ID.nl logo
Pc-aansluitingen - leer alle computerpoorten kennen
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Pc-aansluitingen - leer alle computerpoorten kennen

Op de voor- en achterzijde van een pc en aan beide zijkanten van een laptop zijn er nogal wat aansluitingen beschikbaar. Denk bijvoorbeeld aan hdmi, dvi, vga, displayport, usb, ethernet, eSata, en s/pdif. Duizelt het al? Wij leggen je haarfijn uit welke pc-aansluitingen welke functie vervullen en hoe je de boel correct aansluit.

Tip 01: Hdmi

Iedere desktop heeft een (geïntegreerde) videokaart die de grafische berekeningen omzet naar een beeldsignaal. Via een kabel verstuurt deze videokaart de beelden vervolgens naar een monitor. De meest gebruikte uitgang hiervoor is tegenwoordig hdmi, herkenbaar aan twee afgesneden hoekjes aan de zijkant. Een voordeel van deze digitale uitgang is dat het video’s in een hoge resolutie kan doorgeven. Op een geschikte monitor geniet je bijvoorbeeld van full-hd-kwaliteit (1920 x 1080 pixels) of zelfs een nog hogere resolutie, mits de videokaart dat ondersteunt. Aansluiten is snel gepiept, want het maakt niet uit welke zijde van de kabel je in de monitor of computer prikt. Naast beeld kan een hdmi-kabel ook een audiosignaal transporteren, met name handig voor monitoren met ingebouwde luidsprekers.

©PXimport

Hdmi-versies

Er bestaan verschillende versies van hdmi. Hoe hoger de standaard, hoe meer functies de digitale verbinding bevat. Zo ondersteunde de eerste versie alleen video-overdracht in full hd, terwijl hdmi 1.4 ook een ultra-hd-signaal (3840 x 2160 pixels) kan doorgeven. Tegenwoordig is hdmi 2.1 de recentste hdmi-versie. Hiermee is het zelfs mogelijk om video’s in een maximale resolutie van 7680 x 4320 pixels aan een geschikte monitor door te geven. Deze ontwikkeling is echter vooral interessant voor toekomstige televisies met een (enorm) grote beelddiagonaal. Doorsnee computergebruikers kunnen in de meeste gevallen prima uit de voeten met een lagere hdmi-standaard.

©PXimport

Tip 02: Displayport

Er bestaan nog meer digitale aansluitingen die beeld in een hoge resolutie kunnen doorsturen. Met name displayport zien we steeds vaker terug op videokaarten voor pc’s en monitoren. Deze aansluiting lijkt optisch gezien op een hdmi-connector, met het verschil dat er aan de zijkant slechts één afgesneden hoekje zichtbaar is. Verder ondersteunt ook displayport hoge resoluties, waarbij de gebruikte versie een doorslaggevende rol heeft. Veel apparaten ondersteunen displayport 1.2, waarmee ultra-hd-kwaliteit haalbaar is in een hoge verversingssnelheid. Naast een videosignaal gebruik je een displayport-kabel eventueel ook om geluid door te geven. Als de monitor ingebouwde speakers heeft, hoef je in dat geval geen extra kabel aan te sluiten. Displayport is daarnaast geschikt om via een enkele aansluiting meerdere monitoren aan te sluiten. Deze functie noemt men ‘daisy chaining’. Bedenk wel dat lang niet alle monitoren deze functie ondersteunen.

©PXimport

Displayport 1.2 ondersteunt ultra hd met een hoge verversingssnelheid

-

Tip 03: Dvi-d

Voor de doorvoer van een videosignaal van een computer naar een monitor hebben de eerder besproken aansluitingen hdmi en displayport de voorkeur. Niet iedereen gebruikt nieuwe hardware, waardoor we in dit artikel ook ‘gedateerde’ aansluitingen belichten. Van de dvi-standaard bestaan verschillende types, waarbij vooral dvi-d (duallink) nog zeer regelmatig voorkomt. Als je een nieuwe computer en/of monitor koopt, is de kans dan ook groot dat er een dvi-d-connector aanwezig is. Je herkent deze digitale aansluiting meestal aan de witgekleurde connector met plek voor 24 pinnetjes plus een liggende pin. Let goed op dat je een dvi-d-kabel (duallink) gebruikt met de juiste pinnetjes. Aansluiten is simpel, want je prikt de kabel in de connector. Gebruik eventueel beide schroefverbindingen aan de zijkant om de kabel stevig te bevestigen. In tegenstelling tot hdmi en displayport ondersteunt dvi-d geen transport van een audiosignaal. Verder bedraagt de maximale resolutie in de meeste gevallen 2560 x 1600 pixels.

