ID.nl logo
AR - Waarom augmented reality de wereld verovert
© PXimport
Huis

AR - Waarom augmented reality de wereld verovert

De camera van je smartphone kan samen met de rekenkracht van dat apparaatje, jou een heel andere kijk op de wereld geven. Een digitale wereld wordt gecombineerd met de echte wereld, het wordt ook wel augmented reality genoemd. We hebben er dankzij Pokémon Go massaal kennis mee kunnen maken, maar AR zal straks ook op andere (praktische) manieren veel levens veranderen.

We staan aan de vooravond van een nieuwe computerrevolutie – na de thuiscomputer, het internet en de smartphone kan augmented reality veel van onze wereld veranderen. Zelfs Apple is er inmiddels mee bezig. De eerste virtualreality-headsets liggen al enige tijd in de winkels, maar het gebruik daarvan blijft beperkt tot de computerkamer (en tot een select publiek). Bovendien is het vaak helemaal niet handig om je helemaal van de buitenwereld af te sluiten en in een virtuele wereld te duiken. Wat we nodig hebben voor een nieuwe computerrevolutie, is dat we de kracht van vr mee kunnen nemen, om het toe te passen in ons dagelijks leven. En daar komt augmented reality om de hoek.

Deze technologie maakt het mogelijk dat we de echte wereld gewoon kunnen zien, en dat de computer hier realtime nieuwe elementen aan toevoegt. We kennen dit principe al van bepaalde smartphone-apps. Een tijdlang was de app Layar veel in het nieuws. Deze Nederlandse app projecteert informatie op het smartphone/tabletscherm op basis van de gps-locatie van je toestel. Zo kun je bijvoorbeeld zien waar de dichtstbijzijnde pinautomaat te vinden is. Inmiddels is die app meer gericht op het verrijken van bijvoorbeeld advertenties met bewegende of driedimensionale beelden.

Een bekender recent voorbeeld van augmented reality is Pokémon Go. De camera van de smartphone toont de gewone straat, de computer tekent hier een fictief wezentje in.

©PXimport

Primitief

Pokemon Go is een zeer beperkt voorbeeld. Wie het spel wel een gespeeld heeft, ziet onmiddellijk dat de monstertjes in het beeld zijn gemonteerd, zodat er nooit sprake is van een overtuigende illusie. Bovendien is het niet meer dan een gimmick. Maar om heel het fenomeen AR daarmee af te doen als nutteloos, is te kort door de bocht. Echte AR gaat namelijk een stuk verder. Een apparaat dat gebruikmaakt van AR en veel verder gaat, is de Microsoft Hololens. Dit peperdure apparaat bestaat uit een soort helm met doorzichtig vizier. Als je de Hololens op hebt, zorgt de hardware ervoor dat je ogen computer-gegenereerde voorwerpen zien, die overtuigend in de ruimte lijken te bestaan. Je kunt ernaartoe lopen, ze van alle kanten bekijken én met eenvoudige handgebaren manipuleren. Het interessante hiervan is dat de Hololens zelf de omgeving scant om de computerbeelden er stabiel in te projecteren. Het is daarom bijvoorbeeld mogelijk om virtuele beeldschermen of televisies in je echte kamer te projecteren, die je via de Hololens kunt bekijken. Stel je voor: een bioscoopscherm in je slaapkamer dat er alleen is als je je AR-bril draagt. Geen montage, geen verlies van ruimte en geen extra kosten voor dat grote scherm. Hololens is echter nog in de prototype-fase, wat blijkt uit de kosten (ca. 3000 dollar) en het feit dat het effectieve blikveld nog erg klein is. Dat verstoort de illusie, waardoor het resultaat slechts voor beperkte toepassingen interessant is.

