ID.nl logo
De 6 beste alternatieven voor Paint
© Reshift Digital
Huis

De 6 beste alternatieven voor Paint

Eind oktober liet Microsoft de Creators Update van Windows 10 zien. Opvallend is dat oudgediende Paint helemaal op de schop gaat en wordt klaargestoomd om objecten in 3D te kunnen maken. Maar wat als je gewoon een digitaal canvas wilt voor je platte creaties? Wij vergelijken verschillende toegankelijke Paint-alternatieven met elkaar.

Eind oktober kondigde Microsoft de volgende update voor Windows 10 aan: de Windows Creators Update, die in april officieel uitkwam. Zoals de naam al duidelijk maakt, draait deze update om ‘creators’, oftewel ‘makers’. Specifiek: makers van 3D-modellen. Die focus zie je terug in de nieuwe Paint-app die tegelijkertijd met de Creators Update beschikbaar komt. Die heet namelijk Paint 3D. In deze nieuwe versie van Paint kun je 3D-modellen maken en bewerken, maar ook realistische textures toevoegen. Microsoft komt bovendien met de Remix 3D-community waar je je creaties kunt uitwisselen met anderen en zelf bestaande creaties binnen kunt halen. In de toekomst wordt het dan ook mogelijk om je 3D-creaties te bekijken met HoloLens of met een vr-bril.

Tegelijk met de aankondiging van Paint 3D kwam Microsoft ook met een nieuwe desktopcomputer. De Surface Studio is een alles-in-een-computer die er prachtig uitziet. Misschien nog wel het belangrijkste onderdeel daarvan is de Surface Dial, een draaibare knop die volgens Microsoft erg handig is tijdens het tekenen.

©PXimport

Paint 3D

Wat opvalt aan de nieuwe Paint is de interface. Weg is het Lint bovenaan. In plaats daarvan zie je rechts in beeld contextuele knoppen. De interface is zeer geschikt voor aanraakschermen, dus overal zijn er grote knoppen en sliders. Je kunt kiezen uit een reeks standaard 3D-objecten en -modellen, zoals poppetjes en een aantal dieren, maar ook een kubus, een bol en een cilinder. Dat is nogal beperkt natuurlijk, maar je kunt de onlinegemeenschap gebruiken om meer objecten te vinden. Op die objecten kun je vervolgens een aantal stickers plakken. Wat betreft tools om te bewerken heb je keuze uit markers, pen, potlood en crayon. Paint 3D heeft de mogelijkheid om al je acties terug te spoelen. Daarmee kun je stap voor stap zien hoe je creatie tot stand is gekomen. Meer weten? We zijn natuurlijk ook zelf aan de slag gegaan met Paint 3D.

©PXimport

Paint.NET

Paint.NET is misschien wel een van de bekendste alternatieven van Paint. Het begon meer dan twaalf jaar geleden als een project van een student en is inmiddels uitgegroeid tot een uitgebreid programma en een goed Paint-alternatief.

De eerste indruk van Paint.NET is de ietwat drukke, maar wel erg duidelijke en eenvoudige interface. Je hebt alle benodigdheden binnen handbereik: selectietools, pennen, verfkwasten en een kleurenpipet. Rechtsboven zie je alle acties die je uitvoert, zodat je snel een actie ongedaan kunt maken.

Paint.NET heeft ondersteuning voor lagen, waarbij je lagen kunt samenvoegen en de transparantie of een samenvoegmodus voor de laag kunt instellen. Wat betreft effecten heeft Paint.NET alleen de basics. De artistieke effecten reiken niet verder dan de keuze uit inkt, olie en potlood. Paint.NET heeft gelukkig wel ondersteuning voor plug-ins.

©PXimport

Gimp

Naast Paint.NET is die andere, bekende grafische editor natuurlijk Gimp. Gimp wordt vaak vergeleken met Photoshop, maar het programma kan ook prima dienstdoen als Paint-vervanger. De interface van Gimp is ten opzichte van de eerdere versies sterk verbeterd. Vroeger was deze niet fijn om mee te werken vanwege alle losse panelen die over je scherm zweefden. Je raakte zo al makkelijk het overzicht kwijt. Dat is al lange tijd opgelost, dankzij de modus Enkel venster.

