ID.nl logo
Zekerheid & gemak

IFA 2015: Wat mogen we verwachten?

Europa's grootste technologiebeurs IFA staat weer om de hoek, en ook dit jaar loopt PCM er rond om de nieuwste gadgets en innovaties te behandelen. Er zijn dit jaar verdacht weinig concrete aankondigingen, maar we kunnen toch best voorspellen wat voor moois we te zien krijgen. Wat kunnen we verwachten tijdens IFA 2015?

Nieuwe 4K-tv's

De opkomst van 4K-televisie is al jaren een interessant en opkomend onderwerp, en ook tijdens IFA gaan we er waarschijnlijk genoeg van zien.

Onder andere LG komt met wat nieuws, want het bedrijf geeft er een belangrijke keynote waarin het hoogstwaarschijnlijk met een nieuw topmodel komt. LG investeert de laatste jaren vooral in OLED-tv's, dus grote kans dat de nieuwe modellen ook die resolutie hebben. Daarnaast heeft de fabrikant aangegeven dat het met een HDR-televisie komt waarmee high dynamic range kan worden weergegeven. We zijn benieuwd...

Ook de gevestigde namen zijn aanwezig: Panasonic, Philips, Toshiba, Samsung... Er is weinig bekend over concrete producten van die fabrikanten, maar het wordt wel interessant om te zien wat de prijzen van de nieuwe televisies gaat worden. 4K is op dit moment nog erg duur om te kopen, maar door goedkopere technologie worden ook de tv's waarschijnlijk goedkoper.
 

Hardware met Windows 10

Microsoft is weliswaar aanwezig op IFA, maar het bedrijf gaat niets speciaals doen met Windows 10. Dat bewaart Redmond voor een speciaal eigen evenement in oktober, waar we waarschijnlijk meer details krijgen over Windows 10 voor mobiele telefoons.

Dat wil niet zeggen dat er niets over Windows 10 bekend wordt gemaakt - we moeten het alleen van andere fabrikanten hebben. Hoogstwaarschijnlijk komt Acer met een nieuwe lijn laptops die met Windows 10 zijn uitgerust, en er bestaat een kans dat we zelfs Acer-telefoons zien die straks het besturingssysteem krijgen.

Hoewel alle telefoons met Windows Phone 8.1 een gratis upgrade krijgen naar Windows 10, zijn er ongetwijfeld fabrikanten die speciaal voor het nieuwe besturingssysteem aan de gang gaan. Je kunt daarbij denken aan telefoons met een speciale knop voor slimme assistent Cortana, of die gebruik maken van een extra camera voor de inlogfuncties van Windows Hello.

Meer smartwatches

Hoewel het met de populariteit van smartwatches nog wat tegenvalt, lijken fabrikanten nog steeds het volste vertrouwen te hebben in de slimme polshorloges. Er worden tijdens IFA behoorlijk wat nieuwe smartwatches gepresenteerd.

Eén daarvan is de Gear S2 van Samsung, de opvolger van de gecompliceerde Gear S. Daarvan zijn al wel de specificaties bekend vanuit de SDK, maar bij een smartwatch willen we toch vooral ook het uiterlijk zien, nietwaar?

Het is niet bekend of Sony met een nieuwe SmartWatch 3 komt, hoewel het bedrijf tijdens de vorige IFA's (in 2013 en 2014) nog de voorgangers presenteerde. Mogelijk vallen de verkoopresultaten van de stiekem best saaie smartwatch toch tegen, maar we gaan zien wat de Japanse fabrikant heeft gemaakt.

Er is ook nog niets bekend over een opvolger van de Moto 360 van Motorola. Die werd vorig jaar gepresenteerd en hoewel het apparaat niet perfect was, was het wel de eerste smartwatch die we graag zouden willen dragen.

Eindelijk Ultra HD Blu-ray

Het is niet de eerste keer dat het wordt geopperd, maar wellicht zien we dit jaar de eerste Ultra HD Blu-ray-spelers. Het is op dit moment nog niet mogelijk om fysieke dragers van 4K-video's te maken, maar daar moet binnenkort wel verandering in komen. In deze tijd, waarin films en series steeds vaker in 4K worden uitgezonden, is het goed om ook een fysieke schijf te kunnen gebruiken.

Panasonic zou de eerste zijn die met een speler komt die 4K-blurays kan afspelen. Het bedrijf liet tijdens de CES van dit jaar al een prototype zien van zo'n speler, en heeft bevestigd dat er 'in september' een speler wordt uitgebracht.

Het is nog niet duidelijk of andere fabrikanten ook met een Ultra HD Blu-ray-speler komen. Onder andere Pioneer, Sony en Samsung zouden zo'n speler kunnen maken, dus daar gaan we zeker naar kijken.

Controllers voor virtual reality

Vorig jaar stond de IFA voor een groot deel in het teken van virtual reality. Razer presenteerde de OSVR met Leap Motion-controllers, Oculus liet een de nieuwe Crescent Bay-versie van zijn bril zien, maar wat vooral interessant was waren de vele, vooral Chinese, goedkope headsets. Die werken samen met je telefoon waardoor je die als scherm kunt gebruiken, en we kunnen ook nu verwachten dat er een hoop headsets aankomen die gebaseerd zijn op de originele Google Cardboard - maar dan steviger en professioneler.

Interessant is ook om te zien hoe virtual reality nu eindelijk bediend moet worden. Sinds de opkomst van VR zijn controllers altijd het struikelpunt geweest, waar tientallen fabrikanten hun eigen visie op toonden - maar waar niemand nog een echt antwoord op heeft. Razer probeert het met bewegingscontrollers als de Leap Motion, Oculus met een eigen controller, en Samsung pleit nog steeds voor de klassieke controller. Krijgen we tijdens IFA 2015 eindelijk een goede oplossing te zien die voor iedereen geschikt is?

Hoewel er niets definitief bekend is, zijn er ongetwijfeld veel fabrikanten die iets nieuws proberen. We gaan op zoek naar het antwoord!

Iets concreter: Misschien krijgen we een nieuwe versie van Samsungs Gear VR te zien. Hoewel de bril zelf heel goed werkt, kun je die slechts gebruiken met 2 telefoons: De Galaxy Note 4 en de Galaxy S6. We zouden toch graag een bril zien die ook met wat oudere modellen werkt, want niet iedereen heeft nu al de behoefte te upgraden naar een nieuwe telefoon.

Van Oculus hoeven we niets te verwachten - dat bedrijf werkt nog steeds aan de lancering in 2016. Dan komt de definitieve versie van de Rift uit voor consumenten, al zouden we wel graag willen weten wat die precies gaat kosten. De belangrijkste mogelijke onthulling van Oculus is dan ook de prijs - en misschien wat toffe nieuwe tech-demo's.

We zijn ook erg benieuwd naar de HTC Vive, maar daarvan hoeven we geen spannende nieuwe ontwikkelingen van te verwachten. Wel mogen we hands-on met het apparaat, dus kunnen we kijken of er iets veranderd is ten opzichte van CES en IFA 2014.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.