ID.nl logo
Review Hisense 65U8NQ - Kristalhelder beeld en rijk uitgerust
© Hisense
Huis

Review Hisense 65U8NQ - Kristalhelder beeld en rijk uitgerust

Hisense heeft de 65U8NQ een indrukwekkende upgrade gegeven. Het aantal dimmingzones is met 60 procent toegenomen en de piekhelderheid is volgens de fabrikant verdubbeld. Stevige beloftes die we graag testen. Het toestel is bovendien rijkelijk uitgerust en is daarmee voor veel gebruikers een knappe keuze.

Uitstekend
Conclusie

Dat miniled-tv’s knappe prestaties kunnen leveren, is ondertussen wel duidelijk. De Hisense 65U8NQ heeft in elk geval het potentieel, maar de fabrikant laat een deel van dat potentieel onbenut. Dus ja, het kan nog beter, maar toch blijven het knappe prestaties. Met zo veel helderheid, kleur en contrast krijg je in alle kijkomstandigheden erg mooi beeld. Hij is iets te hoog geprijsd, maar met een mooie korting is hij het zeker waard.

Plus- en minpunten
  • Indrukwekkende recordpiekhelderheid
  • Goed contrast met prima schaduwdetail
  • Veel bewegingsscherpte en 240Hz-modus
  • Levensechte HDR-beelden
  • Dolby Vision IQ met Precision Detail en HDR10+
  • VIDAA U is gebruiksvriendelijk en vlot
  • Goede audiokwaliteit
  • HDMI 2.1 met alle gaming-features
  • Contrast moet beter met deze hoeveelheid dimming zones
  • Slechts twee HDMI 2.1-poorten
  • Matige kijkhoek
  • VIDAA U mist nog wat lokale streaming-apps (vooral in België)

Hisense 65U8NQ

  • Adviesprijs: 1.899 euro
  • Wat: Ultra HD LCD-tv (MiniLED FALD, 1600 zones, Quantum Dot)
  • Schermformaat: 65 inch (164 cm), vlak
  • Aansluitingen: 4x HDMI (2x v2.0, 2x v2.1, eARC/ARC, ALLM, VRR, 4K120), 1x composiet video, 1x stereo minijack, 1x optisch digitaal uit, 2x USB, 1x hoofdtelefoon, 2x antenne, 1x ethernet, WiFi 6E (802.11b/g/n/ac/ax), Bluetooth
  • Extra’s: Dolby Vision IQ with Precision Detail, HDR10+ Adaptive, HDR10, HLG, VIDAA U7 OS, USB/DLNA-mediaspeler, DVB-T2/C/S2, CI+-slot
  • Afmetingen: 1.449 x 916 x 290 mm (incl. voet)
  • Gewicht: 30,7 kg (incl. voet)
  • Verbruik: SDR 80 (E) / HDR 200 watt (G)

Design

Een subtopper zoals deze Hisense dient ook de nodige uitstraling te hebben, dus een mooi design past bij onze verwachtingen. Op dat vlak scoort de 65U8NQ prima. Het scherm is afgeboord met een dun metalen randje dat alleen onderaan wat breder is om de tv te onderstrepen. Daaronder een fijn luidsprekerrooster; de naar voren gerichte luidsprekers zijn de belofte voor betere audio. De centrale voet is een dunne metalen achthoekige plaat in donkergrijs gesatineerde tint. De voet kan op twee hoogtes worden gemonteerd: laag bij het meubel of hoger als je ruimte voor een soundbar nodig hebt.

Aansluitingen

Hisense heeft geen wijzigingen gemaakt bij de selectie aan aansluitingen. De tv beschikt over twee HDMI 2.0- en twee HDMI 2.1-aansluitingen. Gamers kunnen op de HDMI 2.1-poorten tot 4K120 en zelfs 4K144 aanbieden, al kun je dat laatste uiteraard alleen met een pc. De poorten ondersteunen ALLM, HDMI VRR, AMD FreeSync en NVIDIA G-Sync Compatible. Met een input-lag van 15,6 ms in 4K60 en 6,8 ms in 2K120 is hij zelfs voor veeleisende gamers geschikt.