©PXimport

Tip 04: Vga

De laatste videoverbinding die anno 2017 nog altijd regelmatig voorkomt, is vga (ook wel d-sub genoemd). Gebruik deze analoge aansluiting alleen als het echt niet anders kan. De videokwaliteit ligt namelijk beduidend lager vergeleken bij hdmi, displayport en ook dvi-d. Vooral op grote schermen is het verschil met de eerder besproken digitale videoverbindingen goed zichtbaar. Deze videoverbinding is namelijk ongeschikt voor hoge resoluties. Bovendien kan vga niet overweg met audio-overdracht. Wie noodgedwongen toch een vga-verbinding tussen de computer en monitor wil leggen, gebruikt hiervoor de blauwgekleurde connector met plek voor vijftien pinnen. Zodra de kabel correct is bevestigd, maak je de boel stevig vast door beide schroefverbindingen aan te draaien. De bevestigingsmethode van vga is vergelijkbaar met die van dvi-d.

©PXimport

Verloopstekker

Het komt nogal eens voor dat de beschikbare videoverbindingen op de computer en monitor niet overeenkomen. Aan de achterkant van de pc is er bijvoorbeeld alleen een hdmi-aansluiting vrij, terwijl de monitor uitsluitend dvi-d ondersteunt. Vooral wanneer je twee schermen op de videokaart aansluit, loop je al snel tegen dit probleem aan. Gelukkig bestaan er allerlei verloopstekkers waarmee je dit euvel oplost. Zo zijn er onder meer adapters van hdmi naar dvd-d en van displayport naar hdmi. Daarnaast zijn er ook allerlei verloopkabels verkrijgbaar. Van een displayport-aansluiting leg je bijvoorbeeld rechtstreeks een verbinding naar een monitor met hdmi, dvi-d of zelfs vga.

©PXimport

Tip 05: Monitor op laptop

Zelfs de kleinste laptops hebben aan de zijkant meestal een extra video-uitgang. Meestal is dat (micro-)hdmi, maar dat kan net zo goed (mini-)displayport, vga of usb-c zijn (zie hiervoor tip 7). Je gebruikt deze aansluitingen om een extra monitor op je laptop aan te sluiten. In feite breid je het bureaublad daarmee uit, zodat je meer ruimte hebt. Dit werkt een stuk prettiger, omdat je dialoogvensters niet meer hoeft te minimaliseren naar de taakbalk. Na aansluiting van een externe monitor herkent het besturingssysteem van je laptop het scherm meestal automatisch. Ga zo nodig naar Start / Instellingen / Systeem / Beeldscherm en kies bij Meerdere beeldschermen voor de optie Deze beeldschermen uitbreiden. Zo beschik je over een reusachtig bureaublad. Je kunt er ook voor kiezen om de beeldschermen te dupliceren. Dat is bijvoorbeeld handig wanneer er in plaats van een monitor een beamer op de laptop is aangesloten. De beamer geeft zo exact dezelfde beelden weer als het scherm van je laptop. Handig wanneer je een presentatie geeft of een diavoorstelling wilt laten zien!

©PXimport

Tip 06: Usb-poorten

Iedere computergebruiker is wel bekend met het gebruik van usb-poorten. Op de computer gebruik je deze platte connector om allerlei randapparatuur met het systeem te verbinden, zoals een toetsenbord, muis, printer, usb-stick, externe schijf, digitale camera, smartphone en tablet. Gunstig is dat een usb-verbinding data in twee richtingen transporteert. Je kan bijvoorbeeld gegevens van een externe harde schijf kopiëren naar de pc en vice versa. Verder verzorgt een geschikte usb-poort ook de stroomvoorziening van mobiele apparaten. Op die manier hoef je een externe 2,5inch-schijf niet op het lichtnet aan te sluiten. Verder laad je smartphones en tablets probleemloos via usb op. Het is van belang dat je de usb-stekker op juiste wijze in de usb-poort prikt. Let hierbij goed op de onder- en bovenkant en druk bij enige weerstand vooral niet door. Naast de reguliere usb-a-stekker bestaan er met mini-usb en micro-usb ook kabels met kleinere stekkers.

