ID.nl logo
Review Hisense 65U79NQ - Prima middenklasser
© Hisense
Huis

Review Hisense 65U79NQ - Prima middenklasser

Tv’s zitten al enkele jaren weer in een stroomversnelling van soms kleine maar soms ook grote stappen vooruit in termen van beeldkwaliteit. Dat je een 65inch-tv kunt kopen voor een bescheiden prijs, maar wel met beeldtechnologie die enkele jaren geleden nog aan topmodellen voorbehouden was, illustreert dat duidelijk. Hoe presteert deze Hisense 65U79NQ? Is dit een kleine stap voorwaarts of juist een flinke verbetering ten opzichte van vorig jaar?

Uitstekend
Conclusie

De Hisense 65U79NQ pakt ten opzichte van 2023 uit met een goede verbetering van de piekhelderheid, maar zet in tegenstelling tot zijn grote broer, de U8NQ, geen stap vooruit op het vlak van contrast. Door de erg voorzichtige dimmingaanpak laat hij wat contrast liggen, zeker voor HDR10. Dat de dynamische tonemapping geen duidelijke verbetering biedt, kost hem ook wat punten. Het app-aanbod blijft een punt van aandacht, al is er verbetering op komst. Als totaalpakket kunnen we deze tv zeker waarderen. De tv heeft genoeg helderheid, contrast en kleurbereik in huis om zowel de doorsnee tv-kijker als filmliefhebber te bekoren, terwijl gamers een interessante keuze krijgen tussen Full HD op 240Hz of 4K op 144Hz. Dolby Vision met Precision Detail haalt de beste HDR-beelden uit de tv, dat is een goede troef. VIDAA U en de nieuwe comfortabele afstandsbediening zorgen voor prima gebruiksgemak. De tv is ook correct geprijsd, 65inch-beeldplezier hoeft duidelijk geen fortuin te kosten.

Plus- en minpunten
  • Prima piekhelderheid
  • Mooie HDR-beelden
  • VIDAA U is gebruiksvriendelijke en vlot
  • Degelijk gekalibreerd en veel bewegingscherpte
  • Dynamische tonemapping niet altijd een verbetering
  • Lokaal dimmen toont af en toe een halo
  • Kijkhoek matig

Specificaties Hisense 65U79NQ

Adviesprijs: 1399 euro Wat: Ultra HD LCD-tv (MiniLED FALD, 384 zones, Quantum Dot) Schermformaat: 65 inch (164 cm), vlak Aansluitingen: 4x HDMI (2x v2.0, 2x v2.1, eARC/ARC, ALLM, VRR, 4K120), 1x composiet video, 1x stereo minijack, 1x optisch digitaal uit, 2x USB, 1x hoofdtelefoon, 2x antenne, 1x ethernet, Wifi 5 (802.11b/g/n/ac), Bluetooth Extra’s: Dolby Vision IQ met Precision Detail, HDR10+ Adaptive, HDR10, HLG, VIDAA U7 OS, USB/DLNA-mediaspeler, DVB-T2/C/S2, CI+-slot Afmetingen: 1449 x 899 x 295 mm (incl. voet) Gewicht: 20,8 kg (incl. voet) Verbruik (per 1000 uur): SDR 67 KWh (D) / HDR 160 kWh (G)

Bekijk volledige verbruiksgegevens

Hoeveel je ook hebt betaald voor je televisie, doorgaans staat deze prominent in de woonkamer. Dan wil je natuurlijk ook graag dat hij er een beetje leuk uitziet. Anderzijds willen we wel wat inleveren op vlak van design als de beeldkwaliteit uiteindelijk veel belangrijker is. Dat hebben ze bij Hisense ook ingezien.

Aan de voorzijde is alles nog prima, het fijne metalen kader zal niemand storen. Maar in het profiel en aan de achterzijde worden de besparingen wat duidelijker. Hij is ongeveer 8cm diep, met een vrij hoekig profiel, en ietwat industrieel ogende verstevigingsribben aan de achterzijde. De centrale voet bestaat uit twee voetsteunen die afgedekt zijn met een wat goedkope kunststof plaat. Hij kan niet in hoogte versteld worden, maar laat wel voldoende ruimte voor een soundbar.

