ID.nl logo
Slim slot installeren: gemakkelijker dan je denkt
© Joppe - stock.adobe.com
Zekerheid & gemak

Slim slot installeren: gemakkelijker dan je denkt

Een slim slot installeren hoeft geen moeite te kosten of veel tijd in beslag te nemen. We hebben het dan met name over de fysieke installatie. In sommige gevallen hoef je de huidige cilinder niet eens uit de deur te halen. Hoe gemakkelijk is dat?

Je installeert een slim slot op twee manieren: 🔐 Door hem rechtstreeks op de huidige cilinder te plaatsen, dan is er sprake van retrofit. 🔐 Je moet eerst de cilinder vervangen; daarna kun het slot pas ophangen. In beide gevallen gebeurt er precies hetzelfde: het slot draait zichzelf open op basis van jouw input.

Lees ook: Een slot voor je voordeur kopen? Houd hier rekening mee

Voordat je een slim slot kunt installeren, is het eerst goed om te bedenken wat voor slot je wilt hebben. Uiteraard spelen de functies daarin een grote rol, maar laten we ook zeker de prijs niet vergeten. Vaak installeer je de wat betaalbaardere modellen via de retrofit-methode. Dan bevestig je het slot als het ware óp de huidige cilinder in de deur en hoef je verder geen actie te ondernemen. Dit is verreweg de gemakkelijkste installatie, maar er zit wel een nadeel aan: wanneer je originele slot geen paniekfunctie heeft, kun je de deur van buitenaf niet meer opendoen met een sleutel.

Hoe werkt dat dan? Nou, dat slimme slot bevestig je over een sleutel aan de binnenkant van de deur. Wat het slot doet, is aan de sleutel draaien wanneer je daar het commando voor geeft. Dat kan via de app, of op basis van je locatie. Een slot zonder paniekfunctie kun je dan niet meer van buitenaf openen, omdat er al een sleutel in het slot zit. Met een wat duurder model, of eentje waarbij je minimaal de cilinder vervangt, heb je dat probleem meestal niet.

Watch on YouTube

Een slim slot installeren

Je begrijpt het al: beide soorten sloten installeer je op een andere manier. Laten we beginnen met de retrofit-oplossingen. Heel vaak hoef je daar maar weinig voor te doen. Natuurlijk staan de installatie-instructies binnen de app (of misschien wel de handleiding), maar waar het vaak op neerkomt, is het volgende. Je pakt het slot uit, laadt eventueel een interne accu op (of stopt de AA-batterijen in de houder) en stopt je eigen sleutel aan de binnenkant van de voordeur. Vervolgens pak je een achterplaat en schuif je die over de sleutel heen, tegen de deur aan.

In dit geval nemen we de Yale Linus L2 (klik om de review te lezen) als voorbeeld, maar de slimme sloten van Nuki installeer je op eenzelfde manier (om twee duidelijke voorbeelden mee te geven). Pak nu de module van het slot erbij en klik die op de achterplaat. Meestal gaat dat middels een kliksysteem, terwijl je de achterplaat met kleine schroefjes vastdraait op de cilinder. Check vervolgens of je aan de knop aan de binnenkant kunt draaien om de dagschoot te bedienen. De dagschoot is het mechanisme dat ervoor zorgt dat de deur in het slot valt wanneer deze wordt dichtgeduwd of dichtgetrokken. Is dat het geval, dan kun je de installatie nu via de app verder voltooien – hoe dat werkt, verschilt per slim slot.

Eerst doen: checken Niet elk retrofit-slot past op elke voordeur. Daarom doe je er goed aan altijd de maten te checken voordat je overgaat tot de aankoop. Soms kom je op de website van de fabrikant een compatibiliteitscheck tegen, waarmee je kunt controleren of het slot zal passen.

Watch on YouTube

Lees ook onze review van het Netatmo Slim Deurslot

Nieuwe cilinder nodig?

Van 10/30 mm tot 65/65 mm

Als de cilinder er wél uit moet

Als de cilinder wel uit de voordeur moet, dan heb je iets meer werk aan de installatie. Ten eerste moet je controleren welke cilinder in jouw voordeur past. Nu zijn dit allemaal standaardmaten, en de fabrikant in kwestie kan je daar meer over vertellen. Het kan zijn dat je een specifieke versie van het slimme slot nodig hebt, die gecombineerd wordt met de juiste cilinder. Je kunt een cilinder opmeten door hem al uit de deur te halen, maar je kunt ook vanaf de schroef in het midden meten. Je meet dan naar de buiten- en binnenzijde van de voordeur.

De cilinder verwijderen gaat overigens erg simpel. Zorg ervoor dat de sleutel er nog in zit en pak er vervolgens een schroevendraaier bij (waarschijnlijk een kruiskop). Terwijl je de cilinder losdraait, kun je hem met je sleutel eruit wippen. Je moet dan wel even draaien totdat hij loskomt, maar dat voel je vanzelf. Zo’n nieuwe cilinder installeren is overigens net zo simpel: dan keer je het proces gewoon om. Je merkt dan ook waarom je aan het slot moet draaien: de onderdelen moeten op één lijn staan, zodat de cilinder er soepel doorheen kan.

Tot slot zijn er ook slimme sloten waarbij je heel het deurbeslag of de deurklink moet verwijderen. Meestal zit er een kleine schroef, bijvoorbeeld onder op de klink, die je losdraait. Die zit aan de binnenkant. Zodra de klink loskomt, komt vaak het deel aan de voorkant van de deur ook los. Vervolgens is het zaak dat je de nieuwe onderdelen vastdraait; dat proces is precies het tegenovergestelde van het losdraaien. Aangezien je vaak maar alles op één manier kunt installeren, kan dit niet misgaan. Een slim slot installeren is dus niet moeilijk én zo gepiept.

Veilig gevoel!

Achter (slim) slot en grendel

Powered by Kieskeurig.nl

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.