Usb-standaarden

Naast verschillende usb-aansluitingen bestaan er ook nog diverse usb-standaarden. Hoe hoger het versienummer, hoe snelle de dataoverdracht mogelijk is. Een ‘ouderwetse’ usb1.1-poort ondersteunt een maximale snelheid van 12 Mbit/s, terwijl usb 2.0 in theorie goed is voor 480 Mbit/s. De recentste standaard is usb 3.1. Verwarrend is dat hier twee varianten van bestaan, namelijk usb 3.1 gen1 en usb 3.1 gen2. Hoewel het verschil in naamgeving beperkt is, geldt dat niet voor de datasnelheid. Usb 3.1 gen1 is namelijk geschikt voor een theoretische dataoverdracht van 5 Gbit/s, terwijl usb 3.1 gen2 de datasnelheid verdubbelt naar 10 Gbit/s.

©PXimport

Tip 07: Usb-c

Sinds een aantal jaar bestaat er ook een nieuwe variant op de traditionele usb-aansluiting, namelijk usb-c. Vergeleken met reguliere usb-a-poorten is deze moderne aansluiting een stuk veelzijdiger. Buiten de overdracht van data en stroom via de gangbare usb-standaarden (zie kader ‘Usb-standaarden’), ondersteunt usb-c ook nog allerlei andere protocollen. Zo kun je usb-c bijvoorbeeld inzetten voor videoverbindingen via hdmi, dvi, vga, displayport en thunderbolt. Laatstgenoemde standaard is op MacBooks te vinden. Naast de uitvoer van een haarscherp videosignaal, kunnen MacBook-gebruikers hiermee ook mobiele apparaten opladen en data overzetten.

Gunstig is dat steeds meer apparatuur voorzien is usb-c, zoals smartphones, tablets, laptops, monitoren, powerbanks en externe schijven. Aangezien het via een enkele kabel mogelijk is om zowel stroom, data als video gelijktijdig te transporteren, zijn er in de toekomst naar verwachting steeds minder snoertjes vereist. Zover is het helaas nog niet, want nog niet alle potentiële functies zijn automatisch ook aanwezig op apparaten met een usb-c-aansluiting. Sommige producten laten zich bijvoorbeeld niet door een computer opladen via usb-c, terwijl er wel dataoverdracht mogelijk is. De compatibiliteit wordt gelukkig wel steeds beter. In tegenstelling tot een traditionele usb-poort heeft usb-c geen onder- en bovenkant. Verkeerd aansluiten is dankzij de omkeerbare stekker dus onmogelijk! Gebruik je een recente computer met usb-c, maar is je overige randapparatuur daar nog niet voor geschikt? In dat geval biedt een usb-c-naar-usb-a-verloopstekker uitkomst.

©PXimport

Naast de overdracht van data en stroom is usb-c ook geschikt voor videoverbindingen

-

Tip 08: Ethernetpoort

Alle desktops en veruit de meeste laptops hebben een ethernetpoort. Hierin steek je een netwerkkabel, zodat het apparaat verbinding maakt met internet. Je duwt de zogeheten rj45-connector van de kabel in de poort totdat deze vastklikt. Aan de statuslampjes zie je of er momenteel dataverkeer is. Wil je de kabel weer losmaken, dan duw je de plastic clip voorzichtig omlaag en trek je het stekkertje vervolgens uit de connector. Iedere ethernetpoort ondersteunt een maximale snelheid. Oudere apparaten beschikken meestal over een netwerkadapter met een datasnelheid van maximaal 100 Mbit/s. Is je pc of desktop iets nieuwer, dan is de kans groot dat de ethernetpoort een snelheid van 1 Gbit/s ondersteunt. Tot slot bestaan er ook netwerkkaarten die een snelheid van 10 Gbit/s kunnen verdragen. Een snelheid van 1 Gbit/s is anno 2017 erg gangbaar, het is hiervoor wel noodzakelijk dat de router, eventuele switches en netwerkkabels deze doorvoersnelheid ook aankunnen.

©PXimport

Draadloos of vast?

Heb je de keuze tussen een draadloze of vaste internetverbinding? Voor wat betreft de stabiliteit heeft een bekabelde aansluiting altijd de voorkeur. De radiogolven van een wifi-verbinding zijn namelijk gevoelig voor storingen, bijvoorbeeld vanwege naburige netwerken of apparaten die op dezelfde frequentie uitzenden. Verder is de bandbreedte van een draadloos netwerksignaal beperkt. Vooral als je films in een hoge resolutie streamt of zware netwerkgames speelt, kan dat voor problemen zorgen.

