ID.nl logo
De zin en onzin van knutselen aan je computer
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

De zin en onzin van knutselen aan je computer

Het is het ultieme nerdgevoel: je gloednieuwe computer opstarten en genieten van het feit dat je nog nooit eerder zo’n snelle computer had. Maar door de jaren heen begint je prachtige machine toch wat kuren te vertonen. Opstarten duurt wat langer, bij vlagen lijkt hij even stil te staan en recente games of je videobewerkingsprogramma werken toch niet zo soepel meer als voorheen. Tijd voor een grote beurt of een upgrade?

We horen vaak vragen als: “Kan deze oudere pc met een beetje extra geheugen nog een paar jaartjes mee?” of “Is het tijd de pc weer eens te defragmenteren?” Vragen die enkele jaren geleden heel relevant waren. Een gemiddelde thuiscomputer had zelden een overschot aan geheugen en fragmentatie van ouderwetse harde schijven had toen vaak een aanmerkelijke invloed op de prestaties. Ook het upgraden van de cpu verbeterde het functioneren van de pc vaak wel. De tijden zijn veranderd en de tuningtips en upgrades uit het verleden zijn vandaag de dag voor een groot deel niet meer van toepassing. Uiteraard rest dan de vraag: wat heeft nog wél zin? We splitsen het antwoord op in twee delen: software tunen en hardware upgraden. Wanneer je computer niet meer optimaal werkt, kun je beide delen overwegen. Beide lossen immers verschillende soorten problemen op.

Software ‘tunen’

De realiteit is dat moderne pc’s krachtig genoeg zijn geworden om aan de eisen van de meeste gebruikers te voldoen. Dan hebben we natuurlijk het niet over gamen op de allerhoogste instellingen of 4K-video’s bewerken, maar over de vele gebruikers die niet veel meer doen dan een beetje browsen op het web, wat mailtjes versturen of incidenteel een vakantiefoto verbeteren. Een goed onderhouden systeem van een paar jaar oud hoeft in die taken niet onder te doen voor een gloednieuwe machine. Bij de eerste stappen kijken we daarom vooral wat we met (gratis) software kunnen doen om je pc weer op te frissen.

Windows 10: beste en stabielste versie ooit

Geen enkele nieuwe Windows-versie werd direct echt warm onthaald, maar Windows 10 is inmiddels uitgegroeid tot (in onze ervaring) de beste en stabielste versie van Windows ooit. Als jouw machine nog op Windows 7 draait, dien je sowieso te upgraden, want je krijgt voor Windows 7 geen beveiligingsupdates meer. Maar ook voor Windows 8(.1)-gebruikers heeft deze overstap meer effect dan welke opschoonapplicatie dan ook. Gebruikers van echt antieke printers, scanners of andere apparatuur kunnen het best eerst controleren of die onder Windows 10 nog werken. Hoewel Microsoft de Windows 10-upgrade officieel niet langer gratis aanbiedt, blijkt je in de praktijk in negen van de tien gevallen de upgrade alsnog gewoon gratis te krijgen via de upgrade-assistent.

Overweeg ook om een volledig schone installatie uit te voeren. Geen enkele vorm van opschonen laat je pc weer zo lekker draaien als dit. Voordat je eraan begint, is het belangrijk eerst al je bestanden veilig te stellen, en ervoor zorgen dat je al je wachtwoorden bij de hand hebt. Je vindt een verse installatie van Windows 10 hier.

©PXimport

Echt tunen is passé?

Een nieuwe versie van Windows? Een schone installatie? Dat is toch geen tunen!? De realiteit is dat veel van de handige softwaretweaks waar je vroeger software voor in huis haalde inmiddels standaard zijn geworden. Waar je vroeger defragmentatiesoftware moest kopen voor je harde schijf, defragmenteert Windows 10 inmiddels zelfstandig. En bij ssd’s is dat niet nodig, defragmenteren werkt averechts bij deze schijven. Een ander bekend probleem waren vertragingen door zware antiviruspakketten en die toepassingen zijn met de komst van Windows Defender overbodig geworden voor de meeste gebruikers.

Handmatig applicaties verwijderen die je niet meer gebruikt, heeft enig nut, en applicaties zoals het gratis CCleaner kunnen nog een klein beetje helpen, maar vallen tegelijk tussen wal en schip. Ze bieden zelden genoeg winst om echt van resultaat te spreken, en hebben bij lange na niet de impact van een schone installatie. Het feit dat een Windows 10-herinstallatie vaak al binnen een half uurtje is afgerond, dat Windows de meeste drivers vanzelf weet te vinden, en dat een schone installatie ook eventuele hardnekkige spy- en malwareproblemen in één keer oplost, heeft de tuningsoftware ook geen goed gedaan. Dus ja, het echte software tunen is passé.

