ID.nl logo
De beste grafische kaart voor jouw systeem
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

De beste grafische kaart voor jouw systeem

Waar speel jij als gamer het meeste je games op? Een tablet, smartphone, console of gewoon op een traditionele pc? Valt jouw keuze ook op de klassieke desktop? Dan heb je een goede grafische kaart nodig. Wij hebben voor je uitgezocht welke grafische kaart je op dit moment het beste kunt aanschaffen.

Als je een nieuwe grafische kaart gaat aanschaffen, kijk je eerst naar je budget. In dit artikel gaan wij uit van drie verschillende type gamers met bijbehorend budget. De eerste is de budgetgamer, deze doelgroep geeft niet meer dan 200 euro uit aan een grafische kaart. Natuurlijk kan het nog goedkoper, maar wij stellen als eis dat er op Full HD lekker gegamed kan worden. De normale gamer vormt de tweede groep, die wil kunnen gamen in Full HD zonder compromissen te doen. Het budget ligt tussen de 350 en 400 euro. Nummer drie is de hardcore gamer met een budget van 600 tot 800 euro, die heel hoge eisen stelt aan de grafische kaart. Lees ook: Zo maak je van je pc een retrogame-emulator.

Als je je budget hebt bepaald, komt de keuze welke gpu het beste is. In de praktijk kun je in ieder budget kiezen tussen AMD of NVIDIA. Beide maken interessante grafische kaarten met veel features. Welke features passen het beste bij jou?

Ontwikkelingen gaan door

AMD en NVIDIA hebben de afgelopen jaren niet stil gezeten. Beide hebben specifieke features ontwikkeld. Zo heeft AMD de laatste topmodellen – de R9 Fury en Fury X – voorzien van een nieuw type grafisch geheugen: HBM. Dit staat voor ‘High Bandwidth Memory’, zoals de naam al doet vermoeden heeft dit type geheugen meer geheugenbandbreedte dan GDDR5-geheugen. Geheugenbandbreedte is erg belangrijk voor grafische kaarten. Hierdoor kan de gpu sneller grote hoeveelheden data sturen naar en ontvangen van het geheugen. Dit biedt voordeel bij hoge resoluties zoals UHD 4K. Het nadeel van de eerste generatie HBM is dat er nog geen grote chips mee gemaakt kunnen worden. De grafische kaarten met dit geheugen hebben dan ook niet meer dan 4 GB aan boord. De verwachting is dat zowel NVIDIA als AMD in 2017 hun grafische kaarten gaan voorzien van de tweede generatie HBM: HBM2.

Sync

Games moeten behalve snel genoeg ook vloeiend worden weergegeven, zodat je geen last krijgt van tearing. Dit kon je al voorkomen dankzij V-Sync, maar dat heeft prestatienadelen. AMD en NVIDIA hebben ieder hun eigen technologie ontwikkeld die tearing voorkomt zonder prestatieverlies. De grafische kaarten van AMD ondersteunen FreeSync. Met deze techniek worden de frames die door de grafische kaart worden gerenderd, gesynchroniseerd met de verversingsnelheid van de monitor. Hierdoor is V-sync niet meer nodig. Mocht je een beeldscherm hebben dat FreeSync ondersteunt, dan is de keuze voor een grafische kaart van AMD een logische stap. NVIDIA heeft een soortgelijke feature, G-SYNC. In de basis doet deze techniek hetzelfde als FreeSync. Om G-SYNC te ondersteunen heeft een beeldscherm wel een speciale hardwaremodule nodig. Hierdoor zijn de beeldschermen vaak een stuk duurder dan de schermen met FreeSync-ondersteuning. Daar staat tegenover dat G-SYNC wel net wat beter werkt. Mocht je dus een beeldscherm met G-SYNC hebben of van plan zijn aan te schaffen, dan is een grafische kaart met een NVIDIA-gpu een logisch keuze.

VR

Virtual reality staat momenteel volop in de belangstelling. NVIDIA heeft onlangs de GeForce GTX 1070 en 1080 uitgebracht. Deze kaarten, met de nieuwe Pascal-architectuur, beschikken over optimalisaties voor virtual reality. Ga je een VR-setje kopen, zoals de Oculus Rift en de HTC Vive, dan zijn deze kaarten erg interessant.

