ID.nl logo
De 6 beste alternatieven voor Paint
© Reshift Digital
Huis

De 6 beste alternatieven voor Paint

Eind oktober liet Microsoft de Creators Update van Windows 10 zien. Opvallend is dat oudgediende Paint helemaal op de schop gaat en wordt klaargestoomd om objecten in 3D te kunnen maken. Maar wat als je gewoon een digitaal canvas wilt voor je platte creaties? Wij vergelijken verschillende toegankelijke Paint-alternatieven met elkaar.

Eind oktober kondigde Microsoft de volgende update voor Windows 10 aan: de Windows Creators Update, die in april officieel uitkwam. Zoals de naam al duidelijk maakt, draait deze update om ‘creators’, oftewel ‘makers’. Specifiek: makers van 3D-modellen. Die focus zie je terug in de nieuwe Paint-app die tegelijkertijd met de Creators Update beschikbaar komt. Die heet namelijk Paint 3D. In deze nieuwe versie van Paint kun je 3D-modellen maken en bewerken, maar ook realistische textures toevoegen. Microsoft komt bovendien met de Remix 3D-community waar je je creaties kunt uitwisselen met anderen en zelf bestaande creaties binnen kunt halen. In de toekomst wordt het dan ook mogelijk om je 3D-creaties te bekijken met HoloLens of met een vr-bril.

Tegelijk met de aankondiging van Paint 3D kwam Microsoft ook met een nieuwe desktopcomputer. De Surface Studio is een alles-in-een-computer die er prachtig uitziet. Misschien nog wel het belangrijkste onderdeel daarvan is de Surface Dial, een draaibare knop die volgens Microsoft erg handig is tijdens het tekenen.

©PXimport

Paint 3D

Wat opvalt aan de nieuwe Paint is de interface. Weg is het Lint bovenaan. In plaats daarvan zie je rechts in beeld contextuele knoppen. De interface is zeer geschikt voor aanraakschermen, dus overal zijn er grote knoppen en sliders. Je kunt kiezen uit een reeks standaard 3D-objecten en -modellen, zoals poppetjes en een aantal dieren, maar ook een kubus, een bol en een cilinder. Dat is nogal beperkt natuurlijk, maar je kunt de onlinegemeenschap gebruiken om meer objecten te vinden. Op die objecten kun je vervolgens een aantal stickers plakken. Wat betreft tools om te bewerken heb je keuze uit markers, pen, potlood en crayon. Paint 3D heeft de mogelijkheid om al je acties terug te spoelen. Daarmee kun je stap voor stap zien hoe je creatie tot stand is gekomen. Meer weten? We zijn natuurlijk ook zelf aan de slag gegaan met Paint 3D.

©PXimport

Paint.NET

Paint.NET is misschien wel een van de bekendste alternatieven van Paint. Het begon meer dan twaalf jaar geleden als een project van een student en is inmiddels uitgegroeid tot een uitgebreid programma en een goed Paint-alternatief.

De eerste indruk van Paint.NET is de ietwat drukke, maar wel erg duidelijke en eenvoudige interface. Je hebt alle benodigdheden binnen handbereik: selectietools, pennen, verfkwasten en een kleurenpipet. Rechtsboven zie je alle acties die je uitvoert, zodat je snel een actie ongedaan kunt maken.

Paint.NET heeft ondersteuning voor lagen, waarbij je lagen kunt samenvoegen en de transparantie of een samenvoegmodus voor de laag kunt instellen. Wat betreft effecten heeft Paint.NET alleen de basics. De artistieke effecten reiken niet verder dan de keuze uit inkt, olie en potlood. Paint.NET heeft gelukkig wel ondersteuning voor plug-ins.

©PXimport

Gimp

Naast Paint.NET is die andere, bekende grafische editor natuurlijk Gimp. Gimp wordt vaak vergeleken met Photoshop, maar het programma kan ook prima dienstdoen als Paint-vervanger. De interface van Gimp is ten opzichte van de eerdere versies sterk verbeterd. Vroeger was deze niet fijn om mee te werken vanwege alle losse panelen die over je scherm zweefden. Je raakte zo al makkelijk het overzicht kwijt. Dat is al lange tijd opgelost, dankzij de modus Enkel venster.