Niet alleen Microsoft werkt aan een dergelijke bril. Ook concurrent MetaVision werkt aan zo’n systeem. Het meest recente product van MetaVision, de Meta 2, doet ongeveer wat Hololens doet, maar voor de helft van de prijs. Dat is nog steeds een stevige 1500 dollar. De Meta 2 moet je net als een vr-bril aansluiten op een krachtige pc. Dat betekent dat je bewegingsvrijheid ophoudt bij het einde van de kabel.

Instructie

De Meta 2 en de Hololens zetten in op zeer geavanceerde (en dure) hardware, en zien er op dit moment nogal log uit. Het is ondenkbaar dat we straks allemaal in de trein zitten met een dergelijk gigantisch ding op ons hoofd. De grote AR-brillen zijn onder andere hierdoor nog lang niet geschikt voor het dagelijks leven. Maar er zijn al wel goede professionele toepassingen voor. Een heel interessante is de mogelijkheid om op afstand instructies te geven aan iemand die een AR-bril draagt. Voor Hololens bestaat al een dergelijke app, waarbij een onderhoudsmonteur die op locatie een onbekend probleem tegenkomt, hulp kan inroepen van de expert op het hoofdkantoor. De expert kan dan via de Hololens meekijken en zelfs in het blikveld van de monteur tekenen om bijvoorbeeld een onderdeel aan te wijzen of om duidelijk te maken in welke richting iets gedraaid moet worden. Dit zijn uiteraard nog zeer specifieke applicaties, die we met de beste wil van de wereld nog niet kunnen omschrijven als een nieuwe computerrevolutie. Daarvoor moet augmented reality eerst draagbaar en gebruikersvriendelijk worden.

©PXimport

Tracking

Smartphones waren zoals gezegd al geschikt voor primitieve vormen van AR. Het grote probleem daarbij bleef echter de ‘tracking’, wat wil zeggen dat de smartphone niet in staat was om (zoals Hololens dat wel kan) de omgeving te scannen voor het accuraat positioneren van de 3D-objecten. Sommige apps gebruiken daarom ‘markeerkaarten’ als hulpmiddel om de voorwerpen toch in de echte wereld te verankeren. Albert Heijn had in 2017 nog een actie met ruimtevaartplaatjes. Richt de camera van de smartphone op het kaartje en de app toont bijvoorbeeld het ruimtestation ISS, waar je dan omheen kunt lopen om het van alle kanten te bekijken.

Een dergelijke tracking-oplossing is natuurlijk erg onhandig, en daarom niet geschikt voor massaal gebruik in allerlei onverwachte omgevingen.

©PXimport

AR Kit

En hier komt Apple om de hoek kijken. Het bedrijf introduceerde op de World Wide Developer Conference 2017 de ARKit voor iOS. ARKit is een onderdeel van iOS 11, en het moet van elke iPhone 6s en nieuwer en iPad Pro een beter AR-apparaat maken. De grote technologische doorbraak zit hem in de ingebouwde tracking-software die automatisch de omgeving scant en leert kennen, zodat 3D-voorwerpen erin kunnen bestaan. Het knappe is dat dit werkt zonder markeerkaarten en in elke omgeving: zowel binnen als buiten. Helemaal bijzonder is dat dit systeem werkt met de standaard enkele camera die in elk mobiel Apple-apparaat zit. Om aan te geven hoe belangrijk dit is: tot nu toe zijn er slechts enkele Android-smartphones die vergelijkbare solide 3D-tracking mogelijk maken met Google Tango (Googles AR-systeem), maar die toestellen hebben hiervoor een ingebouwde stereoscopische camera nodig. Dat betekent dus twee lenzen die tegelijk de omgeving ‘zien’ en daardoor net als onze menselijke ogen diepte kunnen waarnemen. En hoewel Googles nieuwe ARCore (doorontwikkeling van Tango, zie kader) vergelijkbaar lijkt met ARKit, is het minder krachtig omdat het rekening moet houden met meer verschillende soorten Android-toestellen.

