ID.nl logo
Nokia 8 - Betrouwbaar als een Nokia
© Reshift Digital
Huis

Nokia 8 - Betrouwbaar als een Nokia

Nadat het huwelijk tussen Nokia en Windows op de klippen liep, maakt de merknaam onder de vlag van HMD Global een nieuwe start met Android. Deze Nokia 8 is het eerste topmodel waarbij Android en Nokia zijn gekoppeld.

De Nokia 8 oogt als een voortzetting van de Nokia-smartphones die de afgelopen jaren uit zijn gekomen met Windows Phone. De toestellen zijn rechthoekig en de achterkant loopt rond af, waardoor hij prettig vasthoudt. Omdat de achterkant van metaal is, en het natuurlijk om Nokia-bouwkwaliteit gaat, voelt de Nokia 8 ontzettend stevig aan. De randjes rondom de usb-c-poort en camera voelen echter wel wat scherp aan. Deze Zeiss-camera zit overigens zoals vertrouwd in het midden van de achterzijde, echter is er in het geval van de Nokia 8 een dubbele camera aanwezig.

Het formaat is redelijk bescheiden gebleven. Het schermformaat is 5,3 inch (14,5 cm), maar dankzij de dunne schermranden is het toestel niet al te groot. Aan de onderkant vind je de vingerafdrukscanner terug.

Wanneer je het toestel in handen krijgt, heb je dus echt weer (ouderwets) het gevoel een Nokia in handen te hebben, en dat is mooi, want achter de schermen is er een hoop gebeurd. Van de overname door Microsoft, tot het in licentie uitbrengen van Nokia door HMD Global, dat voornamelijk bestaat uit ex-Nokiamedewerkers, die ten tijde van de Microsoft-samenwerking en overname de laan uit zijn gestuurd.

Ik heb echt een zwak gekregen voor de Nokia 8.

-

Schoon en veilig

Ik heb echt een zwak gekregen voor de Nokia 8. Vooral op de manier waarop met Android wordt omgesprongen. Het toestel draait nog niet op Android 8 (Oreo), maar vooralsnog op versie 7 (Nougat). De update naar 8 komt uiteraard, maar ook de beveiligingsupdates worden serieus genomen. Sterker nog, de Nokia 8 had eerder de beveiligingsupdate dan Google’s eigen smartphones.

Dat kan HDM Global (vanaf nu ga ik het Nokia noemen), omdat ze niet aan het Android-besturingssysteem hebben lopen rommelen. Zo heb je geen last van (veelal overbodige) functietoevoegingen, een snel trager wordend systeem, een accu die niet zo lang meegaat als dat hij zou moeten en bloatware, met alle opslagruimtegevolgen van dien. Je hebt gewoon alle ruimte en systeemcapaciteit zelf te besteden, daar kunnen veel fabrikanten nog wat van leren. Ik hoop ook dat Nokia de verantwoordelijkheid van de beveiliging ook op lange termijn zo serieus blijft nemen.

©PXimport

©CIDimport

©CIDimport

Prestaties

De accuduur is dus prima in orde, ondanks dat de capaciteit er niet echt uitspringt. Dagelijks opladen is zeker niet nodig, een dag of twee is net aan te doen. Ook qua prestaties scoort de Nokia 8 punten. Maar dat mag ook wel verwacht worden van de Snapdragon 835-processor, die het toestel aan boord heeft. Ook is er vier gigabyte aan werkgeheugen aan boord en 64 gigabyte aan opslagruimte, waarvan het systeem er zo’n 13,5 in gebruik heeft. Is dat niet genoeg, dan vul je deze opslagruimte gewoon aan met een geheugenkaartje.

De Nokia 8 presteert vlot, dankzij z’n goede hardware. Alleen met ontgrendelen liep ik vaak te stuntelen. De vingerafdrukscanner onder het scherm had vaak last van missers, waardoor ik na (te) veel pogingen uit moest wijken naar een pincode voor ontgrendeling.