©PXimport

Geïntegreerde grafische kaart

Kun je ook games spelen met een geïntegreerde grafische kaart? De snelste geïntegreerde gpu’s van Intel zitten in de Skylake-cpu’s. Dit is de HD Graphic 530- en 540-gpu. AMD noemt zijn cpu’s met geïntegreerde gpu een apu: Accelerated processing unit. Een voorbeeld is de AMD A10-78xx, deze cpu’s zijn voorzien van de Radeon R7-gpu. Uitzonderingen daargelaten kun je gamen op een Full-HD-resolutie wel vergeten. Op lagere resoluties gamen, zoals 1280 x 720 of 1024 x 768, is wel mogelijk. Maar ook dan verschilt de performance per game behoorlijk. Moderne shooters kun je beter niet aan beginnen, tenzij je het detail op een laag niveau zet. Een wat oudere game, zoals World of Warcraft, is op deze resolutie prima te spelen. Intels HD Graphics 530/540 en AMD’s A10-7870K zijn al een stuk beter dan voorgaande generaties. Heb je een oudere generatie geïntegreerde gpu, zoals de Intel HD 4400 of AMD A8-3850, dan wordt het gamen echt hopeloos. Speel je heel af en toe op een lage resolutie of met laag detail een spel? Dan kun je met de laatste generatie AMD- of Intel-cpu’s met geïntegreerde gpu prima uit de voeten. Als je wat serieuzer op Full HD wilt gamen, dan zul je toch echt een grafische kaart moeten aanschaffen.

©PXimport

Gamen met een laag budget

Als je als gamer een niet al te hoog budget hebt, dan is er gelukkig nog wel genoeg keuze. We gaan er voor deze doelgroep van uit dat je games speelt met een Full-HD-scherm. Om de nieuwste games fatsoenlijk te kunnen spelen op 1920 x 1080 pixels, heb je toch al snel een grafische kaart nodig met een prijs tussen de 150 en 200 euro. In het kamp van NVIDIA zijn de GeForce GTX 950 en de GTX 960 goede keuzes. Speel je niet al te zware games, dan kom je met de GTX 950 voor ongeveer 160 euro al weg. Een GeForce GTX 960 is voor ongeveer 180 à 190 euro in webshops te vinden. Deze kaart draait de meeste games goed in Full HD met instellingen voor gemiddeld tot hoog detail. AMD zet hier de Radeon R9 380 tegenover. Deze kaart heeft een prijskaartje van ongeveer 190 euro. Beide kaarten zijn presteren ongeveer even goed. Onze voorkeur gaat toch uit naar de NVIDIA GTX 960. Deze kaart is energiezuiniger, wordt minder heet, heeft doorgaans een minder luidruchtige koeling en beschikt over HDMI 2.0. Die voorkeur kan heel goed veranderen als de nog te verschijnen AMD Radeon RX 470 voor ongeveer dezelfde prijs veel beter presteert.

©PXimport

AMD Radeon RX 480

AMD heeft onlangs de Radeon RX 480 uitgebracht. Dit is de eerste grafische kaart van AMD met de nieuwe Polaris 10-architectuur. AMD claimt dat de Polaris-architectuur ook over VR-optimalisaties beschikt. AMD heeft de RX 480 vooral ontworpen met het oog op een goede prijs-prestatieverhouding. Qua prestaties ligt hij rond het niveau van de NVIDIA GTX 970 en AMD Radeon R9 390. De kaart is uitstekend geschikt voor Full HD, maar heeft moeite met hogere resoluties. AMD heeft de RX 480 geoptimaliseerd voor VR, maar hij is toch een stuk minder krachtig dan de NVIDIA GTX 1070. Voor VR raden we dan ook minimaal een NVIDIA GTX 1070 aan. De RX 480 zou met 4 GB geheugen zou zo’n 220 euro moeten kosten, maar kost op het moment van schrijven een stuk meer. Mocht de prijs op het moment dat je dit leest daadwerkelijk gezakt zijn tot 220 euro, dan is de kaart zeker interessant voor de budgetgamer die goed in Full HD wil spelen.