De indeling van de interface komt grotendeels overeen met Paint.NET, maar is wel wat minder gebruiksvriendelijk. De gereedschapskoffer van Gimp is erg uitgebreid. Gereedschappen voor selecteren en inkleuren, maar ook voor vervagen en voor doordrukken zijn natuurlijk aanwezig. Waar Gimp echt in uitblinkt zijn de opties per gereedschap. Het aantal filters is bovendien erg groot, evenals het aantalondersteunde formaten.

©PXimport

Raster versus vector

Paint.NET is een programma dat werkt met rasterafbeeldingen, in tegenstelling tot vectorafbeeldingen. In deze vergelijkingstest bespreken we een aantal programma’s die soms met een van beide werken en soms met beide. Het verschil tussen raster en vector is dat rasterafbeeldingen bitmaps zijn. Dat houdt in dat de afbeelding bestaat uit een reeks pixels. Elke pixel is een punt in de afbeelding. Vectorafbeeldingen daarentegen bestaan niet uit pixels, maar uit wiskundige functies om de vormen in de afbeelding te genereren. Het verschil zit erin dat je veel verder kunt in- of uitzoomen op vectorafbeeldingen terwijl de kwaliteit hetzelfde blijft: de afbeelding wordt voor elke grootte opnieuw opgebouwd op basis van de wiskundige functies.

Inkscape

Inkscape is een editor voor vectorafbeeldingen. Het is een gratis opensourceprogramma. Het programma bevat de standaardgereedschappen die je verwacht van een Paint-alternatief, zoals lagen, vormen, tekst en vullingen. Het bevat echter ook wat minder bekende tools, zoals de spiraaltool. Inkscape bevat bovendien heel erg veel filters: de meeste van alle besproken alternatieven.

De interface is vrij standaard en komt overeen met wat we gewend zijn van de andere programma’s. Helaas is Inkscape, net als Gimp en Krita, overgezet van Linux naar Windows. Dat zie je terug in de elementen en de stijl, die verschilt van veel andere Windows-programma’s. Links staan je gereedschappen in beeld, rechts kun je snelacties uitvoeren – bijvoorbeeld knippen, plakken, opslaan, verdubbelen of extra hulpvensters openen, zoals het lagenvenster. De gehele balk onderaan is gericht op het kiezen van de juiste kleur, waarbij eenvoudig een kleurpalet samengesteld kan worden.

Het nadeel aan Inkscape is dat het programma niet eenvoudig te gebruiken is voor beginners. Veel handige opties zijn weggestopt of lastig terug te vinden. Het programma zal voornamelijk grafische professionals aanspreken die hun weg weten in zo’n tool, maar het is een stuk minder geschikt als Paint-alternatief voor huis-, tuin- en keukengebruik.

Daarnaast gaat de ontwikkeling van Inkscape heel erg langzaam. Dat zien we helaas ook bij Gimp, dat sinds 2012 van 2.8 naar 2.9 is ontwikkeld. Door het lange bestaan van Inkscape zijn er wel heel veel tutorials en andere hulpbronnen online beschikbaar die je op weg kunnen helpen met het maken van je kunstwerk.

©PXimport

Gereedschappen

Om je te helpen kiezen, is het belangrijk dat je zelf weet wat je graag wilt gaan doen met je Paint-alternatief. Paint zelf is vooral bedoeld om te tekenen en om handmatig 2D-creaties te maken, al dan niet met bestaande foto’s. Dat kun je met alle besproken programma’s. Veel van de besproken alternatieven kunnen echter veel meer. Zo kun je filters of effecten toepassen op de foto of de helderheid en het contrast aanpassen. Ook bieden veel programma’s mogelijkheden om de kleuren aan te passen, bijvoorbeeld om de foto natuurlijker te laten overkomen. Ook de mogelijkheid tot bijsnijden van foto’s is wijdverbreid; nuttig om er bijvoorbeeld een bepaald object of persoon uit te halen. Andere overwegingen zijn het aantal gereedschappen beschikbaar in een programma en of je liever met vector- of een rastereditor aan de slag wilt gaan.

Krita

Krita is een opensourcetekenprogramma dat een aantal succesvolle Kickstarter-campagnes heeft voltooid. Het programma is bedoeld als concurrent van Corel Painter. In tegenstelling tot de tot nu toe besproken programma’s is Krita dan ook bedoeld voor professionele artiesten om digitale tekeningen mee te maken. Het bewerken van afbeeldingen komt op het tweede plan.