©PXimport

Tip 09: Toetsenbord en muis

Als je nog een oudere muis en toetsenbord gebruikt, kun je deze bedieningsapparaten aansluiten op de zogeheten ps/2-aansluitingen aan de achterkant van de pc. Dit zijn twee ronde ingangen, waarbij de groene connector is bestemd voor de muis en de paarse connector voor het toetsenbord. Veel aansluiting. Let wel even op dat de pinnetjes met de gaten overeenkomen. In plaats van twee losse aansluitingen is er op veel pc’s alleen een gecombineerde ps/2-aansluiting voorhanden. In dat geval heb je een speciale verloopkabel nodig, zodat je evengoed beide bedieningsapparaten kunt aansluiten. Toetsenborden en muizen met een ps/2-aansluiting zijn nauwelijks nog verkrijgbaar, al bestaan ze in sommige (web)winkels nog steeds. Meestal vindt de verbinding nu via usb plaats. Verder werken veel bedieningsapparaten draadloos via een speciale usb-adapter of bluetooth.

Tip 10: Geluidsuitgang

Veel monitoren hebben geïntegreerde speakers, maar de audiokwaliteit is vanwege de geringe klankkast niet ideaal. Voor een beter geluid sluit je externe speakers op de pc aan. Hiervoor doe je een beroep op de (meestal) groengekleurde 3,5mm-geluidsuitgang. Het is belangrijk dat je specifieke pc-speakers gebruikt. Dit betreffen meestal actieve luidsprekers met een geïntegreerde versterker, waarbij er een geschikte aansluitkabel met 3,5mm-plug is meegeleverd. Surround-sets vereisen overigens vaak meerdere 3,5mm-geluidsingangen, bijvoorbeeld voor de centerspeaker en achterste surround-speakers. Sommige computerluidsprekers laten zich als alternatief via een optische s/pdif-aansluiting (ook wel toslink genoemd) met de pc verbinden, al zijn die vrij zeldzaam. S/pdif wordt als alternatief meestal gebruikt om de computer als bron op een versterker of receiver aan te sluiten. Op die manier speel je bijvoorbeeld rechtstreeks mp3-bestanden af op een stereo-installatie. Een optische s/pdif-uitgang is op één zijde na vierkant en bevat meestal een zwart stofklepje. Een alternatieve manier om het geluid naar een versterker of receiver door te sturen, is via een coaxiale s/pdif-uitgang. Die is rond en doorgaans oranje van kleur.

©PXimport

Voor het aansluiten van speakers gebruik je de gekleurde 3,5mm-geluidsuitgang

-

Tip 11: eSata

Sommige laptops en computers hebben een eSata-aansluiting. De functie hiervan is simpel, namelijk een interne schijf extern aansluiten. Handig wanneer je nog ergens een harddisk hebt liggen waarvan je de data wilt uitlezen. Op die manier is het niet nodig om de harde schijf in te bouwen. Verder geniet je van een snellere doorvoersnelheid dan met een externe usb-schijf doorgaans haalbaar is. Overigens is voor deze verbinding wel een eSata-datakabel vereist. Fabrikanten combineren een eSata-aansluiting meestal met een reguliere usb-poort.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Arc Raiders is meer dan 14 miljoen keer verkocht
Huis

Arc Raiders is meer dan 14 miljoen keer verkocht

De extraction shooter Arc Raiders is een groot succes: de game is sinds release 30 oktober vorig jaar meer dan 14 miljoen keer verkocht.

Dat heeft uitgever Nexon deze week aangekondigd bij het bekendmaken van de kwartaalcijfers van het bedrijf. In januari was er daarbij een piek van 960.000 gelijktijdige spelers over alle platforms waarneembaar, en sindsdien zijn er zo'n zes miljoen wekelijkse actieve spelers. Arc Raiders heeft wat Nexon betreft dan ook alle verwachtingen overtroffen.

Arc Raiders kwam zoals gezegd afgelopen oktober uit en is ontwikkeld door het in Stockholm gevestigde bedrijf Embark Studios, dat bestaat uit voormalige Battlefield-ontwikkelaars, waronder de voormalige ceo van DICE, Patrick Söderlund. Hiervoor bracht Embark al de shooter The Finals uit.