Bothies

De enige toevoegingen aan Android die ik vond zijn een support-app, waarin je ook de toestelhandleidingen digitaal terugvind, en de camera app is onder handen genomen. Er zitten behoorlijk wat gimmicks in. Zo gaat de Nokia-marketingploeg helemaal los op een fenomeen dat ze ‘bothie’ noemen. Hierbij wordt tegelijkertijd een foto gemaakt met de camera aan de voorkant én achterkant van het toestel. De twee vierkante plaatjes worden samengevoegd in één rechthoekige foto. Zo kun je bijvoorbeeld jezelf en iemand anders op de foto zetten, of laten zien in welke omgeving je zit. In theorie leuk, in praktijk is het me nog niet gelukt om een bothie te maken die het bewaren waard is.

Ook vond ik andere rare gimmicks terug in de camera app, zoals een kompas en een hoogtemeter.

©CIDimport

Camera

Wat betreft de camera-kwaliteit heeft Nokia nog altijd een goede reputatie bij me. De Lumia 1020 bijvoorbeeld kan ondanks dat hij heftig verouderd is op camerakwaliteit nog altijd meekomen. Ook de PureView-camera’s waren hun tijd ver vooruit. Daarom ben ik toch wat teleurgesteld in de camera van de Nokia 8. Foto’s hadden vaak wat last van bewegingsonscherpte en in lastige lichtomstandigheden heeft de Nokia 8 zichtbaar veel moeite om kleuren goed vast te leggen en genoeg licht te verzamelen om alles (bewegingsloos) weer te geven. Dat is wel jammer.

De Nokia 8 is uitgerust met een dubbele camera: een gewone lens en een monochrome. Deze techniek kennen we van de Huawei P10 bijvoorbeeld. Hierdoor kan er leuk geëxperimenteerd worden met fraaie scherpte-diepte-effecten en kleurloze foto’s.

Scherm

Deze foto’s - en natuurlijk ook alles wat je verder doet op de Nokia 8 - komen prima tot zijn op het LCD-beeldscherm van de Nokia. Het scherm is erg helder, wat bijvoorbeeld erg prettig is als je het toestel buiten in de zon gebruikt. Qua kleurweergave zit alles wel snor, alleen lijken vooral lichte oppervlakken wat grauw.

Concurrentie

De Nokia 8 kost zo’n 550 à 600 euro. Daarmee onderscheidt het zich van de echt dure toptoestellen, de uitslovers. In deze prijsklasse heb je vooral concurrentie van de OnePlus 5, die een wat betere camera heeft en specificaties. Maar weer inboet op accuduur. Ook de Zenfone Zoom S van Asus zit in dezelfde prijsklasse en scoort beter met z’n camera en een fantastische accuduur. Alleen zadelt Asus je op met heel veel bloatware. Binnenkort verschijnt in deze prijsklasse ook de Zenfone 4 van Asus, welke ik ook uitgebreid zal reviewen.

Conclusie

De Nokia 8 is een erg prettig toestel, met prettige pluspunten zoals een vlot, schoon systeem, stevige bouwkwaliteit. Maar waarom ik de Nokia 8 vooral prettig vond om te testen, is het feit dat er juist niks echt mis was. Natuurlijk, de camera kon beter en de vingerafdrukscanner nauwkeuriger. Maar ondanks dat is Nokia terug met een toptoestel, dat bij twijfel altijd de veilige keuze is.

Uitstekend
Conclusie

**Prijs** € 599,- **Kleuren** Grijs, blauw, koper **OS** Android 7.1 **Scherm** 5,3 inch LCD (2560x1440) **Processor** 2,5 GHz octacore (Snapdragon 835) **RAM** 4GB **Opslag** 64GB (uitbreidbaar met geheugenkaart) **Batterij** 3.090 mAh **Camera** 13 megapixel dualcam (achter), 13 megapixel (voor) **Connectiviteit** 4G (LTE), Bluetooth 5.0, wifi, gps **Formaat** 15,2 x 7,4 x 0,8 cm **Gewicht** 160 gram **Overig** USB-C **Website** [www.nokia.com](https://www.nokia.com/nl_nl/phones/nokia-8)

Plus- en minpunten
  • Bouwkwaliteit
  • Schone Androidversie
  • Vlot
  • Energiezuinig
  • Vingerafdrukscanner wat onnauwkeurig
  • Camera kon beter
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.