ID.nl logo
Zo lees je je (slimme) energiemeter uit
© Proxima Studio - stock.adobe.com
Energie

Zo lees je je (slimme) energiemeter uit

Vanaf 2014 zijn netbeheerders gratis slimme meters gaan uitdelen om de domme meters in het huishouden te vervangen. Daardoor hoef je geen meterstanden meer door te geven, want dat doet dat slimme apparaatje voor je. Niettemin is het aan te raden om met regelmaat een fotootje van de meterstanden te maken. Zo kun je makkelijk(er) fouten opsporen wanneer de slimme meter toch niet zo slim blijkt te zijn. Dat is overigens ook raadzaam wanneer je nog een analoge of digitale meter hebt.

Het bijhouden van de meterstanden heeft verschillende voordelen. In dit artikel lees je niet alleen over die voordelen, maar ook:

  • Wanneer je de meter moet uitlezen

  • Wie, wat, waar ben je slimme meter?

  • Hoe je dat doet bij een analoge of digitale meter 

  • Wat je kunt doen zodra je merkt dat de standen niet kloppen

  • Ook interessant: HomeWizard P1 Meter: meet zelf je verbruik.

Analoge, digitale en slimme meters in een notendop 

Hoewel netbeheerders de slimme meter in de afgelopen jaren stevig hebben geplugd, hebben sommige huishoudens nog een analoge of digitale meter in de meterkast hangen. Bij dat soort meters moet je sowieso zelf je energieverbruik bijhouden en doorgeven. Analoge meters werken als een klok. Zodra er energie wordt verbruikt, draait de teller om naar een volgend nummer.

Digitale meters hebben een display met digitale cijfers. Het display van een digitale meter is vergelijkbaar met dat van een slimme meter. Het verschil tussen de twee herken je doordat een slimme meter een poort heeft waarop je een energiemanager kunt aansluiten.

TIP! Heb je nog geen slimme meter, maar wil je er wel graag één? Een slimme meter houdt jouw verbruik tot in de puntjes bij, of het nu dag of nacht is. Met het apparaatje zelf bespaar je niks, maar doordat het je inzicht geeft in je verbruik, zie je makkelijker waar je eventueel kunt besparen.

Een logboek bijhouden, waarom zou ik? 

Een slimme meter heeft een geheugen en kan de standen opslaan. Vervolgens stuurt de meter de gegevens door via het telefoonsignaal; er is dus geen internetverbinding voor nodig. Je geeft deze data automatisch door aan het bedrijf dat de meter op afstand voor je uitleest. Het zou dus wel zo prettig zijn als je dat proces volledig kunt vertrouwen. 

Ook lezen: Domme slimme meter: zo check je je werkelijke verbruik (en voorkom je dat je te veel betaalt!)

Door zelf maandelijks de meter uit te lezen en de standen te fotograferen (met datum), geef je jezelf net wat meer zekerheid. Als er dan een fout optreedt, heb jij altijd het logboek met foto’s achter de hand.

Bovendien geeft het je extra inzicht in je verbruik. Zo weet je precies hoeveel stroom je die maand hebt verbruikt, kun je de kosten ervan inschatten en kun je nagaan of je op elektriciteit kunt bezuinigen. 

Om er zeker van te zijn dat alles in de administratie klopt, is het dus handig om óók zelf de standen bij te houden. Dat geldt uiteraard ook voor de analoge en digitale meter:

  • Zo heb je inzicht in je energieverbruik en kun je nagaan waar je kunt besparen (of niet);

  • Dan kun je bij fouten op zoek naar de oorzaak, bijvoorbeeld bij de jaarafrekening of bij buitengewoon veel energieverbruik;

  • Dan heb je bewijsstukken waarmee je kunt aantonen wat jouw werkelijke verbruik was. 

©martin bergsma / dutchscenery / mediagram

Wanneer moet ik mijn (slimme) energiemeter uitlezen? 