Over Arc Raiders

Toen Arc Raiders uitkwam, bleek het spel al snel een hit op Steam en consoles. Dit terwijl de markt voor multiplayershooters zeer competitief is, met franchises als Call of Duty en Battlefield waarvan afgelopen najaar ook nieuwe delen zijn uitgekomen.

De game houdt een derdepersoonsaanzicht aan en betreft een extraction shooter. Spelers gaan in Arc Raiders richting de oppervlakte van de aarde, waar buitenaardse robots genaamd Arcs voor chaos zorgen. Spelers proberen hier waardevolle materialen, wapens en medicijnen te vinden - alleen of in teamverband. Andere spelers lopen echter ook rond op het oppervlak en kunnen je team helpen of juist tegenzitten. Het doel is heelhuids weer ondergronds te geraken met de verzamelde spullen.

▼ Volgende artikel
Je smartphone als afstandsbediening voor je slimme huis: zo werkt dat
© ImageFlow - stock.adobe.com
Huis

Je smartphone als afstandsbediening voor je slimme huis: zo werkt dat

Je smartphone gebruik je wellicht voor allerlei handige zaken, maar wist je dat je je telefoon ook kunt gebruiken om apparaten in je huis te bedienen? Vaak heb je daar niet eens zoveel voor nodig. Maar hoe begin je en waar moet je allemaal op letten?

In dit artikel

Je ziet hoe je je telefoon inzet als afstandsbediening voor verlichting, verwarming, tv en andere slimme functies in huis. We laten je stap voor stap zien hoe je apparaten toevoegt, kamers indeelt, routines bouwt en je slimme huis laat reageren op tijd, locatie en aanwezigheid. Ook lees je waar je op let bij compatibiliteit en hoe je alles netjes en veilig houdt met onderhoud en updates. 

Lees ook: Starten met smarthome in één middag: een stappenplan voor beginners

We gebruiken thuis steeds meer slimme apparaten die het leven moeten vergemakkelijken. Bijna alle apparaten die je op internet aansluit, zoals een televisie of een basisstation voor slimme lampen, kun je op afstand bedienen of in ieder geval via je wifi-verbinding thuis aansturen. Dat hangt natuurlijk af van het merk en type producten dat je gebruikt en via welke protocollen dit gaat, maar het heeft ook te maken met je telefoon.

Wanneer is een apparaat slim?

Een slim apparaat is een lamp, thermostaat, tv, stekker, gordijnmotor of sensor die via wifi, bluetooth of een standaard als Matter verbonden is met internet en op afstand te bedienen is. Dat bedienen kan bijvoorbeeld via een app van de fabrikant van de apparatuur, maar het is ook mogelijk met de app van Google, Google Home. Deze app is op de meeste Android-toestellen aanwezig, maar als dat bij jou niet het geval is, kun je deze downloaden via de Google Play Store. De app is er ook voor de iPhone en werkt vrijwel hetzelfde. We gebruiken in dit artikel de Android-versie voor alle uitleg en afbeeldingen.

Google Home tref je aan in Google Play, maar kan soms al geïnstalleerd zijn. Check sowieso altijd op updates als je de app al hebt.
Google Home

Google Home is de app die al die apparaten verzamelt en bestuurt; je bedient ze met tikken op je scherm, via het snelle bedieningspaneel van Android en met spraak via de Google Assistant. Wanneer je apparaten in de Google Home-app toevoegt, kun je er routines mee bouwen: vaste acties die automatisch of met één tik worden uitgevoerd, zoals alle lampen uit zodra je het huis verlaat of de verwarming lager zodra iedereen slaapt. Inmiddels kun je met Google Home al meer dan 50.000 apparaten aansturen; je herkent ze aan de Works with Google Home of Matter-logo's.

Starten met aansturen

Om je slimme apparaten te kunnen aansturen, gebruik je een Android-telefoon met Android 11 of hoger. Het werkt in principe ook met oudere versies, maar sinds versie 11 kun je de meeste opties voor slimme apparaten direct vanaf je vergrendelingsscherm benaderen en hoef je dus niet eerst de app te openen om je apparaten te bedienen. Installeer de Google Home-app uit de Play Store en meld je aan met je Google-account. Aanmelden is vereist zodat de instellingen voor al je apparaten worden opgeslagen en ook via andere Android-toestellen zijn te bereiken. Je kunt er ook voor kiezen om een nieuw account aan te maken, dat je dan bijvoorbeeld met je huisgenoten kunt delen. Op die manier kan iedereen in huis bij dezelfde instellingen voor je slimme apparaten en hoef je je persoonlijke data niet met je huisgenoten te delen. Met de Google Home-app kun je eenvoudig schakelen tussen meerdere accounts, dus het is in theorie mogelijk om meerdere slimme huizen te beheren.

