ID.nl logo
Review Yale Linus L2 – Slim slot met logische verbeteringen
© Wesley Akkerman
Zekerheid & gemak

Review Yale Linus L2 – Slim slot met logische verbeteringen

Met de Linus L2 voert Yale een aantal belangrijke veranderingen voor zijn slimme slot door, waardoor je als gebruiker niet per se hoeft te investeren in extra accessoires en je niet langer normale batterijen hoeft te gebruiken. Ook betaal je er niet de hoofdprijs voor: het slot kost 229 euro.

Fantastisch
Conclusie

We hebben het op ID.nl eerder over de recente producten van Yale gezegd, maar wat zijn we hier tevreden over. Voor 229 euro haal je met de Linus L2 een compleet pakket in huis, zonder dat je daarvoor heel diep in de buidel hoeft te tasten. Je krijgt een smart lock met ingebouwde wifi-module (waardoor een extra investering niet nodig is) en een NFC-tag, waarmee je de deur met een simpele tik kunt openen. Uiteraard kun je zelf bepalen of je nog een numeriek toetsenbordje wilt kopen om mensen via een pincode binnen te laten, maar in principe heb je dat niet nodig. De installatie is veel eenvoudiger dan voorheen, de prijs is niet omhooggegaan en de toevoegingen en aanpassingen zijn wat ons betreft logische stappen sinds de voorganger die in 2020 verscheen. Bovendien is de Yale Linus 2 geruislozer en compacter, al laat concurrent Tedee zien dat het altijd nog compacter kan. Yale heeft niet alleen de basis op orde, de fabrikant biedt via de app allerlei slimme instellingen, mogelijkheden en integraties aan waar je ook echt iets mee kunt. Zeker als je al hebt geïnvesteerd in het Yale-ecosysteem, is dit slot eigenlijk een no-brainer.

Plus- en minpunten
  • Stiller, slimmer, compacter
  • Ingebouwde wifi-module
  • Oplaadbare batterij
  • Eigen cilinder en sleutel gebruiken
  • Yale Dot
  • Geen extra accessoires nodig
  • Prijs
  • Nog steeds redelijk groot
  • Stiller, maar er is nog steeds herrie

Voor sommige mensen is het idee van een slim slot misschien nog een beetje eng of vreemd. Want waarom zou je in hemelsnaam de veiligheid van je huis toevertrouwen aan een mechanisch apparaat dat in verbinding staat met de digitale wereld? Die mensen willen we vast meegeven dat het met de digitale versleuteling in elk geval wel goed zit als het gaat om de Yale Linus L2. De 128-bit AES-encryptie is namelijk van hetzelfde niveau als een bank die gebruikt. Bovendien ben je gelukkig niet de pineut als het slot niet zou reageren op het commando ‘openen’.

Beveiligen met Yale Je kent Yale waarschijnlijk van de sleutels en sloten, maar het bedrijf maakt meer beveiligingsproducten, van slimme deursloten en bewegingssensoren en van alarmsystemen tot digitale deurspionnen.

De Yale Linus L2 installeren

Tenminste, daar staat wel een belangrijke kanttekening bij. De cilinder waar je de Yale Linus L2 namelijk op aansluit, moet wel beschikken over een zogenaamde paniekfunctie. Hoe je daar achter komt, is gelukkig heel simpel. Als je zowel binnen als buiten een sleutel kunt insteken en van allebei de kanten de deur kan ontgrendelen en vergrendelen, dan heb je een cilinder met paniekfunctie.

Dat is belangrijk voor de Yale Linus L2, aangezien je hem direct aansluit op de originele cilinder die al in de voordeur zit. Dat moet dan wel een compatibele Europrofiel-cilinder zijn die minstens 3 mm uitsteekt, of een ronde cilinder van 22 millimeter. Mocht je twijfelen of jouw cilinder geschikt is, dan kun je daarvoor een cilindercheck uitvoeren via de website van Yale. Binnen de app en op YouTube vind je duidelijke installatie-instructies, waardoor het installeren niet fout hoeft te gaan. Binnen enkele minuten hangt de Linus L2 aan de deur en kun je hem configureren.