Krita heeft net als Paint.NET en Gimp een aanpasbare interface die je naar eigen wens in kunt stellen. Volgens de makers is die interface geschikt voor zowel de desktop als een aanraakscherm.

Voor het tekenen heeft Krita een speciaal ‘pop-up palette’ om de productiviteit tijdens het tekenen te verhogen. Je kunt het vergelijken met het menu van de Surface Dial, dat eveneens rond is. Je kunt er snel penselen mee kiezen of kleuren instellen en je ziet de voor- en achtergrondkleuren in een klein overzicht. Met een rechtermuisklik roep je het ronde menu op. Het is erg handig om snel te wisselen tussen je favoriete penselen tijdens het maken van een tekening.

Wat betreft gereedschappen om mee te tekenen zal Krita je niet teleurstellen. Het penseelmechanisme is specifiek ontworpen voor digitaal tekenen. De penselen ingebouwd in Krita zijn erg goed aan te passen. De software bevat een boel modi, met erg veel standaardpenselen om uit te kiezen. Ook zijn er genoeg filters aanwezig die direct toegepast kunnen worden. Laagondersteuning is er ook en sinds versie 3 is het mogelijk om animaties te maken in Krita. Krita kan nog verder uitgebreid worden met plug-ins, zo is het zelfs mogelijk om Gimp-penselen in te laden en op te slaan.

©PXimport

Kunst in Paint

Paint is erg basic. Het bevat een paar gereedschappen om je digitale 2D-creaties mee te maken. Toch bewijst een aantal artiesten dat het gereedschap niet uitmaakt en dat je ook met zelfs zo’n basic tool kunstwerken kunt maken. De artiest Bruno Sousa heeft bijvoorbeeld een Pikachu geschilderd in Paint. Daarvoor gebruikte hij voornamelijk de airbrush-tool. Wel had Sousa als kritiek dat hij Paint ‘geen fijn tekenprogramma’ vindt. Ook Pat Hines heeft een aantal mooie Paint-creaties op zijn naam. Zo heeft hij bijvoorbeeld een Harry Potter-scène nagemaakt in Paint, allemaal met alleen een computermuis als tekengereedschap. Hines begint met een aantal eenvoudige vormen, kleurde ze in en vergrootte ze. Een Reddit-gebruiker maakte Morgan Freeman na in Microsoft Paint. Dus wat is jouw excuus dat Paint niet volstaat?

©PXimport

Pixlr

Pixlr is van Autodesk, het bedrijf dat verantwoordelijk is voor 3D-ontwerpsoftware AutoCAD. Voordat je Pixlr kunt binnenhalen moet je een account aan te maken voor de dienst. De editor van Pixlr heeft de eenvoudigste interface van de besproken Paint-alternatieven. Er staat alleen links een aantal gereedschappen in beeld. Pixlr is vooral bedoeld voor het bewerken van foto’s en niet zozeer voor het maken van digitale tekeningen.

Er is een aantal effecten en filters ingebouwd in Pixlr. Er zijn effecten zoals potlood, poster of polygoon. Je kunt afbeeldingen bewerken met gereedschappen zoals bijsnijden, scherper maken, rode ogen weghalen en meer. De gereedschappen zijn in vergelijking met de overige besproken programma’s erg eenvoudig en hebben geen configuratieopties. Dat hoeft niet per se een minpunt te zijn als je op zoek bent naar een eenvoudig programma. Pixlr heeft zowel een betaalde als een gratis versie. In de gratis versie is er geen mogelijkheid om met lagen te werken.

©PXimport

Artweaver

Artweaver is in vergelijking met Pixlr een stuk geavanceerder. De interface lijkt op het eerste gezicht afkomstig uit Photoshop CS2. De gereedschappen lijken zelfs direct daaruit te zijn overgenomen. Er is een aantal kant-en-klare penselen, er zijn een stempel en een lasso en er zijn veel vormen die je kunt tekenen, maar andere gereedschappen ontbreken juist weer, zoals vervagen of smudging.

