ID.nl logo
Review Yale slimme videodeurbel – De beeldkwaliteit moet beter
© Wesley Akkerman
Zekerheid & gemak

Review Yale slimme videodeurbel – De beeldkwaliteit moet beter

Met de recent gelanceerde producten van Yale staat simpliciteit en toegankelijkheid voorop. De Yale slimme videodeurbel is daar het volgende voorbeeld van. Met een prijs van 159,99 euro betaal je er ook nog eens niet de hoofdprijs voor. Hoe bevalt dit product?

Goed
Conclusie

In vergelijking met de andere onlangs geteste producten van Yale zijn we toch wat minder enthousiast over dit apparaat. Dat komt doordat voornamelijk de beeldkwaliteit te wensen overlaat. Naast een korrelig en overbelicht of juist te donker beeld, zoomt de camera ook flink in op de persoon voor de deur zodra je de notificatie bekijkt. Dat maakt het gebruik toch wat minder overzichtelijk en toegankelijk dan we zouden willen zien op dit prijspunt. Desondanks is dit een betrouwbare en vliegensvlugge deurbel.

Plus- en minpunten
  • Snelle en betrouwbare notificaties
  • Overzichtelijke applicatie
  • Goede geluidskwaliteit
  • Installatie zo gepiept
  • Abonnement niet echt nodig
  • Bedraad en draadloos ophangen
  • De beeldkwaliteit valt tegen
  • Echt slimme functies in abonnement
  • Prijs iets aan de hoge kant
  • Alleen 2,4 GHz

Die bijna 160 mag dan niet de hoofdprijs zijn, maar we hebben vergelijkbare slimme deurbellen getest die zelfs een paar tientjes goedkoper zijn. Dan denken we aan de uitstekende TP-Link Tapo Video Doorbell Camera en de opvallende Aqara Video Doorbell G4. Die hebben een (introductie)prijs van respectievelijk 130 en 120 euro, en bieden in sommige gevallen meer voor minder. Zo plaatst Yale veel slimme functies (zoals pakketherkenning) achter een betaalmuur, waardoor je alsnog op kosten kan worden gejaagd.

©Wesley Akkerman

Aan de slag met de Yale slimme videodeurbel

Net als de andere Yale-producten die begin 2024 op de markt zijn verschenen (denk dan aan de binnencamera, camera voor buiten en het slimme slot), staat toegankelijkheid voorop. Dat betekent dat de installatie in dit geval een peulenschil is. De Yale slimme videodeurbel ondersteunt helaas alleen 2,4GHz-netwerken, en bij andere deurbellen (zoals die van Aqara) kan dat nog weleens voor problemen zorgen. Maar in dit geval verloopt alles vlekkeloos. Je installeert de deurbel binnen tien minuten via de Yale-app, uiteraard na het opladen.

Opladen gaat via een usb-c-aansluiting. Daar kun je elke lader voor gebruiken die je momenteel in de lade hebt liggen. Mocht je dat te veel gedoe vinden, dan kun je het apparaat ook aan een eventueel aanwezige deurbelaansluiting (8-24V) koppelen. Anders kun je hiervoor nog een losse voedingsadapter van Yale voor aanschaffen. De accu heeft een vermogen van 6.500 mAh en moet volgens de fabrikant vier tot zes maanden meegaan. Maar dat is geheel afhankelijk van gebruik. Zaken als bewegingsmeldingen en meer beïnvloeden de accuduur uiteraard.

Ook goed om te weten: Yale levert alles wat je nodig hebt voor de basisinstallatie, zoals schroeven en een wig. Een optionele voedingsadapter is dus los verkrijgbaar, en datzelfde geldt voor de chime (à 29,99 euro). Het design van de Yale slimme videodeurbel is verder simpel doch doeltreffend. Voorop zit een grote belknop en ook de camera is goed en duidelijk zichtbaar. Om de knop heen zit een ledring die groen opkleurt wanneer iemand aan komt lopen, zodat bezoekers precies weten waar ze op moeten drukken als ze willen aanbellen.

Beveiligen met Yale Je kent Yale waarschijnlijk van de sleutels en sloten, maar het bedrijf maakt meer beveiligingsproducten, van slimme deursloten en bewegingssensoren en van alarmsystemen tot digitale deurspionnen.

©Wesley Akkerman

Niet de beste specs

Op papier heeft de Yale slimme videodeurbel niet de beste specificaties. Zo beschikt het apparaat over een Full-HD-beeldresolutie en kan het tot 8x digitaal inzoomen. Of je dat wilt, is een tweede. Want hoe verder je inzoomt, hoe meer deuken de kwaliteit oploopt. Desondanks is het fijn zo’n functie tot je beschikking te hebben, omdat je dan toch kunt inzoomen op een bepaalde gebeurtenis. Daarnaast is er nachtzicht aanwezig en heeft de deurbel een IP65-certificaat (waardoor het apparaat weerbestendig is). De kijkhoek is met 154 graden best prima.

