ID.nl logo
Klimaatrisico’s en een eigen huis, hoe ga je daarmee om?
© EKH-Pictures - stock.adobe.com
Zekerheid & gemak

Klimaatrisico’s en een eigen huis, hoe ga je daarmee om?

Als je een eigen huis hebt of zoekt, dan wil je graag veilig wonen, zonder verzakking, overstroming of hittestress. Er bestaat geen verplicht klimaatlabel, waaraan je kunt zien of een huis beschermd is tegen deze klimaatrisico’s. Maar er zijn wel andere manieren om klimaatrisico’s te onderzoeken.

Na het lezen van dit artikel heb je antwoord op de volgende vragen.

  • Wat zijn de gevolgen van klimaatverandering voor woningen?
  • Waar vind ik informatie over klimaatrisico’s van mijn (toekomstige) huis?
  • Wat moet ik doen als ik een huis ga kopen?
  • Wat moet ik doen als ik een huis ga verkopen?

Ook interessant voor jou: Hoe kun je schade aan je huis door klimaatrampen voorkomen?

Klimaatverandering heeft nu al gevolgen voor wonen. Overstromingen zoals in 2021 in Valkenburg zijn een gevolg van klimaatverandering. Verzakkingen van huizen als gevolg van paalrot, zijn een gevolg van toenemende droogte. Daardoor kan er zuurstof bij het hout komen, waardoor het gaat rotten en draagkracht verliest.

In de toekomst zullen de gevolgen van klimaatverandering toenemen. Er worden wel maatregelen genomen, zoals dijkverzwaringen en meer ruimte voor water, maar die nemen klimaatrisico’s niet helemaal weg. Onder extreme omstandigheden kunnen overstromingen in een deel van het land nog steeds voorkomen. Paalrot en verzakkingen blijven doorgaan. Natuurbranden zullen in de toekomst vaker voorkomen. En hittestress kan op plaatsen met veel steen en weinig groen een serieus probleem worden. 

Regenwater opvangen voorkomt te natte grond

Een regenton past in (bijna) elke tuin!

©Tobif

Waarom een klimaatlabel?

De drie grote Nederlandse banken vinden dat er een klimaatlabel moet komen, dat net als het energielabel verplicht wordt bij de verkoop van een huis. Dit klimaatlabel moet laten zien welke klimaatrisico’s een huis loopt en wat er nodig is om dat risico te ondervangen. Als het huis een risico loopt om te verzakken door droogte, dan kan een nieuwe fundering nodig zijn. De kosten hiervoor bedragen al snel tussen de 50.000 en 100.000 euro. Het klimaatlabel moet dit soort kosten inzichtelijk maken.

Als de klimaatrisico’s voor iedereen duidelijk zijn, dalen de prijzen van huizen die zo’n risico lopen. Dat is een voordeel voor huizenkopers. Zij weten daardoor waar ze aan toe zijn. Voor verkopers is het een nadeel, want zij kunnen minder voor hun huis vragen. Als het huis veel overwaarde heeft, is dat nadeel te overzien. Overwaarde kan helpen bij het oplossen van funderingsproblemen. Maar op problemen als overstromingsgevaar en hittestress heb je als huiseigenaar maar weinig invloed.

©yelantsevv - stock.adobe.com

Waar vind je informatie?

Verzakking

Vooral woningen die zijn gebouwd voor 1970 op een slappe bodem lopen het risico op verzakking. Het Landelijk loket funderingsproblematiek van het Kenniscentrum Aanpak Funderingsproblematiek (KCAF) verzamelt meldingen van verzakking en toont deze op een kaart.

Overstroming

Meer dan de helft van de Nederlandse bevolking woont in een gebied dat kan overstromen, vanuit de zee, vanuit een rivier of beide. Hoe hoog het water rondom jouw huis kan komen, kun je opzoeken op de website Overstroom ik.

Hittestress en andere kenmerken

Op de Atlas Leefomgeving kun je heel veel kenmerken van de omgeving van een bepaald adres opzoeken, zoals de zomerhitte, luchtkwaliteit en geluid in de omgeving.

Natuurbranden en andere gevolgen

Nog veel meer gevolgen van klimaatverandering vind je in de Klimaateffectatlas. Selecteer bijvoorbeeld ‘Fysieke gevolgen’ en zet een vinkje voor ‘Natuurbrandgevoeligheid’.

Verschillende gevolgen

De NOS heeft een stresstest voor je adres gemaakt waarmee je verschillende gevolgen van klimaatverandering kunt bekijken, nu en in 2050.

©yelantsevv - stock.adobe.com

Huis kopen, wat moet je doen?

Een huis kopen met een klimaatlabel kan nog niet. Tot die tijd moet je zelf de klimaatrisico’s van je toekomstige huis en woonomgeving in kaart brengen. Dat kun je doen met behulp van de bronnen die hiervoor zijn genoemd. Je kunt ook de gemeente om informatie vragen.

Als je gericht aan het zoeken bent, kan ook de makelaar je informeren. Je kunt overwegen om hiervoor je eigen aankoopmakelaar in te schakelen, zodat je verzekerd bent van onafhankelijke informatie.

Als koper heb je een onderzoeksplicht. De verkoper hoeft je niet te wijzen op gebreken die duidelijk te zien zijn. Let bij een bezichtiging dus goed op eventuele scheuren in de muren, deuren en ramen die niet goed openen en sluiten, een aflopende vloer of hoogteverschil tussen de woning en de straat. Dit zijn signalen die kunnen wijzen op verzakking. Probeer in contact te komen met de buren en vraag of zij ook dergelijke problemen hebben. Laat bij twijfel een bouwkundige keuring uitvoeren. Dat is niet hetzelfde als een funderingsonderzoek, maar kan wel funderingsproblemen signaleren.

Zolang er geen verplicht klimaatlabel is, kun je klimaatrisico’s maar beperkt laten meewegen in de koopprijs. Bij funderingsschade gebeurt dit wel, maar bij de meeste andere risico’s is het onduidelijk met welke extra kosten je in toekomst te maken krijgt. Als je onder de vraagprijs biedt in verband met het overstromingsrisico, is de kans groot dat het huis aan je neus voorbijgaat. 

Huis verkopen, wat moet je doen?

Is jouw huis goed voorbereid op klimaatrisico’s? Dat kan helpen bij de verkoop. Heb je bijvoorbeeld een groen dak, een goede wateropvang in je tuin, goede isolatie en ventilatie en een probleemloze fundering? Dit zijn belangrijke kenmerken om bij potentiële kopers onder de aandacht te brengen.

Heeft je huis gebreken die een normaal gebruik in de weg staan? Dan moet je die gebreken melden. Heb je bijvoorbeeld scheuren in de muur, dan mag je die niet verdoezelen. Heb je een funderingsonderzoek laten doen en blijkt daaruit dat het huis funderingsproblemen heeft? Dan moet je dit aan een potentiële koper laten weten. Als je belangrijke feiten achterhoudt of liegt, kan de koper achteraf de koop terugdraaien of schade op je verhalen.

Je bent als verkoper niet verplicht om een funderingsonderzoek te laten doen. Als je twijfels hebt over de fundering, kun je aan potentiële kopers ook laten weten dat de staat van de fundering onbekend is. Hiervoor kun je een ‘funderingsclausule’ opnemen in het koopcontract. Hierin staat dat je als verkoper niet aansprakelijk bent voor eventuele schade.


Ook brand in je eigen woning is een risico, zorg dat je voorbereid bent!
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.