Als je meer wilt, kom je al snel uit bij de betaalde versie. Die versie bevat per penseel nog specifiekere types en je kunt erg geavanceerde aanpassingen doen aan het penseel. Zo kun je zaken als vorm, hoek en ruis instellen. Ook kun je in de betaalde versie afbeeldingen spiegelen. De ingebouwde gereedschappen in de gratis versie die wij testten werken net even iets beter dan bijvoorbeeld Paint.NET. Ook heeft Artweaver ondersteuning voor plug-ins, maar helaas zijn er daar maar weinig van.

Het fijne is dat Artweaver zich op een ding richt: digitaal tekenen. Dankzij zijn bekende Photoshop-interface is dit een gebruiksvriendelijk Paint-alternatief.

©PXimport

Fotoviewers

Als je liever een foto wilt bekijken en af en toe wilt verbeteren in plaats van je eigen, digitale creaties te maken, dan valt er ook genoeg te kiezen. Je kunt dan bijvoorbeeld denken aan IrfanView, de VLC onder de foto-editors, met erg veel formaten die ondersteund worden en veel opties. Daarnaast is er een aantal basiseffecten ingebouwd om foto’s te bewerken. Een alternatief op IrfanView is Faststone Image Viewer, waarmee je ook foto’s kunt converteren. Daarnaast lijkt de interface veel op de Windows Verkenner. Je kunt afbeeldingen labelen en ook enkele basiseffecten toepassen.

Conclusie

Elk van de zes besproken programma’s is goed geschikt als Paint-alternatief. Paint.NET volstaat als basisprogramma, voor als je af en toe een tekening wilt maken. Het is een erg gebruiksvriendelijk en eenvoudig programma, dat je snel onder de knie hebt. Voor Artweaver geldt hetzelfde, maar toch is dat de winnaar omdat het net een tikkeltje geavanceerder is. Een belangrijk pluspunt van Artweaver is zijn bekende Photoshop-interface. Pixlr is veruit het eenvoudigst maar heeft daarentegen wel weer heel veel beperkingen. Ondanks de leuke effecten en andere tools geeft Pixlr je weinig creatieve vrijheid om een mooie tekening te maken.

Als je wat meer uit je tekenprogramma wilt halen, is het nodig om verder te kijken. Dan kom je al gauw terecht bij Gimp, Inkscape of Krita, die alle drie erg geavanceerd zijn. Van die drie geavanceerde Paint-alternatieven raden we je toch Gimp aan. Krita is misschien wat gebruiksvriendelijker, maar richt zich echt op maken van een digitaal kunstwerk. Krita is goed, het heeft veel kant-en-klare penselen en veel gereedschappen en opties, maar dat is niet per se wat een Paint-alternatief moet zijn. Je wilt naast het tekenen ook kunnen werken met foto’s en dat kan simpelweg beter met Gimp.

In de tabel (pdf) vind je de testresultaten van de 6 geteste Paint-vervangers.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Nieuwe Resident Evil Requiem-beelden tonen wat je te wachten staat
Huis

Nieuwe Resident Evil Requiem-beelden tonen wat je te wachten staat

Capcom heeft eerder deze week een livestream uitgezonden waarin nieuwe beelden werden getoond van het aankomende horrorspel Resident Evil Requiem. Ook werd er meer informatie gegeven over de game.

Nieuw op ID: het complete plaatje

Misschien valt het je op dat er vanaf nu ook berichten over games, films en series op onze site verschijnen. Dat is een bewuste stap. Wij geloven dat technologie niet stopt bij hardware; het gaat uiteindelijk om wat je ermee beleeft. Daarom combineren we onze expertise in tech nu met het laatste nieuws over entertainment. Dat doen we met de gezichten die mensen kennen van Power Unlimited, dé experts op het gebied van gaming en streaming. Zo helpen we je niet alleen aan de beste tv, smartphone of laptop, maar vertellen we je ook direct wat je erop moet kijken of spelen. Je vindt hier dus voortaan de ideale mix van hardware én content.

Nadat eind vorig jaar al werd aangekondigd dat spelers niet alleen Grace Ashcroft zullen besturen, maar ook Leon S. Kennedy - een bekend gezicht voor mensen die eerdere delen hebben gespeeld - werd er tijdens de livestream uitgebreid gameplay van dit personage getoond.

Twee verschillende hoofdpersonages

Daarbij werd de nadruk gelegd op de verschillende speelstijlen van Leon en Grace. Op verschillende momenten gedurende de game wordt er automatisch tussen deze personages gewisseld, en ze zullen elk compleet andere gameplay bieden.