Daar waar Ring vaak adverteert met HDR-beeldkwaliteit (high dynamic range), zien we dat de Yale slimme videodeurbel WDR aanbiedt, wat staat voor wide dynamic range. Het idee achter beide beeldtechnologieën is praktisch hetzelfde, aangezien beide technieken beeld kunnen optimaliseren onder specifieke omstandigheden. Zo worden lichte en donkere delen gebalanceerd, waardoor je onder verschillende lichtcondities toch over een duidelijk beeld moet beschikken. Dat klinkt goed op papier, maar in de praktijk stelt de deurbel toch een beetje teleur.

Hoewel je meestal goed kunt zien wat er voor de deur gebeurt, laat de Yale slimme deurbel toch wat steken vallen als het gaat om scherpte en kleur. Personen komen vaak donker of juist overbelicht in beeld (afhankelijk van de zon), terwijl de beelden onrustig en gerafeld lijken (je ziet duidelijk pixels in beeld wanneer iemand beweegt). Stilstaand beeld is geen probleem, maar daarmee voldoet de deurbel dus wat ons betreft alleen aan de minimale eisen. Over het geluid hebben we weinig te klagen: beide kanten horen alles luid en duidelijk.

©Wesley Akkerman

Toch de moeite waard?

Wat de Yale slimme videodeurbel uniek maakt, is de manier waarop notificaties binnenkomen. Niet alleen gaat dat met een ongelooflijke snelheid, ook werkt dat anders dan bij Ring en andere concurrenten. Zodra iemand aanbelt, krijg je een beeldvullende melding op je smartphone waarin je de persoon voor de deur ziet staan, samen met knoppen voor aannemen of ophangen. Dat is zo’n typische functie waarvan je hoopt dat de concurrentie het overneemt, omdat het prettig en snel werkt. Je kunt zodoende iemand veel sneller te woord staan dan bij andere deurbellen.

Verder beschikt de slimme deurbel over allerlei basisfuncties, zoals privacyzones (waarbij een deel van het beeld niet meegenomen wordt), detectiezones (waar er juist extra aandacht uitgaat naar een specifiek deel) en bewegings- en persoonsdetectie. Andere zaken, zoals pakket-, huisdieren- en voertuigdetectie, zitten achter een betaalmuur. Niet dat je iets aan pakketdetectie hebt, want het beeld strekt verticaal gezien niet genoeg om bijvoorbeeld de deurmat te zien. Dus in dat geval is het nog maar de vraag of je een abonnement nodig hebt.

Met dat abonnement krijg je overigens ook toegang tot cloudopnamen, die tot dertig dagen beschikbaar blijven. Anders is het zo dat beelden aanvankelijk lokaal opgeslagen worden en twee dagen beschikbaar blijven. Je kunt de video’s handmatig downloaden en zelf opslaan – dus ook daar heb je niet per se zo’n abonnement voor nodig. Een standaardabonnement kost 4 euro per maand. Dat is wederom niet de hoofdprijs. Nogmaals: om de deurbel goed en wel te kunnen gebruiken, heb je zo’n abonnement niet per se nodig – en dat vinden we een positief aspect.

©Wesley Akkerman

De app en chime

Tot slot kijken we nog even naar de optionele chime (of gong). Dat is een accessoire die je los moet aanschaffen, maar die bij ons in het perspakket zat. Je stopt de gong in het stopcontact en moet hem dan op een ietwat vreemde manier installeren. Dat doe je niet als los apparaat, maar als toevoeging aan de deurbel; de installatie initieer je dan ook via de instellingen van dat apparaat. Het was dus even zoeken, maar na de installatie werkt het ding goed. Hij gaat af zodra er iemand aanbelt, waardoor je dus niet alleen afhankelijk bent van je smartphone.

De Yale-app biedt nog altijd dezelfde overzichtelijke interface. Zo krijg je razendsnel toegang tot de live-weergave, kun je in het activiteitenoverzicht zien wat er precies in en rondom je huis gebeurt en bereik je de vele instellingen die de Yale slimme videodeurbel biedt. Je kunt er een abonnement afnemen en de Yale-producten koppelen aan andere diensten, zoals Google Home, Apple HomeKit en Philips Hue. Dat maakt het systeem redelijk flexibel, maar zodra Matter vlucht neemt, worden dat soort aansluitingen logischerwijs en mettertijd overbodig.

©Wesley Akkerman

Yale slimme videodeurbel kopen?

In vergelijking met de andere onlangs geteste producten van Yale zijn we toch wat minder enthousiast over dit apparaat. Dat komt doordat voornamelijk de beeldkwaliteit te wensen overlaat. Naast een korrelig en overbelicht of juist te donker beeld, zoomt de camera ook flink in op de persoon voor de deur zodra je de notificatie bekijkt. Dat maakt het gebruik toch wat minder overzichtelijk en toegankelijk dan we zouden willen zien op dit prijspunt. Desondanks is dit een betrouwbare en vliegensvlugge deurbel.

▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.