ID.nl logo
Huis

Het spanningsveld tussen politiek en social media

2020 staat voor de deur. Het jaar waarin onder andere Amerika naar de stembus gaat om een nieuwe president te kiezen. Er is nu al veel te doen om die verkiezingen. Niet in de eerste plaats omdat nog wordt bepaald wie er meedoen, maar ook om de grote rol die social media in deze strijd speelt. De discussie rondom politiek en social media laait weer op.

Op Netflix wordt het in de documentaire The Big Hack al duidelijk gemaakt. Advertenties en andere politieke posts op Facebook blijken enorme invloed te hebben op het verloop van verkiezingen. In die docu komt ter sprake dat er allemaal muziekclips op Facebook werden verspreid waarin jongeren werden opgeroepen om juist niet te stemmen. Hierbij werd gekozen voor onderwerpen en muziek die vooral een bepaalde groepering (zwarte jongeren) aanspraken. Inderdaad ging die belangrijke groep niet stemmen, waardoor de andere partij (die de clips verspreidde) de verkiezingen won.

Het gaat dus lang niet altijd om spotjes waarin bijvoorbeeld Trump zegt dat je op Trump moet stemmen, het gaat juist om het verspreiden van misleidende informatie en zelfs nepnieuws dat mensen op het verkeerde been zet. Dat dat een grote rol speelt bij zowel verkiezingen op een klein eiland als van het machtigste land ter wereld, dat wordt duidelijk uit de discussies die dit jaar oplaaien over de rol van social media in het politieke veld.

Doelgroepgericht

Het is bovendien ook direct meetbaar hoe een bepaalde post wordt beoordeeld. Vroeger werd politiek bijvoorbeeld door debatten en speeches op radio en televisie bedreven, maar daarvoor moesten eerst een dag later de kijk- en luistercijfers binnenkomen. En dan nog was het moeilijk te beoordelen wat dan het sentiment bij de kijkers of luisteraars was. Nu zegt een groot gedeelte van de mensen op social media dat ze het waarderen of niet door een reactie te plaatsen, door een ‘like’ te geven of zelfs het bericht te delen.

Politici kunnen hun boodschap en content bovendien veel makkelijker aanpassen. Als een tv-commercial eenmaal is gemaakt, dan kun je niet een uur voor het op tv komt zeggen dat je er toch nog iets aan verandert. Op social media kun je een post een minuut voordat deze live gaat nog aanpassen. Bovendien kun je je boodschap naar een veel specifiekere doelgroep zenden, zoals een bepaalde leeftijdsklasse of locatie. Of juist alleen naar mensen in een bepaalde groep op Facebook.

Facebook gaat erg ver in wat een politicus kan kiezen aan doelgroep: leeftijd, opleiding, gender, relatiestatus en beroep. Maar zelfs de films die je kijkt en deelt op Facebook plaatsen je in een bepaalde groep. Dat gaat erg ver, wat bijvoorbeeld in de Amerikaanse ‘swing states’ een grote rol speelt in de verkiezingsstrijd. Als je weet dat je juist de huisvrouwen van Florida moet aanspreken, dan heeft het geen zin om als voor jongeren te kiezen.

©PXimport

Facebook gaat erg ver in wat een politicus kan kiezen aan doelgroep: leeftijd, opleiding, gender, relatiestatus en beroep. Maar zelfs de films die je kijkt en deelt op Facebook plaatsen je in een bepaalde groep. Dat gaat erg ver, wat bijvoorbeeld in de Amerikaanse ‘swing states’ een grote rol speelt in de verkiezingsstrijd. Als je weet dat je juist de huisvrouwen van Florida moet aanspreken, dan heeft het geen zin om als voor jongeren te kiezen.

Facebook wil het adverteerders zo makkelijk mogelijk maken, want het verdient veel geld aan advertenties. Dat geldt ook voor politieke advertenties. Toen Donald Trump het opnam tegen Hillary Clinton in 2016, werd er 8 miljoen dollar besteed aan alleen Facebook-advertenties. Dat dat volgend jaar alleen maar meer zal worden, wordt al bewezen door de kandidaten die staan te springen om mee te doen. Zij spendeerden tot nu toe al meer dan 63 miljoen dollar aan marketing op Facebook.

