ID.nl logo
Pc-aansluitingen - leer alle computerpoorten kennen
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Pc-aansluitingen - leer alle computerpoorten kennen

Op de voor- en achterzijde van een pc en aan beide zijkanten van een laptop zijn er nogal wat aansluitingen beschikbaar. Denk bijvoorbeeld aan hdmi, dvi, vga, displayport, usb, ethernet, eSata, en s/pdif. Duizelt het al? Wij leggen je haarfijn uit welke pc-aansluitingen welke functie vervullen en hoe je de boel correct aansluit.

Tip 01: Hdmi

Iedere desktop heeft een (geïntegreerde) videokaart die de grafische berekeningen omzet naar een beeldsignaal. Via een kabel verstuurt deze videokaart de beelden vervolgens naar een monitor. De meest gebruikte uitgang hiervoor is tegenwoordig hdmi, herkenbaar aan twee afgesneden hoekjes aan de zijkant. Een voordeel van deze digitale uitgang is dat het video’s in een hoge resolutie kan doorgeven. Op een geschikte monitor geniet je bijvoorbeeld van full-hd-kwaliteit (1920 x 1080 pixels) of zelfs een nog hogere resolutie, mits de videokaart dat ondersteunt. Aansluiten is snel gepiept, want het maakt niet uit welke zijde van de kabel je in de monitor of computer prikt. Naast beeld kan een hdmi-kabel ook een audiosignaal transporteren, met name handig voor monitoren met ingebouwde luidsprekers.

©PXimport

Hdmi-versies

Er bestaan verschillende versies van hdmi. Hoe hoger de standaard, hoe meer functies de digitale verbinding bevat. Zo ondersteunde de eerste versie alleen video-overdracht in full hd, terwijl hdmi 1.4 ook een ultra-hd-signaal (3840 x 2160 pixels) kan doorgeven. Tegenwoordig is hdmi 2.1 de recentste hdmi-versie. Hiermee is het zelfs mogelijk om video’s in een maximale resolutie van 7680 x 4320 pixels aan een geschikte monitor door te geven. Deze ontwikkeling is echter vooral interessant voor toekomstige televisies met een (enorm) grote beelddiagonaal. Doorsnee computergebruikers kunnen in de meeste gevallen prima uit de voeten met een lagere hdmi-standaard.

©PXimport

Tip 02: Displayport

Er bestaan nog meer digitale aansluitingen die beeld in een hoge resolutie kunnen doorsturen. Met name displayport zien we steeds vaker terug op videokaarten voor pc’s en monitoren. Deze aansluiting lijkt optisch gezien op een hdmi-connector, met het verschil dat er aan de zijkant slechts één afgesneden hoekje zichtbaar is. Verder ondersteunt ook displayport hoge resoluties, waarbij de gebruikte versie een doorslaggevende rol heeft. Veel apparaten ondersteunen displayport 1.2, waarmee ultra-hd-kwaliteit haalbaar is in een hoge verversingssnelheid. Naast een videosignaal gebruik je een displayport-kabel eventueel ook om geluid door te geven. Als de monitor ingebouwde speakers heeft, hoef je in dat geval geen extra kabel aan te sluiten. Displayport is daarnaast geschikt om via een enkele aansluiting meerdere monitoren aan te sluiten. Deze functie noemt men ‘daisy chaining’. Bedenk wel dat lang niet alle monitoren deze functie ondersteunen.

©PXimport

Displayport 1.2 ondersteunt ultra hd met een hoge verversingssnelheid

-

Tip 03: Dvi-d

Voor de doorvoer van een videosignaal van een computer naar een monitor hebben de eerder besproken aansluitingen hdmi en displayport de voorkeur. Niet iedereen gebruikt nieuwe hardware, waardoor we in dit artikel ook ‘gedateerde’ aansluitingen belichten. Van de dvi-standaard bestaan verschillende types, waarbij vooral dvi-d (duallink) nog zeer regelmatig voorkomt. Als je een nieuwe computer en/of monitor koopt, is de kans dan ook groot dat er een dvi-d-connector aanwezig is. Je herkent deze digitale aansluiting meestal aan de witgekleurde connector met plek voor 24 pinnetjes plus een liggende pin. Let goed op dat je een dvi-d-kabel (duallink) gebruikt met de juiste pinnetjes. Aansluiten is simpel, want je prikt de kabel in de connector. Gebruik eventueel beide schroefverbindingen aan de zijkant om de kabel stevig te bevestigen. In tegenstelling tot hdmi en displayport ondersteunt dvi-d geen transport van een audiosignaal. Verder bedraagt de maximale resolutie in de meeste gevallen 2560 x 1600 pixels.

