ID.nl logo
Review Sony WF-C700N - Zet een mooie benchmark neer
Huis

Review Sony WF-C700N - Zet een mooie benchmark neer

De Sony WF-C700N is een setje oordoppen met een prijskaartje van 130 euro. Daarmee zijn ze behoorlijk budgetvriendelijk, maar dat betekent ook dat je rekening moet houden met een aantal kanttekening. Kijkend naar het bedrag zet Sony wederom een mooie benchmark neer.

Goed
Conclusie

Op het gebied van audiokwaliteit zet Sony op dit prijspunt een mooie benchmark neer. Maar op andere vlakken laat het setje een hoop te wensen over. De accuduur en ruisonderdrukking vallen tegen, de oordoppen voelen goedkoop aan en het ipx4-certificaat is teleurstellend. Daarnaast is de Sony WF-C700N niet geschikt voor hi-res audio. De prijs van 130 euro is daarom vrij fors, maar wanneer die onder de 100 euro zakt dan zul je niet snel beter aantreffen. Het is wel zaak dat je de Sony Headphones-app gebruikt; die haalt namelijk alles uit deze oordoppen.

Plus- en minpunten
  • Audiokwaliteit
  • Pasvorm
  • Equalizer
  • Bediening
  • Draagcomfort
  • Geen hi-res audio
  • Accuduur
  • Actieve ruisonderdrukking
  • IPX4-certificaat
  • Geen draagdetectie
  • Weinig codecs

De Japanse fabrikant Sony zet met zijn draadloze, draagbare audioproducten vaak mooie benchmarks neer. De duurste variant, de WF-1000XM4, is volgens veel audioliefhebbers nog steeds the one to beat. Omdat niet iedereen 250 euro of meer aan een setje oordoppen wil uitgeven, brengt het merk geregeld betaalbare alternatieven op de markt, bijvoorbeeld voor ongeveer de helft van de prijs. Dat zien we nu wederom gebeuren met de Sony WF-C700N. Dit is een setje midrange oordoppen van pakweg 130 euro, die op dit prijspunt een weergaloze audio-ervaring aanbieden.

Sony WF-C700N heeft flinke concurrentie

En dat zegt wat, ook voor Sony. De concurrentie is namelijk moordend binnen dit segment. In de categorie 100 tot 150 euro heb je namelijk ruime keuze uit fantastische opties, zoals de warm klinkende Anker Soundcore Liberty 4 of de Space A40, die dankzij een flink bereik heel ruim klinken. De Jabra Elite 4 klinken ontzettend helder, terwijl de Teufel Airy TWS het geluid intiem kunnen overbrengen. En dan hebben we het in dit geval alleen nog over oordoppen. Want als je ook on-ears en over-ears meeneemt, heeft Sony de WH-CH720N en WH-CH520N voor je klaarstaan.

Kortom: je moet van goeden huize komen om een deuk te slaan in de markt voor betaalbare oordoppen. De audiokwaliteit is de belangrijkste factor, maar laten we de overige eigenschappen niet vergeten. Dit zijn meestal onderdelen waar fabrikanten op kunnen bezuinigen. Zo valt het ipx4-certifcaat wat tegen, waardoor de oordoppen niet bestand zijn tegen stof of grote hoeveelheden water. Daarnaast voelen ze een beetje goedkoop aan door het kunststof omhulsel en is het jammer dat Sony niet gegaan is voor bluetooth 5.3, en is blijven steken op bluetooth 5.2.

Toegegeven, de verschillen tussen bluetooth 5.2 en 5.3 zijn voor sommige mensen verwaarloosbaar. De nieuwste versie biedt een stabielere verbinding aan, evenals een verbeterde audiokwaliteit. Toch zonde, aangezien de Sony WF-C700N niet beschikt over de moderne V1-chipset (die over het algemeen dezelfde dingen voor zijn rekening neemt), die we wel aantreffen in de goedkopere Sony CH520N-on-ears. Tot slot kijken we nog even naar de accuduur; ongeveer zeven uur luistertijd is geen verkeerde score, maar de oplaadcase valt wat. Die kan de luistertijd slechts verdubbelen.

