ID.nl logo
Sonos Move – Sonos gaat z’n boekje binnenstebuiten
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Sonos Move – Sonos gaat z’n boekje binnenstebuiten

De Sonos Move is de eerste draadloze Sonos-speaker én de eerste met bluetooth-ondersteuning. Veel fans hebben jaren gewacht op zo’n model, en mogen er nu 399 euro voor neertellen. Is de Move dat waard?

Oké, die vraag kunnen we in deze hands-on nog niet beantwoorden. Dat doen we in onze review, die medio deze maand verschijnt. Sonos brengt de Move op 24 september uit voor een adviesprijs van 399 euro. We mochten de speaker op techbeurs IFA al even uitproberen.

Wat direct opvalt is het ontwerp. Met drie kilo is de Move allesbehalve licht en dat merk je als je hem oppakt en meeneemt. Sonos zegt dat je de speaker mee kan nemen naar feestjes en het strand, maar dat lijkt ons vooral leuk als je ‘m dus zo min mogelijk hoeft te dragen – bijvoorbeeld omdat je met de auto bent. De afmetingen van 24 x 16 x 12,6 centimeter zijn ook niet mis, al past de speaker prima op een nachtkastje of tv-dressoir. Dit komt ook vanwege het neutrale, minimalistische uiterlijk dat doet denken aan de Sonos One. Bovenop zit het welbekende aanraakgevoelige paneel om onder andere het volume van je muziek te regelen. De speaker verschijnt vooralsnog alleen in het matzwart – een iets andere kleur dan het meer glanzende zwart van de Sonos One.

©PXimport

Zo werkt de accu

Er zijn meer verschillen. Move heeft een siliconen onderkant die stevig aanvoelt en mat is afgewerkt. Daarnaast zit er onderop geen aansluiting voor de stroomadapter. De Move heeft in plaats daarvan twee nauwelijks zichtbare pin-connectoren aan de achterkant. In de doos zit een rond dockingstation waar je de speaker in plaatst, waarna hij stroom krijgt via de pins. Die houden de Move altijd op honderd procent stroom. Met één beweging (en één hand) haal je de speaker uit het dock en neem je hem mee naar een andere kamer of naar buiten. Achterop zit een onopvallend maar prettig handvat dat stevig aanvoelt. Bij het verplaatsen schakelt de Move automatisch over op de accu, die een capaciteit heeft van 2500 mAh. Sonos belooft tot tien uur batterijduur bij ‘normaal muziekluisteren.’ Of die afspeeltijd realistisch is, kunnen we na twee uur testen nog niet zeggen. De accu is overigens eenvoudig te verwisselen. Sonos zegt dat hij negenhonderd cycli meegaat en dat je hem daarna kan vervangen door een nieuw exemplaar. Hoe duur een nieuwe batterij wordt, weet de fabrikant nog niet.

©PXimport

Sonos Move is buiten-proof

Dat je de Move kan verplaatsen is bijzonder, want voorgaande Sonos-speakers werken alleen via het stopcontact. Omdat je het nieuwste model overal kan neerzetten, moest Sonos allerlei aanpassingen doen waar het nog geen ervaring mee had. Want buiten is het niet altijd schoon, droog en kamertemperatuur. Goed om te weten is dat de Move water- en stofdicht is, dus een regenbui is geen probleem en als hij vies is, houd je hem even onder de kraan. Maak hem daarna droog en hij is weer als nieuw. Sonos pronkt ook met de stevigheid van de speaker. Hoewel de fabrikant het niet aanraadt, kan je de Move van ongeveer vijftig centimeter laten vallen zonder dat dit schade oplevert. Daarnaast moet de speaker werken in temperaturen tussen de min 10 en plus 55 graden, en heeft een afwerking die voorkomt dat uv-straling de kleur van de behuizing aantast. Tijdens onze hands-on konden we een aantal onderdelen testen. We mochten de speaker laten vallen, hem nat maken en er zand overheen gooien. Dit leverde geen problemen op.