ARCore

Niet alleen Apple werkt aan mobiele AR. Google onthulde onlangs ARCore, wat ongeveer hetzelfde doet als ARKit. ARCore bevat echter geen ingebouwde manier om gezichten te volgen, iets wat ARKit wel bevat. Android-bezitters kunnen dankzij ARCore in elk geval wel zonder stereoscopische lenzen AR gebruiken. Het is op het moment van schrijven nog niet duidelijk welke toestellen ARCore zullen ondersteunen. Google bevestigde in elk geval dat het goed werkt op de Pixel-telefoons vanaf Android Nougat. Wel lijkt ARCore het einde in te luiden voor de Google Tango-lijn, al zal dat gezien het beperkte verkoopsucces niet als groot verlies worden ervaren.

Meetlint

ARKit heeft dus genoeg aan een enkele camera en kan met zeer hoge accuratesse posities in de ruimte vastleggen. Een demonstratie-app toont bijvoorbeeld een virtueel meetlint. Een andere test-app toont een 3D-personage uit het spel Overwatch, dat je in de huiskamer kunt laten staan. Zelfs als je de kamer verlaat, de trap op gaat, weer beneden komt en de huiskamer opnieuw binnenstapt, staat het personage nog op dezelfde plek, met hooguit enkele centimeters verschil. Ook buiten op grasvelden of op straat blijkt de tracking goed genoeg te functioneren voor het plaatsen van bijvoorbeeld een virtueel portaal naar een andere wereld of het laten verschijnen van virtuele monsters die moeten worden verslagen.

©PXimport

Waarom?

Je vraagt je wellicht af wat het nut is van al die virtuele projecties op je smartphonescherm. De eerste praktische toepassingen zijn echter al in de maak of zelfs al beschikbaar. Een intrigerende is IKEA Place. Hiermee kun je meubels uit de IKEA-catalogus ‘uitproberen’ in je eigen kamer. En omdat de tracking van ARKit zo precies is, zie je ook echt of die nieuwe bank of die nieuwe kast werkelijk past. Vervolgens kun je eromheen lopen of juist dichterbij komen om de materialen te inspecteren en om te zien of de kleuren wel matchen met de rest van je interieur.

Er zijn ook al toepassingen in gaming- en amusementsapps gesignaleerd. Zo is er een ‘Rupsje Nooitgenoeg’-app in de maak, waarbij het gelijknamige rupsje door je kamer kruipt en je het eten kunt geven. Ook zijn er diverse games (van een Walking Dead-app tot complete virtuele bordspellen) in de maak, waarbij de echte en virtuele wereld tegelijkertijd een rol spelen.

En ook dit is slechts het begin. Niet in de laatste plaats omdat ARKit eigenlijk helemaal niet bedoeld lijkt voor smartphones en tablets. Het is namelijk eigenlijk best onhandig om je telefoon vast te houden terwijl je in de gemengde werkelijkheid op het scherm tuurt. Bovendien is het beeld op het scherm plat, waardoor je niet hetzelfde gevoel voor schaal of ‘aanwezigheid’ krijgt als in een vr-bril of een Hololens.

©PXimport

Toekomst

Het is daarom een zeer voor de hand liggende stap dat augmented reality over niet al te lange tijd zijn weg vindt naar draagbare hardware, in de vorm van lichtgewicht brillen die lang niet zo opvallend zijn als de enorme Meta 2 of Hololens. Het interessante van Apples ARKit is dat het bewijst dat alle intensieve tracking- en 3D-berekening heel goed gedaan kunnen worden door een smartphone. Een smartphone die iedereen toch al in zijn of haar broekzak heeft zitten, en die dan ook verbinding kan maken met de AR-bril.