Doorgaans hoor je de meterstanden op te nemen en door te geven bij een verhuizing, de opmaak van de jaarrekening, bij het overstappen naar een nieuwe leverancier en wanneer de netbeheerder aan het onderhoud van het net werkt. Maar dus ook wanneer je maandelijks zelf inzicht wilt hebben, of simpelweg een logboek wilt bijhouden zodat je goed voorbereid bent op de jaarrekening. 

Slimme meters kunnen overigens ook uitstaan. Als huishouden kun je zelf kiezen of de slimme meter administratief uit- of aanstaat. Als de meter administratief uitstaat, dan leest de leverancier geen standen af, maar kunnen ze wel contact maken met de meter voor onderhoud en beheer. De meter staat dus niet helemáál uit. Op het display van de slimme meter zie je wanneer en waarom er onderhoud is gepleegd. In dit geval moet je zelf de meterstanden doorgeven en krijg je geen maandelijks kosten- en verbruiksoverzicht van de leverancier. 

TIP! Je kunt de meter altijd op afstand weer aanzetten en blijven gebruiken om er een energieverbruiksmanager aan te koppelen.

Wat brengt het uitlezen van de (slimme) energiemeter mij nog meer?

  • Zekerheid en bescherming.De energieprijzen veranderen nog weleens, afhankelijk of je een vast of variabel contract hebt afgesloten. Valt de jaarrekening op de mat, en blijkt dat je ineens moet bijbetalen terwijl je juist goed op je verbruik hebt gelet? Dat is geen leuke verrassing. Met het tracken van je energieverbruik kun je nagaan of de rekening we echt klopt.

  • Het kan namelijk zijn dat de energiemeter kapot is. Het komt weleens voor dat de draaischijfmeter aan vervanging toe is. Op zo’n moment kan de schijf langzamer gaan draaien. Dat betekent dat het verbruik wel gemeten is, maar dat de schijf langzamer draaide dan eigenlijk nodig was. Hierdoor kan het daadwerkelijke verbruik dus hoger uitvallen. 

  • Fouten in de jaarafrekening kun je checken met de standen van de foto’s. 

  • Het maandelijkse voorschotbedrag is veel hoger dan wat je eigenlijk verbruikt. Door het échte verbruik aan te tonen, kun je de leverancier vragen om het volgende kalenderjaar een lager voorschotbedrag te betalen. 

  • Op 1 januari 2023 is het prijsplafond ingegaan, dat alleen geldt als je onder 1200 m³ gas en 2900 kWh stroom blijft in je verbruik. Door goed op je energierekening te letten, kun je dus checken of je daar ook voor in aanmerking komt. 

©PXimport

Waar vind ik de (slimme) energiemeter?

De elektriciteitsmeter vind je meestal in de meterkast, gang of hal. Vooral bij oudere gebouwen kan het nog weleens een zoektocht zijn. Daar zit de meter soms verstopt in een kastje ergens op de gang. De energiemeter staat meestal op ooghoogte en herken je aan de eenheid kWh. Zo is de meter makkelijk van andere meters (zoals gas- en watermeter) te onderscheiden. Die twee worden aangeduid met de eenheid kubieke meter, oftewel m³. 

Hoe lees ik de standen van de (slimme) energiemeter?

Stroom, energie of elektriciteit wordt dus weergegeven met kWh. Een slimme meter heeft vier draaischijven, oftewel vier telwerken die worden aangeduid met T1, T2, T3 en T4. Elk nummer dat erachter staat, heeft een andere functie.

  • T1 en T2 laten zien wat je verbruikt, waarbij T1 doorgaans het dagtarief en T2 het nachttarief is. 

  • T3 en T4 geven de energie aan die je zelf teruglevert door opwekking, bijvoorbeeld door zonnepanelen.

Standaard lopen de telwerken T1 en T2. Dat houdt in dat je energie krijgt aan de hand van een dubbel tarief: het dag- en nachttarief. Dat is anders als je een enkel tarief hebt afgesproken met je leverancier. Dan loopt maar één telwerk. 

Wek je zelf stroom op met behulp van zonnepanelen? Dan lopen T3 en T4 ook mee, waarbij T3 staat voor de energie die je overdag opwekt en T4 voor de energie die je gedurende de nacht opwekt. Wek je zelf geen stroom op? Dan lopen T3 en T4 uiteraard niet. 