©PXimport

Hardware … tunen?

Hardware kun je nauwelijks tunen, in de meeste gevallen is vervangen je enige optie. Toch is het verstandig even je systeem open te trekken voordat je nieuwe spullen koopt. Want als zich daar door de jaren heen een flinke laag stof heeft opgebouwd, heeft dat wel degelijk gevolgen voor de prestaties. Een cpu-koeler die door stof in het koelblok de warmte niet af kan voeren, zorgt ervoor de cpu niet optimaal presteert. Voordat je lukraak onderdelen gaat vervangen, is het dus raadzaam even te checken of alle onderdelen goed kunnen ademen. Een flesje perslucht van een paar euro, of een (let op: olie- en vochtvrije) compressor kan wonderen verrichten. Een stofzuiger tegen je computeronderdelen aandrukken kan statische schokken en schade aan je componenten veroorzaken. Zorg er ook voor jezelf te ontladen voordat je de componenten aanraakt (bijvoorbeeld door de verwarming of andere aarde aan te raken) of gebruik een antistatisch bandje.

Overklokken

Sommige cpu’s en de meeste gpu’s kun je overklokken. Hiermee is het mogelijk om deze onderdelen wat sneller te maken. Enkele procenten is vaak geen probleem, maar afhankelijk van het onderdeel is tien procent of meer geen uitzondering. Overklokken vereist wel inhoudelijke kennis over deze onderdelen en een avontuurlijke instelling. Omdat ondeskundig gebruik van overkloktools tot schade kan leiden (plus een potentieel verval van garantie), is het niet verstandig dit te doen als je niet bereid bent jezelf goed in te lezen, en er enkele uren voor uit te trekken voordat je begint. Dit is dus vooral een tip voor de avonturier.

Hardware upgraden

Is je pc stofvrij, voorzien van een schone Windows-installatie en kom je nog prestaties tekort? Dan gaan we upgrades overwegen. We doorlopen de verschillende onderdelen om te bespreken in hoeverre ze (nog) het upgraden waard zijn. Als eerste is het raadzaam om te bepalen waar voor jouw systeem de beperking zit. Dit is eenvoudig te doen door rechts te klikken op de Taakbalk / Taakbeheer / Tabblad Prestaties. Open de game of applicatie waarmee je problemen ervaart en bekijk de grafieken en percentages van de processoractiviteit, het geheugen, de harde schijf en de videokaart. De zwakste schakel, de bottleneck, zit in het onderdeel dat frequent op 100 procent belasting zit; dat wil je upgraden. Avontuurlijk? Een uitgebreidere (gratis) applicatie om onderzoek te doen is de tool HWiNFO, maar de overvloed aan informatie kan overweldigend zijn.

©PXimport

De beste upgrade voor iedereen

Er is één upgrade die iedereen dient te overwegen ongeacht waar het probleem zich bevindt: een Solid State Drive, ook ssd genoemd. Heb je nog geen ssd? Dan profiteer je in alle situaties van deze upgrade, dus ook als je een weinig intensieve gebruiker bent. Deze schijven zijn vele malen sneller dan de mechanische harde schijven van vroeger, en zorgen ervoor dat je pc veel sneller start en veel sneller reageert op allerlei taken. Zorg er uiteraard wel voor dat je Windows op de ssd installeert.

Het openen van je webbrowser, je documenten of foto’s voelt met een ssd vliegensvlug aan, zelfs als je systeem enkele jaren oud is. En elk systeem dat nog het upgraden waard is, dus grofweg vanaf 2012, moet in staat zijn om een sata-ssd te gebruiken. Ssd’s met 256 GB of 512 GB ruimte bieden voldoende opslag voor de meeste gebruikers en kosten tegenwoordig nog maar enkele tientjes. Combineer een ssd met een schone installatie. Dit werkt beter dan het gebruik van migratietools en je pc vliegt als nooit tevoren.

©PXimport

De upgrade voor gamers: de videokaart

Hoewel de meeste hardware voor basistaken voldoet en aardig wat jaren meekan, gaat dat voor gamers vaak helaas niet op. Er wordt nog veel vooruitgang geboekt in de prestaties van videokaarten. Een videokaart van enkele jaren oud, zeker als het niet de duurste was, kan al moeite hebben met het spelen van de meest recente games. Merk je dat je games niet soepel lopen, je videokaart voor 100 procent wordt belast en de rest van je onderdelen niet? Dan is het tijd voor een nieuwe videokaart.

