ID.nl logo
Huis

Het spanningsveld tussen politiek en social media

2020 staat voor de deur. Het jaar waarin onder andere Amerika naar de stembus gaat om een nieuwe president te kiezen. Er is nu al veel te doen om die verkiezingen. Niet in de eerste plaats omdat nog wordt bepaald wie er meedoen, maar ook om de grote rol die social media in deze strijd speelt. De discussie rondom politiek en social media laait weer op.

Op Netflix wordt het in de documentaire The Big Hack al duidelijk gemaakt. Advertenties en andere politieke posts op Facebook blijken enorme invloed te hebben op het verloop van verkiezingen. In die docu komt ter sprake dat er allemaal muziekclips op Facebook werden verspreid waarin jongeren werden opgeroepen om juist niet te stemmen. Hierbij werd gekozen voor onderwerpen en muziek die vooral een bepaalde groepering (zwarte jongeren) aanspraken. Inderdaad ging die belangrijke groep niet stemmen, waardoor de andere partij (die de clips verspreidde) de verkiezingen won.

Het gaat dus lang niet altijd om spotjes waarin bijvoorbeeld Trump zegt dat je op Trump moet stemmen, het gaat juist om het verspreiden van misleidende informatie en zelfs nepnieuws dat mensen op het verkeerde been zet. Dat dat een grote rol speelt bij zowel verkiezingen op een klein eiland als van het machtigste land ter wereld, dat wordt duidelijk uit de discussies die dit jaar oplaaien over de rol van social media in het politieke veld.

Doelgroepgericht

Het is bovendien ook direct meetbaar hoe een bepaalde post wordt beoordeeld. Vroeger werd politiek bijvoorbeeld door debatten en speeches op radio en televisie bedreven, maar daarvoor moesten eerst een dag later de kijk- en luistercijfers binnenkomen. En dan nog was het moeilijk te beoordelen wat dan het sentiment bij de kijkers of luisteraars was. Nu zegt een groot gedeelte van de mensen op social media dat ze het waarderen of niet door een reactie te plaatsen, door een ‘like’ te geven of zelfs het bericht te delen.

Politici kunnen hun boodschap en content bovendien veel makkelijker aanpassen. Als een tv-commercial eenmaal is gemaakt, dan kun je niet een uur voor het op tv komt zeggen dat je er toch nog iets aan verandert. Op social media kun je een post een minuut voordat deze live gaat nog aanpassen. Bovendien kun je je boodschap naar een veel specifiekere doelgroep zenden, zoals een bepaalde leeftijdsklasse of locatie. Of juist alleen naar mensen in een bepaalde groep op Facebook.

Facebook gaat erg ver in wat een politicus kan kiezen aan doelgroep: leeftijd, opleiding, gender, relatiestatus en beroep. Maar zelfs de films die je kijkt en deelt op Facebook plaatsen je in een bepaalde groep. Dat gaat erg ver, wat bijvoorbeeld in de Amerikaanse ‘swing states’ een grote rol speelt in de verkiezingsstrijd. Als je weet dat je juist de huisvrouwen van Florida moet aanspreken, dan heeft het geen zin om als voor jongeren te kiezen.

©PXimport

Facebook gaat erg ver in wat een politicus kan kiezen aan doelgroep: leeftijd, opleiding, gender, relatiestatus en beroep. Maar zelfs de films die je kijkt en deelt op Facebook plaatsen je in een bepaalde groep. Dat gaat erg ver, wat bijvoorbeeld in de Amerikaanse ‘swing states’ een grote rol speelt in de verkiezingsstrijd. Als je weet dat je juist de huisvrouwen van Florida moet aanspreken, dan heeft het geen zin om als voor jongeren te kiezen.

Facebook wil het adverteerders zo makkelijk mogelijk maken, want het verdient veel geld aan advertenties. Dat geldt ook voor politieke advertenties. Toen Donald Trump het opnam tegen Hillary Clinton in 2016, werd er 8 miljoen dollar besteed aan alleen Facebook-advertenties. Dat dat volgend jaar alleen maar meer zal worden, wordt al bewezen door de kandidaten die staan te springen om mee te doen. Zij spendeerden tot nu toe al meer dan 63 miljoen dollar aan marketing op Facebook.

Trump’s team ging er recentelijk nog mee de fout in. In een Facebook-advertentie op Facebook werd begin oktober nog gezegd dat Joe Biden een stel Oekraïense hoge piefen een miljard (?!) dollar had betaald om een rechtszaak tegen zijn zoon Hunter te laten vallen.

Dat bleek nepnieuws te zijn. Nepnieuws dat inmiddels al door vier miljoen mensen was bekeken. Toen Biden van Facebook eiste de foutieve informatie offline te halen, zei het sociale platform dat dat niet ging gebeuren. Want: “Facebook gelooft fundamenteel in vrije meningsuiting, respect voor het democratisch proces. In democratieën met een vrije pers wordt er vaak al getornd aan wat politici zeggen”.