Het verschil tussen enkeltarief en dubbeltarief Enkeltarief betekent dat de kosten voor de geleverde energie gelijk worden gesteld, ook al is het dag of nacht. Bij het dag- en nachttarief gelden er verschillende tarieven voor de dag en nacht (en vaak weekenden en feestdagen). Het dag- en nachttarief werd geïntroduceerd omdat grote elektriciteitsverbruikers (zoals bedrijven en fabrieken) 's nachts minder verbruiken. De bedoeling hiervan was dat mensen meer gespreid energie gingen gebruiken.

Digitale meters hebben meestal twee telwerken en soms vier. De telwerken tonen doorgaans dezelfde informatie als bij een slimme meter. Bij de installatie kun je vaak kiezen tussen enkeltarief of dag- en nachttarief. 

Een analoge meter kan één of twee telwerken hebben. Met één telwerk krijg je elektriciteit geleverd voor enkeltarief. Dat is het makkelijkst af te lezen. Met het tweede telwerk op de analoge meter wordt onderscheid gemaakt tussen dag- en nachttarief. Heb je een analoge of digitale meter en wek je zelf stroom op? Dan loopt de draaischijf vaak vanzelf terug en wordt het niet met een andere teller aangegeven. 

©PXimport

Sinds dit jaar (2023) is een slimme meter verplicht in combinatie met zonnepanelen. Zo staat dat in het klimaatakkoord. Met de slimme meter heb je te maken met de salderingsregeling. Aan het eind van het jaar wordt de door jou teruggeleverde stroom verrekend met de stroom die je dat jaar hebt verbruikt. Door je panelen te monitoren, heb je altijd direct inzicht in de oplevering.

Welke cijfers moet ik uiteindelijk invullen? 

Tegenwoordig kun je je verbruik via de website doorgeven door in te loggen bij je energieleverancier. Krijg je een brief op de deurmat voor het doorgeven? Check voordat je de meterstanden doorgeeft in elk geval altijd of het meternummer overeenkomt met het nummer dat op de brief of op de website staat vermeld. Het meternummer is een uniek nummer, waardoor je zeker weet dat het over jouw (slimme) meter gaat. 

Bij een slimme of digitale meter moet je meestal eerst op het knopje drukken om het display wakker te maken. Het scherm gaat namelijk in de slaapstand om de batterij te besparen. Vervolgens zie je de verschillende telwerken staan, die elk zeven cijfers vóór de komma en één na de komma hebben. Bij het doorgeven van je standen noteer je alleen de cijfers vóór de komma. Dat geldt overigens ook voor de water- en gasmeter. 

Wat kan ik doen als de standen niet kloppen? 

Blijken je meterstanden niet te kloppen met de standen en tarieven op de jaarnota? Dat is vervelend. Door de volgende stappen te nemen, kun je nagaan waar het energieverbruik en de kosten vandaan komen:

  • Via het Nibud kun je je eigen verbruik vergelijken met dat van andere huishoudens. Is het buitengewoon veel of valt het eigenlijk toch wel mee? 

  • Check bij jezelf of je meer stroom hebt verbruikt tijdens de koude wintermaanden of warme zomerdagen. Kan het kloppen dat je meer hebt verbruikt? 

  • Controleer je huishoudelijke apparaten op sluipverbruik

Klopt het niet met je verbruik? Dan kun je het volgende doen: 

  • Bij je netbeheerder kun je een speciale doormeting aanvragen. Soms komen daardoor technische fouten van de meter aan het licht. De kosten van een doormeting kunnen erg verschillen, maar let op: blijkt de fout toch bij jou te liggen, dan moet je zelf de kosten betalen en krijg je dus niets terug. 

  • Blijkt de fout bij de leverancier te liggen, dan kun je bezwaar maken. Doordat je zelf maandelijks de standen hebt bijgehouden, kun je de foto’s met datum als bewijsstukken opsturen.  

  • Kom je er niet uit met je leverancier? Bij hoge nood kun je naar de geschillen commissie over energie stappen die je verder helpen.  