Met de Google Home-app kun je - net als alle andere Google-apps - eenvoudig schakelen tussen meerdere accounts.

Systemen zijn niet altijd compatibel

Voordat je een slim apparaat kunt toevoegen aan Google, moet dat apparaat eerst al zijn ingesteld met de app van de fabrikant, bijvoorbeeld Philips Hue, IKEA Home smart, Tado of de app van je gordijnmotor. Daarna koppel je ze in Google Home. Het is handig om minstens één slimme lamp of slimme stekker te hebben om mee te oefenen, plus bijvoorbeeld een televisie met Chromecast-functionaliteit. Heb je een smartspeaker of smartdisplay met ingebouwde Google Assistant (zoals de Nest Hub), dan kun je die gebruiken als extra microfoon in huis, maar strikt nodig is die niet, omdat je ook via je telefoon tegen de Assistant kunt praten. Apple-gebruikers hebben een vergelijkbaar systeem via Apple HomeKit en de Apple Home-app. Apple gebruikt een gesloten systeem, waardoor je niet kunt communiceren met Google Home en moeten de apparaten die je met een Apple-smartphone wilt aansturen, ook specifiek compatibel zijn met Apple HomeKit. Via Home Assistant - een losstaand protocol voor slimme apparaten - is het mogelijk om een koppeling te maken tussen Android-apparaten en Apple-apparaten, maar daar gaan we in dit artikel niet verder op in.

©sdx15 - stock.adobe.com

Ook Apple heeft een Home-app, maar die is niet compatibel met Android.

Lees ook: Philips Hue SpatialAware: dit is het en zo gebruik je het

Apparaten toevoegen en huis indelen

Om Google Home te gebruiken voeg je je eerste apparaten toe aan de Google Home-app en deel je ze logisch in kamers in, zodat aansturen en automatiseren later veel eenvoudiger wordt. Je opent eerst Google Home, controleert of het juiste huis geselecteerd is; als dit nog niet is aangemaakt, maak je dat aan. Vervolgens voeg je een nieuw apparaat toe met de +-knop, rechts bovenin. Tot slot kies je voor Apparaat.

Een nieuw apparaat toevoegen aan Google Home doe je hier.

Koppelen

Je krijgt nu de mogelijkheid om een apparaat direct toe te voegen door middel van een QR-code, die je vaak achter op een product vindt. Apparaten die Matter of Nest ondersteunen, kun je op deze manier dus direct toevoegen. Wil je een apparaat toevoegen dat geen Matter-ondersteuning biedt, dan kan dat alleen als je het betreffende apparaat hebt geconfigureerd via het systeem van dat merk, bijvoorbeeld een lamp van Philips Hue die aan de Hue-bridge is gekoppeld. In dat geval kies je voor de optie Apps of services koppelen. Vervolgens krijg je een overzicht van alle compatibele diensten die met Google Home werken.

Kies uit de lijst met compatibele merken om een koppeling te maken.

Lees ook: Matter uitgelegd: de nieuwe standaard voor een zorgeloos slim huis

Toestemming verlenen

Om een apparaat via deze route toe te voegen aan Google Home, moet je inloggen bij het account van de fabrikant waarvan je de dienst afneemt, bijvoorbeeld Philips Hue. Er komen nog wat meldingen in beeld omtrent de mogelijkheden die Google krijgt met betrekking tot de data van je externe account.

Wanneer de apparaten zichtbaar zijn als tegels, houd je een tegel even vast en kies je voor het tandwieltje. Vervolgens tik je op Ruimte en kun je het apparaat eventueel nog in een andere ruimte plaatsen. Dat kan door de betreffende ruimte aan te tikken uit de lijst, of zelf een nieuwe ruimte aan te maken. Het is handig om je apparaten onder te verdelen in ruimtes, omdat je - bijvoorbeeld in het geval van lampen - deze per ruimte in één keer kunt uitschakelen. Zo kun je dan bij je bedtijdroutine eerst de lichten in de woonkamer uitschakelen en daarna die op de overloop, zonder dat je je hele huis in duisternis brengt of juist iedere lamp afzonderlijk moet uitzetten.

Soms moet je extra toestemmingen goedkeuren om een apparaat te kunnen gebruiken.