©PXimport

Bluetooth en automatische TruePlay-techniek

Een andere langverwachte vernieuwing is de ingebouwde bluetooth-ondersteuning. De Move werkt met bluetooth 4.2 en je kan tot twaalf apparaten koppelen aan de speaker. Muziek of podcasts afspelen kan vanaf één apparaat tegelijk. De bluetooth-verbinding moet tientallen meters kunnen overbruggen. Binnenkort gaan we testen of dat echt zo is.

Ook nieuw op de Move is automatic TruePlay, een verbeterde versie van de techniek die Sonos sinds 2015 gebruikt op zijn speakers. TruePlay werkt alleen met een iOS-apparaat en vereist dat je met je toestel een rondje door de ruimte loopt, waarna de informatie wordt doorgegeven aan de Sonos-speaker. Die weet waar hij precies staat en past zijn geluid daarop aan. Leuk, maar dat werkt natuurlijk niet met een speaker die je af en toe tot vaak verplaatst. Daarom heeft Sonos allerlei scenario’s getest en de verzamelde data in de Move verwerkt. Pak je hem op dan registreert de bewegingssensor in de speaker dat, net als wanneer je hem neerzet. Vervolgens klinkt het geluid ongeveer dertig seconden iets anders omdat hij de omgeving scant, en daarna kan hij zijn geluid daarop aanpassen. Volgens Sonos maakt het daarom niet uit of je de Move verplaatst van de woonkamer naar de badkamer, door naar een slaapkamer en vervolgens het park of juist je balkon. Tijdens een eerste demo leek dit goed te werken, maar in onze review komen we er uitgebreid op terug.

Dit geldt ook voor de geluidskwaliteit, want dat is lastig oordelen in een grotere testruimte met tientallen andere genodigden en bijbehorende omgevingsgeluiden. Wat opvalt is dat de Move bijzonder luid kan, meer dan luid genoeg om een flinke woonkamer te vullen. Het geluid klinkt goed en dat mag geen verrassing zijn, want Sonos-speakers staan bekend om hun fraaie tonen. Voor de liefhebber: de Move heeft twee D-klasse versterkers, één tweeter die naar beneden is afgesteld en één midwoofer. Dat is voor een speaker in dit prijssegment niet bijzonder, maar specificaties zeggen niet alles.

©PXimport

Opladen en wifi

Heb je de Move meegenomen van het oplaadstation en is hij leeg? Volgens Sonos laad je de speaker binnen twee uur op via het dockingstation. Je mag ervan uitgaan dat die claim klopt, al lees in onze uitgebreide review natuurlijk of het echt zo is. Handig is dat de speaker een usb-c-poort op de achterkant heeft. Is je Move bijna leeg en ben je niet in de buurt van het dockingstation, dan kan je een krachtigere powerbank met usb-c Power Delivery (PD) gebruiken om de accu op te laden. Laden gaat met 12V/3A, 15V/3A of 20V/2,25A.

Standaard werkt de Move via je wifinetwerk, waardoor je gebruik kan maken van de stemassistenten Google Assistent of Amazon Alexa. Die tweede komt in eerste instantie niet in Nederland beschikbaar omdat Alexa onze taal nog niet spreekt. De Move ondersteunt ook Apple Airplay 2. Dankzij zogeheten far field microfoons verstaat de speaker je van meters afstand. Tijdens onze test in een nagebootste, ruime huiskamer werkte de Google Assistent-ondersteuning nauwkeurig en zeer snel.

Je kan de Move via wifi koppelen aan andere Sonos-speakers voor multiroomaudio of stereogeluid. Tijdens onze test werkte dit snel en stabiel.

©PXimport

Voorlopige conclusie Sonos Move

De Sonos Move is een speaker waar een deel van de Sonos-fans (en anderen) al jaren op wachten. Hij belooft goed geluid, ziet er fraai uit en werkt met zowel wifi als bluetooth. Daarnaast ben je niet gebonden aan een stopcontact maar kan je de speaker uren mee naar buiten nemen. Dankzij features als spraakassistenten, usb-c-laden en automatische ruimteherkenning via TruePlay is de Sonos Move helemaal compleet. Het grootste nadeel lijkt voorlopig het gewicht en de afmetingen: dit is een speaker voor in en rond huis en niet een die je even meeneemt naar het strand. Dat zouden we sowieso niet snel durven, want met vierhonderd euro is hij stevig aan de prijs. Binnenkort gaan we de Sonos Move uitgebreid testen, dus houd onze website in de gaten voor de review.