Lees ook: Hisense toont nieuwe line-up voor 2024: veel focus op mini-led

©Hisense

Aansluitingen

Bij de aansluitingen zijn er dan weer geen zware inleveringen geweest. De U79NQ is uitgerust met wifi 5 (zoals overigens nog steeds heel wat andere toestellen), maar dat is het enige verschil met de U8NQ, die over WiFi 6E beschikt.

De tv bevat vier HDMI-poorten, waarvan twee HDMI 2.1-aansluitingen met 48Gbps bandbreedte. Gamers kunnen daar 4K120-bronnen zoals spelconsoles aansluiten, en wie een game-pc aansluit, kan zelfs 4K144 gebruiken. De tv ondersteunt ALLM, HDMI VRR, AMD FreeSync, en is NVIDIA G-Sync Compatible. De input-lag toont dat Hisense gamers in gedachte had, met 16,5ms in 4K60 en 7,8ms in 2K120 kun je op een zeer responsieve game-ervaring rekenen.

©Eric Beeckmans | ID.nl

ARC/eARC is beschikbaar op een van de HDMI 2.1-poorten, dus wie een soundbar aansluit, houdt slechts één HDMI 2.1-poort over voor high end-gaming. Verder krijg je twee usb-poorten, een mini-jack ingang voor composiet video en stereo, hoofdtelefoonaansluiting, optisch digitale audio-uitgang, ethernet en Bluetooth. De tv heeft een enkelvoudige DVB-T/T2/C-tuner, een DVB-S/S2-tuner en een CI+-slot. Sluit externe usb-opslag aan als je tv wil pauzeren of opnemen.

Beter piekhelderheid, maar geen beter contrast

De 2023 U79KQ kreeg voor het eerst een miniled-achtergrondverlichting en VA-paneel. Dat leverde goed contrast, maar een ietwat tegenvallende piekhelderheid. Hisense gaf de de U8NQ een flinke upgrade tegenover vorig jaar, maar de U79NQ moet het minder verbetering stellen. De piekhelderheid kreeg gelukkig wel een flinke boost. In Filmmaker mode piekt ze nu tot 1124 nits op het 10 procet testvenster en 635 nits op een volledig wit scherm. Dat is bijna een verdubbeling op het 10 procent venster, op het volledig witte scherm is dat nog 10 procent beter dan vorig jaar. Het contrast kreeg echter geen upgrade.

©Hisense

De achtergrondverlichting is, net als bij het model in 2023, onderverdeeld in 32x12 (384) zones, en samen met het VA-paneel blijft het contrast in Filmmaker Mode steken op ongeveer 4.000:1. Net zoals op de U8NQ koos Hisense voor de laag-instelling bij lokaal dimmen, waardoor echt diepzwart niet mogelijk is.

We verkiezen opnieuw de medium-instelling voor lokaal dimmen. Dat resulteert in beter contrast en dieper zwart. De tv toont erg veel schaduwnuances, handig als je in een huiskamer kijkt waar nog redelijk wat omgevingslicht is. Met 384 zones en een erg voorzichtige dimming-aanpak kan de Hisense niet voorkomen dat er in HDR-beelden met sterke contrasten soms vaag een halo zichtbaar is rond heldere voorwerpen.

Echt zichtbare zonegrenzen worden wel uitstekend vermeden, en de dimming is snel en nauwkeurig zodat er geen zones ongewenst oplichten. De uniformiteit van ons testmodel was erg goed. De kijkhoek van het VA-paneel is zoals verwacht vrij beperkt. Wie te ver opzij van het centrum zit, ziet nog meer contrast verloren gaan, en dat kan duidelijke halo’s veroorzaken.