Apparaten handmatig en met spraak bedienen

Heb je al je apparaten toegevoegd en eventueel onderverdeeld in verschillende ruimtes, dan kun je ze nu bedienen via je Google Home-app. Open de app, tik op de knop Alle apparaten bovenaan en je ziet alle tegels van de in Google Home aanwezige apparaten. Tik bijvoorbeeld op een lamptegel om die direct aan of uit te schakelen, of houd de tegel even vast om een schuifregelaar voor helderheid of kleur te zien.

Voor een slimme thermostaat tik je op de thermostaat-tegel en verschuif je de temperatuur hoger of lager; vaak kun je ook kiezen tussen de modi Verwarmen of Verkoelen, maar dat is afhankelijk van de aangeboden functies in het apparaat zelf, want niet alle functies zijn ook altijd te benaderen vanuit Google Home. Ook een andere handige optie is het bedienen van je televisie. Heb je een tv of Chromecast gekoppeld, dan kun je via de tegel media pauzeren of stoppen. Vervolgens activeer je spraakbediening door op je Android-telefoon de Google Assistant op te roepen, bijvoorbeeld via de Assistant-knop, een veegbeweging of door "Hey Google" te zeggen. Vervolg die aanroep dan door concrete opdrachten als "Doe de lampen in de woonkamer uit", "Zet de thermostaat op 20 graden" of "Speel Netflix op tv woonkamer". Omdat de Google Assistant de door jou opgegeven namen en kamers uit Google Home gebruikt, loont het dat je die eerder netjes hebt ingesteld.

Tik je op een slimme lamp in de Google Home-app, dan zie je de opties die geboden worden, bijvoorbeeld het aanpassen van de kleurtoon en de helderheid.

Slimme routines maken

Nu je weet hoe je apparaten direct bedient, laten we je zien dat je ook automatiseringen of routines kunt instellen, zodat combinaties van acties met één tik of automatisch worden uitgevoerd. Om dat voor elkaar te krijgen in de Google Home-app tik je onderaan op de knop Automatisering en kun je kiezen uit een aantal voorgestelde routines, zoals wat er gebeurt als je van huis weggaat, of juist aankomt. Het nadeel hiervan is dat je wel de locatie-instellingen op je telefoon moet aanzetten en je huisadres in Google Home moet instellen, maar we kunnen goed voorstellen dat je daar niet op zit te wachten, privacytechnisch gezien dan. Als je een nieuwe routine wilt maken, tik je rechtsboven op de knop Nieuw > Automatisering. Geef de automatisering eerst een naam, zodat deze alvast kan worden opgeslagen nog voordat je iets instelt. Een routine bestaat altijd uit drie delen: een starter, een voorwaarde (die is optioneel) en een actie. Een starter kun je het beste zien als een gebeurtenis, bijvoorbeeld: het is 20:00, er wordt een beweging gedetecteerd, of de temperatuur van de slimme thermostaat is lager dan 16 graden. Een starter kan ook een spraakopdracht zijn. Stel dat je een 'Alles uit'-routine wilt: je geeft de routine een naam, kiest als trigger bijvoorbeeld het spraakcommando "Ik ga weg" en voegt als acties toe dat alle lampen uit moeten, de thermostaat naar 17 graden gaat en de tv wordt uitgezet.

De opbouw van een routine in Google Home.

Lampen automatisch aanpassen

Voor een filmavond-scenario maak je een automatisering die handmatig start of op een spraakzin als "Filmavond": je selecteert dan bij Actie bewerken de lampen in de woonkamer en zet de helderheid naar bijvoorbeeld 20 procent, je zet eventueel gekleurde lampen op warm wit en schakelt een slimme stekker van de sfeerverlichting in. Heb je gordijnen met een slimme motor, dan voeg je toe dat die naar 100 procent dichtgaan. Tot slot wijs je de tv- of Chromecast-tegel toe om een bepaalde app te starten of in elk geval de tv in te schakelen. Omdat deze routines gebruikmaken van de apparaten en kamers die je eerder hebt ingericht, zie je direct hoe belangrijk een goede basisconfiguratie is.

De kleur en helderheid van de lampen kun je automatisch aanpassen bij het inschakelen van de tv.