De indeling van de interface komt grotendeels overeen met Paint.NET, maar is wel wat minder gebruiksvriendelijk. De gereedschapskoffer van Gimp is erg uitgebreid. Gereedschappen voor selecteren en inkleuren, maar ook voor vervagen en voor doordrukken zijn natuurlijk aanwezig. Waar Gimp echt in uitblinkt zijn de opties per gereedschap. Het aantal filters is bovendien erg groot, evenals het aantalondersteunde formaten.

©PXimport

Raster versus vector

Paint.NET is een programma dat werkt met rasterafbeeldingen, in tegenstelling tot vectorafbeeldingen. In deze vergelijkingstest bespreken we een aantal programma’s die soms met een van beide werken en soms met beide. Het verschil tussen raster en vector is dat rasterafbeeldingen bitmaps zijn. Dat houdt in dat de afbeelding bestaat uit een reeks pixels. Elke pixel is een punt in de afbeelding. Vectorafbeeldingen daarentegen bestaan niet uit pixels, maar uit wiskundige functies om de vormen in de afbeelding te genereren. Het verschil zit erin dat je veel verder kunt in- of uitzoomen op vectorafbeeldingen terwijl de kwaliteit hetzelfde blijft: de afbeelding wordt voor elke grootte opnieuw opgebouwd op basis van de wiskundige functies.

Inkscape

Inkscape is een editor voor vectorafbeeldingen. Het is een gratis opensourceprogramma. Het programma bevat de standaardgereedschappen die je verwacht van een Paint-alternatief, zoals lagen, vormen, tekst en vullingen. Het bevat echter ook wat minder bekende tools, zoals de spiraaltool. Inkscape bevat bovendien heel erg veel filters: de meeste van alle besproken alternatieven.

De interface is vrij standaard en komt overeen met wat we gewend zijn van de andere programma’s. Helaas is Inkscape, net als Gimp en Krita, overgezet van Linux naar Windows. Dat zie je terug in de elementen en de stijl, die verschilt van veel andere Windows-programma’s. Links staan je gereedschappen in beeld, rechts kun je snelacties uitvoeren – bijvoorbeeld knippen, plakken, opslaan, verdubbelen of extra hulpvensters openen, zoals het lagenvenster. De gehele balk onderaan is gericht op het kiezen van de juiste kleur, waarbij eenvoudig een kleurpalet samengesteld kan worden.

Het nadeel aan Inkscape is dat het programma niet eenvoudig te gebruiken is voor beginners. Veel handige opties zijn weggestopt of lastig terug te vinden. Het programma zal voornamelijk grafische professionals aanspreken die hun weg weten in zo’n tool, maar het is een stuk minder geschikt als Paint-alternatief voor huis-, tuin- en keukengebruik.

Daarnaast gaat de ontwikkeling van Inkscape heel erg langzaam. Dat zien we helaas ook bij Gimp, dat sinds 2012 van 2.8 naar 2.9 is ontwikkeld. Door het lange bestaan van Inkscape zijn er wel heel veel tutorials en andere hulpbronnen online beschikbaar die je op weg kunnen helpen met het maken van je kunstwerk.

©PXimport

Gereedschappen

Om je te helpen kiezen, is het belangrijk dat je zelf weet wat je graag wilt gaan doen met je Paint-alternatief. Paint zelf is vooral bedoeld om te tekenen en om handmatig 2D-creaties te maken, al dan niet met bestaande foto’s. Dat kun je met alle besproken programma’s. Veel van de besproken alternatieven kunnen echter veel meer. Zo kun je filters of effecten toepassen op de foto of de helderheid en het contrast aanpassen. Ook bieden veel programma’s mogelijkheden om de kleuren aan te passen, bijvoorbeeld om de foto natuurlijker te laten overkomen. Ook de mogelijkheid tot bijsnijden van foto’s is wijdverbreid; nuttig om er bijvoorbeeld een bepaald object of persoon uit te halen. Andere overwegingen zijn het aantal gereedschappen beschikbaar in een programma en of je liever met vector- of een rastereditor aan de slag wilt gaan.