Op de oordoppen zelf komen we twee knoppen tegen. Daarmee kun je de muziek pauzeren en naar een vorig of volgend nummer klikken. Ook ben je in staat de actieve ruisonderdrukking in- en uit te schakelen. De knopjes laten zich gemakkelijk indrukken, zonder dat de oordoppen zelf verplaatsen. Ondanks het feit dat de Sony WF-C700N rubberen tips heeft, zitten ze behoorlijk comfortabel en vast. Helaas is het zo dat de oordoppen niet beschikken over draagdetectie. Wanneer je ze uit doet om even met iemand te praten, dan gaat de muziek niet op pauze en blijft die doorspelen.

Meld je aan voor het Koptelefoonwijzer Eindrapport 2024

Door het invullen van jouw naam en e-mailadres meld je je aan voor ontvangst van de Kieskeurig.nl Koptelefoonwijzer-resultaten. Tevens ben je ingeschreven voor de Kieskeurig.nl nieuwsbrief.

Audiokwaliteit van hoog niveau, ondanks missers

En als we de kritische blik nog even vasthouden dan is het jammer om te zien dat – door die missende V1-processor – dit setje niet beschikt over hi-res audio (dus geen LDAC) of DSEE Extreme. Met dat laatste kunnen de oordoppen en koptelefoons van Sony muziek opschalen en in een hogere kwaliteit weergeven. Bovendien missen we populaire audiocodecs en krijgen we alleen toegang tot AAC en SBC. Dit is behoorlijk basaal allemaal. En toch hebben we er niet zo’n last van, kijkende naar de prijs. Want de Sony WF-C700N klinken ontzettend goed en vormen een mooie benchmark.

Horen is geloven. Als je naar de specificaties kijkt van dit apparaat dan zou je niet meteen denken dat hier een strak, breed en helder geluid uit komt. Maar niets is minder waard. De oordoppen krijgen hiervoor wel hulp van de overzichtelijke Sony-app, waar je onder meer de basale DSEE-functie en een equalizer aantreft. De standaardopties zorgen ervoor dat het een beetje drassig klinkt en dat vooral de bas naar de achtergrond verdwijnt. Wat ons betreft is de stand Enthousiast de beste optie die er is, want die maakt van het geluid een waar genot om naar te luisteren. Helemaal op dit prijspunt.

En dat geldt voor een hoop genres. Zelfs de snelle riffs uit de nieuwe Metallica-nummers komen lekker tot hun recht, zonder dat je het idee hebt iets te missen van de – inmiddels wat schelere – uithalers van frontman James Hetfield. De bass klinkt warm en vol en dat merk je te meer wanneer je naar elektronische muziek luistert, zoals fijne housepartijen. Die muziekgenres kunnen haast niet verder uit elkaar liggen; en dat laat zien hoe veelzijdig deze oordoppen zijn. De hogere tonen komen niet altijd lekker naar voren, maar dat is de enige opmerking over de audiokwaliteit.

Mocht het geluid toch niet helemaal zijn wat je zoekt, dan kun je via de Sony Headphones-app de equalizer helemaal zelf instellen zoals je wil. De kans is echter groot dat de vooraf ingestelde mogelijkheden bieden wat je zoekt, ongeacht het genre waar je naar luistert. De ruisonderdrukking laat ons overigens met een gemende indruk achter. Wanneer je naar content luistert met een flinke baslaag, dan krijg je weinig mee van je omgeving. Zit die laag er niet in, dan hoor je mensen nog steeds om je heen praten, bijvoorbeeld. Ook krijg je dan trein- en toetsenbordgeluiden mee.

Conclusie: Sony WF-C700N kopen?

Op het gebied van audiokwaliteit zet Sony op dit prijspunt een mooie benchmark neer. Maar op andere vlakken laat het setje een hoop te wensen over. De accuduur en ruisonderdrukking vallen tegen, de oordoppen voelen goedkoop aan en het ipx4-certificaat is teleurstellend. Daarnaast is de Sony WF-C700N niet geschikt voor hi-res audio. De prijs van 130 euro is daarom vrij fors, maar wanneer die onder de 100 euro zakt dan zul je niet snel beter aantreffen. Het is wel zaak dat je de Sony Headphones-app gebruikt; die haalt namelijk alles uit deze oordoppen.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.