ID.nl logo
🛫 Van powerbank tot buggy: wat mag wel en wat mag niet mee in het vliegtuig?
© BublikHaus - stock.adobe.com
Huis

🛫 Van powerbank tot buggy: wat mag wel en wat mag niet mee in het vliegtuig?

De voorbereiding van je vliegreis kan een stressvolle bezigheid zijn. Want mag je powerbank eigenlijk mee in het vliegtuig of niet? En hoe zit het met de kinderwagen, het speelgoedpistooltje van je kleuter of een flesje water voor tijdens de vlucht? In dit artikel lees je wat er wel en niet mee mag in je ruim- of handbagage.

Na het lezen van dit artikel heb je antwoord op de volgende vragen: 🧳 Welke spullen mogen wel mee in je handbagage maar niet in de ruimbagage? 🧳 Waar moet je op letten bij het meenemen van elektronica? 🧳 Waar moet je op letten bij het meenemen van vloeistoffen en crèmes?

Ook interessant voor jou: 12 dingen die je moet weten over je reisverzekering

Powerbank

Een powerbank is een lithiumbatterij. Lithium is een brandbare en explosieve stof, reden waarom dit type batterijen niet mee mag in de ruimbagage. Je mag ze wel meenemen in de handbagage, tot een bepaalde capaciteit. Je mag in totaal niet meer dan 100 Wh aan lithiumbatterijen, powerbanks en apparaten met een lithiumbatterij meenemen. Dat staat gelijk aan ongeveer 27.000 mAh. Wil je toch meer meenemen, dan heb je daarvoor toestemming nodig.

Controleer de exacte grens op de website van de luchtvaartmaatschappij. Onderaan dit artikel vind je de links naar de belangrijkste airlines die vliegen vanaf Schiphol. Op de website staat ook hoe je de batterijen moet verpakken: in de originele verpakking of in aparte plastic zakjes en met niet-geleidende tape over de contactpunten. Apparaten met een lithiumbatterij die volledig uitgeschakeld zijn, kunnen wel toegestaan zijn in de ruimbagage. 

©Vadish

Hoverboards en waveboards

Ook hoverboards en waveboards werken op lithiumbatterijen. Deze mag je dus niet meenemen in de ruimbagage. Als je een lichamelijke beperking hebt en afhankelijk bent van zo'n zelfbalancerend apparaat, dan kun je toestemming vragen aan de luchtvaartmaatschappij. 

©maxbelchenko

Kinderwagen

Een kinderwagen, buggy of rugdrager mag meestal mee tot aan de gate. Een kleine, opvouwbare buggy mag vaak ook mee de cabine in. Kinderwagens die te groot zijn voor de cabine kun je bij het boarden alsnog afgeven. 

©Matej Kastelic | Kasto Images

E-sigaretten

De regels voor elektronische sigaretten en bijbehorende batterijen verschillen per land. Meestal mag je ze meenemen de cabine in – in een broek of jaszak of als handbagage – maar ze mogen niet in je ruimbagage. De e-sigaret moet wel helemaal uitgeschakeld zijn en losse batterijen moet je apart verpakt meenemen. De bijbehorende e-vloeistoffen vallen onder de regels voor vloeistoffen. Je kunt ze meenemen in flesjes van maximaal 100 ml per flesje. In sommige landen is het verboden om e-sigaretten bij je te hebben, onder andere in Argentinië, Brazilië en Singapore. 

©fotofabrika

Speelgoedwapens

Een speelgoedpistool in je handbagage kan je bij de veiligheidscontrole in de problemen brengen. Een speelgoedwapen dat nauwelijks van echt is te onderscheiden, is verboden in de cabine. Je mag dit alleen meenemen in de ruimbagage. Hetzelfde geldt voor pijlen en bogen, katapulten en andere voorwerpen waarmee je iets kunt afvuren.

Scherpe voorwerpen

Je mag geen mes met een blad langer dan zes centimeter in je handbagage hebben. Ook een schaar die vanaf het scharnierpunt langer dan zes centimeter is, valt onder de verboden voorwerpen in de cabine. Gereedschap dat als wapen te gebruiken is, kan eveneens geweigerd worden. Denk aan boren, zagen en priemen, maar ook aan (haak- en brei)naalden en schroevendraaiers. Wegwerpscheermesjes zijn toegestaan, andere soorten scheermessen mogen alleen mee in de ruimbagage. Verder kun je zonder problemen een kleine vijl of pincet meenemen. Let ook hierbij op de grens van zes centimeter.