Krita

Krita is een opensourcetekenprogramma dat een aantal succesvolle Kickstarter-campagnes heeft voltooid. Het programma is bedoeld als concurrent van Corel Painter. In tegenstelling tot de tot nu toe besproken programma’s is Krita dan ook bedoeld voor professionele artiesten om digitale tekeningen mee te maken. Het bewerken van afbeeldingen komt op het tweede plan.

Krita heeft net als Paint.NET en Gimp een aanpasbare interface die je naar eigen wens in kunt stellen. Volgens de makers is die interface geschikt voor zowel de desktop als een aanraakscherm.

Voor het tekenen heeft Krita een speciaal ‘pop-up palette’ om de productiviteit tijdens het tekenen te verhogen. Je kunt het vergelijken met het menu van de Surface Dial, dat eveneens rond is. Je kunt er snel penselen mee kiezen of kleuren instellen en je ziet de voor- en achtergrondkleuren in een klein overzicht. Met een rechtermuisklik roep je het ronde menu op. Het is erg handig om snel te wisselen tussen je favoriete penselen tijdens het maken van een tekening.

Wat betreft gereedschappen om mee te tekenen zal Krita je niet teleurstellen. Het penseelmechanisme is specifiek ontworpen voor digitaal tekenen. De penselen ingebouwd in Krita zijn erg goed aan te passen. De software bevat een boel modi, met erg veel standaardpenselen om uit te kiezen. Ook zijn er genoeg filters aanwezig die direct toegepast kunnen worden. Laagondersteuning is er ook en sinds versie 3 is het mogelijk om animaties te maken in Krita. Krita kan nog verder uitgebreid worden met plug-ins, zo is het zelfs mogelijk om Gimp-penselen in te laden en op te slaan.

©PXimport

Kunst in Paint

Paint is erg basic. Het bevat een paar gereedschappen om je digitale 2D-creaties mee te maken. Toch bewijst een aantal artiesten dat het gereedschap niet uitmaakt en dat je ook met zelfs zo’n basic tool kunstwerken kunt maken. De artiest Bruno Sousa heeft bijvoorbeeld een Pikachu geschilderd in Paint. Daarvoor gebruikte hij voornamelijk de airbrush-tool. Wel had Sousa als kritiek dat hij Paint ‘geen fijn tekenprogramma’ vindt. Ook Pat Hines heeft een aantal mooie Paint-creaties op zijn naam. Zo heeft hij bijvoorbeeld een Harry Potter-scène nagemaakt in Paint, allemaal met alleen een computermuis als tekengereedschap. Hines begint met een aantal eenvoudige vormen, kleurde ze in en vergrootte ze. Een Reddit-gebruiker maakte Morgan Freeman na in Microsoft Paint. Dus wat is jouw excuus dat Paint niet volstaat?

©PXimport

Pixlr

Pixlr is van Autodesk, het bedrijf dat verantwoordelijk is voor 3D-ontwerpsoftware AutoCAD. Voordat je Pixlr kunt binnenhalen moet je een account aan te maken voor de dienst. De editor van Pixlr heeft de eenvoudigste interface van de besproken Paint-alternatieven. Er staat alleen links een aantal gereedschappen in beeld. Pixlr is vooral bedoeld voor het bewerken van foto’s en niet zozeer voor het maken van digitale tekeningen.

Er is een aantal effecten en filters ingebouwd in Pixlr. Er zijn effecten zoals potlood, poster of polygoon. Je kunt afbeeldingen bewerken met gereedschappen zoals bijsnijden, scherper maken, rode ogen weghalen en meer. De gereedschappen zijn in vergelijking met de overige besproken programma’s erg eenvoudig en hebben geen configuratieopties. Dat hoeft niet per se een minpunt te zijn als je op zoek bent naar een eenvoudig programma. Pixlr heeft zowel een betaalde als een gratis versie. In de gratis versie is er geen mogelijkheid om met lagen te werken.

