ID.nl logo
Zo kun je je Eufy-camera zonder abonnement gebruiken
Zekerheid & gemak

Zo kun je je Eufy-camera zonder abonnement gebruiken

De camera’s van het merk Eufy, inclusief de deurbellen, kunnen hun beelden opslaan in de cloud. Op die manier kun je er altijd en overal bij. Maar wist je dat je deze apparaten ook prima zonder abonnement kunt gebruiken? Je hebt dan wel de Eufy Homebase nodig. Wat kun je zoal zonder abonnement?

In dit artikel geven antwoord op de onderstaande vragen, zodat je na het lezen een weloverwogen keuze kunt maken over het Eufy-systeem van het Chinese Anker.

Wanneer je een camera of deurbel koopt van Eufy (onderdeel van Anker), dan is de kans groot dat je daar een Homebase bij krijgt. Niet elk model wordt hier standaard mee geleverd, maar in principe zijn alle camera’s en deurbellen te koppelen aan zo’n thuisbasis. Met die basis kun je beelden lokaal opslaan en bekijken, aangezien de Homebase interne opslagruimte aan boord heeft. De beelden kun je vervolgens (beveiligd) binnen de gratis beschikbare applicatie (zowel voor Android als iOS) bekijken.

Benieuwd naar de spullen van Eufy?

Hier vind je alle beveiligingscamera's op een rijtje!

Wat heb je dan aan Eufy Cloud Storage?

Ondertussen kun je ook een abonnement afsluiten bij Eufy, waarmee je precies hetzelfde kunt doen. De beelden die je normaal gesproken lokaal zou opslaan, sla je met een abonnement in de cloud op – op de servers bij het bedrijf, om precies te zijn. Dat betekent dat je de beelden altijd kunt bekijken, waar je ook ter wereld bent. Eufy biedt in totaal vier verschillende soorten abonnementen aan. We zetten de vier opties hieronder op een rijtje en vertellen je ook meteen wat je daar dan maandelijks of jaarlijks aan kwijt bent.

Verschillende Eufy-abonnementen

  • Basis (maandelijks): 3 dollar per maand per camera.
  • Basis (jaarlijks): 30 dollar per jaar (omgerekend 2,50 dollar per maand) per camera.
  • Plus (maandelijks): 10 dollar per maand voor maximaal tien camera’s.
  • Plus (jaarlijks): 100 dollar per jaar (omgerekend 8,34 dollar per maand) voor maximaal tien camera’s.

In alle gevallen krijg je toegang tot 30 dagen terugkijken. Na de dertigste dag worden de beelden automatisch verwijderd.

Met een abonnement kun je beelden vanaf een computer bekijken, maar je kunt ze ook downloaden en dus offline opslaan, bijvoorbeeld op een externe schijf of op een NAS. Dan loop je dus niet tegen de beperkingen aan van de Homebase. De opslagruimte van de eerste versie van die basis was nog uit te breiden met een microSD-kaart (tot 128 GB), maar de tweede versie van de Homebase houdt het bij 16 GB aan beschikbare ruimte om video’s op te slaan.

Wat kun je zónder Eufy-abonnement?

In principe kun je de Eufy-camera’s en -deurbellen prima zonder abonnement gebruiken. Je loopt daarmee geen functionaliteiten mis. In beide gevallen kun je de beelden opslaan en krijg je toegang tot alle opties die de apparaten bieden. Je hebt hiervoor dus wel die eerdergenoemde Homebase nodig. Eufy levert dat basisstation mee met een hoop producten, maar bijvoorbeeld niet bij de Eufy Video Doorbell Battery Slim. Die werkt geheel zonder basis (maar je kunt hem er wel aan koppelen).

Momenteel bestaan er drie soorten Homebase-modellen. De eerste Homebase heeft 4 GB interne opslagruimte en laat je die ruimte uitbreiden met een microSD-kaart. De Homebase 2 biedt 16 GB aan ruimte, maar is verder niet uit te breiden. Tot slot is er de Homebase S380 (ook wel Homebase 3 genoemd) die externe harde schijven tot 16 TB ondersteunt en zelf 16 GB ruimte biedt. Dan kun je dus jarenlange alle video’s opslaan die je wilt, zonder maandelijks aan kosten vast te zitten.