Een soundbar aansluiten via ARC/eARC kan op een van de HDMI 2.1-poorten. De resterende aansluitingen zijn twee usb-poorten, een minijack-ingang voor composiet video en stereo, een koptelefoonaansluiting, een optisch-digitale audio-uitgang, een ethernet-poort en bluetooth. Wie over een recent wifi-toegangspunt beschikt, kan een snelle draadloze netwerkverbinding realiseren, want de U8NQ biedt wifi 6E (802.11 ax). 

Een usb-poort, de ethernetpoort en de optisch-digitale audio-uitgang wijzen naar achteren en kunnen een strakke wandmontage verhinderen. Voor je live-tv-noden zijn er een enkelvoudige DVB-T/T2/C-tuner, een DVB-S/S2-tuner en een CI+-slot aanwezig. Sluit externe usb-opslag aan als je live-tv wilt pauzeren of opnemen.

©Eric Beeckmans | ID.nl

Mooi contrast, matige kijkhoek

Op papier maakt de U8N een spectaculaire sprong, maar zien we dat ook in de praktijk? Ons testmodel had een goede uniformiteit bij donkere beelden, maar liet bij heldere beelden een klein beetje dirty screen-effect optekenen, en de linkerrand van het beeld oogde iets helderder. Opgelet, dit soort afwijkingen verschillen per toestel.

Watch on YouTube

Het VA-paneel heeft een zeer goed eigen contrast (6.000:1), maar een wat matige kijkhoek. Ga dus niet te ver opzij zitten, want dan verliest het beeld contrast en kleurintensiteit. De achtergrondverlichting is onderverdeeld in 40 x 40 (1.600) zones voor nog beter contrast. Daarmee haalden we in Filmmaker Mode een contrast van ongeveer 18.500:1. Dat is uitstekend, maar net als vorig jaar heeft Hisense de dimming-instelling op de laagste stand gezet. Diepzwart blijft dan eerder donkergrijs, ook in de zwarte balken boven en onder een film, en dat is toch jammer. Gelukkig volstaat het om de dimming-instelling op medium te zetten om dat recht te zetten. De zones reageren erg snel, zodat er geen fouten merkbaar zijn en halo-vorming is er niet tot nauwelijks.

Zo veel licht!

Zoveel zones én minileds, dat doet ook hopen op een hoge piekhelderheid. En inderdaad, in HDR Filmmaker Mode tikt de 65U8NQ een fantastische 2.800 nits aan op het 10%-venster (een nieuw record), bijna het dubbele van zijn voorganger! Op het volledig witte beeld houd je nog steeds 770 nits over. De achtergrondverlichting gebruikt quantum dots om een ruim kleurbereik te creëren; dat komt uit op 98% P3. HDR-beelden zien er dan ook schitterend uit, al laat de Hisense toch wat kleine foutjes zien.

Zo tonemapt hij altijd tot het uiterste maximum van de standaard, ook als dat niet nodig is. Daardoor verlies je een beetje helderheid. Aan de andere kant van het spectrum tilt hij schaduwnuances wat te veel op, en ook heldere middentinten maakt hij iets te helder. Nogmaals, het resultaat blijft knap, maar Hisense laat wat potentieel onbenut. Dat wordt ook duidelijk als je Dolby Vision content bekijkt. Die is werkelijk uitmuntend, en kan dankzij Precision Detail nog extra diepte krijgen. De Filmmaker Modes voor SDR en HDR kunnen ook een iets betere kalibratie gebruiken. In SDR neigt de grijsschaal wat naar rood en dat zet zich door in huidskleuren. In HDR zien we dezelfde afwijking, maar kleiner.

©Hisense

Beeldverwerking

De Hisense 65U8NQ heeft een nieuwe HiView Pro Ai-processor met een paar nieuwe eigenschappen en verbeteringen. Bij de upscaling kun je een superresolutie-feature activeren. Die benadrukt het detail, maar je kunt deze functie het best alleen bij HD- en 4K-content gebruiken. In het geval van SD-content, zoals dvd, riskeer je fouten in beeld mee te accentueren.

Ruisonderdrukking werkt prima op willekeurige ruis, maar Hisense slaagde er niet in om de prestaties te verbeteren voor compressieruis die je ziet als blokvorming in het beeld. Voor kleurstroken die soms zichtbaar zijn in zachte gradiënten is er wel vooruitgang. Die kan de processor goed verbergen, tenzij in de lastigste gevallen. De nieuwe processor heeft ook verbeterde dynamische tonemapping, maar die maakt het beeld te helder, dus laat die functie maar voor wat het is. Over het algemeen blijft de beeldverwerking eerder rond de middenmoot scoren. 

