ID.nl logo
Je slimme meter uitlezen: altijd zicht op je verbruik
© Proxima Studio - stock.adobe.com
Energie

Je slimme meter uitlezen: altijd zicht op je verbruik

Een slimme meter zorgt niet alleen dat je geen meterstanden meer hoeft door te geven, je kunt ook zelf via een verbruiksmanager direct inzicht krijgen in je verbruik. Meten is weten en de eerste stap naar het besparen van energie. We leggen uit welke mogelijkheden er zijn om je actuele en historische verbruik in kaart te brengen.

De meteropnemer mag op zoek naar een nieuwe baan: dankzij de slimme meter wordt je energieverbruik automatisch op afstand uitgelezen door de netbeheerder. Veel energieleveranciers zullen je aan de hand daarvan maandelijks een overzicht sturen met je verbruik en de gemaakte kosten voor die periode. Handig, maar die gegevens zijn niet heel actueel, en de overzichten vaak beperkt. Daarom loont het om zelf het energieverbruik te volgen. Dat kan door je slimme meter – via een apparaatje of kabel – te koppelen aan een schermpje of app. We noemen zulke schermpjes of apps ook wel energieverbruiksmanager. Wil je niets aansluiten, dan zou je ook op een dienst kunnen vertrouwen die je meter uitleest. Die hebben wel de nodige beperkingen (zie kader).

INZICHT IN VERBRUIK VIA DIENSTEN We stellen in dit artikel verbruiksmanagers centraal die via een apparaatje verbinding maken met je slimme meter, zodat je real-time inzicht in je verbruik hebt. Er bestaan ook diensten die op afstand je slimme meter uitlezen. Dan hoef je alleen een aanvraagprocedure te doorlopen. De gegevens kun je via een website of app raadplegen. Er zijn wel de nodige beperkingen. Zo zijn de gegevens vertraagd. Doorgaans kun je vandaag het energieverbruik van gisteren zien, in blokken van een kwartier of uur. Ook kunnen ze niet het stroomverbruik van afzonderlijke apparaten laten zien. Daarnaast betaal je soms abonnementskosten. Bekende voorbeelden zijn SlimmemeterPortal.nl, slimmemeteruitlezen.nl en MIJNenergieinzicht.

Via bijvoorbeeld SlimmemeterPortal.nl kun je inzicht krijgen in je verbruik.

Mogelijkheden energieverbruiksmanagers

Een energieverbruiksmanager die aan de slimme meter is gekoppeld laat op elk moment (ofwel ‘real-time’) zien hoeveel gas en elektriciteit je verbruikt of hoeveel elektriciteit je teruglevert. Hierdoor zie je óók wat de invloed van besparende maatregelen is. Ga bijvoorbeeld actief op zoek naar de grootste stroomverbruikers door apparaten aan en uit te zetten. Ook heb je, als je alle verbruikers in huis uit zet, een indicatie van het sluimerverbruik. Dit kan je misschien op het spoor van bijvoorbeeld een oude koelkast brengen die aan vervanging toe is. Daarnaast geven energieverbruiksmanagers je vaak heel uitgebreide historische overzichten. De verbruiksmanagers die we in dit artikel noemen zijn niet gebonden aan een bepaalde energieleverancier. Wel kunnen ze eisen stellen aan je slimme meter. Deze moet veelal aan een bepaalde dsmr-versie voldoen. Dat is een afkorting van Dutch Smart Meter Requirements. Er bestaan verschillende versies, zoals dsmr 3, 4 en 5. De versie die jouw slimme meter ondersteunt hangt af van de fabrikant en het model. Controleer voordat je een energieverbruiksmanager aanschaft of jouw slimme meter wordt ondersteund.

©lev dolgachov

Je ziet dankzij een verbruiksmeter direct het effect van besparende maatregelen.

OPBRENGST VAN ZONNEPANELEN VERWERKEN Als je zonnepanelen hebt ben je waarschijnlijk benieuwd hoe deze presteren. Een energieverbruiksmanager geeft daar inzicht in, maar niet zo gedetailleerd als je misschien verwacht. De stroom van je zonnepanelen wordt altijd eerst opgemaakt door de apparaten in huis. Als er iets overblijft, wordt dat teruggeleverd aan het elektriciteitsnet. Een slimme meter registreert feitelijk alleen hoeveel stroom de woning ingaat of terug wordt geleverd, zeg maar het netto verbruik. Je weet dus slechts wat er onder de streep overblijft en niet wat het interne verbruik is of de opwek van zonnepanelen. Een energieverbruiksmanager zal normaal ook niet meer dan dat kunnen laten zien. Er zijn wel oplossingen om je interne verbruik te achterhalen, zodat je een completer beeld hebt. Meestal wordt daarvoor een aparte meter geplaatst. Dit moet door een installateur worden gedaan. Enkele systemen kunnen rechtstreeks de opwekgegevens van zonnepanelen uitlezen. Dat kan niet altijd en hangt ook af van je merk en type omvormer. Als alternatief kun je doorgaans wel altijd handmatig de opwek van zonnepanelen volgen via een app van de leverancier.