Maar dan moet je dus wel flink investeren in goede hardware. Niet alleen heb je recente Eufy-hardware nodig, ook dien je een goede, externe harde schijf te kopen. Op zich niets mis mee, maar onthoud dat overal kosten aan verbonden zijn. Eufy claimt dat je met 4 GB aan lokale ruimte een maand aan content kunt opslaan. 16 GB komt dan neer op ruim vier maanden, terwijl 16 TB het mogelijk uithoudt tot ruim 333 jaar. In deze berekening gaan we uit van één camera.

©PXimport

Maar wanneer kan zo’n abonnement nodig zijn?

Als je zonder abonnement werkt, moet je er ook rekening mee houden dat de Homebase kan worden gestolen bij een inbraak. Aangezien de beelden dan alleen lokaal opgeslagen zijn, en dus niet op online servers, ben ook meteen al je beelden kwijt. Je kunt die beelden dan niet delen met de politie en je kunt ook niet meer opnieuw bekijken wat al was opgenomen. Mocht je dat een beangstigend idee vinden, dan is de investering in een maand- of jaarabonnement misschien een idee.

Als de beelden op een externe server staan, heb je ze bij de hand wanneer dat nodig is (tot dertig dagen dan, want daarna worden ze automatisch gewist). Dat is niet ideaal, maar gelukkig kun je bepaalde opnames offline beschikbaar maken op de computer (mocht dat nodig zijn). Kortom: een abonnement nemen op Eufy-diensten is niet echt nodig, zeker niet als je een Homebase hebt staan. Wil je daar liever niet in investeren, dan kun je het abonnement overwegen.

Bekijk de video hieronder om meer te weten te komen over bewakingscamera's rond jouw huis en de regels daaromtrent!

Watch on YouTube
▼ Volgende artikel
Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard
Huis

Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard

Het Zuid-Koreaanse zou een shooter gebaseerd op Starcraft in ontwikkeling hebben voor IP-eigenaar Blizzard.

Dat claimt The Korean Economic Daily. Een team binnen Nexon dat gespecialiseerd is in shooters zou zich op dit moment volledig richten op de nog onaangekondigde game. De ontwikkeling zou nog niet lang geleden zijn gestart, en dus zou de shooter nog lang op zich laten wachten.

Verdere details zijn er nog niet, behalve dat Choi Jun-ho ook bij het project betrokken zou zijn. Hij maakte eerder de populaire Shinppu-mapmod voor Starcraft.

Starcraft

Er gaan al langer geruchten over een shooter gebaseerd op Starcraft. Vorig jaar meldde Bloomberg-journalist Jason Schreier al in zijn boek 'Play Nice: The Rise, Fall and Future of Blizzard Entertainment' dat Blizzard aan een shooter zou werken. Volgens Schreier is de shooter van Nexon echter niet gerelateerd aan de shooter van Blizzard - het zouden om twee afzonderlijke projecten gaan.

De Starcraft-reeks bestaat uit real-time strategygames. De eerste verscheen in 1998, en een vervolg kwam in 2010 uit. Blizzard heeft al vaker geprobeerd shooters gebaseerd op de Starcraft-franchise te maken, maar die werden vooralsnog altijd geannuleerd.

Mogelijke onthulling op Blizzcon

Voor het eerst in enkele jaren organiseert Blizzard op 12 en 13 december de Amerikaanse beurs Blizzcon, waar alles rondom de uitgever wordt gevierd. Het is mogelijk dat één van de hierboven genoemde shooters daar wordt onthuld.