Of je nu een analoge, digitale of slimme meter hebt, het is altijd handig om met regelmaat de meterstanden bij te houden. Door zelf het heft in handen te nemen, kun je makkelijker fouten opsporen én energie besparen. 

Vraag een offerte aan voor energielabels:

▼ Volgende artikel
Router of powerline-adapter: wat is de beste keuze voor betere wifi?
© ER | ID.nl
Huis

Router of powerline-adapter: wat is de beste keuze voor betere wifi?

Haperende streams en trage downloads op zolder zijn grote ergernissen in veel huishoudens. Om dat op te lossen twijfelen veel mensen tussen een krachtiger router of een set powerline-adapters. In dit artikel leggen we precies uit wanneer je voor welke oplossing moet kiezen, zodat je geen geld verspilt aan de verkeerde apparatuur.

Voordat je naar de winkel rent: je moet eerst begrijpen wat er precies misgaat met je verbinding. Wifi-problemen kun je doorgaans opdelen in twee categorieën: een gebrek aan bereik of een gebrek aan capaciteit. Bij een gebrek aan bereik komt het signaal simpelweg niet ver genoeg, bijvoorbeeld omdat dikke betonnen muren of plafonds het signaal blokkeren. Je hebt dan op zolder één streepje bereik of zelfs helemaal geen verbinding. Bij een gebrek aan capaciteit is het signaal wel sterk, maar is de router niet krachtig genoeg om alle data te verwerken. Dat merk je als het internet traag wordt zodra iedereen thuis tegelijk online is. Het onderscheid tussen deze twee oorzaken bepaalt of je een router of een powerline-adapter nodig hebt.

Wanneer is een nieuwe router de oplossing?

De router is het hart van je thuisnetwerk en regelt al het verkeer. Vaak gebruiken mensen het standaardmodem dat ze van hun internetprovider hebben gekregen, maar deze apparaten blinken zelden uit in prestaties. Een losse, hoogwaardige router kopen is de beste keuze wanneer je merkt dat de verbinding in de buurt van het modem al niet optimaal is of wanneer je regelmatig met veel apparaten tegelijk online bent.

Als je in de woonkamer zit en de verbinding hapert zodra de kids op hun tablets zitten, is je huidige router waarschijnlijk niet krachtig genoeg om al die gelijktijdige datastromen te verwerken. Een moderne router met ondersteuning voor wifi 6 kan veel meer apparaten tegelijk bedienen en zorgt voor een hogere, stabielere snelheid op de verdieping waar hij staat.

©Andrii

Internet via het stopcontact met powerline

Een powerline-adapter, ook wel homeplug genoemd, werkt volgens een totaal ander principe. Dit systeem maakt gebruik van het bestaande stroomnet in huis om het internetsignaal te verplaatsen. Je stopt één adapter in het stopcontact bij je router en de tweede adapter in een stopcontact op de plek waar je internet nodig hebt, bijvoorbeeld op zolder of in het tuinhuis.

Dit is de ideale oplossing wanneer het wifi-signaal door dikke betonnen muren of plafonds moet dringen. Waar wifi-golven afketsen op gewapend beton, stuurt de powerline het signaal simpelweg via de koperdraden in de muur naar boven. Dat maakt powerline-adapters uitermate geschikt voor specifieke 'dode zones' die te ver weg liggen voor het bereik van een gewone router.

Populaire merken voor netwerkoplossingen

Als je op zoek gaat naar powerline-adapters, kom je al snel uit bij Devolo. Dit Duitse merk is de onbetwiste marktleider op het gebied van homeplugs en staat bekend om de Magic-serie die zeer stabiele verbindingen via het stroomnet garandeert.

Voor routers en mesh-systemen is TP-Link een zeer populaire keuze vanwege de goede balans tussen prijs en prestaties, met modellen voor elk budget. Netgear richt zich met de Nighthawk-serie vaak op de veeleisende gebruiker en gamers die maximale snelheid wensen. Tot slot is AVM, bekend van de FRITZ!Box, een merk dat zowel uitstekende routers als powerline-oplossingen biedt die naadloos met elkaar samenwerken in één netwerk.