Daaraan werd toegevoegd dat wanneer een politicus een advertentie maakt, deze niet naar onafhankelijke factcheckers wordt gestuurd. Op deze reactie volgde een flinke lading kritiek, omdat Facebook de rest van alle posts wel door derden laat controleren op feiten. Facebook wil steeds neutraal blijven en open naar iedereen. Hierdoor meent het dat het niet ook nog moet gaan bepalen welke content er al dan niet door de beugel kan.

Facebook en Twitter: verschillende aanpakken

Dat zou op zich een goede redenatie zijn, ware het niet dat Facebook van algoritmes gebruikmaakt. Deze algoritmes zorgen ervoor dat het ene bericht vaker wordt gepusht dan de andere en dat betekent dat het platform allerbehalve neutraal is. Nu kan Joe Biden Trump alsnog voor de rechter slepen voor het verspreiden van onwaarheden, maar uiteraard is het voor zo’n post dan al veel te laat. Op televisie zouden zulke nepberichten nooit mogen, maar social media vallen overal tussendoor. Zij vallen niet onder diezelfde uitzendingswet.

Facebook-CEO Mark Zuckerberg wordt vaak verweten geen verantwoordelijkheid te nemen voor de verspreiding van nepnieuws. Hij meent dat Facebook een soort dorpsplein is waar mensen zelf over dingen discussiëren. Dat is makkelijk gedacht, want niet alle lagen in de samenleving zijn even bedreven - of even geïnteresseerd - in het uitvoerig bespreken van de inhoud van een post. Bovendien nemen veel mensen alsnog voor waarheid aan wat er op Facebook staat.

©PXimport

Twitter heeft een oplossing voor het probleem en dat is niet om te gaan factchecken, maar om politieke advertenties in zijn geheel te verbieden. Maar ja, wanneer is iets een politieke advertentie? Is een betaalde post waarin de Dierenbescherming zijn volgers oproept om in actie te komen tegen een bepaald plan van de regering al een politieke advertentie, of moet de verzender ervan in de politiek zitten? Twitter lijkt af te stevenen op het verbieden van beide. Dat gaat erg ver. Zelfs milieuorganisaties als Greenpeace mogen niet meer zeggen dat Shell verkeerd bezig is. Een opmerkelijk besluit van Twitter, dat al in meerdere opstanden juist enorm functioneel is gebleken.

Bovendien mag Shell dus straks wel blijven zeggen wat ze doen en dat dat goed is, terwijl milieugroeperingen daar dus niets tegenin mogen brengen in een eigen advertentie op Twitter. Dat was tenminste de gedachte, tot Twitter toch begon te bezwijken onder de druk.

Recentelijk heeft Twitter aangekondigd dat het alleen advertenties die écht over verkiezingen, kandidaten, politieke partijen en andere overduidelijk politieke content zal weren. Advertenties voor algemenere zaken, die bovendien niet komen van politici of politieke partijen, krijgen wel restricties maar geen verbod. Je mag bijvoorbeeld niet een bepaalde specifieke groep benaderen, want het blijft ook in doelgroep algemener. Goed nieuws dus voor milieugroeperingen, al houdt Twitter veel vaagheden over. Wat is immers ‘overduidelijk politieke content’?

Twitter wordt op haar beurt nu aan de schandpaal genageld door rechtse politici, die menen dat het deze verboden heeft ingesteld om vooral hen de mond te snoeren. Bovendien vinden veel mensen, waaronder democraten, dat het gevaarlijk is om halverwege de regels aan te passen. Hierdoor moeten middenin de strijd ineens alle middelen opnieuw worden bekeken. Een contentstrategie zal nu niet meer hetzelfde kunnen zijn als een jaar geleden.

Kan men het wel goed doen?

Hoe je het ook wendt of keert, Twitter is in ieder geval wel bezig om zichzelf niet te belonen voor het verspreiden van valse informatie die mogelijk grote politieke gevolgen kan hebben. Toch blijkt maar uit de reacties dat social media zich in een politiek mijnenveld begeven, waarin elke nieuwe stap dodelijk kan zijn. Er zijn al politici die hebben aangegeven dat het van fakenews barstende Facebook misschien te groot is geworden en beter helemaal kan worden gestopt. Nu zien we dat niet zo snel gebeuren, maar de discussie en emotie rondom vrijheid van meningsuiting en persvrijheid enerzijds en de veiligheid van mensen en uiteraard geld anderzijds laait hoog op. Zo hoog, dat er eigenlijk geen enkele manier is voor social media om het goed te doen.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.