ID.nl logo
Direct energie besparen zonder grote investeringen – ook in de zomer!
© lovelyday12 - stock.adobe.com
Energie

Direct energie besparen zonder grote investeringen – ook in de zomer!

De thermostaat een paar graden lager zetten, dat was dé tip van afgelopen winter. Maar ook 's zomers kun je heel eenvoudig energie besparen zonder dat je daar eerst grote investeringen voor hoeft te doen. Hoe je dat het best aanpakt? Begin vandaag nog met de gratis besparingstips in dit artikel, zodat ook jij direct kunt gaan besparen!

In samenwerking met Greenchoice

Na het lezen van dit artikel weet je:

  • Hoe je 's zomers energie bespaart zonder te investeren

  • Hoe je extra energie bespaart met kleine investeringen

  • Hoe je eenvoudig jouw persoonlijke bespaarplan creëert

  • Lees ook: Let op de kleintjes: pak sluipverbruik aan

We denken bij duurzaamheid en energie besparen al snel aan onder meer zonnepanelen, warmtepompen en energiezuinige apparaten, maar als je die niet al in huis hebt, zijn dat flinke investeringen, en die verdien je niet zo 1-2-3 terug. Gelukkig zijn er ook genoeg manieren waarop je gratis of met een veel kleinere investering direct energie kunt besparen. En ja, ook gedurende de zomer!  

Check de gratis test van Greenchoice

in drie stappen een persoonlijk bespaarplan

Gratis energie besparen 

Energie besparen zonder eerst een investering te hoeven doen – dat klinkt ideaal, toch? Lekker goedkoop en direct toe te passen. Ga daarom vandaag nog aan de slag met onderstaande gratis tips en bespaar direct energie, elk moment van het jaar.

1. Douche maximaal 5 minuten

Gemiddeld duurt een douchebeurt in Nederland ruim 7 minuten. Door korter te douchen, bespaar je direct op je jaarlijkse energiekosten en verspil je tegelijkertijd ook minder water. Maximaal 5 minuten douchen levert je dan ook een geschatte besparing op van 191 euro per jaar (bron: Greenchoice). Zet dus een timer op je telefoon of start je favoriete nummer (nee, niet de extended version van Ravels Boléro) en gebruik dat als tijd die je hebt om te douchen.

Tip! Door de douche uit te zetten tijdens het inzepen, scheren of haren wassen bespaar je heel eenvoudig nóg meer water en energie.

2. Gebruik geen wasdroger

De wasdroger is een echte energievreter en zeg nou zelf: 's zomers heb je die toch eigenlijk helemaal niet nodig? Gebruik je wasdroger daarom zo min mogelijk en hang je was wat vaker aan een waslijn of op een wasrek. Het duurt op sommige dagen misschien iets langer tot de was droog is, maar dat levert je wel een geschatte besparing van 163 euro per jaar op (bron: Greenchoice).

3. Neem afscheid van de tweede koelkast

Een koelkast is een van de grootste energieslurpers in huis. En toch heeft één op de vijf Nederlanders meer dan één koelkast in huis. Neem zo snel mogelijk afscheid van die tweede koelkast en je bespaart op jaarbasis zo'n 133 euro per jaar (bron: Greenchoice).

4. Zet de vaatwasser op ecostand

Zelf de afwas doen bespaart natuurlijk nog meer energie, maar we begrijpen dat je daar niet altijd zin in hebt. Om dan toch te besparen, is het verstandig om het ecoprogramma van je vaatwasser te gebruiken. Dat programma wast in de meeste gevallen alles net zo goed schoon, maar is wel gemiddeld 30 procent zuiniger. Het gebruik van de ecostand levert je per jaar een geschatte besparing van 48 euro op (bron: Greenchoice).

Tip! Laat de vaatwasser pas draaien als deze echt helemaal vol is. Zo bespaar je op het aantal afwasbeurten en dat scheelt nog eens ongeveer 30 euro per jaar (bron: Greenchoice).

5. Was op lage temperaturen

Net als op de vaatwasser valt er ook zeker te besparen op het gebruik van de wasmachine. Door een was op een lagere temperatuur te draaien bespaar je energie, zonder dat je inlevert op je schone was. De meeste wasmachines hebben net als de vaatwasser een ecoprogramma, en anders is wassen op 30 graden aan te raden. Dat levert je per jaar een geschatte besparing van 23 euro op (Bron: Greenchoice). 

Tip! Net als bij de vaatwasser, kun je op de wasmachine extra besparen door de wasmachine voor elke wasbeurt goed vol te stoppen. Dat scheelt per kilo wasgoed in energie en kosten, en levert je op jaarbasis een geschatte besparing van nog eens 22 euro op (Bron: Greenchoice). Let wel op: houd een handbreedte vrij boven in de trommel om te voorkomen dat de wasmachine te vol zit.

Extra energie besparen met kleine investeringen 

Stel, je past alle bovenstaande gratis tips toe, dan levert je dat op jaarbasis een flinke energiebesparing op, met daarbij een geschatte kostenbesparing van maar liefst 610 euro (bron: Greenchoice). Heb je de smaak te pakken en wil je nóg meer energie besparen? Dan kan dat onder meer met deze twee kleine investeringen die je snel weer terugverdient:

1. Plaats een waterbesparende douchekop

Met een waterbesparende douchekop bespaar je water en energie zonder dat je inlevert op je doucheplezier. Een waterbesparende douchekop mengt onder druk water met lucht, waardoor de douchekop in vergelijking met een ouderwetse douchekop zo'n 16 procent minder water verbruikt. Deze besparingstip kost je een geschatte investering van 25 euro voor de douchekop, maar levert je op jaarbasis ongeveer 168 euro op (bron: Greenchoice).

Let op: de weerstand in een waterbesparende douchekop is veel groter dan in een traditionele douchekop. Daarom moet de douchekop worden gekoppeld aan een doucheslang die met dergelijke druk overweg kan. Kies daarom voor een waterbesparende doucheset, inclusief slang. Zo weet je zeker dat de slang de hogere druk aankan.

2. Vervang je lampen door ledverlichting

Gloeilampen worden al enige tijd niet meer verkocht en ook de halogeenlampen zijn bij jou thuis waarschijnlijk allemaal al vervangen door ledlampen. Toch loont het de moeite om nog eens goed rond te kijken. Het gebruik van ledverlichting levert je namelijk een geschatte besparing van 51 euro per jaar op (bron: Greenchoice).

Ledlampen produceren bijna geen warmte, waardoor je minder last hebt van energie- of warmteverlies. En dat is niet het enige voordeel: ledlampen gaan ook nog eens een stuk langer mee!

Creëer eenvoudig jouw bespaarplan 

Wil je meer weten over hoe je energie kunt besparen, ook gedurende de zomermaanden? Check dan de bespaarhulp van Greenchoice of creëer nu direct jouw persoonlijke bespaarplan met deze gratis test. Daarmee ontdek je in slechts drie stappen hoe jij op basis van jouw woning, energieverbruik, situatie én budget direct energie kunt besparen. 

Check de gratis test van Greenchoice

in drie stappen een persoonlijk bespaarplan
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.