©Hisense

Zowel in SDR als HDR Filmmaker mode heeft de grijsschaal in de heldere tinten een lichtgele tint. De afwijking is klein genoeg om niet te storen, en kleurweergave blijft goed. Met een kleurbereik van 94 procent P3 en goede piekhelderheid is er potentieel voor mooie HDR-beelden. Dat zie je best in Dolby Vision-content. De processor ondersteunt Dolby Vision IQ met Precision Detail, en dat geeft beelden extra contrast en diepte, waardoor je ook iets meer detail ziet.

Lees ook: Tv-jargon: dit betekenen al die technische termen en afkortingen

In HDR10 is de beeldkwaliteit goed, maar Hisense laat wat punten liggen, omdat het geen rekening houdt met metadata en altijd tonemappet tot 10.000 nits. Daarmee wordt verlies van witnuance vermeden, maar maakt het heldere tinten ook veel donkerder dan noodzakelijk. Zo verliest het beeld wat impact, en gecombineerd met het beperkte contrast haalt dat wat HDR-beleving weg.

Vermijd het gebruik van HDR Tonemapping, dat is de instelling voor dynamische tonemapping. Die maakt het beeld juist weer te helder en dat is, afhankelijk van de content, eigenlijk geen verbetering.

©Hisense

Beeldverwerking

De vernieuwde HiView Pro AI-processor troffen we al aan in de UN8Q, dus het is geen verrassing dat de prestaties helemaal gelijklopend zijn. Goede beeldverwerking is van belang, omdat we zoveel verschillende bronnen gebruiken. De U79NQ legt goede resultaten voor, maar loopt duidelijk achter op merken als Sony, LG of Samsung.

De enige test waar de Hisense minder goed presteert, is het wegwerken van blokvorming in beelden die veroorzaakt wordt door te zware compressie. Probeer dat soort beeldmateriaal (bijvoorbeeld oude dvd’s) dan ook te vermijden. Upscaling en willekeurige ruisonderdrukking scoren prima.

©Eric Beeckmans | ID.nl

De processor heeft een nieuwe superresolutie-optie die detail in HD-beelden wat extra pit geeft. Bij SD-beelden (zoals van een dvd) zet je het beter uit, omdat er risico is dat de processor ook beeldfouten accentueert. De processor kan hinderlijke kleurstroken in zachte gradiënten elimineren, alleen onze lastigste testscène bleek nog een brug te ver.

Voor snel bewegende beelden heeft het een paneel goede bewegingsscherpte. Met Clear Motion geactiveerd win je nog meer detail, maar zie je dan weer een duidelijke dubbele rand rond bewegende voorwerpen. De tv heeft ook een 240Hz-mode, maar die veroorzaakt helaas sleepsporen bij snel bewegende voorwerpen.

Die mode kost ook wat verticale resolutie, dus laat het gewoon uitstaan. Gamers die framerate preferen boven resolutie kunnen die mode wel gebruiken in Full HD, zonder resolutieverlies.

Goede audio

Een 2.1-opstelling van 60 watt is voldoende om krachtige audio te leveren. De dialogen klinken duidelijk en muziek klinkt prima. Er is voldoende volume, maar wie erg veel vraagt, hoort wel vervorming in de klank. De processor grijpt soms ook hoorbaar in als de metalmuziek te luid door de kamer knalt. Er is ondersteuning voor Dolby Atmos en DTS:X, en het surroundeffect is redelijk maar niet overduidelijk. Hoogte-effecten mag je niet vragen aangezien de tv geen omhooggerichte luidsprekers heeft. De baslijn klinkt wel duidelijk. Alles bij elkaar een keurig resultaat voor deze prijscategorie.

©Eric Beeckmans | ID.nl

VIDAA: nog steeds weinig lokale content

Over het smart tv-systeem, VIDAA U7, kunnen we kort zijn. Het werkt vlot, is overzichtelijk en heeft een redelijk aanbod apps. Internationale streamingdiensten zijn goed vertegenwoordigd, maar bij de lokale diensten moet Hisense het aanbod wat versterken. Momenteel missen we HBO Max, NPO Start, Pathé Thuis, VRT Max en Streamz.