▼ Volgende artikel
Beeldverversing versus pixels: waarom soepel gamen beter is dan scherp
© Gorodenkoff Productions OU
Huis

Beeldverversing versus pixels: waarom soepel gamen beter is dan scherp

Resolutie is marketing, refreshrate is beleving. Waar 4K zorgt voor een mooi plaatje, zorgt een hoge verversing (Hz) ervoor dat je daadwerkelijk wint. Hieronder lees je waarom snelheid in feite de échte koning is in gaming.

Veel gamers staren zich blind op 4K-resolutie. Ze kopen een duur scherm, zetten de settings op Ultra en vragen zich vervolgens af waarom hun spel stroperig aanvoelt. De misvatting is dat 'mooier' gelijkstaat aan 'beter'. In werkelijkheid is de vloeibaarheid van het beeld – de refreshrate, oftewel verversingssnelheid – veel bepalender voor hoe direct en responsief een game aanvoelt. Aan het eind van dit artikel weet je precies of jij moet kiezen voor pixels of snelheid.

Hoe je ogen bedrogen worden door Hertz

Stel je voor dat je snel met je muis over je bureaublad beweegt. Op een standaard 60Hz-scherm zie je de cursor in schokjes over het beeld springen; je hersenen vullen de gaten in. Op een 144Hz- of 240Hz-gaming-monitor verdwijnen die gaten.

Het technische verschil zit hem in de verversingssnelheid: het aantal keren per seconde dat het beeld wordt vernieuwd. Bij 60 Hz krijg je elke 16,6 milliseconden een nieuw beeld. Bij 144 Hz is dat elke 6,9 milliseconden. Dat klinkt als een klein verschil, maar je voelt het direct. Het gestotter dat je onbewust gewend bent verdwijnt. Bewegingen voelen boterzacht aan, alsof de cursor (of je crosshair) aan je hand vastgeplakt zit in plaats van er achteraan zwemt. Dit effect wordt motion clarity genoemd: objecten blijven scherp, zelfs als ze snel door het beeld bewegen.

©Framestock

De winst in shooters en snelle actie

Wanneer werkt dit in je voordeel? Vooral in competitieve shooters zoals Call of Duty, Counter-Strike of Valorant. In dit soort games telt elke milliseconde. Een hogere refreshrate vermindert de input lag, oftewel de tijd tussen jouw klik en de actie op het scherm.

Stel, je draait je personage snel om. Bij een lage refreshrate wordt de vijand een fractie later getoond en zie je veel bewegingsonscherpte (motion blur). Met een hoge refreshrate zie je de vijand eerder en scherper, waardoor je sneller kunt reageren. Je hebt letterlijk actuelere informatie dan je tegenstander. Om dat te bereiken heb je wel een krachtige videokaart nodig die genoeg beelden per seconde (FPS) kan genereren om je snelle scherm bij te houden.

Wanneer resolutie het toch wint van snelheid

Is snelheid altijd heilig? Nee. Als je vooral tragere, meer verhalende games speelt (zoals Cyberpunk 2077 in de 'sightseeing' modus), Microsoft Flight Simulator of grafische RPG's, dan voegt 240 Hz weinig toe. In deze titels kijk je vaak naar stilstaande of langzaam bewegende omgevingen.

In dat geval wil je juist de texturen van de bomen, de reflecties in het water en de details in gezichten zien. Een 4K-monitor op 60 of 120 Hz is dan een logischer keuze dan een onscherp 1080p-scherm op 360 Hz. De visuele pracht weegt hier zwaarder dan de milliseconden reactietijd. Ook voor console-gamers die op de bank zitten, is een goede televisie met 4K en HDR vaak indrukwekkender dan puur de hoogste framerates.

Situaties waarin een hoge refreshrate zinloos is

Er zijn momenten dat investeren in een snel scherm weggegooid geld is. Dat gebeurt bijvoorbeeld als je hardware de snelheid niet kan leveren; als je videokaart maar 50 frames per seconde kan leveren, heeft een 144Hz-scherm geen nut omdat het scherm wacht op de computer. Daarnaast beperken oude kabels je bandbreedte, waardoor je monitor soms terugvalt naar 60 Hz zonder dat je het doorhebt. Ook op oudere consoles zoals de Nintendo Switch of de standaard PS4 heb je niets aan snelle schermen, omdat deze hardware fysiek gelimiteerd is op 60 Hz of lager.