Trump’s team ging er recentelijk nog mee de fout in. In een Facebook-advertentie op Facebook werd begin oktober nog gezegd dat Joe Biden een stel Oekraïense hoge piefen een miljard (?!) dollar had betaald om een rechtszaak tegen zijn zoon Hunter te laten vallen.

Dat bleek nepnieuws te zijn. Nepnieuws dat inmiddels al door vier miljoen mensen was bekeken. Toen Biden van Facebook eiste de foutieve informatie offline te halen, zei het sociale platform dat dat niet ging gebeuren. Want: “Facebook gelooft fundamenteel in vrije meningsuiting, respect voor het democratisch proces. In democratieën met een vrije pers wordt er vaak al getornd aan wat politici zeggen”.

Daaraan werd toegevoegd dat wanneer een politicus een advertentie maakt, deze niet naar onafhankelijke factcheckers wordt gestuurd. Op deze reactie volgde een flinke lading kritiek, omdat Facebook de rest van alle posts wel door derden laat controleren op feiten. Facebook wil steeds neutraal blijven en open naar iedereen. Hierdoor meent het dat het niet ook nog moet gaan bepalen welke content er al dan niet door de beugel kan.

Facebook en Twitter: verschillende aanpakken

Dat zou op zich een goede redenatie zijn, ware het niet dat Facebook van algoritmes gebruikmaakt. Deze algoritmes zorgen ervoor dat het ene bericht vaker wordt gepusht dan de andere en dat betekent dat het platform allerbehalve neutraal is. Nu kan Joe Biden Trump alsnog voor de rechter slepen voor het verspreiden van onwaarheden, maar uiteraard is het voor zo’n post dan al veel te laat. Op televisie zouden zulke nepberichten nooit mogen, maar social media vallen overal tussendoor. Zij vallen niet onder diezelfde uitzendingswet.

Facebook-CEO Mark Zuckerberg wordt vaak verweten geen verantwoordelijkheid te nemen voor de verspreiding van nepnieuws. Hij meent dat Facebook een soort dorpsplein is waar mensen zelf over dingen discussiëren. Dat is makkelijk gedacht, want niet alle lagen in de samenleving zijn even bedreven - of even geïnteresseerd - in het uitvoerig bespreken van de inhoud van een post. Bovendien nemen veel mensen alsnog voor waarheid aan wat er op Facebook staat.

©PXimport

Twitter heeft een oplossing voor het probleem en dat is niet om te gaan factchecken, maar om politieke advertenties in zijn geheel te verbieden. Maar ja, wanneer is iets een politieke advertentie? Is een betaalde post waarin de Dierenbescherming zijn volgers oproept om in actie te komen tegen een bepaald plan van de regering al een politieke advertentie, of moet de verzender ervan in de politiek zitten? Twitter lijkt af te stevenen op het verbieden van beide. Dat gaat erg ver. Zelfs milieuorganisaties als Greenpeace mogen niet meer zeggen dat Shell verkeerd bezig is. Een opmerkelijk besluit van Twitter, dat al in meerdere opstanden juist enorm functioneel is gebleken.

Bovendien mag Shell dus straks wel blijven zeggen wat ze doen en dat dat goed is, terwijl milieugroeperingen daar dus niets tegenin mogen brengen in een eigen advertentie op Twitter. Dat was tenminste de gedachte, tot Twitter toch begon te bezwijken onder de druk.

Recentelijk heeft Twitter aangekondigd dat het alleen advertenties die écht over verkiezingen, kandidaten, politieke partijen en andere overduidelijk politieke content zal weren. Advertenties voor algemenere zaken, die bovendien niet komen van politici of politieke partijen, krijgen wel restricties maar geen verbod. Je mag bijvoorbeeld niet een bepaalde specifieke groep benaderen, want het blijft ook in doelgroep algemener. Goed nieuws dus voor milieugroeperingen, al houdt Twitter veel vaagheden over. Wat is immers ‘overduidelijk politieke content’?