De Yale Linus L2 gebruikt dus geen eigen cilinder en heeft ook geen eigen sleutel. Het mooie aan dit systeem is dat je altijd een fysieke back-up hebt voor als er iets misgaat. Denk dan aan een leeggelopen accu of een wifi- of internetstoring. Plus: je hoeft ook geen nieuwe sleutels uit te delen aan bijvoorbeeld je kinderen. Mensen die je sleutel nu al hebben, kunnen nog steeds naar binnen. Aan de situatie verandert er dus niets, behalve dan dat er simpelweg meer mogelijkheden zijn.

©Wesley Akkerman

Geen priegelwerk meer

Omdat een slim slot in de praktijk doorgaans gewoon werkt (we hebben nog geen smart lock meegemaakt waarbij dat niet het geval was), ben je voornamelijk bezig met de installatie. Daarom is het fijn om te zien dat Yale een aantal veranderingen heeft doorgevoerd, ten opzichte van het vorige model, die de installatie veel gemakkelijker maakt. Zo is er nu een enkel schroefje waarmee je de achterplaat (het dunne onderdeel tussen het slot en de deur) strak op de cilinder kunt vastdraaien. Voorheen waren dat er drie, en dat was een priegelwerkje.

Daarnaast hoef je niet langer te rommelen met AA-batterijen, want het slimme slot is voorzien van een accu die je gemakkelijk oplaadt via usb-c. Die kabel zit er trouwens niet bij, maar dat vinden we niet per se heel erg. Iedereen heeft tegenwoordig wel ten minste één usb-c-kabel in huis, toch? Je kunt gewoon de kabel van je smartphone gebruiken, of anders een simpel kabeltje bij de lokale elektronicazaak aanschaffen.

Opladen duurt even, maar daarna gaat de Linus L2 om en nabij de zes maanden mee. Verder is het zo dat dit slot een ingebouwde wifi-module heeft, waardoor je geen aparte dongle hoeft aan te schaffen die ook constant een stopcontact in gebruik houdt. Niet alleen dat is fijn, maar dit scheelt ook aanzienlijk in de kosten. Echter, als je al zo'n extra accessoire hebt, dan kun je hem daar nog steeds aan koppelen, mocht je dat willen.

©Wesley Akkerman

©Wesley Akkerman

De Yale Linus L2 bedienen

Dat kun je bijvoorbeeld doen als je merkt dat de verbinding tussen de router en het smart lock niet sterk genoeg is. Zo'n bridge ertussen plaatsen kan het probleem verhelpen, dus we zijn blij om te zien dat Yale aan die ondersteuning heeft gedacht. Installeren is tevens zo gepiept. Je stopt hem in het stopcontact, voegt hem toe via de app en kunt vanaf daar de verbinding tot stand brengen. Het enige waar je aan moet denken is dat er een maximale verbinding van drie meter tussen de module en het slot zit, en dat de muren (die er eventueel tussen zitten) niet te dik zijn.

Dat die optie er is, is trouwens ook weer niet zo heel verrassend; want in de basis is de Yale Linus L2 een opgevoerde en gestroomlijnde versie van de eerste generatie. Alles wat dat model goed maakte, zit ook in deze iteratie – terwijl de fabrikant waardevolle aanpassingen heeft gedaan en eigenschappen heeft toegevoegd. In dit soort gevallen kunnen we het in elk geval extreem waarderen als een fabrikant geen handige opties weghaalt in het kader van 'optimalisatie' of 'vernieuwing'. Hoe meer opties, hoe beter.

Of je het slot nu via wifi of bluetooth bedient, dat mag je zelf weten. Via de Yale-app (waar je onder meer de slimme binnencamera, slimme buitencamera en de deurbel aantreft) kun je het slot openen en sluiten. Met bluetooth kan dat alleen wanneer je in de buurt bent, terwijl wifi bediening op afstand mogelijk maakt. Verder kun je de Yale Dot installeren. Dat is een NFC-chip die je buiten kunt ophangen. Met een simpele tik van een smartphone (of ondersteunde smartwatch) kun je de deur openen of sluiten. Dan heb je de app dus niet nodig.