©Eric Beeckmans | ID.nl

HBO Max en Streamz zouden volgens Hisense tegen het eind van 2024 beschikbaar moeten zijn en ook Canal Digitaal/Tv Vlaanderen komt eraan. In ons artikel over de 2023-versie van VIDAA U kom je meer te weten over dit besturingssysteem. Belangrijke wijzigingen ten opzichte van de vorige versie zijn er niet in VIDAA U7.

Een goed punt: ook de U79NQ kreeg de nieuwe afstandsbediening met een fotovoltaïsche cel aan de voorzijde en ingebouwde oplaadbare batterij. De afstandsbediening ligt ondanks de vrij lange vorm prima in de hand, en de toetsen hebben een zachte maar duidelijke aanslag.

©Eric Beeckmans | ID.nl

Conclusie

De Hisense 65U79NQ pakt ten opzichte van 2023 uit met een goede verbetering van de piekhelderheid, maar zet in tegenstelling tot zijn grote broer, de U8NQ, geen stap vooruit op het vlak van contrast. Door de erg voorzichtige dimmingaanpak laat hij wat contrast liggen, zeker voor HDR10. Dat de dynamische tonemapping geen duidelijke verbetering biedt, kost hem ook wat punten. Het app-aanbod blijft een punt van aandacht, al is er verbetering op komst. Als totaalpakket kunnen we deze tv zeker waarderen.

De tv heeft genoeg helderheid, contrast en kleurbereik in huis om zowel de doorsnee tv-kijker als filmliefhebber te bekoren, terwijl gamers een interessante keuze krijgen tussen Full HD op 240Hz of 4K op 144Hz. Dolby Vision met Precision Detail haalt de beste HDR-beelden uit de tv, dat is een goede troef. VIDAA U en de nieuwe comfortabele afstandsbediening zorgen voor prima gebruiksgemak. De tv is ook mooi geprijsd, 65inch-beeldplezier hoeft duidelijk geen fortuin te kosten.

▼ Volgende artikel
Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard
Huis

Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard

Het Zuid-Koreaanse zou een shooter gebaseerd op Starcraft in ontwikkeling hebben voor IP-eigenaar Blizzard.

Dat claimt The Korean Economic Daily. Een team binnen Nexon dat gespecialiseerd is in shooters zou zich op dit moment volledig richten op de nog onaangekondigde game. De ontwikkeling zou nog niet lang geleden zijn gestart, en dus zou de shooter nog lang op zich laten wachten.

Verdere details zijn er nog niet, behalve dat Choi Jun-ho ook bij het project betrokken zou zijn. Hij maakte eerder de populaire Shinppu-mapmod voor Starcraft.

Starcraft

Er gaan al langer geruchten over een shooter gebaseerd op Starcraft. Vorig jaar meldde Bloomberg-journalist Jason Schreier al in zijn boek 'Play Nice: The Rise, Fall and Future of Blizzard Entertainment' dat Blizzard aan een shooter zou werken. Volgens Schreier is de shooter van Nexon echter niet gerelateerd aan de shooter van Blizzard - het zouden om twee afzonderlijke projecten gaan.

De Starcraft-reeks bestaat uit real-time strategygames. De eerste verscheen in 1998, en een vervolg kwam in 2010 uit. Blizzard heeft al vaker geprobeerd shooters gebaseerd op de Starcraft-franchise te maken, maar die werden vooralsnog altijd geannuleerd.

Mogelijke onthulling op Blizzcon

Voor het eerst in enkele jaren organiseert Blizzard op 12 en 13 december de Amerikaanse beurs Blizzcon, waar alles rondom de uitgever wordt gevierd. Het is mogelijk dat één van de hierboven genoemde shooters daar wordt onthuld.