De segmenten met Leon - onder andere bekend uit Resident Evil 2 en Resident Evil 4 - zijn erg op actievolle schietgevechten gericht. Leon kan daarnaast ook de kelen van vijanden doorsnijden. Hij heeft ook een bijl waarmee hij aanvallen kan afweren. Grace's segmenten zijn juist erg gericht op spanning en horror en draaien vooral om het vermijden van intense gevechten.

Tijdens de livestream werd ook onthuld dat de game niet alleen naar consoles en pc komt, maar dat leden van Nvidia GeForce Now de game ook kunnen spelen. Ook werd er gepraat over de verschillende moeilijkheidsgraden - zo is er een extra makkelijke moeilijkheidsgraad voor mensen die weinig ervaring hebben met dit type spellen.

De complete livestream kan hieronder worden bekeken. In verband met de volwassen inhoud van de livestream kan het mogelijk zijn dat je op de link in de video moet klikken om naar YouTube te gaan en te bewijzen dat je volwassen bent.

Vanaf 27 februari verkrijgbaar

Resident Evil Requiem verschijnt op 27 februari (pre-orderen kan nu al) voor PlayStation 5, Xbox Series X en S, Nintendo Switch 2 en pc. Het is het negende hoofddeel in de horrorserie die al sinds de jaren negentig bestaat. In de loop der jaren is de franchise meermaals flink op de schop gegaan. Zo richtte Resident Evil 4 zich meer op actie, en zijn horrorelementen sinds Resident Evil 7: Biohazard weer teruggekeerd. Resident Evil Requiem lijkt dan ook een combinatie van al deze elementen te gaan bieden.

Op 27 februari zullen overigens ook Resident Evil 7 en Resident Evil Village (het achtste deel) op Nintendo Switch 2 uitkomen. Daarnaast verschijnt Village later deze maand op PlayStation Plus en Xbox Game Pass.

Watch on YouTube
▼ Volgende artikel
Slechte wifi thuis? Dit zijn de 3 grootste wifi-fouten die je signaal verpesten
© chadchai - stock.adobe.com
Huis

Slechte wifi thuis? Dit zijn de 3 grootste wifi-fouten die je signaal verpesten

Je kijkt een spannende serie en opeens bevriest het beeld. Dat bekende draaiende cirkeltje… er zijn weinig dingen zó frustrerend. Gelukkig ligt de oplossing vaak binnen handbereik. De snelheid van je internet hangt namelijk sterk samen met de manier waarop je thuis met je apparatuur omgaat. Door een paar veelgemaakte fouten te vermijden en de juiste techniek te kiezen, merk je vaak direct dat je netwerk stabieler wordt, zonder dat daar een duurder abonnement voor nodig is.

In het kort

In dit artikel lees je welke drie wifi-fouten het vaakst zorgen voor traag internet of haperingen: een onhandige plek voor je router, drukte op 2,4 GHz en verouderde firmware of hardware. Je ziet ook hoe je zelf een rustiger kanaal vindt en wanneer het slim is om te kiezen voor 5 GHz of 6 GHz. Tot slot leggen we uit wat wifi 6 en wifi 7 doen en waarom een netwerkkabel van minimaal cat5e verschil kan maken.

Lees ook: Router of powerline-adapter: wat is de beste keuze voor betere wifi?

Fout 1: De router op de verkeerde plek neerzetten

Een router wint qua looks zelden een schoonheidsprijs. De neiging om het apparaat uit het zicht te plaatsen is daarom groot. Toch is een verkeerde locatie de meest gemaakte fout die je bereik merkbaar (en soms zelfs dramatisch) kan verkleinen.

Dat zit zo.  Je kunt wifi-signalen vergelijken met het licht van een gloeilamp. Als je die lamp in een houten kast of achter een dikke bank zet, blijft de rest van de kamer donker. Obstakels zoals muren, meubels en zelfs grote kamerplanten blokkeren de onzichtbare golven. Vooral metaal en water zijn beruchte boosdoeners; een router naast een aquarium of achter een radiator plaatsen is vragen om problemen.

Ook de hoogte is bepalend. Veel mensen zetten de router op de grond, maar op de grond zit het signaal sneller 'achter' meubels en andere blokkades. Zet het apparaat liever op een kast of boekenplank op ooghoogte voor een vrije weg naar je apparaten.

