ID.nl logo
De meest voorkomende hardloopblessures (en zo voorkom je ze)
© PiyawatNandeenoparit - stock.adobe.com
Gezond leven

De meest voorkomende hardloopblessures (en zo voorkom je ze)

Hardlopen is een van de populairste sporten om fit te blijven, of het nu een avondrondje door de duinen of een heuse stadsmarathon is. Helaas is het ook een activiteit die vaak tot blessures leidt, die dan ook nog eens ellenlang kunnen blijven doorwerken. Een overzicht van de meest voorkomende hardloopblessures, hoe ze ontstaan, en natuurlijk manieren om ze zoveel mogelijk te voorkomen.

In dit artikel leer je:

  • dat hardlopen erg populair is
  • dat hardlopen ook een grote kans op blessures geeft
  • welke blessures het meest voorkomen, en waarom
  • waarom een goede voorbereiding, goed materiaal en een goede techniek erg belangrijk zijn
  • dat je er niet altijd iets aan kunt doen, maar meestal toch wel.

Lees ook: Welk smartwatch-merk heeft het beste fitnessplatform?

Hardlopen is populair

Los van fitnessen is hardlopen de populairste sport onder Nederlanders – populairder zelfs dan voetbal. Meer dan 9 miljoen mensen geven aan weleens een rondje te gaan rennen (cijfers CBS). En dat is niet zo gek. Je hebt er relatief weinig dingen voor nodig, je kunt het overal in het land doen, het kost je (los van je gear) niets en je bent er niet al te veel tijd aan kwijt. Niet verwonderlijk dus dat de helft van Nederland zo nu en dan in het park, in het bos of gewoon op straat te vinden is. 

Blessures

Met zoveel beoefenaars is het ook niet zo heel vreemd dat er ook blessures voorkomen. Omdat het vrij laagdrempelig is om te gaan hardlopen, is er niet altijd voldoende kennis aanwezig. Verkeerd materiaal en een verkeerde techniek kunnen snel resulteren in een hardnekkige blessure, die dan ook nog eens vaak terugkeert. Sowieso is hardlopen al een flinke aanslag op je lichaam, ook als je je zaakjes wel goed voor elkaar hebt: je lichaam moet de klappen van elke stap opvangen, waardoor het beduidend zwaarder is dan bijvoorbeeld wielrennen of zwemmen. 

Lees ook: Dit gebeurt er in je lichaam tijdens het sporten

Soorten blessures

Vijf van de meest voorkomende hardloopblessures zijn de volgende: 

Enkels

Vraag een fervent hardloper of hij of zij ooit een enkelblessure heeft gehad, en het antwoord is doorgaans een volmondig ‘ja’. De enkels vangen een groot deel van de klappen op, en hoewel ze daar tot op zeker hoogte voor gemaakt zijn, zijn ze ook relatief broos. Een verzwikking is daarom snel gebeurd. Op de baan of op een loopband gebeurt het nog niet eens zo vaak, maar vooral buiten, op een onregelmatige ondergrond, ligt een verkeerde stap altijd op de loer. Een verzwikte enkel kan wel een paar weken nodig hebben om goed te helen, en met een beetje pech scheur je je enkelband ook nog eens in - of, nog erger, af. 

Kuiten

Ook de kuiten zijn vaak slachtoffer, maar dan vooral van een verkeerde techniek of verkeerd materiaal. Bij het hardlopen wordt de kuitspier strak gespannen, en als dat op een verkeerde manier gebeurt, kan er na verloop van tijd een blessure ontstaan. Een kuitblessure ken je misschien ook wel onder de naam zweepslag, en iedereen die het eens heeft meegemaakt, kan je vertellen dat dat geen pretje is. Bovendien duurt het lang voor je weer op hetzelfde niveau kunt presteren. 

Achillespezen

De achillespees, tussen je hiel en je kuit, is ook een veelvoorkomende plek voor blessures bij hardlopers. Het kan er zowel opeens inschieten, bij een misstap, maar de blessure kan ook langzaam groeien. Daarom is het zaak om er vroeg bij te zijn, want de achillespezen nemen hun tijd bij het helen van de blessure. Eenmaal aan de beterende hand, en de kans op terugkeer is ook nog eens groot. Ook bij de achillespezen speelt materiaal een belangrijke rol. 

©Elnur Amikishiyev

Spierpijn of stijve spieren?

Masseer ze met een massage gun!

Knieën

Hardlopen is zeker niet de enige sport waar de knieën het zwaar te verduren krijgen, maar het is wel een belangrijke. Echt bang voor een zware kruisbandblessure hoef je nog niet eens te zijn - die komen vooral voor als je veel moet draaien en keren, zoals bij voetbal - maar de zogenaamde lopersknie heeft niet voor niets die naam gekregen. Bij een lopersknie heb je een zeurende pijn aan de zijkant van je knie, die je tijdens het wandelen misschien niet eens voelt, maar tijdens het hardlopen des te meer. Ook hier spelen materiaal en techniek weer een grote rol. 

Heupen

Misschien niet het eerste waar je aan denkt, maar ook de heupen kunnen roet in het eten gooien. In een normale situatie kunnen je heupen prima omgaan met een hardloopsessie, maar dat verandert als er ergens anders in het lichaam iets aan de hand is. Je heupen moeten dan gaan compenseren, en dat kan leiden tot blessures. Let dus goed op als je ergens last van hebt en ga pas weer serieus trainen als je helemaal fit bent, anders beland je zo van de regen in de drup. 

©Yuri Arcurs peopleimges.com

Wat kun je doen? 

Blessures zijn soms een kwestie van botte pech, maar in veel gevallen zijn ze best wel te voorkomen. Met een goede voorbereiding kom je een heel eind. De belangrijkste dingen om op te letten: 

Materiaal. We hebben het al een paar keer genoemd, maar het kan niet genoeg benadrukt worden. Met de juiste hardloopschoenen maak je het risico op een blessure een heel stuk kleiner. Ga dus geen halve marathon rennen op een goedkoop paar van AliExpress of op die oude zaalschoenen die je toch nog had liggen, maar ga eens langs bij een sportwinkel om je voeten op te laten meten en jezelf van advies te voorzien. 

Techniek. Een verkeerde looptechniek kan lastige blessures in de hand werken. Zelfs als je een of twee keer per week een halfuurtje hardloopt, is het zaak dat je dat op een goede manier doet. Veel (beginnende) hardlopers rollen hun voeten op een verkeerde manier af, lopen te veel op hun tenen, of juist op de binnen- of buitenkant van de voeten. Tijd voor een lesje bij een hardloopcoach, dus. 

©Jo Panuwat D - stock.adobe.com

Belasting. Trainen is goed, maar te veel trainen is dat niet. Wil je een lange afstand gaan lopen? Bouw dan rustig op. Houd je lichaam in de gaten, en negeer de signalen niet. Uiteindelijk is het veel sneller om rustig aan te doen dan een halfjaar of langer op de bank te moeten zitten omdat je je enkelbanden of achillespezen kapot hebt gerend. 

Pech. Een ongeluk zit in een klein hoekje, en je kan er echt niet altijd iets aan doen. Maar zelfs die gevallen kun je tot een minimum beperken. Let altijd goed op de weg voor je. Loop je in het donker? Kies dan goed verlichte paden. Op bospaadjes en duinweggetjes is het zaak om boomstronken en losliggende stenen zoveel mogelijk te vermijden. Houd je hoofd erbij en let op je omgeving, dan ben je al een heel eind op weg. 


Ook tijdens slecht weer rennen? Een loopband biedt uitkomst!
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.