▼ Volgende artikel
Review: Mario Tennis Fever is een leuke set
Huis

Review: Mario Tennis Fever is een leuke set

Je vraagt je bij elke Mario-sportgame toch weer af: bereikt het de highs van die oeroude Game Boy-games van Camelot, zoals Mario Tennis en Mario Golf)? Het antwoord is, wat mij betreft, steevast  ‘nee’. Maar tussen ‘perfect’ en ‘niet perfect’ zit nog altijd een breed spectrum aan kwaliteit. En Fever? Die nestelt zich moeiteloos aan de betere kant van dat spectrum.

De drie toernooien die deze game rijk is, daar ben je een uurtje zoet mee. Waarschijnlijk zonder een set te verliezen. De Adventure Mode? Een paar uurtjes meer dan dat, en hoewel ook die nergens uitdagend wordt vertelt het wel een vermakelijk verhaal over Mario en Luigi die als baby’s hun tennis-skills moeten oppoetsen vanwege… bijzondere redenen.

Er zijn ook drie Challenge Towers met allerlei unieke uitdagingen die eventjes vermaken. In mix-up vinden we tennis, maar dan met regels en omstandigheden die alleen het Mushroom Kingdom kan bieden, en dat was het wel zo’n beetje. Wie Mario Tennis Fever alleen speelt is een weekend zoet en heeft zich prima vermaakt. Maar sportgames zijn er, natuurlijk, om je competitieve aard los te laten op vrienden, familie, kroost of online uitdagers.

Leuk

Daarom wil ik het ook niet al te uitgebreid over die singleplayermodi hebben. Ja, Nintendo heeft z’n best gedaan. Ja, er is weinig aan te merken op de minigames en kleine tussenscènes die de Tennis Academy te bieden heeft en de ontwikkelaars verdienen het dat het hier even aangestipt wordt. Nooit sla je stijl achterover van briljante ideeën of concepten, en er wordt geen druppeltje zweet gemorst van de spanning. Maar ‘leuk’ is eigenlijk een perfect, allesomvattend begrip om deze kant van de game te omschrijven.

De echte graadmeter echter, is de kern van de gameplay. Hoe speelt het? Hoe diep gaat het? Hoeveel personages, gekke rackets en super-power-mega-skillmoves zijn er in dit pakketje gepropt en hoe verhouden die zich tot elkaar? Na mening middag ballen overslaan of in dubbelspel terugslaan met mijn zoontje van 9, zijn we eruit: Mario Tennis Fever heeft ontzettend lekkere gameplay.

Content is king

Content is in de eerste instantie de name of the game. Er zitten bijna veertig personages in de game, meer dan een dozijn verschillende banen en de hoofdattractie is de aanwezigheid van tientallen Fever-rackets, die elk hun eigen unieke skill met zich meebrengen. De bananentros die Donkey Kong een ‘racket’ noemt strooit bananen over de baan, met het vulkaanracket plopt er een (je raadt het nooit) vulkaan op uit de baan en het Thwomb-racket zorgt ervoor dat het iconische stenen blok uit de Mario-serie plots uit de lucht valt – hopelijk op een tegenstander. Een zogeheten Fever-shot is verder ook geen hogere wiskunde. Om de zoveel tijd is je metertje vol en ram je dat ding over de baan heen.

Extra fijn is dat het gros van dit alles vrij te spelen is waar je maar wil. Laat je de singleplayermodi links liggen en speel je gewoon wat potjes tegen elkaar? Geen probleem, om de zoveel potten krijg je een nieuw racket, personage, of kleurtjes voor je favoriete tennissers.  

Watch on YouTube

Plak er een voldoende op

Enfin, tot zover de uitleg en alles wat hier te vinden is. Leuk spelletje, plak er een voldoende op en klaar, toch? Nou nee, want hoewel alles hierboven zijn eigen rol speelt, zijn het de diepere lagen daaronder die Mario Tennis  Fever tot grotere hoogten dan ‘plak er even een voldoende op’ stuwen. Al die personages? Die beschikken over hun eigen stats en eigenaardigheden. Wario laadt z’n powershots razendsnel op, Bowser Jr. legt veel meer precisie in z’n topspincurve dan anderen en Shy Guy slaat zijn topspins zonder gehinderd te worden door zijn positie op de baan.