©Wesley Akkerman

©Wesley Akkerman

Wat kun je allemaal met de app?

Vergeet vooral de app niet even in z'n geheel door te nemen. Daar staan namelijk allerlei handige mogelijkheden in. Niet alleen vind je daar de digitale knop voor het op slot of juist opendraaien van het slimme slot, ook kun je bijvoorbeeld locatiediensten instellen. Dan gaat de deur automatisch open zodra je aan komt lopen. Wees hier wel scherp op, want het kan gebeuren dat de deur al opengaat, terwijl je (nog) niet van plan was naar binnen te gaan. Verder kun je instellen dat het slot zichzelf na een bepaalde periode op slot draait.

We nemen nog even kort drie handige onderdelen met je door, die ook op het vorige model aanwezig waren. Zo heb je bijvoorbeeld DoorSense. Dat is een optie die aan de hand van een geplaatste magneet kan bepalen of je de voordeur open hebt laten staan of niet, en die resultaten zijn zeer accuraat. Ook kun je (natuurlijk) digitale sleutels aanmaken en intrekken wanneer je maar wilt en tref je binnen de Yale-app een Activiteitenoverzicht aan. Zo kun je precies zien wanneer iemand het slot open of dicht deed, en kom je nooit voor verrassingen te staan.

©Wesley Akkerman

©Wesley Akkerman

Yale Linus in de praktijk

Als gebruiker ben je – als het goed is – vrij weinig met een slim slot bezig, zeker wanneer dat gewoon z’n werk doet. Je zult wellicht zo nu en dan de app openen om het slot te ontgrendelen. Maar dat is helemaal afhankelijk van de instellingen (en of de deur automatisch opengaat wanneer je aan komt lopen en zichzelf na verloop van tijd op slot draait). Met de toevoeging van de Yale Dot ben je nog minder met de app bezig en kun je gewoon naar binnen door simpelweg op die accessoire te tikken. Alles werkt zo ongelooflijk simpel, we worden er helemaal blij van.

Je zou bijna vergeten dat de Yale Linus L2 binnen de Yale-app ook aan allerlei andere Yale-producten kan worden gekoppeld of in je persoonlijke Google Home- of Amazon Alexa-netwerk kan worden opgenomen. Er komt later ook nog ondersteuning voor Matter, wat het gebruik nog verder versimpelt en versnelt. Hoe dat nog verder kan gaan, is ons een raadsel, maar we laten ons graag verrassen. De Yale Linus L2 is nu al zo veel stiller, slimmer en compacter dan z’n voorganger dat er eigenlijk nog maar weinig wensen zijn die de fabrikant via een software-update kan vervullen.

©Wesley Akkerman

Yale Linus L2 kopen?

We hebben het op ID.nl eerder over de recente producten van Yale gezegd, maar wat zijn we hier tevreden over. Voor 229 euro haal je met de Linus L2 een compleet pakket in huis, zonder dat je daarvoor heel diep in de buidel hoeft te tasten. Je krijgt een smart lock met ingebouwde wifi-module (waardoor een extra investering niet nodig is) en een NFC-tag, waarmee je de deur met een simpele tik kunt openen. Uiteraard kun je zelf bepalen of je nog een numeriek toetsenbordje wilt kopen om mensen via een pincode binnen te laten, maar in principe heb je dat niet nodig.

De installatie is veel eenvoudiger dan voorheen, de prijs is lager dan bij z'n voorganger en de toevoegingen en aanpassingen zijn wat ons betreft logische stappen. Bovendien is de Yale Linus 2 geruislozer en compacter, al laat concurrent Tedee zien dat het altijd nog compacter en stijlvoller kan. Yale heeft niet alleen de basis op orde, de fabrikant biedt via de app allerlei slimme instellingen, mogelijkheden en integraties aan waar je ook echt iets mee kunt. Zeker als je al hebt geïnvesteerd in het Yale-ecosysteem, is dit slot eigenlijk een no-brainer.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.