Twitter wordt op haar beurt nu aan de schandpaal genageld door rechtse politici, die menen dat het deze verboden heeft ingesteld om vooral hen de mond te snoeren. Bovendien vinden veel mensen, waaronder democraten, dat het gevaarlijk is om halverwege de regels aan te passen. Hierdoor moeten middenin de strijd ineens alle middelen opnieuw worden bekeken. Een contentstrategie zal nu niet meer hetzelfde kunnen zijn als een jaar geleden.

Kan men het wel goed doen?

Hoe je het ook wendt of keert, Twitter is in ieder geval wel bezig om zichzelf niet te belonen voor het verspreiden van valse informatie die mogelijk grote politieke gevolgen kan hebben. Toch blijkt maar uit de reacties dat social media zich in een politiek mijnenveld begeven, waarin elke nieuwe stap dodelijk kan zijn. Er zijn al politici die hebben aangegeven dat het van fakenews barstende Facebook misschien te groot is geworden en beter helemaal kan worden gestopt. Nu zien we dat niet zo snel gebeuren, maar de discussie en emotie rondom vrijheid van meningsuiting en persvrijheid enerzijds en de veiligheid van mensen en uiteraard geld anderzijds laait hoog op. Zo hoog, dat er eigenlijk geen enkele manier is voor social media om het goed te doen.

▼ Volgende artikel
Microsoft Gaming-baas Phil Spencer en Xbox-president Sarah Bond vertrekken
Huis

Microsoft Gaming-baas Phil Spencer en Xbox-president Sarah Bond vertrekken

Microsoft Gaming-ceo Phil Spencer en Xbox-directeur Sarah Bond vertrekken bij het Amerikaanse bedrijf.

Dat hebben verschillende media vernomen, en Spencer zelf heeft het inmiddels ook bevestigd via social media. Daarbij publiceerde IGN ook interne e-mails van Microsoft's ceo Satya Nadella, de te vertrekken Spencer en de nieuwe Microsoft Gaming-ceo Asha Sharma en Matt Booty.

Naar verwachting vertrekt Spencer, die bijna veertig jaar bij Microsoft werkzaam was, aanstaande maandag. Xbox-president Sarah Bond - waarvan voorheen werd gedacht dat ze Spencer uiteindelijk zou vervangen - gaat ook weg. Asha Sharma is op dit moment nog de president van Microsofts CoreAI en gaat dus Microsoft Gaming bestieren. Matt Booty, het hoofd van Xbox Game Studios, wordt gepromoot naar chief content officer en zal nauw samenwerken met Sharma.

"Afgelopen najaar deelde ik met Satya dat ik nadacht over mijn vertrek en het beginnen aan het volgende hoofdstuk van mijn leven", zo stelt Spencer in zijn e-mail. "Vanaf dat moment gingen we aan de slag met onze aanpak, met het oog op het behoud van stabiliteit en het versterken van de fundering die we hebben gebouwd. Xbox is altijd meer dan een bedrijf geweest. Het is een levendige gemeenschap bestaande uit spelers, makers en teams die erg veel geven om wat we bouwen en hoe we dat doen. Het verdient een goed doordacht plan voor de toekomst."

"Ik wil Phil bedanken voor zijn uitzonderlijke leiderschap en samenwerking", aldus Nadella in zijn e-mail naar werknemers. "In meer dan 38 jaar bij Microsoft, waaronder 12 jaar aan het hoofd van de gamedivisie, heeft Phil geholpen met het transformeren van wat we doen en hoe we dat doen."

View post on X

De nieuwe Microsoft Gaming-ceo aan het woord

Sharma, de nieuwe ceo van Microsoft Gaming, meldt in haar e-mail: "Mijn eerste taak is simpel: begrijpen hoe dit werkt en het vervolgens beschermen. Dat begint bij drie verplichtingen. Ten eerste geweldige games - daar begint alles mee. We moeten geweldige games hebben die door onze spelers geliefd worden." Vervolgens vertelt Sharma over het belang van onvergetelijke personages, de macht geven aan ontwikkelstudio's en iconische franchises.