©ID.nl

Fout 2: Storing door andere apparatuur over het hoofd zien

Je staat er waarschijnlijk niet bij stil, maar veel apparaten in huis gebruiken dezelfde onzichtbare digitale snelweg als je internetverbinding. De magnetron, sommige babyfoons en zelfs de draadloze koptelefoon van de buren vechten om een plekje op de 2,4GHz-band. Ook andere wifi-netwerken in de buurt kunnen voor digitale files zorgen.

De meeste moderne routers ondersteunen gelukkig ook de 5GHz-frequentie. Deze band is veel breder en heeft minder last van andere apparatuur. Het handmatig selecteren van het 5GHz-netwerk levert vaak direct een snelheidswinst op. Heb je een router met wifi 6e of wifi 7, dan kun je soms ook de 6 GHz-band gebruiken. Die is vaak rustiger, maar het bereik is meestal wat kleiner dan bij 5 GHz.

Tip: geef je netwerken duidelijke namen

Veel routers zenden meerdere wifi-netwerken tegelijk uit: 2,4 GHz voor bereik, 5 GHz voor snelheid en soms ook 6 GHz voor extra ruimte in drukke omgevingen. Als al die banden onder één naam vallen, kiest je smartphone of laptop automatisch. Dat gaat vaak goed, maar niet altijd: je toestel kan blijven “plakken” aan 2,4 GHz terwijl 5 GHz op dat moment sneller en stabieler is.

Door je netwerken een herkenbare naam te geven, maak je de keuze simpel. Geef de 2,4 GHz-band bijvoorbeeld de naam thuis-2g, de 5 GHz-band thuis-5g en, als je die hebt, de 6 GHz-band thuis-6g. Dan zie je in één oogopslag welk netwerk je pakt. Zit je ver van de router, dan is 2,4 GHz vaak de veiligste optie. Zit je dichtbij en wil je vooral snelheid, dan ligt 5 GHz of 6 GHz meer voor de hand. Zo kun je bij haperingen of traag internet meteen testen of een andere band het probleem oplost, zonder dat je in instellingen hoeft te graven.

View post on TikTok

Fout 3: Verouderde software en hardware blijven gebruiken

Technologie verandert razendsnel en dat geldt ook voor de beveiliging en snelheid van je netwerk. Veel huishoudens werken nog met de router die ze jaren geleden bij hun eerste abonnement kregen. Deze oude techniek kan de moderne eisen van streaming en videobellen simpelweg niet meer bijbenen. Daarnaast vergeten veel gebruikers om de firmware van hun apparaat te updaten. Fabrikanten brengen deze software-updates uit om prestaties te verbeteren en lekken te dichten. Een verouderd systeem is niet alleen trager, maar ook een makkelijker doelwit voor hackers.


1️⃣2️⃣3️⃣Stappenplan: de beste wifi-kanalen scannen

Als je buren ook allemaal op hetzelfde wifi-kanaal zitten, ontstaat er interferentie. Je kunt dit zelf eenvoudig oplossen door een rustiger kanaal te zoeken.

1) Download een app zoals WiFi Analyzer (Android) of NetSpot (Windows, macOS, Android & iOS).

2) Open de app en bekijk de grafiek van de omgeving. Je ziet hier welke kanalen drukbezet zijn door netwerken in de buurt. Noteer het kanaalnummer dat het minst wordt gebruikt. Vaak zijn kanaal 1, 6 of 11 op de 2,4GHz-band de beste keuzes.

3) Log in op de webinterface van je router via je browser (meestal via een adres als 192.168.1.1). Zoek naar de draadloze instellingen en wijzig het kanaal van 'Automatisch' naar het door jou gekozen nummer. Sla de instellingen op en test of je verbinding stabieler aanvoelt.

Het verschil tussen wifi 6 en wifi 7

Sta je op het punt om een nieuwe router of laptop te kopen? Dan kom je de termen wifi 6 en wifi 7 tegen. Wifi 6 was een grote stap vooruit omdat het beter omgaat met veel apparaten tegelijk op één netwerk. Het zorgt voor een efficiëntere verdeling van de data. Wifi 7 is de allernieuwste standaard en gaat nog een flinke stap verder. Het maakt gebruik van extreem brede kanalen en kan verbinding maken via meerdere frequenties tegelijkertijd. Dit wordt Multi-Link Operation genoemd. Hierdoor is de vertraging merkbaar lager en kun je hogere snelheden halen, vooral op korte afstand en met geschikte apparaten. Voor een gemiddeld huishouden is wifi 6 momenteel een uitstekende keuze, terwijl wifi 7 echt voor de toekomst is gebouwd.