▼ Volgende artikel
Review: Mario Tennis Fever is een leuke set
Huis

Review: Mario Tennis Fever is een leuke set

Je vraagt je bij elke Mario-sportgame toch weer af: bereikt het de highs van die oeroude Game Boy-games van Camelot, zoals Mario Tennis en Mario Golf)? Het antwoord is, wat mij betreft, steevast  ‘nee’. Maar tussen ‘perfect’ en ‘niet perfect’ zit nog altijd een breed spectrum aan kwaliteit. En Fever? Die nestelt zich moeiteloos aan de betere kant van dat spectrum.

De drie toernooien die deze game rijk is, daar ben je een uurtje zoet mee. Waarschijnlijk zonder een set te verliezen. De Adventure Mode? Een paar uurtjes meer dan dat, en hoewel ook die nergens uitdagend wordt vertelt het wel een vermakelijk verhaal over Mario en Luigi die als baby’s hun tennis-skills moeten oppoetsen vanwege… bijzondere redenen.

Er zijn ook drie Challenge Towers met allerlei unieke uitdagingen die eventjes vermaken. In mix-up vinden we tennis, maar dan met regels en omstandigheden die alleen het Mushroom Kingdom kan bieden, en dat was het wel zo’n beetje. Wie Mario Tennis Fever alleen speelt is een weekend zoet en heeft zich prima vermaakt. Maar sportgames zijn er, natuurlijk, om je competitieve aard los te laten op vrienden, familie, kroost of online uitdagers.

Leuk

Daarom wil ik het ook niet al te uitgebreid over die singleplayermodi hebben. Ja, Nintendo heeft z’n best gedaan. Ja, er is weinig aan te merken op de minigames en kleine tussenscènes die de Tennis Academy te bieden heeft en de ontwikkelaars verdienen het dat het hier even aangestipt wordt. Nooit sla je stijl achterover van briljante ideeën of concepten, en er wordt geen druppeltje zweet gemorst van de spanning. Maar ‘leuk’ is eigenlijk een perfect, allesomvattend begrip om deze kant van de game te omschrijven.

De echte graadmeter echter, is de kern van de gameplay. Hoe speelt het? Hoe diep gaat het? Hoeveel personages, gekke rackets en super-power-mega-skillmoves zijn er in dit pakketje gepropt en hoe verhouden die zich tot elkaar? Na mening middag ballen overslaan of in dubbelspel terugslaan met mijn zoontje van 9, zijn we eruit: Mario Tennis Fever heeft ontzettend lekkere gameplay.

Content is king

Content is in de eerste instantie de name of the game. Er zitten bijna veertig personages in de game, meer dan een dozijn verschillende banen en de hoofdattractie is de aanwezigheid van tientallen Fever-rackets, die elk hun eigen unieke skill met zich meebrengen. De bananentros die Donkey Kong een ‘racket’ noemt strooit bananen over de baan, met het vulkaanracket plopt er een (je raadt het nooit) vulkaan op uit de baan en het Thwomb-racket zorgt ervoor dat het iconische stenen blok uit de Mario-serie plots uit de lucht valt – hopelijk op een tegenstander. Een zogeheten Fever-shot is verder ook geen hogere wiskunde. Om de zoveel tijd is je metertje vol en ram je dat ding over de baan heen.

Extra fijn is dat het gros van dit alles vrij te spelen is waar je maar wil. Laat je de singleplayermodi links liggen en speel je gewoon wat potjes tegen elkaar? Geen probleem, om de zoveel potten krijg je een nieuw racket, personage, of kleurtjes voor je favoriete tennissers.  

Watch on YouTube

Plak er een voldoende op

Enfin, tot zover de uitleg en alles wat hier te vinden is. Leuk spelletje, plak er een voldoende op en klaar, toch? Nou nee, want hoewel alles hierboven zijn eigen rol speelt, zijn het de diepere lagen daaronder die Mario Tennis  Fever tot grotere hoogten dan ‘plak er even een voldoende op’ stuwen. Al die personages? Die beschikken over hun eigen stats en eigenaardigheden. Wario laadt z’n powershots razendsnel op, Bowser Jr. legt veel meer precisie in z’n topspincurve dan anderen en Shy Guy slaat zijn topspins zonder gehinderd te worden door zijn positie op de baan.

