ID.nl logo
Review Yale Linus L2 – Slim slot met logische verbeteringen
© Wesley Akkerman
Zekerheid & gemak

Review Yale Linus L2 – Slim slot met logische verbeteringen

Met de Linus L2 voert Yale een aantal belangrijke veranderingen voor zijn slimme slot door, waardoor je als gebruiker niet per se hoeft te investeren in extra accessoires en je niet langer normale batterijen hoeft te gebruiken. Ook betaal je er niet de hoofdprijs voor: het slot kost 229 euro.

Fantastisch
Conclusie

We hebben het op ID.nl eerder over de recente producten van Yale gezegd, maar wat zijn we hier tevreden over. Voor 229 euro haal je met de Linus L2 een compleet pakket in huis, zonder dat je daarvoor heel diep in de buidel hoeft te tasten. Je krijgt een smart lock met ingebouwde wifi-module (waardoor een extra investering niet nodig is) en een NFC-tag, waarmee je de deur met een simpele tik kunt openen. Uiteraard kun je zelf bepalen of je nog een numeriek toetsenbordje wilt kopen om mensen via een pincode binnen te laten, maar in principe heb je dat niet nodig. De installatie is veel eenvoudiger dan voorheen, de prijs is niet omhooggegaan en de toevoegingen en aanpassingen zijn wat ons betreft logische stappen sinds de voorganger die in 2020 verscheen. Bovendien is de Yale Linus 2 geruislozer en compacter, al laat concurrent Tedee zien dat het altijd nog compacter kan. Yale heeft niet alleen de basis op orde, de fabrikant biedt via de app allerlei slimme instellingen, mogelijkheden en integraties aan waar je ook echt iets mee kunt. Zeker als je al hebt geïnvesteerd in het Yale-ecosysteem, is dit slot eigenlijk een no-brainer.

Plus- en minpunten
  • Stiller, slimmer, compacter
  • Ingebouwde wifi-module
  • Oplaadbare batterij
  • Eigen cilinder en sleutel gebruiken
  • Yale Dot
  • Geen extra accessoires nodig
  • Prijs
  • Nog steeds redelijk groot
  • Stiller, maar er is nog steeds herrie

Voor sommige mensen is het idee van een slim slot misschien nog een beetje eng of vreemd. Want waarom zou je in hemelsnaam de veiligheid van je huis toevertrouwen aan een mechanisch apparaat dat in verbinding staat met de digitale wereld? Die mensen willen we vast meegeven dat het met de digitale versleuteling in elk geval wel goed zit als het gaat om de Yale Linus L2. De 128-bit AES-encryptie is namelijk van hetzelfde niveau als een bank die gebruikt. Bovendien ben je gelukkig niet de pineut als het slot niet zou reageren op het commando ‘openen’.

Beveiligen met Yale Je kent Yale waarschijnlijk van de sleutels en sloten, maar het bedrijf maakt meer beveiligingsproducten, van slimme deursloten en bewegingssensoren en van alarmsystemen tot digitale deurspionnen.

De Yale Linus L2 installeren

Tenminste, daar staat wel een belangrijke kanttekening bij. De cilinder waar je de Yale Linus L2 namelijk op aansluit, moet wel beschikken over een zogenaamde paniekfunctie. Hoe je daar achter komt, is gelukkig heel simpel. Als je zowel binnen als buiten een sleutel kunt insteken en van allebei de kanten de deur kan ontgrendelen en vergrendelen, dan heb je een cilinder met paniekfunctie.

Dat is belangrijk voor de Yale Linus L2, aangezien je hem direct aansluit op de originele cilinder die al in de voordeur zit. Dat moet dan wel een compatibele Europrofiel-cilinder zijn die minstens 3 mm uitsteekt, of een ronde cilinder van 22 millimeter. Mocht je twijfelen of jouw cilinder geschikt is, dan kun je daarvoor een cilindercheck uitvoeren via de website van Yale. Binnen de app en op YouTube vind je duidelijke installatie-instructies, waardoor het installeren niet fout hoeft te gaan. Binnen enkele minuten hangt de Linus L2 aan de deur en kun je hem configureren.