Een dergelijk concept is trouwens al enige tijd in de maak bij het bedrijf Magic Leap, dat precies op die manier AR-brillen wil maken. Je draagt iets op je neus dat lijkt op een gewone bril en die is met een kabeltje verbonden met de processor-eenheid in je broekzak. Dergelijke brillen hebben echter nog wel wat technische obstakels, zoals batterijduur, gewicht en kwaliteit van het scherm. De Hololens laat ons zien hoe belangrijk het is dat het hele blikveld gevuld wordt met de illusie.

©PXimport

Mode

Maar er is misschien nog wel een grotere barrière die de massale acceptatie van AR-brillen in de weg staat. Dat ondervond Google een aantal jaren geleden al met de Google Glass, een apparaat dat je als bril droeg, die ‘picture-in-picture’ een computerscherm in je blikveld projecteerde – overigens geen AR. Het grote probleem was echter dat de bril al snel werd gezien als een inbreuk op de privacy. Google Glass had immers een ingebouwde camera en voor toeschouwers was het niet te zien of en wanneer de camera actief was. Al snel werd Google Glass geweerd uit restaurants en bars, wat uiteindelijk meespeelde bij het stopzetten van het project. De maatschappij was gewoon niet klaar voor het accepteren van dergelijk verregaande persoonlijke tech.

Ook Apple ontdekte al dat er bij nieuwe draagbare technologie met andere maatstaven gemeten wordt dan bij bijvoorbeeld een smartphone. Zo is de Apple Watch nog steeds geen doorslaand succes, en een van de redenen die hiervoor wordt gegeven is dat het ding eenvoudigweg niet modieus is. Het zal dan ook een hele uitdaging zijn voor de ontwerpers binnen Apple en zijn concurrenten om van smart-brillen ook werkelijk iets moois te maken. Een bril bepaalt je uiterlijk immers nog meer dan een horloge. En hoewel een goede AR-bril je een blik kan gunnen in een totaal andere wereld, ziet je omgeving je nog steeds voor schut zitten in deze werkelijkheid.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Review Samsung Galaxy S25 – Goed, maar saai
© Rens Blom
Huis

Review Samsung Galaxy S25 – Goed, maar saai

De Samsung Galaxy S25 is een smartphone die we velen kunnen aanraden, want hij werkt als een trein en doet alles wat je wilt. Maar het is ook een smartphone die al heel snel vertrouwd aanvoelt, want serieuze innovaties ontbreken. Daar kan Samsungs nadruk op gave AI-functies geen verandering in brengen.

Uitstekend
Conclusie

De Samsung Galaxy S25 is een erg prettige en complete smartphone waar je jaren plezier van kunt hebben. De prijs vinden we dan ook gerechtvaardigd. Maar daar moeten we meteen bij zeggen dat het ook kan lonen om de S24 van het jaar ervoor te nemen, aangezien die op veel punten vergelijkbaar presteert en circa 200 euro goedkoper is dan de S25.

Plus- en minpunten
  • Relatief handzaam
  • Complete, premium gebruikerservaring
  • Lang updatebeleid
  • Basisvariant heeft slechts 128 GB opslag
  • Mogelijk per 2026 betalen voor ingebouwde AI-functies
  • Weinig innovatie t.o.v. de Galaxy S24

De Galaxy S25-serie bestaat op moment van schrijven uit drie modellen: de S25, S25 Plus en S25 Ultra. De S25 is het kleinste en goedkoopste model en komt in deze review aan bod. Lees hier onze review van de S25 Plus of hier onze review van de S25 Ultra.