©PXimport

Tip 04: Vga

De laatste videoverbinding die anno 2017 nog altijd regelmatig voorkomt, is vga (ook wel d-sub genoemd). Gebruik deze analoge aansluiting alleen als het echt niet anders kan. De videokwaliteit ligt namelijk beduidend lager vergeleken bij hdmi, displayport en ook dvi-d. Vooral op grote schermen is het verschil met de eerder besproken digitale videoverbindingen goed zichtbaar. Deze videoverbinding is namelijk ongeschikt voor hoge resoluties. Bovendien kan vga niet overweg met audio-overdracht. Wie noodgedwongen toch een vga-verbinding tussen de computer en monitor wil leggen, gebruikt hiervoor de blauwgekleurde connector met plek voor vijftien pinnen. Zodra de kabel correct is bevestigd, maak je de boel stevig vast door beide schroefverbindingen aan te draaien. De bevestigingsmethode van vga is vergelijkbaar met die van dvi-d.

©PXimport

Verloopstekker

Het komt nogal eens voor dat de beschikbare videoverbindingen op de computer en monitor niet overeenkomen. Aan de achterkant van de pc is er bijvoorbeeld alleen een hdmi-aansluiting vrij, terwijl de monitor uitsluitend dvi-d ondersteunt. Vooral wanneer je twee schermen op de videokaart aansluit, loop je al snel tegen dit probleem aan. Gelukkig bestaan er allerlei verloopstekkers waarmee je dit euvel oplost. Zo zijn er onder meer adapters van hdmi naar dvd-d en van displayport naar hdmi. Daarnaast zijn er ook allerlei verloopkabels verkrijgbaar. Van een displayport-aansluiting leg je bijvoorbeeld rechtstreeks een verbinding naar een monitor met hdmi, dvi-d of zelfs vga.

©PXimport

Tip 05: Monitor op laptop

Zelfs de kleinste laptops hebben aan de zijkant meestal een extra video-uitgang. Meestal is dat (micro-)hdmi, maar dat kan net zo goed (mini-)displayport, vga of usb-c zijn (zie hiervoor tip 7). Je gebruikt deze aansluitingen om een extra monitor op je laptop aan te sluiten. In feite breid je het bureaublad daarmee uit, zodat je meer ruimte hebt. Dit werkt een stuk prettiger, omdat je dialoogvensters niet meer hoeft te minimaliseren naar de taakbalk. Na aansluiting van een externe monitor herkent het besturingssysteem van je laptop het scherm meestal automatisch. Ga zo nodig naar Start / Instellingen / Systeem / Beeldscherm en kies bij Meerdere beeldschermen voor de optie Deze beeldschermen uitbreiden. Zo beschik je over een reusachtig bureaublad. Je kunt er ook voor kiezen om de beeldschermen te dupliceren. Dat is bijvoorbeeld handig wanneer er in plaats van een monitor een beamer op de laptop is aangesloten. De beamer geeft zo exact dezelfde beelden weer als het scherm van je laptop. Handig wanneer je een presentatie geeft of een diavoorstelling wilt laten zien!

©PXimport

Tip 06: Usb-poorten

Iedere computergebruiker is wel bekend met het gebruik van usb-poorten. Op de computer gebruik je deze platte connector om allerlei randapparatuur met het systeem te verbinden, zoals een toetsenbord, muis, printer, usb-stick, externe schijf, digitale camera, smartphone en tablet. Gunstig is dat een usb-verbinding data in twee richtingen transporteert. Je kan bijvoorbeeld gegevens van een externe harde schijf kopiëren naar de pc en vice versa. Verder verzorgt een geschikte usb-poort ook de stroomvoorziening van mobiele apparaten. Op die manier hoef je een externe 2,5inch-schijf niet op het lichtnet aan te sluiten. Verder laad je smartphones en tablets probleemloos via usb op. Het is van belang dat je de usb-stekker op juiste wijze in de usb-poort prikt. Let hierbij goed op de onder- en bovenkant en druk bij enige weerstand vooral niet door. Naast de reguliere usb-a-stekker bestaan er met mini-usb en micro-usb ook kabels met kleinere stekkers.