De Yale Linus L2 gebruikt dus geen eigen cilinder en heeft ook geen eigen sleutel. Het mooie aan dit systeem is dat je altijd een fysieke back-up hebt voor als er iets misgaat. Denk dan aan een leeggelopen accu of een wifi- of internetstoring. Plus: je hoeft ook geen nieuwe sleutels uit te delen aan bijvoorbeeld je kinderen. Mensen die je sleutel nu al hebben, kunnen nog steeds naar binnen. Aan de situatie verandert er dus niets, behalve dan dat er simpelweg meer mogelijkheden zijn.

©Wesley Akkerman

Geen priegelwerk meer

Omdat een slim slot in de praktijk doorgaans gewoon werkt (we hebben nog geen smart lock meegemaakt waarbij dat niet het geval was), ben je voornamelijk bezig met de installatie. Daarom is het fijn om te zien dat Yale een aantal veranderingen heeft doorgevoerd, ten opzichte van het vorige model, die de installatie veel gemakkelijker maakt. Zo is er nu een enkel schroefje waarmee je de achterplaat (het dunne onderdeel tussen het slot en de deur) strak op de cilinder kunt vastdraaien. Voorheen waren dat er drie, en dat was een priegelwerkje.

Daarnaast hoef je niet langer te rommelen met AA-batterijen, want het slimme slot is voorzien van een accu die je gemakkelijk oplaadt via usb-c. Die kabel zit er trouwens niet bij, maar dat vinden we niet per se heel erg. Iedereen heeft tegenwoordig wel ten minste één usb-c-kabel in huis, toch? Je kunt gewoon de kabel van je smartphone gebruiken, of anders een simpel kabeltje bij de lokale elektronicazaak aanschaffen.

Opladen duurt even, maar daarna gaat de Linus L2 om en nabij de zes maanden mee. Verder is het zo dat dit slot een ingebouwde wifi-module heeft, waardoor je geen aparte dongle hoeft aan te schaffen die ook constant een stopcontact in gebruik houdt. Niet alleen dat is fijn, maar dit scheelt ook aanzienlijk in de kosten. Echter, als je al zo'n extra accessoire hebt, dan kun je hem daar nog steeds aan koppelen, mocht je dat willen.

©Wesley Akkerman

©Wesley Akkerman

De Yale Linus L2 bedienen

Dat kun je bijvoorbeeld doen als je merkt dat de verbinding tussen de router en het smart lock niet sterk genoeg is. Zo'n bridge ertussen plaatsen kan het probleem verhelpen, dus we zijn blij om te zien dat Yale aan die ondersteuning heeft gedacht. Installeren is tevens zo gepiept. Je stopt hem in het stopcontact, voegt hem toe via de app en kunt vanaf daar de verbinding tot stand brengen. Het enige waar je aan moet denken is dat er een maximale verbinding van drie meter tussen de module en het slot zit, en dat de muren (die er eventueel tussen zitten) niet te dik zijn.

Dat die optie er is, is trouwens ook weer niet zo heel verrassend; want in de basis is de Yale Linus L2 een opgevoerde en gestroomlijnde versie van de eerste generatie. Alles wat dat model goed maakte, zit ook in deze iteratie – terwijl de fabrikant waardevolle aanpassingen heeft gedaan en eigenschappen heeft toegevoegd. In dit soort gevallen kunnen we het in elk geval extreem waarderen als een fabrikant geen handige opties weghaalt in het kader van 'optimalisatie' of 'vernieuwing'. Hoe meer opties, hoe beter.

Of je het slot nu via wifi of bluetooth bedient, dat mag je zelf weten. Via de Yale-app (waar je onder meer de slimme binnencamera, slimme buitencamera en de deurbel aantreft) kun je het slot openen en sluiten. Met bluetooth kan dat alleen wanneer je in de buurt bent, terwijl wifi bediening op afstand mogelijk maakt. Verder kun je de Yale Dot installeren. Dat is een NFC-chip die je buiten kunt ophangen. Met een simpele tik van een smartphone (of ondersteunde smartwatch) kun je de deur openen of sluiten. Dan heb je de app dus niet nodig.

