ID.nl logo
Dit zijn de 9 meest gemaakte klusfouten
© ajr_images - stock.adobe.com
Huis

Dit zijn de 9 meest gemaakte klusfouten

Een Oudhollands spreekwoord luidt: waar gewerkt wordt vallen spaanders. Bij het klussen gaat lang niet alles altijd helemaal goed. Dat is op zich geen probleem, zolang je maar op je eigen veiligheid let en fouten zoveel mogelijk probeert te voorkomen. Dit artikel legt uit wat de meest voorkomende fouten zijn en hoe je ze voorkomt.

Klussen is leuker wanneer je efficiënt werkt en je projecten slagen. Een plan maken is altijd een goed idee, maar klussen is soms ook gewoon improviseren. Uiteraard helpt het om georganiseerd te werk te gaan. Lees hieronder wat de meest gemaakte klusfouten zijn zodat jij ze kunt vermijden. • Veiligheid en materialen • Meten en zorgvuldig werken • Tijdsplanning en hulp vragen

Ook interessant: Het belangrijkste gereedschap voor elke hobbyklusser

1: Niet denken aan je eigen veiligheid

Professionele vakmensen moeten aan allerlei regels voldoen voor de veiligheid. Het dragen van speciale kleding en andere persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) zijn vaak verplicht. Hobbyklussers gaan regelmatig zomaar aan de slag. Terwijl ze minder ervaring hebben en zich daardoor minder bewust zijn van de gevaren.

Een stofmasker is bijvoorbeeld ten zeerste aangereden wanneer je gaat schuren, zagen of isolatiemateriaal aanbrengt. Let verder op het beschermen van je ogen, handen, voeten, hoofd en oren. Besteed ook aandacht aan de omgeving. Werk je in een opgeruimde en goed geventileerde ruimte?

Lees ook: Zelf klussen? Deze beschermingsmiddelen en werkkleding heb je nodig

©THP Creative

2: Niet goed voorbereid zijn

Weet je precies wat je wilt bereiken met een klus en zie je alle stappen al voor je? Als het antwoord op deze vraag Nee is, kun je beter teruggaan naar de tekentafel. Maak (vooral) bij grote projecten een helder plan. Dat hoef je niet meteen helemaal uit te schrijven, zolang je het maar voor je ziet. Heb je veel materialen en gereedschap nodig? Maak dan een lijst zodat je zeker weet dat je alles in huis hebt en niet halverwege een tocht naar de bouwmarkt hoeft te maken. Verder is het handig om je goed in te lezen, zodat je weet wat je te wachten staat.


💡Van beschadigingen aan stucwerk repareren tot zelf je badkamervloer betegelen, van plinten leggen tot deuren schuren: op ID.nl vind je heel veel handige klusartikelen en handleidingen!


3: Het verkeerde gereedschap

Goed gereedschap is niet goedkoop. Maar je haalt als klusser wel veel plezier en voordeel uit betrouwbare tools. In eerste instantie geef je meer geld uit, maar daar profiteer je wel van. Je klust efficiënter en daardoor gaat het klussen sneller én is het leuker. Bovendien gaat goed gereedschap langer mee. Daarom kan goedkoop op de lange termijn zomaar duurkoop worden. Denk je een dure machine maar één keer nodig te hebben? Dan is huren een uitstekende optie.

Lees ook: Elektrisch gereedschap dat elke doe-het-zelver moet hebben

©BillionPhotos.com

4: Onjuiste materialen gebruiken

Weet je zeker dat je het hout dat je gebruikt voor je schutting tegen de regen kan? En hebben de schroefjes die je nog op zolder hebt liggen nou wel écht de juiste lengte? Het kan aantrekkelijk zijn om wat je al in huis hebt te gebruiken voor je volgende klus. Besparen op kosten en materialen is uiteraard te prijzen. Maar we raden je aan om niet té creatief te werk te gaan. Want daarmee maak je het jezelf onnodig lastig en is de kans veel groter dat je project mislukt.

Lees ook: Schroeven, pluggen, bouten en moeren: even je kluskennis bijspijkeren!

5: Onzorgvuldige metingen

Meten is weten en Meten kun je vaker, zagen maar één keer zijn slechts twee voorbeelden van gezegdes die mensen op het hart drukken om zorgvuldige metingen te verrichten. Logisch, want juist op dit punt wil het nog weleens fout gaan. Ga daarom altijd secuur te werk als je dingen opmeet. De rest van je project is hier namelijk compleet afhankelijk van. Schrijf alles wat je nodig hebt op en controleer je metingen als je begint met zagen of boren.

Lees ook: Doe-het-zelver? Hierom is de iPhone onmisbaar gereedschap!

©Rawf8

6: Te trots om hulp te vragen

Klussers zijn doorgaans trotse mensen. Daar is niks mis mee, zolang je maar weet wanneer je hulp moet vragen. Je hoeft niet meteen bij een professional of iemand met veel ervaring aan te kloppen: vaak is even een tweede paar ogen erbij al genoeg. Bovendien zijn veel klussen gewoon makkelijker met een paar extra handen. Denk bijvoorbeeld aan fysiek zwaar werk of het vasthouden van onderdelen die aan elkaar bevestigd moeten worden. Zelfs iemand die je de schroevendraaier aangeeft terwijl je met een plafondlamp bezig bent of met een zaklamp voor extra verlichting zorgt is al erg nuttig.

Over plafondlampen gesproken ...

Steek je licht op en

7: Te weinig tijd inplannen

Klussen is het leukst wanneer je ene na het andere project voltooit. Maar erg snel willen werken leidt ook regelmatig tot problemen. Zorg dat je meer tijd inplant dan je denkt nodig te hebben. Hierdoor zit je niet veel te gehaast te werken omdat het donker wordt of meet je onzorgvuldig omdat het bijna etenstijd is. In andere woorden: zorg ervoor dat je zo min mogelijk tijdsdruk ervaart. Daardoor voorkom je fouten, boek je betere resultaten en klus je uiteindelijk met veel meer plezier.

8: Geen pauzes nemen

Lange klussen vragen om precisie en concentratie. Als je te lang aan één stuk door werkt, neemt de kans op fouten toe. Misschien wil je zo snel mogelijk klaar zijn met het project of vind je klussen gewoon erg leuk en vergeet je de tijd. We raden je hoe dan ook aan pauzes in te lassen.

Een minuut of tien kan al genoeg zijn. Je kunt even rustig bijkomen, een kop koffie drinken en iets eten. Daarna ga je weer met vernieuwd enthousiasme en meer concentratie aan de slag!

©stokkete

9: Juist té bang zijn om fouten te maken

Een klusser is ondernemend en vertrouwt op zijn of haar eigen kunnen. Bij beginners is dat lang niet altijd zo. Als je te bang bent om dingen in en rond je huis op te knappen word je natuurlijk nooit een ervaren hobbyklusser. Heb jij nog weinig kluservaring? Begin dan gewoon met een simpele klus en neem steeds meer hooi op je vork. Bedenk ook goed wat de schade is wanneer je het verkeerd doet. Leidt het tot gevaarlijke situaties of is er kans op veel materiële schade? Dan is het verstandig om hulp in te schakelen. Maar zolang je de bovenstaande veiligheidstips opvolgt en begint met een klein project kan er eigenlijk niet zoveel verkeerd gaan. Zie je klus als avontuur en laat je niet zomaar uit het veld slaan!

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.