"Ten tweede: de terugkeer van Xbox. We verbinden ons opnieuw aan onze trouwe Xbox-fans en -spelers, die de afgelopen 25 jaar in ons hebben geïnvesteerd, en de ontwikkelaars waar we de uitgebreide universa en ervaringen die onze spelers wereldwijd omarmen mee hebben gebouwd. We zullen onze afkomst eren met een vernieuwde inzet voor Xbox, te beginnen bij de console, die heeft gevormd wie we zijn." Sharma benadrukt daarbij dat games tegenwoordig op meerdere apparaten te vinden zijn, en spreekt uit dat Microsoft zich niet wil limiteren aan één apparaat. "Terwijl we uitbreiden op pc, mobiel en cloud, moet Xbox naadloos, onmiddellijk en waardig voor de gemeenschappen die we serveren voelen."

Het derde punt van Sharma is "de toekomst van spelen. We nemen de heruitvinding van spelen waar. Daarom zullen we investeren in nieuwe zakenmodellen en nieuwe manieren om te spelen door gebruik te maken van wat we al hebben: iconische teams, personages en werelden waar mensen van houden. Maar we zullen die werelden niet behandelen als statische IP om uit te melken en geld uit te onttrekken. We bouwen een gedeeld platform en gereedschappen die ontwikkelaars en spelers de macht geven om hun eigen verhalen te creëren en delen."

Over Spencer en de staat van Xbox

Phil Spencer werd in 2014 hoofd van Xbox, toen hij de opdracht had Xbox One van een gebrekkige release het jaar ervoor te redden. Tijdens die consolegeneratie werd onder andere het populaire Xbox Game Pass gelanceerd. Dankzij onder andere die service en zijn veelvuldige interviews werd hij al snel populair onder gamers.

Na de Xbox Series X en S-release in 2020 begon de mening over Spencer om te slaan, vooral gevoed door de veranderingen rondom Xbox als merk. Sinds enkele jaren komen de spellen van Xbox-ontwikkelaar zelfs vaak ook op andere platforms uit - bijvoorbeeld op PlayStation 5 en Nintendo Switch. Tegelijkertijd loopt de verkoop van de huidige Xbox Series X en S-consoles flink terug. Spencer zelf verscheen de afgelopen jaren steeds minder vaak in interviews, en ook de vele ontslagrondes en studiosluitingen binnen de Xbox-divisie zorgden voor reputatieschade.

Tegelijkertijd werden onder Spencers leiding grote aankopen als Bethesda en Activision Blizzard gedaan, bekend van gamefranchises als The Elder Scrolls, Fallout en Call of Duty.

Microsoft heeft eerder laten weten aan een nieuwe console te werken, die de grenzen tussen consoles en pc moet vervagen. Voor zover bekend wordt dit een apparaat die in feite pc-games af gaat spelen, alsmede Xbox-games, en waarop verschillende digitale pc-winkels bereikbaar zullen zijn - en dus niet alleen die van Microsoft zelf.

Het vertrek van twee belangrijke kopstukken binnen Microsofts gamedivisie is opvallend, zeker in combinatie met het feit dat de gametak van het bedrijf schijnbaar in een transitieperiode zit. Ook het feit dat de nieuwe ceo van Microsoft Gaming van CoreAI afkomt, houdt de gemoederen onder gamers bezig. Microsoft zet groots in op kunstmatige intelligentie, maar onder gamers heerst vooral onvrede over de invloed die AI tegenwoordig heeft op hun hobby. Sharma benadrukte in haar interne e-mail echter dat Xbox zich niet gaat richten op "zielloze AI-slop".

▼ Volgende artikel
Het geheugen van je computer: dit is het verschil tussen DDR4 en DDR5
© Ayo man | Law of God
Huis

Het geheugen van je computer: dit is het verschil tussen DDR4 en DDR5

Toen je je laptop kocht, keek je waarschijnlijk vooral naar de processor, de grafische chip en hoeveel GB werkgeheugen erin zit. Of dat werkgeheugen DDR4 of DDR5 is, is voor de meeste mensen geen doorslaggevende factor. Toch is het wel handig om te weten wat de verschillen zijn tussen DDR4, dat je vooral in oudere laptops tegenkomt, en DDR5, dat bij nieuwe modellen meestal de standaard is. DDR5 kan per seconde meer data verwerken dan DDR4. Wat dat verschil betekent en wanneer extra gigabytes meer opleveren dan de stap naar DDR5, lees je in dit artikel.