En die banen? Die hebben elk hun eigen ondergrond, waar ballen anders op stuiteren en doorschieten, terwijl spelers zelf ook sneller of minder snel zijn, gebaseerd op het gras of het hardcourt waar ze op spelen. Die Fever-rackets? Oprecht allemaal een andere smaak. Ook daar merk dat extra stukje diepgang waar een wat luiere Mario-sportgame niet aan zou denken: wanneer je een Fever-shot terugslaat vóórdat op jouw zijde van het net landt, kun je met een stuit op de helft van de tegenstander zomaar eens het bijbehorende effect teruggeven. Prettig vervelend als je denkt die koter een modderplas op zijn helft te bezorgen, om ‘m vervolgens zelf om je oren te krijgen als hij de bal vakkundig over je heen lobt en ‘ie alsnog op jouw achterveld terecht komt. Een (modder)koekje van eigen deeg noemen ze dat geloof ik.

Mario Tennis Fever

Slide
Slide
Slide
Slide

Geen Lego, wel Duplo

Al die extra aandachtspuntjes en omstandigheden zijn ook nog eens gebouwd op een fundering van onkreukbare basisgameplay. Topspins, slices, curveballen, lobs en powershots: alles wat je van een tennisgame mag verwachten zit erin. De grote maar is alleen: het gebeurt allemaal zonder de nuance van een échte topgame. Vergelijk het een beetje met Lego en Duplo. Zelfde principe, zelfde soort blokken, maar iets vets bouwen met Lego hit net even anders dan iets vets bouwen met die grote Duplo-blokken. Zo verhoudt deze game zich ook tot de toppers uit het tennisgenre, zoals Virtua Tennis en Topspin. Is veelgevraagd, ik weet het, maar het is wel het verschil tussen goed of geweldig. En Mario Tennis Fever eindigt in het eerste kamp.

Is mijn zoontje naar school, dan heb ik namelijk geen enkele reden om Mario Tennis Fever verder te spelen. Zoals gezegd is al die singleplayercontent niet meer dan ‘even leuk’. En computergestuurde tegenstanders geven zelfs op het hoogste niveau nooit écht tegengas. Bovendien zijn de personages net te groot voor deze banen om het volgende niveau van verfijning te bereiken. Top, zo’n lob. Maar vanwege de dus relatief kleine banen blijft het geen zekerheidje dat je iemand ermee verschalkt die tegen het net aan staat. Aanzienlijke kans dat ie gewoon op tijd de achterlijn haalt, als ie ook maar een klein beetje inzicht heeft. Het zorgt ervoor dat Mario Tennis Fever een absoluut geslaagde game is, met heerlijke multiplayer. Maar wie de eindeloze diepgang en speeluren van, bijvoorbeeld, een Mario Kart World hier zoekt, staat sneller dan gewenst buitenspel. Oh wacht, verkeerd sport…

Mario Tennis Fever is vanaf 11 februari beschikbaar voor Nintendo Switch 2.

Goed
Conclusie

Mario Tennis Fever barst van de content. De vele personages, banen en rackets geven unieke, diepere lagen aan de gameplay en multiplayerpotjes gaan met grote glimlach en een berg vertier gespeeld worden. Jammer voor de wat volwassenere spelers dat die volgende laag diepgang nét niet geraakt wordt. Daarvoor is het singleplayeraanbod niet genoeg, de tegenstanders niet uitdagend genoeg en ontbreekt er hier en daar net wat finesse. Maar ga zo door, Nintendo. Mario Tennis Fever zit namelijk wél in de richting van die tijdloze Camelot-klassiekers waar we zo naar hunkeren.

Plus- en minpunten
  • Flinke hoeveelheid content en modi
  • Sterke basisgameplay
  • Uiteenlopende Fever-rackets
  • Nog altijd sterke multiplayer
  • Daagt je nooit écht uit
  • Diepgang niet eindeloos