Het paneel levert ook bij snel bewegende beelden goed, scherp detail met alleen een smalle vage rand rond het bewegende voorwerp. Net als vorig jaar kun je de tv in een 240Hz-stand zetten. De hogere verversingssnelheid maakt het beeld iets scherper, maar je verliest wel wat verticaal detail. Of je kunt Clear Motion activeren, een functie die nog meer detail terugbrengt, maar wat wel ten koste gaat van wat helderheid (die het toestel toch in overvloed heeft). De techniek introduceert een 120Hz-flikkering, maar die is voor de meeste mensen onzichtbaar. Voor film kun je beide opties het best uitschakelen, maar voor sport kun je kiezen wat je zelf het prettigst vindt.

Krachtige audio

Die slanke luidsprekerbalk onderaan het scherm is aangevuld met een dubbele woofermodule in de rug en omhoog gerichte luidsprekers bovenaan. De 2.1.2-configuratie is goed voor 60 watt vermogen. Daar haalt de tv heel wat volume uit. De klank is krachtig en wordt ondersteund door een stevige bas.

De tv ondersteunt Dolby Atmos en DTS:X, en onze filmfragmenten lieten een duidelijk surroundeffect horen. Ook het hoogte-effect van die moderne audio-codecs is beperkt hoorbaar. We wilden de tv echt voluit laten gaan, maar toen bleek wel dat er nog wat moet worden gesleuteld aan het resultaat. Vervorming en het vervagen van de bas doen daarbij sterk af aan de klankkwaliteit. Toch een mooi resultaat, zolang je volumeknop niet helemaal opendraait.

VIDAA U7-apps blijven de achilleshiel

Hisense werkt samen met VIDAA U voor het smart-tv-systeem. De interface is gebruiksvriendelijk en werkt vooral erg vlot. Zoals alle concurrenten reserveert VIDAA U de bovenste helft van het scherm voor advertenties, die gelukkig alleen film- en televisiecontent of VIDAA-features toont. Centraal in beeld kun je jouw favoriete apps plaatsen, maar verder krijg je alleen vele rijen aanbevelingen waarover je geen controle hebt. De beschikbaarheid van apps blijft toch een minder punt. Zo ontbreken HBO Max, NPO Start en Pathé Thuis, en voor België is er alleen VTM Go. Overigens is VIDAA U dit jaar nauwelijks veranderd; het 2023-artikel met een volledig overzicht van VIDAA U7 toont je meer details.

Hisense koos voor een nieuwe afstandsbediening met een moderne feature. Een fotovoltaisch paneel aan de voorzijde houdt de ingebouwde oplaadbare batterij vol. Opladen kan als backup-oplossing ook via de USB-C-poort. De afstandsbediening werkt prima, vooral te danken aan de fijne toetsen die een duidelijke aanslag hebben. Omdat ze ook over een numeriek toetsenbord beschikt valt ze wel vrij lang uit. Er zijn zes sneltoetsen, voor YouTube, Netflix, Prime Video, Disney+, Rakuten TV en VIDAA Channels. 

©Eric Beeckmans | ID.nl

Conclusie

Dat miniled-tv’s knappe prestaties kunnen leveren, is ondertussen wel duidelijk. De Hisense 65U8NQ heeft in elk geval het potentieel, maar de fabrikant laat een deel van dat potentieel onbenut. Zo zijn de dimming-prestaties van de 1600 zones goed, maar we zijn ervan overtuigd dat er meer in zit. Twee HDMI-poorten is ook wat beperkt voor wat een subtopmodel moet zijn. En nu steeds meer mensen de kabel doorknippen, mag het app-aanbod niet achterblijven. Dus ja, het kan nog beter, maar toch blijven het knappe prestaties. Met zo veel helderheid, kleur en contrast krijg je in alle kijkomstandigheden erg mooi beeld. Dolby Vision-beeld is een prachtige demonstratie van wat HDR kan zijn. Goede audio, ruime gamefeatures en een vlot werkend smart tv-systeem maken dit een mooie allround-tv. Hij is iets te hoog geprijsd, maar met een mooie korting is hij het zeker waard.

Hisense 65U8NQ

Klik hier voor de actuele prijs
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.