Stabiliteit versus snelheid

Bij de keuze tussen deze twee speelt ook het gebruiksdoel een rol. Powerline-adapters zijn vaak de favoriete keuze voor gamers of mensen die thuiswerken op een vaste pc. De reden hiervoor is dat de tweede adapter vaak beschikt over een netwerkafsluiting, waardoor je je computer met een kabel kunt aansluiten. Een bekabelde verbinding via powerline is doorgaans stabieler en heeft een lagere vertraging (ping) dan wifi, wat cruciaal is bij online gamen. Een nadeel is wel dat de snelheid van powerline afhankelijk is van de kwaliteit van je stroomnet. Oude bedrading of zware apparaten zoals een wasmachine kunnen storing veroorzaken, waardoor de snelheid soms fluctueert. Een high-end router biedt daarentegen vaak een hogere topsnelheid, maar is dus gevoeliger voor afstand en obstakels.

De opkomst van mesh-systemen

Tegenwoordig is er een hybride oplossing die de traditionele router steeds vaker vervangt: Multiroom Wifi of Mesh. Dit zijn feitelijk meerdere routers die met elkaar communiceren. Als je een groot huis hebt en overal perfecte wifi wilt zonder kabels te trekken, is dit vaak een betere, maar ook duurdere oplossing dan een simpele powerline-set. Kies je echter voor een budgetvriendelijke oplossing om snel internet op één specifieke, lastig bereikbare kamer te krijgen, dan wint de powerline-adapter het vaak op prijs-kwaliteitverhouding. Is je doel echter om de algehele snelheid en capaciteit in de woonkamer en keuken te verbeteren, investeer dan in een goede router.

▼ Volgende artikel
Professioneel en gratis video's bewerken? Aan de slag met VSDC Free Video Editor
Huis

Professioneel en gratis video's bewerken? Aan de slag met VSDC Free Video Editor

Maak jij tijdens een welverdiende vakantie talloze video’s? Met VSDC Free Video Editor giet je de leukste fragmenten in een gelikte film. Dankzij het gebruik van mooie overgangen en fraaie effecten oogt het resultaat zeer professioneel. Het kost je bovendien geen cent, want je installeert deze zeer uitgebreide videobewerker gratis op een Windows-computer.

Tegenwoordig liggen er best wat goede gratis videobewerkers voor het oprapen. Zeker wanneer je geen torenhoge eisen aan de videomontage stelt, heb je niet per se een betaald programma als Adobe Premiere Elements of Magix Video Deluxe nodig. Zo krijg je met het gebruiksvriendelijke VSDC Free Video Editor al een heleboel voor elkaar. In tegenstelling tot diverse gratis alternatieven voegt dit programma geen lelijk watermerk toe aan jouw film. Deze freeware heeft daarnaast een verrassend uitgebreide gereedschapskist.

Videobewerker installeren

VSDC Free Video Editor heeft relatief lage systeemeisen. Zeker voor video’s tot een resolutie van 1920 × 1080 pixels heb je geen supersnelle pc of laptop nodig. Wil je haarscherpe 4K-video’s bewerken? In dat geval adviseren de makers een systeem met 8 of 16 GB werkgeheugen. Daarnaast is een krachtige processor met meerdere rekenkernen geen overbodige luxe.

Particulieren mogen VSDC Free Video Editor voor nop installeren. Ga naar de site via www.kwikr.nl/vsdc en download het installatiebestand. Je hebt keuze tussen de 32bit- en 64bit-versie. De meeste computers kunnen met de 64bit-versie uit de voeten. Dubbelklik op het gedownloade exe-bestand en doorloop de stappen van de installatie. 

Nieuw project starten

Zodra je de videobewerker voor de eerste keer opstart, verschijnt er een pop-upvenster met een aanbeveling voor de betaalde Pro-versie (zie kader). Je klikt dat via het kruisje weg. Laat de ietwat drukke gebruikersomgeving even op je inwerken. Het beginscherm toont diverse instructies voor geavanceerde bewerkingen. Laat die als beginnende gebruiker links liggen. Je kunt wel alvast even de tabbladen doornemen, want die herbergen verschillende bruikbare functies.

