft in handen te nemen, kun je makkelijker fouten opsporen én energie besparen. 

Vraag een offerte aan voor energielabels:

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.