En die banen? Die hebben elk hun eigen ondergrond, waar ballen anders op stuiteren en doorschieten, terwijl spelers zelf ook sneller of minder snel zijn, gebaseerd op het gras of het hardcourt waar ze op spelen. Die Fever-rackets? Oprecht allemaal een andere smaak. Ook daar merk dat extra stukje diepgang waar een wat luiere Mario-sportgame niet aan zou denken: wanneer je een Fever-shot terugslaat vóórdat op jouw zijde van het net landt, kun je met een stuit op de helft van de tegenstander zomaar eens het bijbehorende effect teruggeven. Prettig vervelend als je denkt die koter een modderplas op zijn helft te bezorgen, om ‘m vervolgens zelf om je oren te krijgen als hij de bal vakkundig over je heen lobt en ‘ie alsnog op jouw achterveld terecht komt. Een (modder)koekje van eigen deeg noemen ze dat geloof ik.

Mario Tennis Fever

Slide
Slide
Slide
Slide

Geen Lego, wel Duplo

Al die extra aandachtspuntjes en omstandigheden zijn ook nog eens gebouwd op een fundering van onkreukbare basisgameplay. Topspins, slices, curveballen, lobs en powershots: alles wat je van een tennisgame mag verwachten zit erin. De grote maar is alleen: het gebeurt allemaal zonder de nuance van een échte topgame. Vergelijk het een beetje met Lego en Duplo. Zelfde principe, zelfde soort blokken, maar iets vets bouwen met Lego hit net even anders dan iets vets bouwen met die grote Duplo-blokken. Zo verhoudt deze game zich ook tot de toppers uit het tennisgenre, zoals Virtua Tennis en Topspin. Is veelgevraagd, ik weet het, maar het is wel het verschil tussen goed of geweldig. En Mario Tennis Fever eindigt in het eerste kamp.

Is mijn zoontje naar school, dan heb ik namelijk geen enkele reden om Mario Tennis Fever verder te spelen. Zoals gezegd is al die singleplayercontent niet meer dan ‘even leuk’. En computergestuurde tegenstanders geven zelfs op het hoogste niveau nooit écht tegengas. Bovendien zijn de personages net te groot voor deze banen om het volgende niveau van verfijning te bereiken. Top, zo’n lob. Maar vanwege de dus relatief kleine banen blijft het geen zekerheidje dat je iemand ermee verschalkt die tegen het net aan staat. Aanzienlijke kans dat ie gewoon op tijd de achterlijn haalt, als ie ook maar een klein beetje inzicht heeft. Het zorgt ervoor dat Mario Tennis Fever een absoluut geslaagde game is, met heerlijke multiplayer. Maar wie de eindeloze diepgang en speeluren van, bijvoorbeeld, een Mario Kart World hier zoekt, staat sneller dan gewenst buitenspel. Oh wacht, verkeerd sport…

Mario Tennis Fever is vanaf 11 februari beschikbaar voor Nintendo Switch 2.

Goed
Conclusie

Mario Tennis Fever barst van de content. De vele personages, banen en rackets geven unieke, diepere lagen aan de gameplay en multiplayerpotjes gaan met grote glimlach en een berg vertier gespeeld worden. Jammer voor de wat volwassenere spelers dat die volgende laag diepgang nét niet geraakt wordt. Daarvoor is het singleplayeraanbod niet genoeg, de tegenstanders niet uitdagend genoeg en ontbreekt er hier en daar net wat finesse. Maar ga zo door, Nintendo. Mario Tennis Fever zit namelijk wél in de richting van die tijdloze Camelot-klassiekers waar we zo naar hunkeren.

Plus- en minpunten
  • Flinke hoeveelheid content en modi
  • Sterke basisgameplay
  • Uiteenlopende Fever-rackets
  • Nog altijd sterke multiplayer
  • Daagt je nooit écht uit
  • Diepgang niet eindeloos