Je gaat nu eerst een nieuw (video)project starten. Klik op het tabblad Projects en daarna op New project. Er verschijnt een nieuw venster waarin je diverse instellingen voor de videomontage kunt bepalen. Het belangrijkste is de waarde achter Resolution. Voor een scherp beeld en soepele montage laat je de huidige waarde van 1920 × 1080 pixels (16:9) staan. Filmt jouw smartphone of videocamera in een hogere resolutie, dan kun je een andere waarde overwegen. Laat de overige opties ongewijzigd. Je typt achter Project title een relevante projectnaam en kiest onderaan voor Blank project. Bevestig tot slot met Finish.

Welke resolutie ken je aan de videomontage toe?
VSDC Pro

Naast de hier besproken gratis versie bestaat er met VSDC Pro (www.videosoftdev.com/video-editor-pro) ook een betaalde variant. Die bevat allerlei extra snufjes voor geavanceerde gebruikers. Je kunt bijvoorbeeld een achtergrondkleur verwijderen, gesproken commentaar toevoegen en trillende beelden stabiliseren. Daarnaast ondersteunt de Pro-versie hardwareversnelling door een geschikte grafische kaart. Dit leidt tot betere prestaties, omdat de processor minder hoeft te rekenen. Je merkt dat bijvoorbeeld aan kortere wachttijden en een vloeiendere videoweergave. VSDC Pro kost op het moment van schrijven circa 31 euro. 

Video’s toevoegen

Nu ga je met het zojuist aangemaakte videoproject aan de slag. Merk op dat het tabblad Editor is geopend. Je zit nu dus in de videobewerker. Zoals je ziet, zijn er flink wat opties beschikbaar. Laat je hierdoor niet afschrikken, want we nemen de basisfuncties stap voor stap met je door.

Je dient eerst relevante videoclips aan het programma toe te voegen. Gunstig is dat VSDC Free Video Editor alle bekende beeldformaten ondersteunt. Klik bovenaan in de werkbalk op Add object / Video en navigeer naar de map met de bestanden. Je selecteert één of meer video’s, waarna je bevestigt met Openen / OK. Wanneer je minimaal twee fragmenten toevoegt, kies je Add to layer.

Wegens de talloze toeters en bellen ziet deze videobewerker er nogal imponerend uit.

De videoclips verschijnen allemaal in de tijdlijn onderaan het venster. Deze tijdlijn is belangrijk, want die bepaalt welke momenten er in de uiteindelijke film terechtkomen. Verder kun je hieraan bijvoorbeeld ook titels, overgangen, speciale effecten en audiotracks toevoegen. Vind je de tijdlijn te klein? Je kunt dit onderdeel eenvoudig vergroten. Zweef onder Layer 1 op de scheidslijn totdat er een dubbele pijl verschijnt. Beweeg de muis nu met ingedrukte muisknop omlaag. In VSDC Free Video Editor pas je op soortgelijke wijze de grootte van alle deelvensters aan. Kortom, richt op die manier het bewerkvenster naar eigen wens in.

Alle geïmporteerde videobestanden belanden op de tijdlijn.

Volgorde clips wijzigen

Waarschijnlijk heb je een bepaalde volgorde voor de videoclips in gedachten. Geen probleem, want je kunt de clips op de tijdlijn verplaatsen. Sleep het beoogde fragment met ingedrukte muisknop één laag omlaag. De overgebleven video’s schuif je daarna naar links of rechts. Creëer op die manier een ‘gat’ en sleep het fragment ernaartoe. Het is belangrijk dat er geen loze ruimtes op de tijdlijn achterblijven. Anders zie je namelijk zwart beeld.

Sleep videoclips naar onder, boven, rechts en links om de volgorde op de tijdlijn te wijzigen.