Usb-standaarden

Naast verschillende usb-aansluitingen bestaan er ook nog diverse usb-standaarden. Hoe hoger het versienummer, hoe snelle de dataoverdracht mogelijk is. Een ‘ouderwetse’ usb1.1-poort ondersteunt een maximale snelheid van 12 Mbit/s, terwijl usb 2.0 in theorie goed is voor 480 Mbit/s. De recentste standaard is usb 3.1. Verwarrend is dat hier twee varianten van bestaan, namelijk usb 3.1 gen1 en usb 3.1 gen2. Hoewel het verschil in naamgeving beperkt is, geldt dat niet voor de datasnelheid. Usb 3.1 gen1 is namelijk geschikt voor een theoretische dataoverdracht van 5 Gbit/s, terwijl usb 3.1 gen2 de datasnelheid verdubbelt naar 10 Gbit/s.

©PXimport

Tip 07: Usb-c

Sinds een aantal jaar bestaat er ook een nieuwe variant op de traditionele usb-aansluiting, namelijk usb-c. Vergeleken met reguliere usb-a-poorten is deze moderne aansluiting een stuk veelzijdiger. Buiten de overdracht van data en stroom via de gangbare usb-standaarden (zie kader ‘Usb-standaarden’), ondersteunt usb-c ook nog allerlei andere protocollen. Zo kun je usb-c bijvoorbeeld inzetten voor videoverbindingen via hdmi, dvi, vga, displayport en thunderbolt. Laatstgenoemde standaard is op MacBooks te vinden. Naast de uitvoer van een haarscherp videosignaal, kunnen MacBook-gebruikers hiermee ook mobiele apparaten opladen en data overzetten.

Gunstig is dat steeds meer apparatuur voorzien is usb-c, zoals smartphones, tablets, laptops, monitoren, powerbanks en externe schijven. Aangezien het via een enkele kabel mogelijk is om zowel stroom, data als video gelijktijdig te transporteren, zijn er in de toekomst naar verwachting steeds minder snoertjes vereist. Zover is het helaas nog niet, want nog niet alle potentiële functies zijn automatisch ook aanwezig op apparaten met een usb-c-aansluiting. Sommige producten laten zich bijvoorbeeld niet door een computer opladen via usb-c, terwijl er wel dataoverdracht mogelijk is. De compatibiliteit wordt gelukkig wel steeds beter. In tegenstelling tot een traditionele usb-poort heeft usb-c geen onder- en bovenkant. Verkeerd aansluiten is dankzij de omkeerbare stekker dus onmogelijk! Gebruik je een recente computer met usb-c, maar is je overige randapparatuur daar nog niet voor geschikt? In dat geval biedt een usb-c-naar-usb-a-verloopstekker uitkomst.

©PXimport

Naast de overdracht van data en stroom is usb-c ook geschikt voor videoverbindingen

-

Tip 08: Ethernetpoort

Alle desktops en veruit de meeste laptops hebben een ethernetpoort. Hierin steek je een netwerkkabel, zodat het apparaat verbinding maakt met internet. Je duwt de zogeheten rj45-connector van de kabel in de poort totdat deze vastklikt. Aan de statuslampjes zie je of er momenteel dataverkeer is. Wil je de kabel weer losmaken, dan duw je de plastic clip voorzichtig omlaag en trek je het stekkertje vervolgens uit de connector. Iedere ethernetpoort ondersteunt een maximale snelheid. Oudere apparaten beschikken meestal over een netwerkadapter met een datasnelheid van maximaal 100 Mbit/s. Is je pc of desktop iets nieuwer, dan is de kans groot dat de ethernetpoort een snelheid van 1 Gbit/s ondersteunt. Tot slot bestaan er ook netwerkkaarten die een snelheid van 10 Gbit/s kunnen verdragen. Een snelheid van 1 Gbit/s is anno 2017 erg gangbaar, het is hiervoor wel noodzakelijk dat de router, eventuele switches en netwerkkabels deze doorvoersnelheid ook aankunnen.