Bepaal wat jouw setup aankan

Kijk dus kritisch naar je huidige situatie voordat je naar de winkel rent. Heb je een high-end pc die makkelijk 120+ FPS haalt in jouw favoriete games? Dan is een upgrade naar een 144- of 165Hz-monitor de grootste sprong in spelplezier die je kunt maken. Speel je op een PlayStation 5 of Xbox Series X? Zoek dan specifiek naar een scherm met HDMI 2.1-ondersteuning om 120 Hz op 4K mogelijk te maken. Zit je ver van je scherm af en speel je relaxed? Investeer dan liever in resolutie en kleurdiepte.

©Proxima Studio

Kortom: snelheid is de sleutel tot succes!

Verversingssnelheid is belangrijker dan resolutie voor iedereen die actie- of competitieve games speelt. Het zorgt voor een vloeiender beeld, minder input lag en betere motion clarity, wat je direct een voordeel geeft in het spel. Resolutie is vooral luxe voor het oog, maar refreshrate is pure prestatie voor de speler.

▼ Volgende artikel
Column: A Knight of Seven Kingdoms is wat Game Of Thrones nooit durfde te zijn
© HBO Max
Huis

Column: A Knight of Seven Kingdoms is wat Game Of Thrones nooit durfde te zijn

Game of Thrones kennen we als een reeks brute, grootschalige verhalen, maar A Knight of Seven Kingdoms is het tegenovergestelde. Wat blijkt? Met een schattig, kleinschalig verhaal voelt Westeros alleen maar groter.

Het regent. Op een heuvel, onder een boom, zien we een kast van een vent in de weer met een schop. Een ridder, lijkt het. Hij graaft een graf. Tegelijkertijd praat de ridder in zichzelf: er is in de buurt een toernooi, en we kijken waarschijnlijk naar de winnaar. De muziek zwelt op, terwijl onze held vastberaden in de verte staart. De iconische Game of Thrones-muziek lijkt ons te gaan overspoelen, klaar om naar een prachtig geanimeerde intro te gaan. In plaats daarvan, knippen we naar een shot waarin onze held achter een boom staat te poepen.

Watch on YouTube

De boodschap is duidelijk: de serie heeft schijt aan de verwachtingen die je van Game of Thrones hebt. De serie stond er ooit immers om bekend dat het brak met de conventies van mainstream fantasy. Nu de reeks daar inmiddels zelf toe behoort, is het aan A Knight on Seven Kingdoms om er weer een flinke draai aan te geven.

Een ridder van de heg

Nog een spin-off? George R. R. Martin is toch die schrijver die nooit schrijft? Tja, dat valt wel mee. Hoewel de beste man zich al tien jaar uit een hoekje probeert te schrijven met het langverwachte Winds of Winter, heeft hij een hoop andere verhalen in Westeros verteld.

Zo komen de verhalen van House of the Dragon uit het boek Fire and Blood, waarin we volgen hoe de Targaryen-familie zichzelf met generaties aan ruzies ten val brengt. Maar George R. R. Martin heeft de schaal ook wel eens flink verkleind: in het korte boek The Hedge Knight, dat nog stamt uit de vorige eeuw, volgen we een ridder en zijn schildknaap.

©HBO Max

Daarin volgen we de ridder Dunk - niet onze eigen Dunke, maar Ser Duncan The Tall. Hij is een ‘hagenridder’: een ridder zonder verwantschap aan een heer. Of, in andere woorden: een freelancer die, als hij niet werkt, in de heg mag slapen. Dunk blijft niet lang een zzp’er: hij ontmoet de kale stadsjongen Egg, die dolgraag zijn schildknaap wil zijn.

Vrede!?

De verhalen van dit geliefde tweetal bieden de basis van A Knight of the Seven Kingdoms. De twist? Er is vrede in Westeros - ja, het kan echt - en we volgen een nobody, dus er is ineens ruimte voor een gezellig, klein verhaal. Dat wordt gereflecteerd in de afleveringen: geen dik uur, maar een comfortabel halfuurtje.