Scènes inkorten

Vanzelfsprekend wil je alleen boeiende scènes in de film tonen. Saaie passages snijd je daarom resoluut weg. Dat doe je door een videoclip in te korten. Gebruik hiervoor wederom de tijdlijn. Selecteer een fragment en beweeg de rode schuifregelaar naar deze clip. Het bijbehorende beeld verschijnt nu in de voorbeeldweergave. Vind je dit beeld te klein? Klik dan helemaal rechtsonder in het programma op het kleine plusteken. Je past daarmee het zoomniveau aan. Klik nu onder de voorbeeldweergave op de rode afspeelknop (PijltjeRechts) om de video te starten. Begint of eindigt het saaie gedeelte? Via dezelfde rode knop (twee verticale streepjes) pauzeer je de video.

Inkorten is vrij eenvoudig. Een geselecteerde videoclip heeft op de tijdlijn aan weerszijden twee piepkleine vierkanten. Klik daarop en houd de muisknop ingedrukt. Beweeg de muis nu naar links of rechts tot de rode schuifregelaar. Laat de muisknop als laatste los. Het fragment is nu een kopje kleiner gemaakt! 

Fragmenten splitsen

Je kunt een lang fragment ook in twee (of meer) delen opsplitsen. Dat is nuttig wanneer je deze videootjes op verschillende momenten in de film wilt tonen. Selecteer in de tijdlijn een videoclip en bepaal met de rode schuifregelaar een geschikt ‘splitmoment’. Overigens kun je met de mediaknoppen onder de voorbeeldweergave dit moment heel precies bepalen. Spoel bijvoorbeeld een seconde voor- of achteruit. Het is zelfs mogelijk om een video frame voor frame door te nemen. Staat de rode schuifregelaar exact op de goede plek? Klik dan in de werkbalk boven de tijdlijn op het pictogram met de twee rode haakjes. Je ziet vervolgens twee aparte clips.

Maak via de optie Split into parts van één clip twee losse fragmenten.

Roteren en bijsnijden

Soms is het noodzakelijk om een video negentig graden te roteren, omdat het beeld in VSDC Free Video Editor is gedraaid. Gelukkig herstel je deze ‘fout’ simpel. Je selecteert in de tijdlijn de juiste video en klikt helemaal bovenaan bij de sectie Tools op het pictogram met de gebogen pijl. De video draait meteen.

Staat er een ongewenst persoon, lelijk logo of storend object in beeld? Gooi de videoclip dan nog niet weg! Je kunt het fragment namelijk nog bijsnijden. Beslis welk deel van de video je wilt gebruiken en gooi het overtollige beeldmateriaal weg. Je klikt met de rechtermuisknop op een videoclip in de tijdlijn en kiest Crop tools / Custom region. Bepaal in het nieuwe venster welk deel uit beeld moet verdwijnen. Je regelt dat door de zwarte vierkantjes aan de randen van de voorbeeldweergave te verslepen. Tevreden? Met OK voer je de actie definitief uit.

Nuttig om te weten is dat je met deze functie de oorspronkelijke resolutie verkleint. Zeker wanneer je de uiteindelijke film op een grote televisie of pc-monitor bekijkt, zie je mogelijk korrelige beelden. Snijd daarom liever niet te veel beeldmateriaal weg.

Alles buiten de rechthoekige selectie verdwijnt uit de video.

Video-effecten

Wie dat wil, gaat in deze videobewerker helemaal los met speciale effecten. Klik maar eens bovenaan in de werkbalk op Video effects. Er verschijnt een uitgebreid menu. Voordat je iets uitkiest, selecteer je eerst een clip op de tijdlijn. Via Quick styles pas je heel makkelijk een effect toe, omdat hiervoor geen extra instellingen zijn vereist. Laat de video bijvoorbeeld op een gedateerde film uit de jaren ‘70 lijken of pas automatisch de contrastwaarden aan.