©PXimport

Artweaver

Artweaver is in vergelijking met Pixlr een stuk geavanceerder. De interface lijkt op het eerste gezicht afkomstig uit Photoshop CS2. De gereedschappen lijken zelfs direct daaruit te zijn overgenomen. Er is een aantal kant-en-klare penselen, er zijn een stempel en een lasso en er zijn veel vormen die je kunt tekenen, maar andere gereedschappen ontbreken juist weer, zoals vervagen of smudging.

Als je meer wilt, kom je al snel uit bij de betaalde versie. Die versie bevat per penseel nog specifiekere types en je kunt erg geavanceerde aanpassingen doen aan het penseel. Zo kun je zaken als vorm, hoek en ruis instellen. Ook kun je in de betaalde versie afbeeldingen spiegelen. De ingebouwde gereedschappen in de gratis versie die wij testten werken net even iets beter dan bijvoorbeeld Paint.NET. Ook heeft Artweaver ondersteuning voor plug-ins, maar helaas zijn er daar maar weinig van.

Het fijne is dat Artweaver zich op een ding richt: digitaal tekenen. Dankzij zijn bekende Photoshop-interface is dit een gebruiksvriendelijk Paint-alternatief.

©PXimport

Fotoviewers

Als je liever een foto wilt bekijken en af en toe wilt verbeteren in plaats van je eigen, digitale creaties te maken, dan valt er ook genoeg te kiezen. Je kunt dan bijvoorbeeld denken aan IrfanView, de VLC onder de foto-editors, met erg veel formaten die ondersteund worden en veel opties. Daarnaast is er een aantal basiseffecten ingebouwd om foto’s te bewerken. Een alternatief op IrfanView is Faststone Image Viewer, waarmee je ook foto’s kunt converteren. Daarnaast lijkt de interface veel op de Windows Verkenner. Je kunt afbeeldingen labelen en ook enkele basiseffecten toepassen.

Conclusie

Elk van de zes besproken programma’s is goed geschikt als Paint-alternatief. Paint.NET volstaat als basisprogramma, voor als je af en toe een tekening wilt maken. Het is een erg gebruiksvriendelijk en eenvoudig programma, dat je snel onder de knie hebt. Voor Artweaver geldt hetzelfde, maar toch is dat de winnaar omdat het net een tikkeltje geavanceerder is. Een belangrijk pluspunt van Artweaver is zijn bekende Photoshop-interface. Pixlr is veruit het eenvoudigst maar heeft daarentegen wel weer heel veel beperkingen. Ondanks de leuke effecten en andere tools geeft Pixlr je weinig creatieve vrijheid om een mooie tekening te maken.

Als je wat meer uit je tekenprogramma wilt halen, is het nodig om verder te kijken. Dan kom je al gauw terecht bij Gimp, Inkscape of Krita, die alle drie erg geavanceerd zijn. Van die drie geavanceerde Paint-alternatieven raden we je toch Gimp aan. Krita is misschien wat gebruiksvriendelijker, maar richt zich echt op maken van een digitaal kunstwerk. Krita is goed, het heeft veel kant-en-klare penselen en veel gereedschappen en opties, maar dat is niet per se wat een Paint-alternatief moet zijn. Je wilt naast het tekenen ook kunnen werken met foto’s en dat kan simpelweg beter met Gimp.

In de tabel (pdf) vind je de testresultaten van de 6 geteste Paint-vervangers.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Column: Overwatch 2 heeft juist nu een PvE-modus nodig
© Blizzard
Huis

Column: Overwatch 2 heeft juist nu een PvE-modus nodig

Liveservicegames en hero shooters waren in 2016 niet per se nieuw. Destiny ging al twee jaar hard, en hoewel nieuwkomer Overwatch erg goed ontvangen werd, trokken sommigen al snel vergelijkingen met Valve’s inmiddels oude Team Fortress 2. Toch wist de hero shooter van Blizzard een Game of the Year Award voor de neus van onder andere Uncharted 4: A Thief’s End weg te grissen. Het was een glorieus begin van een moeizaam traject.