Welke videokaart je wilt hebben, is afhankelijk van je wensen en budget. Een algemeen advies is lastig te geven. Voor de beste videokaarten voor elke populaire monitorresolutie kun je hier kijken. Je cpu en geheugen spelen ook een rol hierbij en het risico bestaat dat je de bottleneck naar die componenten verlegt met je gpu-upgrade. In de regel gaat je game-ervaring er altijd op vooruit. Wij hebben de beste 1080p-videokaarten voor je getest.

©PXimport

De voeding upgraden

Een degelijke voeding gaat de levensduur van een complete pc mee, zelfs na een upgrade van andere onderdelen. Een voeding vervang je dus alleen als hij de geest geeft. Vervang je de videokaart door een krachtiger model, dan kan het wel zijn dat je een krachtigere voeding nodig hebt. Omdat de kwaliteit van de voeding gevolgen heeft voor de levensduur van alle onderdelen, is een A-kwaliteit voeding altijd het beste advies. Merken als Seasonic, Corsair, be quiet! en Cooler Master zijn daarin een goed uitgangspunt, maar enig onderzoek naar ervaringen voordat je er één aanschaft is raadzaam.

©PXimport

Is extra geheugen nog zinvol?

Geheugenuitbreiding, dé populaire upgrade uit het begin van deze eeuw, is tegenwoordig minder gangbaar. Door de jaren heen nam de geheugencapaciteit van nieuwe systemen sterk toe en het risico dat een gemiddelde gebruiker geheugen tekortkwam, werd alsmaar kleiner. Desondanks is het uitbreiden van je geheugen, als dat zwaar wordt belast, nog altijd een zeer nuttige upgrade. Werkgeheugen is spotgoedkoop, er zijn al 16GB-sets vanaf circa 50 euro, en in tegenstelling tot de ssd upgraden heeft het ook geen serieuze voeten in de aarde. Je zet je systeem uit, verwijdert je oude geheugenmodules en prikt de nieuwe erin. Vervolgens is het een kwestie van opstarten en gaan. Twee tips: let op of je ddr3- of ddr4-geheugen nodig hebt voor jouw systeem. Als je enige affiniteit met het bios hebt: activeer het XMP-profiel.

©PXimport

Andere upgrades zijn verleden tijd?

Helaas is het upgraden van de meeste andere componenten vandaag de dag niet zo nuttig meer. Meer-eisende gebruikers lopen met een ouder systeem simpelweg tegen de beperkingen van de cpu aan. Waar het upgraden van de cpu in het verleden weleens een flinke performance boost kon geven, is dat niet langer het geval. Vooral sinds 2017 zijn processors veel krachtiger geworden dankzij snellere, en vooral veel meer cores. Die processors werken alleen op recente moederborden met recent geheugen. De snellere processors die je nog wel voor oudere moederborden kunt kopen, kunnen simpelweg niet op tegen wat zelfs een instap-cpu anno 2020 aan prestaties levert.

Je kunt natuurlijk cpu, geheugen en moederbord in één keer vervangen. Wanneer je recent een videokaart en ssd hebt aangeschaft, kun je die dan ook zeker houden. Een nieuwe cpu met bijpassend moederbord en geheugen loopt qua kosten wel aardig op. Je zult waarschijnlijk ook je voeding willen vervangen. Het hergebruiken van een paar jaar oude voeding raden we niet aan. Ook ben je dan aan een nieuwe Windowslicentie toe. Eigenlijk spreken we dan al van een nieuwe computer.

©PXimport

Tot slot

Met het volwassen worden van de computer is het nut van zelf knutselen op sommige fronten logischerwijs afgenomen. Het vervangen van een onderdeel is vooral een ding voor gamers geworden, en aan de software kun je zelf weinig verbeteren buiten wat de software zelf al aan optimalisaties biedt. Mogelijk een teleurstelling voor de liefhebber van de goede oude knutseltijd, maar tegelijk is het weer positief dat je met alleen een schone Windows-installatie en een ssd al voldoende in handen hebt om een oude pc binnen korte tijd weer leven in te blazen. Knutselen is leuk; een enkele jaren oud systeem weer prima kunnen gebruiken, is leuker! Een fijne bijkomstigheid: laat dat nu net de enige twee zaken zijn die je in recente laptops ook nog kunt aanpassen.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.