©PXimport

Draadloos of vast?

Heb je de keuze tussen een draadloze of vaste internetverbinding? Voor wat betreft de stabiliteit heeft een bekabelde aansluiting altijd de voorkeur. De radiogolven van een wifi-verbinding zijn namelijk gevoelig voor storingen, bijvoorbeeld vanwege naburige netwerken of apparaten die op dezelfde frequentie uitzenden. Verder is de bandbreedte van een draadloos netwerksignaal beperkt. Vooral als je films in een hoge resolutie streamt of zware netwerkgames speelt, kan dat voor problemen zorgen.

©PXimport

Tip 09: Toetsenbord en muis

Als je nog een oudere muis en toetsenbord gebruikt, kun je deze bedieningsapparaten aansluiten op de zogeheten ps/2-aansluitingen aan de achterkant van de pc. Dit zijn twee ronde ingangen, waarbij de groene connector is bestemd voor de muis en de paarse connector voor het toetsenbord. Veel aansluiting. Let wel even op dat de pinnetjes met de gaten overeenkomen. In plaats van twee losse aansluitingen is er op veel pc’s alleen een gecombineerde ps/2-aansluiting voorhanden. In dat geval heb je een speciale verloopkabel nodig, zodat je evengoed beide bedieningsapparaten kunt aansluiten. Toetsenborden en muizen met een ps/2-aansluiting zijn nauwelijks nog verkrijgbaar, al bestaan ze in sommige (web)winkels nog steeds. Meestal vindt de verbinding nu via usb plaats. Verder werken veel bedieningsapparaten draadloos via een speciale usb-adapter of bluetooth.

Tip 10: Geluidsuitgang

Veel monitoren hebben geïntegreerde speakers, maar de audiokwaliteit is vanwege de geringe klankkast niet ideaal. Voor een beter geluid sluit je externe speakers op de pc aan. Hiervoor doe je een beroep op de (meestal) groengekleurde 3,5mm-geluidsuitgang. Het is belangrijk dat je specifieke pc-speakers gebruikt. Dit betreffen meestal actieve luidsprekers met een geïntegreerde versterker, waarbij er een geschikte aansluitkabel met 3,5mm-plug is meegeleverd. Surround-sets vereisen overigens vaak meerdere 3,5mm-geluidsingangen, bijvoorbeeld voor de centerspeaker en achterste surround-speakers. Sommige computerluidsprekers laten zich als alternatief via een optische s/pdif-aansluiting (ook wel toslink genoemd) met de pc verbinden, al zijn die vrij zeldzaam. S/pdif wordt als alternatief meestal gebruikt om de computer als bron op een versterker of receiver aan te sluiten. Op die manier speel je bijvoorbeeld rechtstreeks mp3-bestanden af op een stereo-installatie. Een optische s/pdif-uitgang is op één zijde na vierkant en bevat meestal een zwart stofklepje. Een alternatieve manier om het geluid naar een versterker of receiver door te sturen, is via een coaxiale s/pdif-uitgang. Die is rond en doorgaans oranje van kleur.

©PXimport

Voor het aansluiten van speakers gebruik je de gekleurde 3,5mm-geluidsuitgang

-

Tip 11: eSata

Sommige laptops en computers hebben een eSata-aansluiting. De functie hiervan is simpel, namelijk een interne schijf extern aansluiten. Handig wanneer je nog ergens een harddisk hebt liggen waarvan je de data wilt uitlezen. Op die manier is het niet nodig om de harde schijf in te bouwen. Verder geniet je van een snellere doorvoersnelheid dan met een externe usb-schijf doorgaans haalbaar is. Overigens is voor deze verbinding wel een eSata-datakabel vereist. Fabrikanten combineren een eSata-aansluiting meestal met een reguliere usb-poort.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.