Heel belangrijk: de juiste bekabeling

Draadloos internet begint voor de meeste mensen bij een kabel: heb je een los modem en een losse router, dan vormt de kabel ertussen de basis. Gebruik je hier een oude kabel, dan wordt de snelheid al beperkt voordat het signaal de lucht in gaat. Controleer of er Cat 5e, Cat6 of Cat6a op de kabel staat, dan zit je meestal goed. Cat5 haalt soms maar 100 Mbps door kwaliteit/afmontage. Heb je cat5 liggen? Vervang dat dan in ieder geval door cat5e; dat is een veilige keuze voor gigabit. Een kleine investering in een kwalitatieve netwerkkabel kan een wereld van verschil maken voor de uiteindelijke wifi-snelheid op je telefoon.

Slechte wifi? Oplossen is makkelijker dan je denkt

Alles bij elkaar komt goed wifi minder neer op toeval dan veel mensen denken. Met een slimme plek voor je router, een rustige frequentie en actuele software haal je vaak al verrassend veel winst. Combineer dat met een fatsoenlijke netwerkkabel en je voorkomt dat de dat de verbinding al beperkt wordt voordat het signaal draadloos wordt verspreid. Door deze stappen een voor een toe te passen, los je de meest voorkomende wifi-problemen op zonder dat een duurder internetabonnement nodig is, en maak je van een haperende verbinding weer een stabiele basis voor alles wat je online doet.

Consumenten testen: TP-Link Deco BE25 WiFi 7 mesh set

Op Review.nl, het testplatform waarop consumenten nieuwe technologie uitproberen en hun bevindingen delen, krijgt de TP-Link Deco BE25, een router met dualband wifi 7,  een stevige 8,7 op Review.nl. En dat betekent iets: want omdat op Review.nl producten getest worden door een panel van echte gebruikers, zie je hoe iets in een normaal huishouden presteert.

Wat opvalt is hoe vaak testers terugkomen op de snelheid en stabiliteit. De overstap naar wifi 7 levert volgens veel gebruikers merkbaar meer rust in het netwerk op, vooral in huizen waar voorheen op zolder, in de tuin of achterin de woonkamer nauwelijks een bruikbaar signaal was. De Deco BE25 vult dat soort gaten zichtbaar op. Apparaten blijven stabiel verbonden, streamen gaat zonder haperingen en ook gamers merken volgens de testers dat de latency laag blijft. Wie een gigabitverbinding heeft, ziet die snelheid nu ook daadwerkelijk terug op plekken waar dat eerst niet haalbaar was.

Een tweede punt dat veel lof krijgt, is de installatie. De meeste testers spreken over een proces van enkele minuten. De app begeleidt je stap voor stap, herkent automatisch de nieuwe units en geeft advies over de beste plek voor elk wifipunt. Daardoor voelt het hele systeem toegankelijk, ook voor wie zichzelf niet technisch vindt. Eenmaal ingesteld blijkt het netwerk bovendien weinig onderhoud nodig te hebben: de app verdeelt verkeer slim, laat je apparaten prioriteren en biedt opties voor gastnetwerken en ouderlijk toezicht.

Het ontwerp en de functionaliteit leveren wel discussie op. Een deel van de testers vindt de units wat groot en mist montageopties of extra ethernetpoorten. Ook melden sommige gebruikers dat smartphones niet altijd direct naar het dichtstbijzijnde wifipunt schakelen. Toch wordt dat in de meeste reviews gezien als een detail naast de verbeterde dekking en het gemak van dagelijks gebruik.

Alles bij elkaar laat het testpanel zien dat de Deco BE25 vooral scoort op prestaties waar consumenten echt iets van merken: hogere snelheden, betere dekking en een probleemloos installatieproces. Voor veel huishoudens voelt het als een upgrade die een onrustig wifi-netwerk verandert in een betrouwbaar en snel geheel.