ID.nl logo
Wie wil een stukje windmolen of een zonnepark?
© elxeneize - stock.adobe.com
Energie

Wie wil een stukje windmolen of een zonnepark?

Je wilt je steentje bijdragen aan meer duurzame energie, maar je mag of kunt geen zonnepanelen plaatsen … Door lid te worden van een lokaal energie-initiatief word je mede-eigenaar van bijvoorbeeld een aantal zonnepanelen op het dak van een school of een windmolen in je buurt. Hierdoor profiteer je mee van de financiële opbrengst en voel je je betrokken bij een collectief buurtproject.

In het kort: iedereen kan intekenen in een collectief initiatief om de buurt te verduurzamen. Op die manier koop je dus een deeltje van een windmolen of zonnepark. De energie die hierdoor wordt opgewekt, gaat in mindering op je elektriciteitsfactuur, Bovendien wordt je investering terugbetaald.

Lees ook: Direct energie besparen zonder grote investeringen – ook in de zomer!

Lokale energie-initiatieven

Eind vorig jaar telde Nederland 705 lokale energiecoöperaties. Het aantal energiecoöperaties heeft blijkbaar het verzadigingspunt bereikt. Toch groeit het aantal leden nog steeds. Om samen energie te mogen opwekken, is er een rechtsvorm nodig. De meest gebruikelijke rechtsvorm is de coöperatie. Dit is een vereniging met leden en een bestuur, waarbij de leden op de Algemene Ledenvergadering (ALV) beslissen over de plannen van de coöperatie. In tegenstelling tot een kapitaalgedreven onderneming die per definitie streeft naar winstmaximalisatie, wil een coöperatie voorzien in de gemeenschappelijke behoefte van haar leden. Zo’n vereniging zal de lusten en de lasten van de energietransitie eerlijk verdelen. 

©Smile Studio AP - stock.adobe.com

Een coöperatie werkt in functie van de gemeenschap. 

Postcoderoos

Zo’n 100.000 Nederlanders hebben ingetekend op zo’n lokale coöperatie. In bijna iedere gemeente vind je een of meerdere energiecoöperaties. Een voorwaarde om mee te doen aan een project waarin gezamenlijk groene stroom wordt opgewekt, is dat je in de buurt woont. Daarvoor gaat men af op de zogenaamde postcoderoos, waar je door middel van je postcode leest op welke projecten je kunt intekenen. Op Energiesamen.nu geef je de cijfers van je postcode in en dan krijg je een lijstje van de energiecoöperaties in de buurt. Ook een Vereniging van Eigenaren mag meedoen. Dat is het collectief van eigenaren in appartementen.  

Via een zoekmachine vind je projecten in de buurt.

Zonnepanelen Delen

Twee derde van alle coöperaties werkt aan zonne-energie. De meeste (92 procent) zonneprojecten gaan over dakopstellingen. In 2022 werden ook 18 nieuwe collectieve zonnevelden in gebruik genomen. Op Zonnepanelen Delen kun je altijd investeren in eigendomsdelen, zelfs in projecten die niet bij je in de buurt liggen. Dit is een crowdfunding-platform waar je kunt inschrijven in zonne-energieprojecten in heel Nederland. Je kunt al participeren vanaf 25 euro en je bepaalt zelf hoeveel ZonneDelen je wilt kopen. Op de website krijg je informatie over het project, je leest hoeveel deelnemers er zijn en in welke mate het vooropgesteld bedrag inmiddels gerealiseerd is. 

Voorbeeld van ZonneDelen

Bijvoorbeeld, als we op de fiche van het project ‘15.282 zonnepanelen in Zeewolde van Zonnepark Bloesemlaan’ inzoomen, dan zien we dat vandaag al 238.900 euro is binnengehaald van de benodigde 300.000 euro. Dat betekent dat de investering voor 79 procent rond is. Er zijn ondertussen al 282 ZonneDelers en de crowdfunding loopt binnenkort af (nog 8 dagen). Met een schuifje geef je aan hoeveel je wilt investeren. Dat gaat van 25 tot 50.000 euro. 25 euro levert 1 ZonneDeel op, goed voor 2 kWh, voldoende om een koelkast van 200 liter bijna vier dagen te laten werken. Ga je voor 50.000 euro, dan word je eigenaar van 2.000 ZonneDelen, goed voor gemiddeld 4000 kWh waarmee je een gasloos huishouden 138 dagen van groene stroom voorziet. 

Lees ook: Groene vs. grijze stroom: hoe zit het precies?

Op iedere fiche wordt het project voorgesteld.