In de afgelopen tien jaar onderging Overwatch grote veranderingen. Na een groot succes met ruim 50 miljoen totale spelers in de eerste drie jaar kondigde Blizzard in 2019 aan dat er een vervolg zou komen, dat ‘naast het originele Overwatch’ moest bestaan en uitgebreid werd met Player-versus-Environment-content. De 6-tegen-6 Player-versus-Player-gameplay waar Overwatch om bekendstaat, zou blijven bestaan en voorzien worden van dezelfde content in de twee games. Ook zou Overwatch 2 een exclusieve PvE-modus met een verhaallijn en skill-trees krijgen, waarmee ieder personage op zowel grote als subtiele wijze aangepast kon worden.

©Blizzard

Nee, toch niet

Wie Overwatch 2 sinds de early access-verschijning eind 2022 heeft gespeeld, weet dat daar maar bar weinig van is waargemaakt. Overwatch en Overwatch 2 werden ten eerste geen aparte titels: laatstgenoemde heeft de plaats van het origineel simpelweg ingenomen. Die verhaalmodus? Voor 15 euro kreeg je met de 1.0-release van Overwatch 2 in augustus 2023 toegang tot drie missies. Die verkochten niet goed genoeg voor Blizzard – volgens bronnen Bloomberg - waarmee de mogelijkheid van meer PvE-content direct werd begraven.

Het was toen zelfs al bekend dat de PvE-modus grotendeels geschrapt was, gezien de modus volgens regisseur Aaron Keller ‘de focus tijdens het ontwikkelproces van de game belemmerde’. Dat is geen vreemde redenering, maar PvE was wel juist datgene dat Overwatch 2… nou ja, Overwatch 2 maakte. Uiteindelijk was de lancering van de ‘nieuwe’ game vooral een grote update, met drie nieuwe personages, wat extra arena’s en een nieuwe 5v5-opzet in plaats van 6v6. Er stond nu slechts een ‘2’ achter.

©Blizzard

Een alternatieve toekomst

Recent werd aangekondigd dat Overwatch 2 het cijfer van de naam afknipt met het twintigste seizoen en dus weer gewoon Overwatch heet – we zijn dus weer terug bij af. Ik stapte zelf destijds op de Overwatch-trein door juist de belofte van PvE in het vervolg, en heb uiteindelijk pakweg 300 uren tussen beide games verdeeld. Hoewel ik naarmate de tijd vorderde wat uren in de competitieve modus stak, maakte het spelen met vrienden de ervaring écht vermakelijk.

Gezellig kletsen, schreeuwen tegen willekeurige teamgenoten en de mix van tactiek en variatie die de vele personages in Overwatch bieden: dat staat mij bij. Een PvE-modus waarin juist dat samenspel en de speelwijze van de verschillende heroes aan te passen zijn naar jouw speelstijl was een soort heilige graal, die uiteindelijk dus nooit verscheen. Dat is eeuwig zonde. De competitieve e-sportscene van Overwatch is al sinds het begin een belangrijk aspect van de game, dus ergens is het begrijpelijk dat het team dit niet uit het oog wilde verliezen.

©Blizzard

Maar juist in de laatste jaren zien we een interessante verschuiving naar PvE, of in ieder geval multiplayer-ervaringen die niet geheel om competitie draaien. Denk aan Helldivers 2 van een paar jaar terug, waarin vrienden en willekeurige spelers het opnemen tegen legioenen aan vijanden – en zelfs wereldwijd samen naar een doel werken. Of de explosie aan zogenaamde ‘friendslop’ games als Peak en Lethal Company, die geheel draaien om het samen uitvoeren van taken als een berg beklimmen of het verzamelen van schroot. Een game als Arc Raiders bevat daarbij ook PvP-elementen, maar staat ook bij omdat meerdere spelers samen kunnen komen om een gigantische robot te verslaan. Video’s waarbij spelers plots oude vrienden tegenkomen in de game tonen aan waarom PvE momenteel zó ontzettend leuk kan zijn.