Automatiseren op tijd, locatie en aanwezigheid

Nu je basisroutines hebt, ga je een stap verder door je huis zichzelf te laten aanpassen op tijd, locatie en aanwezigheid, zodat je smartphone meer regisseur dan bedieningspaneel wordt. In Automatisering kun je een routine laten starten op vaste tijden, bij zonsopkomst of zonsondergang of wanneer de toestand 'Thuis' of 'Afwezig' verandert. Stel bijvoorbeeld een ochtendroutine in die op werkdagen om 7:00 uur de thermostaat naar 20 graden zet, de gordijnen in de woonkamer op 50 procent opent en de keukenlampen op 60 procent helderheid inschakelt. In de avond kun je een routine laten starten rond zonsondergang, zodat de buitenlamp en de lamp bij de voordeur automatisch aangaan. Aanwezigheidsdetectie gaat nog een stap verder: Google Home kan via de locatie van je telefoon en sensors van bijvoorbeeld een Nest-thermostaat of Nest-speakers bepalen of er iemand thuis is. Wanneer iedereen weg is, kan de Afwezig-routine lampen uitzetten, de thermostaat terugschakelen en eventueel een robotstofzuiger starten. Je stelt dat in via de Instellingen in Google Home onder aanwezigheidsdetectie, waar je toestemming geeft voor gebruik van je telefoonlocatie en aangeeft welke apparaten mogen 'meekijken'.

Concrete scenario's

Nu je de algemene principes beheerst, richt je je op drie alledaagse toepassingen die samen veel comfort opleveren: licht, warmte en entertainment. Voor verlichting maak je in Google Home aparte scènes aan via Automatisering, zoals 'Thuiswerken' met helder wit licht op 80 procent in je werkkamer en 'Ontspannen' met warm licht op 30 procent in de woonkamer. Je roept ze op met "Hey Google, thuiswerken" of via een tegel in het bedieningspaneel. Voor verwarming stel je in de Google Home-app temperatuurschema's in voor je Nest-thermostaat, bijvoorbeeld overdag 20 graden en 's nachts 17 graden; voor warm water kun je eveneens schema's instellen, zodat de slimme boiler niet onnodig aanstaat. De routine 'We zijn weg' verlaagt de temperatuur en zet lampen uit. Voor tv-bediening koppel je je Chromecast of ingebouwde Chromecast-tv aan Google Home en wijs je die toe aan de kamer 'Woonkamer'. Daarna werkt "Hey Google, speel YouTube op tv woonkamer" of je tikt in de app op de tv-tegel om afspelen te pauzeren of te stoppen. Als je deze drie functies eenmaal soepel bedient, zie je hoe makkelijk het is om extra apparaten, zoals gordijnen of een slimme stekker voor je koffiezetapparaat, in bestaande routines in te passen.

Noodzakelijk onderhoud en uitbreiden

Nu je smartphone de centrale afstandsbediening van je slimme huis is, is het belangrijk dat je installatie veilig, overzichtelijk en toekomstbestendig blijft. Controleer regelmatig in Google Home onder Settings en Devices of er geen oude of dubbele apparaten meer staan, bijvoorbeeld een lamp die je hebt vervangen; verwijder ongebruikte apparaten, zodat routines niet breken en blijven hangen omdat een bepaald apparaat niet meer bestaat. Kijk af en toe ook kritisch naar machtigingen: in aanwezigheidsdetectie bepaal je expliciet welke apparaten en telefoons mogen meedoen aan 'Thuis' en 'Afwezig' en dus jouw locatie kunnen opvragen. Dat is misschien niet altijd gewenst. Koop je uitbreidingen, test die nieuwe apparaten eerst in een simpele routine, zoals een losse scène voor één kamer, voordat je ze in al je automatiseringen opneemt. Controleer daarnaast ook op updates: Google Home wordt bijvoorbeeld regelmatig bijgewerkt, zeker nu er ook steeds meer AI-functies worden toegevoegd. En ook je slimme apparatuur: vaak wordt er nieuwe firmware uitgebracht, maar die kun je niet vanuit Google Home updaten; dat moet doorgaans via het slimme apparaat zelf of de aangesloten hub. Tot slot kun je, mocht je later voor het Apple-ecosysteem kiezen, veel apparaten dankzij Matter eenvoudig ook aan Apple Home koppelen, al beheer je ze dan in een aparte app. Door regelmatig op te ruimen, updates te installeren en je routines te finetunen, blijft je slimme huis betrouwbaar en voelt je smartphone echt als een krachtige, maar toch overzichtelijke universele afstandsbediening.

Het updaten van de firmware van aangesloten apparaten gaat doorgaans via de app van de fabrikant zelf, niet via Google Home.
View post on TikTok