Wil je zelf meer invloed op in hoeverre het programma een video-effect toepast? Bij veel filters stel je naar eigen inzicht de intensiteit in. Bekijk hiervoor de mogelijkheden via Video effects / Adjustments. Zo wijzig je onder andere de kleurverzadiging en helderheid. Daarnaast kun je ook een stijlvol sepia- of zwart-wit-effect op de video loslaten. Zodra je eenmaal iets hebt gekozen, pas je in het deelvenster Properties window aan de rechterkant de waarden aan. Als je dit deelvenster niet ziet, klik je achtereenvolgens op het tabblad View en Properties. Tot slot zijn ook de video-effecten binnen de rubrieken Filters en Nature de moeite waard. Spijt van een bepaalde keuze? Met de sneltoets Ctrl+Z maak je de laatste handeling weer ongedaan. Experimenteer er dus lustig op los!

Met het Auto contrast-filter optimaliseer je heel eenvoudig de contrastwaarden.
Gebruik het deelvenster Properties window om de instellingen van een video-effect te wijzigen.

Overgangen

Tijdens de montage van een video ontkom je eigenlijk niet aan het gebruik van overgangen. Doe je dat niet, dan lopen de fragmenten nogal abrupt in elkaar over. Dat is onprettig voor de kijker. Met een overgang wordt een nieuwe videoclip op subtiele wijze geïntroduceerd.

Klik in de tijdlijn op de videoclip waarbij je aan het einde een overgang wilt toevoegen. Je opent zo nodig eerst het tabblad Editor en navigeert daarna naar Video effects / Transitions. Probeer nu één van de beschikbare overgangen uit. Zo laat je het oude fragment bijvoorbeeld in vlammen opgaan (Paper burn) of in scherven uit elkaar vallen (Shattered glass). Kies een overgang en controleer in het pop-upvenster of de optie To the end of scene is geselecteerd. Klik op OK.

Merk op dat er op de tijdlijn een verse laag met de gekozen overgang verschijnt. Klik op de rode afspeelknop onder de videoweergave om de overgang te bekijken. Je past in het eigenschappenvenster aan de rechterkant diverse zaken aan, waaronder de tijdsduur en transparantie.

Deze videobewerker heeft een aantal spectaculaire overgangen in huis.

Geluid

De audiokwaliteit van zelfgeschoten video’s is vaak matig. Stond er toentertijd tijdens de opname een stevig briesje, dan hoor je waarschijnlijk voornamelijk windgeruis. Zet het geluid van dergelijke videoclips daarom gewoon uit. Klik in de tijdlijn op een fragment om de bijbehorende eigenschappen aan de rechterkant te tonen. Verschijnt dat niet, dan klik je op View / Properties. Je scrolt zo nodig een stukje omlaag totdat je de optie Audio track tegenkomt. Klik achter Track 1 op het kleine pijltje en kies Don’t use audio.

Je kunt eventueel zelf audio aan de videomontage toevoegen, zoals achtergrondmuziek of een voice-over. Klik zo nodig op het tabblad Editor en kies Add object / Audio. Je selecteert nu pakweg een mp3-, wma-, wav- of flac-bestand op de computer. Via Openen / OK belandt de audiotrack als nieuwe laag op de tijdlijn. Kies een geschikte plek en pas diverse eigenschappen in het Properties window desgewenst aan. Denk hierbij onder meer aan de snelheid en het volumeniveau.

Schakel bij video’s met slecht geluid het audiospoor eenvoudig uit.

Film opslaan

Deze workshop is slechts een bescheiden introductie van VSDC Free Video Editor. Je kunt namelijk nog veel meer met deze veelzijdige videobewerker doen. Ga er dus vooral ook zelf mee stoeien. Ben je eenmaal klaar, dan sla je het resultaat op. Je kunt de film daarna op verschillende schermen bewonderen.

Klik in de werkbalk op het tabblad Export project en speel zekerheidshalve de volledige videomontage nog eens af. Ben je helemaal tevreden, dan geef je in de werkbalk het gewenste videoformaat aan. Kies bijvoorbeeld voor mp4, mkv, mov, flv of mts. Het is ook mogelijk om de film op een dvd te branden. Wijzig via Change name zo nodig de bestandsnaam en opslaglocatie. Je bevestigt bovenaan ten slotte met Export project / Continue.

VSDC Free Video Editor ondersteunt een heleboel exportformaten.