©PXimport

De gewone gamer

De normale gamers kunnen we ook weer verder onderverdelen in subgroepen. Speel je je games op Full HD en met maximaal detail? Of speel je juist met zo een hoog mogelijke framerate met een 120- of zelfs 144Hz-scherm? Nog een variant is dat je je games speelt op een WQHD-resolutie van 2560 x 1440 pixels. Voor deze doelgroep gaan we uit van een budget van 350 à 400 euro. Door de komst van de GeForce GTX 1070 zijn de prijzen van de vorige generatie NVIDIA-kaarten gedaald. De GeForce GTX 980 is daardoor voor minder dan 400 euro al te verkrijgen. Daar zet AMD de Radeon R9 390X tegenover, die je al voor 360 euro op de kop kunt tikken. Beide kaarten verschillen niet veel van elkaar qua performance. Leggen we de prestaties van deze twee kaarten naast elkaar in games met hoog detail en een Full-HD-resolutie, dan is de GTX 980 meestal net de snelste. De verschillen worden kleiner met de WQHD-resolutie. Het is niet duidelijk of dit nu komt door het grotere geheugen van 8 GB van de R9 390X of gewoon door de architectuur. Opvallend is wel dat de R9 390X het beter doet op hogere resoluties. Op UHD 4K weet de kaart vaak de GTX 980 in te halen, maar om eerlijk te zijn is UHD 4K voor beide kaarten iets te hoog gegrepen.

©PXimport

Onze voorkeur gaat uit naar de GTX 980, ondanks dat de R9 390X al snel vier tientjes goedkoper is. De voornaamste reden is dat de R9 390X een verouderde grafische kaart is. Eigenlijk is het een Radeon 290X met 8 GB geheugen. De kaart heeft hierdoor de oudere GCN 1.1-architectuur, met bijvoorbeeld alleen HDMI 1.4-ondersteuning en DirectX 12 gaat tot feature level 12_0. De GeForce GTX 980 beschikt over HDMI 2.0 en ondersteunt DirectX 12 feature level 12_1. Beide zijn kleine details; HDMI 2.0 heb je alleen nodig voor UHD 4K en of Feature Level 12_1 echt verschil gaat uitmaken, zal bij de toekomstige DirectX 12-games gaan blijken.

Toch kiezen we dan voor de kaart die meer op de toekomst voorbereid is. Welke kaart je ook kiest, het is aan te raden om te gaan voor een variant waarbij de fabrikant de koeling zelf heeft ontwikkeld. De standaardkoelers van AMD of NVIDIA zijn doorgaans luidruchtiger dan de eigen varianten. Voor zowel de GTX 980 als de R9 390X geldt dat je goed moet zoeken naar een model waarbij de gpu goed gekoeld wordt en de koeler een niet al te hoge geluidsopbrengst heeft. Op het moment dat jij dit leest heeft NVIDIA de GeForce GTX 1060 gelanceerd, NVIDIA claimt dat deze kaart sneller is dan de GTX 980 in combinatie met een lagere prijs. Houd dus zeker in de gaten of de GTX 1060 dit waar kan maken.

©PXimport

Hardcore gamers

Speel jij je games op een UHD-scherm? Of toch met een resolutie van 2560 x 1440, met alles op maximaal detail? Of beschik je al over een VR setje? Dan ben je vast niet te beroerd om 600 tot wel 800 euro voor een grafische kaart uit te geven. Op pagina ## van dit blad kun je lezen over de GeForce GTX 1080. Deze kaart is de meest voor de hand liggende keuze. En AMD dan? Die heeft de Radeon R9 Fury X. En hoewel dit een prima grafische kaart is, komt hij niet in de buurt van de GeForce GTX 1080. De Fury X is wel voor ongeveer 675 euro te koop, dat klinkt een stuk beter dan 800 euro. Maar dan is er nog de GeForce GTX 1070. Die is er al voor 500 euro en is ook sneller dan de Fury X. AMD zal pas een antwoord klaar hebben als de eerste high-end-kaarten met de Polaris-architectuur beschikbaar komen. Aangezien de RX 480 een middenklasser is, heeft NVIDIA op de high-end-markt nu geen echte concurrent. Onze keuze gaat dan ook uit naar de GTX 1070 en 1080.

©PXimport

Conclusie

Op dit moment heeft NVIDIA letterlijk de beste kaarten in handen. Voor alle drie de doelgroepen is onze eerste keuze een grafische kaart met een NVIDIA-gpu. De AMD Radeon RX 470 en 480 kunnen hier nog best verandering in brengen, zeker voor de budget gamer. Voor de normale gamer zijn de GeForce GTX 980 en de Radeon R9 390X aanraders, waarbij de GTX 980 licht onze voorkeur heeft. Op high-end-gebied verwachten we het komende halfjaar geen concurrentie van AMD. Als je hem kan betalen, is de GeForce GTX 1080 blindelings de beste keuze. Toch is ook de GTX 1070 erg interessant, deze kaart heeft een erg goede prijs-prestatieverhouding.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.