Meestal kun je via een app volgen wat je zonnepanelen opwekken aan elektriciteit.

Zelfbouw: P1 monitor

P1 monitor is software voor de Raspberry Pi, een bekende en flexibel inzetbare minicomputer. Geholpen door een slimme meter-kabel, verkrijgbaar voor ongeveer vijftien euro, kan deze software je slimme meter uitlezen. Door in te loggen via een browser zie je vervolgens heel mooie en opvallend uitgebreide overzichten met je actuele en historische verbruik. Door netjes de kosten voor elektriciteit en gas op te geven, en enkele gerelateerde tarieven zoals het vastrecht, kan de app je ook precies vertellen welke kosten je hebt gemaakt. En als je het leuk vindt, kun je het systeem zelfs uitbreiden om ook je waterverbruik bij te houden. P1 monitor kan bovendien in sommige situaties de opgewekte stroom van je zonnepanelen registreren en dit zichtbaar maken in grafieken. Dat is niet gebruikelijk voor energieverbruiksmanagers. Een slimme meter geeft die gegevens namelijk niet (zie kader). Het gaat met makkelijkst als je een omvormer van het merk SolarEdge gebruikt.

Een nadeel van P1 monitor is dat de eenmalige kosten wat hoger zijn. Zo heb je naast de Raspberry Pi en slimme meter-kabel ook een geheugenkaart, voeding en behuizing nodig. Bij elkaar kost het je zo’n 80 euro. Daar komt bij dat de levertijd van de Raspberry Pi op dit moment niet heel goed is vanwege wereldwijde chiptekorten. Er zijn verder geen bijkomende kosten voor het gebruik van P1 monitor. En die Pi houdt zijn waarde: die zou je later altijd voor andere leuke projecten kunnen gebruiken, al is het niet ieders hobby. Het installeren is niet lastig maar vraagt wel even wat aandacht. Als je de uitdaging aan gaat kun je hier lezen hoe je dit installeert en gebruikt.

P1 monitor is software voor de Raspberry Pi met uitgebreide meetgegevens.

Meetstekkers

Er zijn allerlei meetstekkers verkrijgbaar die eigenlijk allemaal volgens hetzelfde principe werken. Je plugt ze rechtstreeks in de P1-poort van je slimme meter. Daarnaast sluit je ze aan op je netwerk via een netwerkkabel of een draadloze verbinding (wifi). Vervolgens kun je een app of website gebruiken om de gegevens te raadplegen of – in enkele gevallen – een apart schermpje. Op het schermpje zie je altijd direct, op een centrale plek in huis, wat je verbruikt. Het bekendste voorbeeld is de Toon, die ook je thermostaat kan aansturen. Daarom hang je deze in principe op de plek van je oude thermostaat. Om alle functies te gebruiken heb je wel een abonnement nodig. Behalve via een app, website of schermpje, kun je de meeste meetstekkers overigens óók nog uitlezen met software voor thuisautomatisering (zie kader). Let erop dat enkele energieleveranciers meetstekkers exclusief aan eigen klanten leveren. Dat geldt bijvoorbeeld voor de Pure Energie Meter van Pure Energie. De Toon kun je wél gebruiken als je geen stroom en gas afneemt van Eneco, al mis je dan wel je persoonlijke tarieven. De meeste meetstekkers zijn universeel, waaronder de HomeWizard Wi-Fi P1 Meter, EnergyFlip, Youless, EARN-E en plugwise Smile P1. Enkele zullen we hieronder wat uitgebreider bespreken.

UITLEZEN MET SOFTWARE VOOR THUISAUTOMATISERING De meeste meetstekkers kun je uitlezen met software voor thuisautomatisering. Denk aan bijvoorbeeld Home Assistant of Domoticz. Sommige meetstekkers zijn daar juist specifiek voor ontworpen, zoals de Slimme Meter WiFi gateway (34,95 euro). Het voordeel van zulke software is dat je allerlei automatiseringen kunt bedenken op basis van je verbruik. Denk bijvoorbeeld aan het activeren van je boiler als je een hoge opbrengst hebt van je zonnepanelen. Software als Home Assistant kan overigens prima overzichten maken met je verbruik. Heb je daar genoeg aan, en staat de computer met de bewuste software in de buurt van je slimme meter? Dan werkt een kabeltje tussen de pc en slimme meter net zo goed, en het is meestal ook goedkoper dan een meetstekker.