©Rens Blom

Krappe basisvariant, lang updates

De S25 lijkt qua ontwerp veel op zijn grotere en duurdere broers, maar doet ook erg veel denken aan zijn voorganger: de S24. Die blijft voorlopig ook gewoon te koop, en is met zijn lagere prijs een interessant alternatief voor wie de S25 aan de dure kant vindt. De S25 draagt een adviesprijs van 849 euro voor het model met 128 GB opslagcapaciteit. Die variant raden we weinig mensen aan, want je kunt minder dan die 128 GB gebruiken. En als je jaren met de smartphone wilt doen, raakt de opslagcapaciteit door je foto's, video's, apps snel vol. Helemaal omdat elke update die de telefoon veiliger en beter maakt, ook ruimte inneemt. En je kunt heel wat updates verwachten, want Samsung belooft zeven jaar Android-upgrades en beveiligingsupdates. Een uitstekend updatebeleid dat vergelijkbaar is met Apple (iPhone) en Google (Pixel). Om daadwerkelijk jaren te kunnen doen met de S25, raden we je daarom niet de 128GB-variant maar de 256GB-versie aan. Die is eenmalig wat duurder, maar verzekert je op de lange termijn van meer opslagcapaciteit.

©Rens Blom

Drie goede camera's

Sowieso is de Galaxy S25 een smartphone waar je – als het goed is – jaren mee vooruit kunt. Het toestel heeft een degelijke behuizing van glas en aluminium, is waterdicht en stofbestendig en beschikt over krachtige, toekomstbestendige hardware. We noemen een razendsnelle Qualcomm Snapdragon 8 Elite-processor, maar liefst 12 GB werkgeheugen en ondersteuning voor technieken als wifi 7. De smartphone is erg snel in gebruik, doet alles wat je wilt en gaat een lange dag mee op een accubeurt. Opladen kan via de usb-c-poort of – langzamer – draadloos. Tel er drie goede camera's bij op en je hebt een complete telefoon waar je elke dag op kunt vertrouwen.

©Rens Blom

Van boven naar onder: hoofdcamera, groothoekcamera en drie keer zoom via de telelens.

©Rens Blom

Verschillende cameramodi op de S25, waaronder de maximale zoomfunctie (onderaan).

Lijkt erg veel op de S24

Bij dat laatste wringt de schoen echter ook. De Samsung Galaxy S25 is namelijk een hele typische Samsung-smartphone, en doet ons wel héél erg veel denken aan de S24 en de modellen ervoor. Het toestel oogt dusdanig herkenbaar dat niemand in onze omgeving doorhad dat we een nieuwe smartphone gebruikten. Ook qua scherm, accucapaciteit en oplaadsnelheid verschilt het nauwelijks van de S24. De camera's presteren íets beter, maar dat merk je eigenlijk alleen als je nu een (Samsung)smartphone van een paar jaar geleden gebruikt. Begrijp ons niet verkeerd: de Samsung Galaxy S25 is een hele fijne smartphone die we aan heel veel mensen kunnen aanraden als je een relatief handzame, nieuwe topsmartphone zoekt. Maar we moeten er ook bij zeggen dat de kans groot is dat je binnen een paar dagen vergeten bent dát je een nieuwe topsmartphone in je handen hebt.

©Rens Blom

De S25 is een fijne smartphone, maar de nieuwigheid is er al heel snel af.

De S25 is vertrouwd goed, zonder op te vallen. Hij gaat niet uitzonderlijk lang mee op een accubeurt, blaast je niet omver met zijn camera's, laadt de accu niet razendsnel op en heeft ook geen ontwerp dat de aandacht trekt. Dat is niet erg, maar maakt de S25 ook een beperkte upgrade ten opzichte van de S24. De S24 is weliswaar technisch íets minder goed en de softwareondersteuning stopt een jaar eerder, maar het actuele prijsverschil van circa 200 euro kan terecht een doorslaggevende factor zijn om voor het toestel van vorig jaar te gaan.  

Mogelijk betalen voor AI-functies

Samsung weet zelf natuurlijk ook dat de S24 en S25 veel op elkaar lijken. Het bedrijf zet in op kunstmatige intelligentie (AI) om de S25 meer te onderscheiden van zijn voorganger. Die had al wat AI-functies om je telefoonervaring slimmer en efficiënter te maken, en de S25 zet die trend voort. In de S25-software zijn meer handige foefjes gebouwd om de gebruikerservaring te verbeteren. Ons advies: verwacht daar niet te veel van. Sommige functies zijn handig, maar werken ook al op de S24 of komen via een software-update alsnog beschikbaar voor dit toestel. Andere AI-functies op de S25 werken nog niet in het Nederlands of voegen naar onze mening weinig toe.