©Tomasz Wyszolmirski DABARTI

Aanstekers

Een aansteker mag je bij je dragen, net als lucifers voor persoonlijk gebruik.

Drinkyoghurt en andere vloeistoffen

Drinkyoghurt valt onder vloeistoffen en die mogen over het algemeen alleen mee in verpakkingen van minder dan 100 ml en dan ook alleen in een doorzichtig, hersluitbaar zakje, waarin je in totaal maximaal een liter aan vloeistoffen bewaart. Hierin kun je ook shampoo, deodorant, gezichtscrème en andere vloeibare en smeerbare producten doen, zolang de hoeveelheden per verpakking maar onder de 100 ml blijven. Ook tandpasta, pindakaas, mayonaise en mosterd vallen onder deze regel, net als haargel, lipgloss en zonnebrandcrème.

Uitzonderingen

🛬 Drankjes en cosmetica die je na de veiligheidscontrole koopt, mogen mee de cabine in een verzegelde tas.
🛬 Een drinkfles van plastic met je eigen drankje mag op Schiphol en op sommige andere luchthavens gewoon mee in je handbagage. De CT-scan op de luchthaven controleert de inhoud en als het gaat om een verfrissend drankje, dan mag het mee. De security-medewerkers hebben hierover het laatste woord. Op andere luchthavens mag een drinkfles alleen leeg mee en kun je hem na de veiligheidscontrole weer vullen. Metalen flessen kunnen niet gescand worden door een CT-scan en mogen daarom alleen leeg mee.
🛬 Babyvoeding, dieetvoeding en medicijnen mogen altijd mee, ook in grotere verpakkingen dan 100 ml als dat nodig is. Bij de veiligheidscontrole kan gevraagd worden om een bewijs dat de dieetvoeding of de medicijnen noodzakelijk zijn. Babyvoeding mag alleen mee als er een kind van anderhalf jaar of jonger meereist.

Lunchpakket

Een lunchpakket, salade of zakje zoutjes mag je zonder problemen meenemen in het vliegtuig. Een boterham besmeerd met chocopasta mag dus wel, maar losse boterhammen en een pot chocopasta niet. Ook de dressing voor je salade kun je beter met de salade vermengen, om te voorkomen dat die als een vloeistof wordt gezien.

©Robyn Mackenzie

Brandstof

Ga je kamperen, dan is het handig om een gastankje of andere brandstof bij je te hebben om mee koken. Maar in het vliegtuig mag je geen brandstof meenemen, niet in je handbagage en niet in de ruimbagage. Je moet gastankjes, spiritus, ethanol of andere brandstoffen dus in het land van je bestemming kopen en daar opmaken. Zorg dus dat je weet of je in je vakantieland de brandstof kunt kopen die je nodig hebt.

Dieren

Wil je een huisdier meenemen op reis? Op veel vluchten kan dat, afhankelijk van de airline, het type vliegtuig en de bestemming. Airlines die dieren vervoeren nemen vaak alleen honden en katten mee en dan ook alleen met een speciale reservering en tegen betaling. Als het dier past in een reistas die je onder een stoel kunt zetten, dan mag het dier vaak mee in de cabine. Anders moet je het dier in een kennel laten vervoeren in een speciaal verwarmd deel in het ruim. De regels voor de minimale leeftijd en het maximale gewicht van het dier verschillen per luchtvaartmaatschappij, net als de eisen die worden gesteld aan de reistas of kennel. Een hulphond mag praktisch altijd mee in de cabine, doorgaans gratis en onder voorwaarde dat het dier vooraf is aangemeld. 

Lees ook: Is je huisdier verzekerd op je reisverzekering?

©annaav

Huisdier mee?

De beste reisbenches

Regels voor handbagage van luchtvaartmaatschappijen

KLM ✈ Transavia ✈ easyJet ✈ TUI Fly ✈ Vueling

â–¼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

â–¼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.