De realiteit

Het is achteraf makkelijk te zeggen, maar de originele visie voor Overwatch 2 had best een prominente rol in het huidige gamelandschap kunnen bekleden. Met de aankondiging werden uitgebreide skilltrees getoond voor de verschillende personages waar Overwatch om bekendstaat.

©Blizzard

Een van Mei’s speciale vaardigheden is bijvoorbeeld het veranderen in een ijspegel, om zo health terug te verdienen en een paar seconden onverwoestbaar te zijn. Met een van de skills die getoond werd veranderde deze ijspegel in een ijsbal, waarmee ze op spectaculaire wijze door groepen vijanden kan kegelen. De PvE-modus had de potentie om een soort zandbak voor dergelijke ideeën en ingrijpende veranderingen voor het klassieke Overwatch te worden. Een speelsere mix van skills en samenwerking om juist die avonturen uit bijvoorbeeld een Helldivers 2 te nabootsen. De tactische teamgameplay had dan ook niet hoeven verdwijnen, het zou juist vet geweest zijn om met vrienden verschillende skills af te stemmen en los te laten op de robots van Null Sector.

Dat is nog zoiets: de lore en verhaallijn van Overwatch zijn ontzettend interessant, en had meer in de schijnwerpers kunnen staan met de PvE-insteek. Nog voordat ik de games überhaupt had aangeraakt, verslond ik de prachtig geanimeerde filmpjes van Blizzard en verhalen die ze voor de personages uitbrachten.

Watch on YouTube

Wat ik dan ook zie van de nieuwe update wringt met mijn gevoel. Ja, het lijkt erop dat Blizzard een inhaalslag maakt en sneller met nieuwe personages komt om de game fris te houden. Het wekt de indruk dat we weer terug zijn bij het ‘oude’ Overwatch, en dat de ontwikkelaar nog altijd een sterke hero shooter wil behouden nu concurrenten als Marvel Rivals het speelveld hebben betreden. Toch kan ik het niet laten om te fantaseren over hoe Overwatch meer had kunnen zijn dan een hero shooter.

De realiteit is dat het Overwatch-team geen goede balans wist te vinden tussen het bijhouden van de PvP- en competitieve scene van Overwatch en de ontwikkeling van de PvE. Zonde, want zeker in het huidige multiplayerklimaat, waar mensen steeds meer achterover lijken te hangen om met elkaar te spelen in plaats van tegen elkaar, had het originele Overwatch 2 perfect gepast.

▼ Volgende artikel
We geven Mario Tennis Fever weg voor de Switch 2
Huis

We geven Mario Tennis Fever weg voor de Switch 2

Samen met onze vrienden van bol geven we wekelijks een nieuwe game weg, en deze week is dat natuurlijk Mario Tennis Fever.

Fever verscheen namelijk deze week voor de Nintendo Switch 2 en is volgens onze Simon een uitstekende Mario-sportgame. Met z'n Fever Rackets - die speciale slagen vol onvoorspelbare effecten mogelijk maken - goede basisgameplay en flink wat content weet Fever boven de afgelopen delen uit te stijgen:

Mario Tennis Fever barst van de content. De vele personages, banen en rackets geven unieke, diepere lagen aan de gameplay en multiplayerpotjes gaan met grote glimlach en een berg vertier gespeeld worden. Jammer voor de wat volwassenere spelers dat die volgende laag diepgang nét niet geraakt wordt. Daarvoor is het singleplayeraanbod niet genoeg, de tegenstanders niet uitdagend genoeg en ontbreekt er hier en daar net wat finesse. Maar ga zo door, Nintendo. Mario Tennis Fever zit namelijk wél in de richting van die tijdloze Camelot-klassiekers waar we zo naar hunkeren.

Winnen

Wat moet je doen om te winnen? Ga naar de website van bol, vind de productcode in de url (bestaande uit zestien cijfers) en vul die hieronder in het invulformulier in! Vergeet ook niet je naam en emailadres in te vullen, dan sturen we je zo snel mogelijk een code om de game fysiek op bol.com te bestellen!

Werkt het formulier niet? Klik dan hier.

Watch on YouTube