Kopen en verkopen

Nadat je een bedrag hebt gekozen, vul je je persoonlijke gegevens in, teken je voor akkoord en daarna betaal je via IDEAL. Mocht het project toch niet doorgaan, dan wordt je geld teruggestort. Zodra het zonne-energiesysteem is geïnstalleerd, krijg je inzicht in de productie van jouw aandeel. Bij Zonnepanelen Delen stelt men een rendement van 3 tot 4 procent op de investering voorop. Je kunt je ZonneDeel tussentijds verkopen. In dat geval moet je zelf een koper vinden en daarbij kun je op ondersteuning rekenen van Zonnepanelen Delen. Daarvoor rekenen ze 2 procent administratiekosten met een minimum van 10 euro en een maximum van 500 euro voor het overzetten van de ZonneDelen. 

Aflossing en ZonneRente

Je ontvangt jaarlijks de zogenaamde ZonneRente (het rendement). Bovendien wordt je investering gedurende de looptijd van het project jaarlijks afgelost. Dat betekent dat je in een project met lineaire aflossing en een looptijd van 15 jaar, ook ieder jaar 1/15de deel van de investering terugkrijgt. De meeste risico’s zijn bij de projecten gedekt door verzekeringen, maar algemeen kun je stellen dat het rendement op je ZonneDeel nogal variabel is.  

Stroom nodig als de elektra uitvalt?

Deze generators werken niet op batterijen maar op beweging!

Postcoderegeling Momenteel zijn er twee regelingen mogelijk. De oude postcoderegeling of de Regeling Verlaagd tarief geldt voor projecten die voor 1 april 2021 zijn gestart. Hier mag je de opgewekte stroom van je energierekening aftrekken. Er is wel een maximum aan stroom die je op die manier mag verrekenen.

De nieuwe postcoderegeling of de Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking geldt voor projecten die na 1 april 2021 zijn gestart. Hier ontvang je jaarlijks een winstuitkering. De vergoeding komt hier dus niet via de energierekening. De coöperatie betaalt de winstuitkering op basis van de elektriciteit die ze heeft verkocht en de subsidie die ze heeft ontvangen.

Windprojecten

Daarnaast zijn er 87 collectieve windprojecten die samen voor 5 procent van het totale wind-op-landvermogen in Nederland opwekken. Je kunt aandelen in windparken kopen bij Meewind, De Windcentrale en De Windvogel. Als eigenaar van een Winddeel heb je recht op een deel van de stroom die wordt opgewekt door die windmolen. Je bent dan wel verplicht een energiecontract af te sluiten bij een bepaalde provider, zoals Greenchoice, Pure Energie, Delta, Nieuwe Stroom, enzovoort … Dat betekent dat vanaf dan thuis de lampen zullen branden door stroom uit je eigen windmolen. Zolang jouw windmolen draait — dat is gemiddeld 12 tot 20 jaar — ontvang je gratis stroom. Je kunt de windproductie trouwens volgen via een app.  

Via een app volg je de opbrengst van de windmolen en jouw WindDelen.

Voorbeeld: De Windcentrale

Nemen we als voorbeeld De Windcentrale. Op de website lees je welke windmolens nog beschikbaar zijn en hoeveel Winddelen er per molen gelden. Iedere windmolen is opgedeeld in stukjes: de zogenaamde Winddelen. De Boerenzwaluw in Burum wekt bijvoorbeeld jaarlijks 1,5 miljoen kWh op en is 3000 Winddelen waard. Die schaf je aan via een eenmalige investering. Een Winddeel kost tussen 50 en 210 euro. Het bedrag is afhankelijk van de resterende looptijd van het project. Daarbovenop betaal je ieder jaar een exploitatiebijdrage voor het onderhoud en de verzekering van de windmolen. Bovendien moet je een energiecontract afsluiten bij Greenchoice. Je opbrengsten worden één keer per jaar via de energierekening van Greenchoice verrekend, na aftrek van de exploitatiebijdrage. Je mag nooit 100 procent van je stroomverbruik in Winddelen kopen, maar hoogstens 85%.

Risico’s

Winddelen zijn eigenlijk aandelen en aan beleggingsproducten zijn altijd risico’s verbonden. Door een faillissement van een contractpartij kan de terugbetaling van je inleg in het gedrang komen. Bovendien zit je vast aan een bepaalde energieleverancier en is het niet gemakkelijk om je aandeel te verkopen. Tenslotte staat een deel de van windmolens in het buitenland. Door van deze molens Winddelen te kopen, draag je niet bij aan minder CO₂-uitstoot in Nederland. 

©Serhii - stock.adobe.com

Conclusie

Een aandeel bij een energiecoöperatie is een weloverwogen keuze als je wil bijdragen aan een beter milieu en een vermindering van CO₂. Je doet dit niet om rijk van te worden. Vanuit financieel oogpunt zijn er interessantere manieren om je geld te beleggen. Je koopt wel aandelen met een vooropgesteld rendement, maar van de opbrengst wordt het onderhoud afgehaald. Bovendien zit je vast aan een energieleverancier en daardoor ben je niet vrij om te kiezen voor een voordeliger contract.  


▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.