Home Assistant kan ook mooie grafieken met je energieverbruik maken.

HomeWizard Wi-Fi P1 Meter

De Wi-Fi P1 Meter (rond de 35 euro) van HomeWizard is een goedkope én één van de meest gebruiksvriendelijke opties om zelf je slimme meter uit te lezen. Zie het als een soort slimme meter-dongel. Je klikt deze in de P1-poort van de slimme meter en stelt hem in enkele stappen in via de app. Daarna zie je met de app het stroomverbruik, je teruggeleverde stroom als je zonnepanelen hebt en ook het gasverbruik. Je ziet naast het actuele verbruik ook het historische verbruik tot een jaar terug, of nog langer als je een aanvullende dienst afsluit. Handig is dat je dit systeem ook kunt uitbreiden met bijvoorbeeld slimme stekkers om het verbruik van individuele apparaten te meten. In een apart artikel lees je meer over de installatie en het gebruik van de Wi-Fi P1 Meter en de genoemde uitbreiding.

De Wi-Fi P1 Meter leest eenvoudig verbruiksgegevens uit via de slimme meter.

Koop de HomeWizard Wi-Fi P1 Meter via Bol.com

EARN-E

De EARN-E is een meetstekker die je net als het apparaatje van HomeWizard in combinatie met een app kunt gebruiken voor inzicht in je verbruik. Tevens kun je inloggen op het desktopportaal met een browser. Naast de eenmalige aanschafprijs (29,95 euro) heb je ook een abonnement nodig van 1 euro per maand. Voor eigenaren van zonnepanelen is het EARN-E Solarpakket waarschijnlijk interessanter. De abonnementskosten van deze variant zijn wel iets hoger (2,50 euro per maand). De Solar-variant kun je koppelen met verschillende omvormers van zonnepaneelinstallaties. Op dit moment worden zowel SolarEdge als Enphase ondersteund. De koppeling met SMA en GoodWe wordt nog ontwikkeld. Deze koppeling gebeurt softwarematig waardoor er niets hoeft te worden geïnstalleerd. De belangrijkste toegevoegde waarde is natuurlijk dat je hiermee óók de opwek kunt zien van je zonnepanelen in hetzelfde overzicht. Binnenkort levert EARN-E een optioneel schermpje als extra uitbreiding op bovenstaande pakketten om je verbruik mee te kunnen volgen.

De EARN-E kan voor sommige systemen ook de opwek van zonnepanelen uitlezen.

EnergyFlip

De EnergyFlip is een energieverbruiksmanager die wat beter bekend is onder de oude naam Huisbaasje. Het is volgens het bedrijf zelf de meest gebruikte onafhankelijke verbruiksmanager in Nederland. Het idee is nog hetzelfde: via een meetstekker, de EnergyFlip (99 euro), kun je de verbruiksgegevens van de slimme meter verzamelen, waarna je deze met een app kunt raadplegen. Het bedrijf biedt een uitbreidingsset (55 euro) aan om ook de opgewekte stroom van je zonnepanelen zichtbaar te maken door dit te meten. Het voordeel is dat het in tegenstelling tot softwarematige oplossingen met alle installaties van zonnepanelen werkt. Een nadeel is dat je de installatie nu niet zelf kunt afhandelen, hier is een installateur voor nodig. Het is dus verstandig je vooraf goed in te lezen of door het bedrijf te laten adviseren.

De Energyflip geeft inzicht in je energieverbruik.

SPLITTER VOOR DE P1-POORT Soms wil je dat meerdere systemen de slimme meter uit kunnen lezen. Denk aan systemen die je verbruik voor je bijhouden, of misschien wel een slimme laadpaal voor je elektrische auto? Die stemmen vaak het bijladen van de auto af op je actuele verbruik of de hoeveelheid zonnestroom, door het uitlezen van de slimme meter. Er zit echter maar één poort op de slimme meter. Door een splitter te gebruiken, kun je gemakkelijk meerdere systemen aansluiten. Er bestaan zowel passieve als actieve splitters. Gelet op de vele mogelijke combinaties van meters en apparaten die je aan de P1-poort kunt hangen is het lastig te zeggen welke splitter wel of niet voor je werkt. Een actieve splitter geeft de grootste kans op succes. We hebben met succes de actieve P1-splitter van HomeWizard (27,95 euro) gebruikt voor zowel een slimme meter-kabel als de Wi-Fi P1 Meter van het bedrijf zelf. De splitter krijgt zijn voeding in veel gevallen van de slimme meter. Je hebt dan geen externe voeding nodig.

Met een splitter kunnen meerdere systemen de P1-poort van je meter uitlezen.
▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.