©Rens Blom

Samsung houdt de deur open om zijn AI-functies per 2026 achter een betaalmuur te zetten.

Daar komt nog bij dat Samsung aangeeft dat zijn AI-functies ten minste tot eind 2025 gratis te gebruiken zijn. Of dat daarna zo blijft, laat het merk in het midden. Mogelijk moet je vanaf 2026 dus betalen om gebruik te kunnen (blijven) maken van geadverteerde AI-functies, nadat je al betaald hebt voor de smartphone. Samsung is er vooralsnog vaag over, wat naar ons idee geen verkoopargument is voor de AI-functies.

Conclusie: Samsung Galaxy S25 kopen?

De Samsung Galaxy S25 is een erg prettige en complete smartphone waar je jaren plezier van kunt hebben. De prijs vinden we dan ook gerechtvaardigd. Maar daar moeten we meteen bij zeggen dat het ook kan lonen om de S24 van het jaar ervoor te nemen, aangezien die op veel punten vergelijkbaar presteert en circa 200 euro goedkoper is dan de S25.  

▼ Volgende artikel
Wordt dit de populairste emoji van het jaar?
© Unicode
Huis

Wordt dit de populairste emoji van het jaar?

Apple heeft iOS 18.4 uitgebracht. Daarin zitten zoals altijd de nodige beveiligingsupdates, probleemoplossingen en verbeteringen, maar ook acht nieuwe emoji. Daarbij zit er een waarvan het ons niet zou verbazen als die binnen no time de meest gebruikte emoji aller tijden zou worden.

Nieuwe emoji's komen er niet zomaar. Iedereen mag een voorstel indienen bij het Unicode Consortium, de organisatie die digitale tekens wereldwijd standaardiseert. Zij beoordelen of het idee bruikbaar, relevant en onderscheidend genoeg is. Eén keer per jaar stellen ze een nieuwe set samen. De emoji's die nu zijn verschenen, horen allemaal bij de set Emoji 16.0. Heb je iOS 18.4 geïnstalleerd, dan kun je ze vanaf nu gebruiken. Het zijn een vingerafdruk, een radijsje, een kale boom, een harp, een schep, een spetter en de vlag van het piepkleine Kanaaleiland Sark staan. Leuk allemaal, maar het is natuurlijk de achtste nieuwe emoji die er met kop en schouders bovenuit steekt.

Die emoji, dat zijn wij allemaal

We hebben het dan over de emoji met donkere wallen en kringen onder zijn ogen. Die blik van: ik ben er nog, maar vraag me niet hoe. Het is de werkende ouder die op zijn enige uitslaapdag om vijf over half zes wordt gewekt door een vrolijke peuter die ontdekt heeft dat je met pannendeksels zo'n leuk geluid kunt maken. De horeca-medewerker die vijf minuten voor sluitingstijd nog een groep van vijftien man ziet binnenkomen. Een kantoormedewerker die zijn e-mail opent na een weekendje weg en 83 ongelezen berichten ziet. Het is januari. Het is maandag. Het zijn wij allemaal.

©Unicode

Kun jij hem al gebruiken?

Pas na een systeemupdate verschijnen de emoji's op je toestel. Het kan dus zijn dat je nog even moet wachten. Goed om te weten: Apple, Google en andere fabrikanten verwerken de nieuwe emoji's op hun eigen moment en in hun eigen stijl. Op een Android-toestel kan een emoji er dus net iets anders uitzien dan op een iPhone, ook al gaat het om hetzelfde Unicode-teken.