©Wesley Akkerman

©Wesley Akkerman

Wat kun je allemaal met de app?

Vergeet vooral de app niet even in z'n geheel door te nemen. Daar staan namelijk allerlei handige mogelijkheden in. Niet alleen vind je daar de digitale knop voor het op slot of juist opendraaien van het slimme slot, ook kun je bijvoorbeeld locatiediensten instellen. Dan gaat de deur automatisch open zodra je aan komt lopen. Wees hier wel scherp op, want het kan gebeuren dat de deur al opengaat, terwijl je (nog) niet van plan was naar binnen te gaan. Verder kun je instellen dat het slot zichzelf na een bepaalde periode op slot draait.

We nemen nog even kort drie handige onderdelen met je door, die ook op het vorige model aanwezig waren. Zo heb je bijvoorbeeld DoorSense. Dat is een optie die aan de hand van een geplaatste magneet kan bepalen of je de voordeur open hebt laten staan of niet, en die resultaten zijn zeer accuraat. Ook kun je (natuurlijk) digitale sleutels aanmaken en intrekken wanneer je maar wilt en tref je binnen de Yale-app een Activiteitenoverzicht aan. Zo kun je precies zien wanneer iemand het slot open of dicht deed, en kom je nooit voor verrassingen te staan.

©Wesley Akkerman

©Wesley Akkerman

Yale Linus in de praktijk

Als gebruiker ben je – als het goed is – vrij weinig met een slim slot bezig, zeker wanneer dat gewoon z’n werk doet. Je zult wellicht zo nu en dan de app openen om het slot te ontgrendelen. Maar dat is helemaal afhankelijk van de instellingen (en of de deur automatisch opengaat wanneer je aan komt lopen en zichzelf na verloop van tijd op slot draait). Met de toevoeging van de Yale Dot ben je nog minder met de app bezig en kun je gewoon naar binnen door simpelweg op die accessoire te tikken. Alles werkt zo ongelooflijk simpel, we worden er helemaal blij van.

Je zou bijna vergeten dat de Yale Linus L2 binnen de Yale-app ook aan allerlei andere Yale-producten kan worden gekoppeld of in je persoonlijke Google Home- of Amazon Alexa-netwerk kan worden opgenomen. Er komt later ook nog ondersteuning voor Matter, wat het gebruik nog verder versimpelt en versnelt. Hoe dat nog verder kan gaan, is ons een raadsel, maar we laten ons graag verrassen. De Yale Linus L2 is nu al zo veel stiller, slimmer en compacter dan z’n voorganger dat er eigenlijk nog maar weinig wensen zijn die de fabrikant via een software-update kan vervullen.

©Wesley Akkerman

Yale Linus L2 kopen?

We hebben het op ID.nl eerder over de recente producten van Yale gezegd, maar wat zijn we hier tevreden over. Voor 229 euro haal je met de Linus L2 een compleet pakket in huis, zonder dat je daarvoor heel diep in de buidel hoeft te tasten. Je krijgt een smart lock met ingebouwde wifi-module (waardoor een extra investering niet nodig is) en een NFC-tag, waarmee je de deur met een simpele tik kunt openen. Uiteraard kun je zelf bepalen of je nog een numeriek toetsenbordje wilt kopen om mensen via een pincode binnen te laten, maar in principe heb je dat niet nodig.

De installatie is veel eenvoudiger dan voorheen, de prijs is lager dan bij z'n voorganger en de toevoegingen en aanpassingen zijn wat ons betreft logische stappen. Bovendien is de Yale Linus 2 geruislozer en compacter, al laat concurrent Tedee zien dat het altijd nog compacter en stijlvoller kan. Yale heeft niet alleen de basis op orde, de fabrikant biedt via de app allerlei slimme instellingen, mogelijkheden en integraties aan waar je ook echt iets mee kunt. Zeker als je al hebt geïnvesteerd in het Yale-ecosysteem, is dit slot eigenlijk een no-brainer.

▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.