©HBO Max

De ridder Dunk wil dolgraag bewijzen dat hij een eervolle ridder is, maar dat is in het brute Westeros best een uitdaging. Al helemaal als je een lompe lieverd als Dunk bent. Dan komt zo’n slimme, wereldwijze schildknaap als Egg ineens goed van pas.

Het wordt al helemaal lastig als je niet eens kan bewijzen dat je een ridder bent. Dan mag je namelijk niet eens meedoen aan een toernooi - eentje waarbij Dunk overigens zijn paard en zijn spullen kwijtraakt, mocht hij verliezen.

Meneer, mag ik meedoen?

Met dat toernooi wordt een van de Game of Thrones-clichés lekker op zijn kop gezet. In de oorspronkelijke serie zagen we in aflevering vier een heftig toernooi en House of the Dragon opende er zelfs mee: het is vaak een goede manier om zonder grote verhaalconsequenties te laten zien hoe gewelddadig Westeros is.

©HBO Max

In A Knight of the Seven Kingdoms komen we dat toernooi niet eens bínnen. Eerst moet Dunk maar eens bewijzen dat hij een ridder is, uitzoeken hoe zo’n toernooi werkt en een heer overtuigen hem te helpen - maar ook dansen, touwtje trekken en een poppenspel aanschouwen. Het is een fantastische stap terug van al die grootschalige oorlogen.

Doordat het verhaal zo’n piepkleine focus heeft, begin je om iedereen te geven: iemand die z’n paard verkoopt in A Knight of Seven Kingdoms is vele malen pijnlijker dan een draak die wordt doodgeschoten in Game of Thrones. We bevinden ons nog steeds in de brute wereld, maar het komt allemaal wat harder aan omdat we ook zien hoe grappig en gezellig het kan zijn.

©HBO Max

Een fossiele brandstof

Toch loopt ook A Knight of Seven Kingdoms een zeker risico. De kwaliteit van Game of Thrones kelderde toen de makers het bronmateriaal inhaalden. Ook die van House of the Dragon nam wat af, toen showrunner Ryan Condal besloot George R.R. Martin niet langer te raadplegen en de grote climax werd doorgeschoven naar het volgende seizoen.

Er zijn momenteel drie korte boeken rondom Dunk en Egg, waarvan dit eerste seizoen het eerste boek beslaat. George R.R. Martin zegt nog twaalf verhalen in zijn hoofd te hebben, maar volgens HBO-baas Casey Bloys moeten de seizoenen van A Knight of Seven Kingdoms jaarlijks verschijnen: dat klinkt goed, maar dan mag Martin wel even doorschrijven. Zijn verhalen voelen nu als een fossiele brandstof: het is een enorm waardevolle bron, maar die wordt niet echt meer aangevuld.

©HBO Max

Gelukkig lijken showrunner Ira Parker en George R.R. Martin goed bevriend. De schrijver heeft Parker een outline gegeven van de twaalf verhalen, dus in theorie kan de serie daarmee verder - maar laten we niet vergeten dat dit bij de laatste seizoenen van Game of Thrones óók het geval was.

Bombastisch gefluit

Toch verdient Ira Parker ons optimisme, want A Knight of Seven Kingdoms is een fenomenale toevoeging aan de wereld van A Song of Ice and Fire. Verhalen hebben contrast nodig: door het klein te houden, voelt de wereld groot. Door het lief te houden, komen de gemene momenten keihard aan.

©HBO Max

De muziek is hier een spectaculair voorbeeld van. De bombastische muziek wordt ons aan het begin als wortel voorgehouden, maar dat is het ook wel - in plaats daarvan moeten we het doen met een gezellig gitaartje, iemand die fluit en het gezang van de vogeltjes.

Als het balletje dan eenmaal gaat rollen, neemt de muziek toch een bombastischer formaat aan - maar op dat moment voelt het verdiend. En, het allerbelangrijkste: in die epische muziek zit óók gewoon nog dat schattige gefluit.

Afleveringen van A Knight of Seven Kingdoms verschijnen wekelijks op HBO Max.