In dit artikel

je leest wat DDR4 en DDR5 precies van elkaar onderscheidt, wanneer je dat verschil in snelheid en energieverbruik echt merkt en waarom het voordeel van DDR5 ten opzichte van DDR4 bij gamen vaak beperkt blijft. Ook leggen we uit waarom DDR4 niet automatisch meer de goedkope keuze is, waarom je DDR4 en DDR5 niet kunt uitwisselen en wat dat betekent voor upgraden bij laptops en desktops. Tot slot lees je hoe je op Windows en Mac snel checkt of je meer RAM nodig hebt.

Lees ook: RAM(p)-scenario: waarom tech in 2026 duurder wordt

De techniek achter DDR4 en DDR5

Het grootste verschil tussen DDR4 en DDR5 zit in de datasnelheid en bandbreedte. Zie het als een digitale weg: DDR4 is een prima route waar het verkeer netjes doorrijdt, DDR5 is een bredere snelweg waar per seconde meer data overheen kan. Daardoor hoeft de processor bij zware taken waarbij veel data heen en weer gaat (denk bijvoorbeeld aan videobewerking) minder vaak te wachten op nieuwe informatie. Let wel: die extra 'rijstroken' leveren pas winst op als je processor, grafische chip en software er ook echt gebruik van maken. Bij lichte taken, zoals browsen en tekstverwerken, is werkgeheugenbandbreedte zelden de bottleneck. Gaat dat langzaam, dan heeft dat eerder te maken met de processor, opslag, of de browser.

DDR5 kan ook helpen met het energieverbruik, omdat het op een lagere spanning werkt: 1,1 volt in plaats van 1,2 volt bij DDR4. In een laptop kan dat iets schelen, al hangt het effect af van wat je doet en hoe de rest van het systeem is opgebouwd. Daarnaast zit bij DDR5 een deel van de stroomregeling op de geheugenmodule zelf. Dat kan de stroomvoorziening stabieler maken, maar het maakt de module ook wat complexer om te produceren.

Wat biedt DDR5 in de praktijk?

DDR5 komt vooral tot zijn recht bij taken die veel werkgeheugenbandbreedte vragen, zoals 8K videobewerking of complexe simulaties. Daarbij blijft de processor (en soms de GPU) meestal de doorslaggevende factor: die bepaalt of je systeem zo'n klus überhaupt vlot aankan. DDR5 kan helpen om wachttijd te verminderen, maar het maakt een trage CPU niet ineens snel. Een ander voordeel is dat je per module hoge capaciteiten kunt halen. Voor zware desktop-werkstations zijn systemen met 256 GB aan werkgeheugen inmiddels realiteit. Bij laptops ligt die grens doorgaans lager, vaak rond de 128 GB, omdat ze meestal minder geheugenslots hebben. Bovendien is het werkgeheugen bij veel modellen vastgesoldeerd, waardoor je later niet kunt uitbreiden.

©Batorskaya Larisa

DDR5 voor gamers: nodig of niet?

Voor gamers blijft het voordeel van DDR5 vaak beperkt. In veel games gaat het om een klein verschil, en op 1440p of 4K zie je dat meestal nog minder terug omdat je dan eerder tegen de grens van de videokaart aanloopt dan tegen die van het werkgeheugen. Ook hier geldt: de keuze voor CPU en vooral GPU bepaalt je gameprestaties veel sterker dan de stap van DDR4 naar DDR5. Dat verschil tussen DDR4 en DDR5 is onderzocht in een vergelijkingstest van de gezaghebbende site Tom's Hardware. Daarbij ging het bijvoorbeeld om 3% verschil in gameprestaties in Assassin's Creed Valhalla, 2% in Far Cry 6, Tom Clancy's Ghost Recon Breakpoint, Watch Dogs: Legion en Borderlands 3, en 1% in Shadow of the Tomb Raider en Wolfenstein: Youngblood.

©Crystal Dynamics

Het verschil tussen RAM en opslag

Veel mensen halen werkgeheugen (RAM) en opslaggeheugen (SSD of HDD) door elkaar, terwijl ze iets heel anders doen: RAM is het korte-termijngeheugen waarin de gegevens staan van programma's die je nú gebruikt, waardoor je met meer RAM makkelijker en sneller tussen meerdere apps schakelt, maar zodra je de computer uitzet is dit geheugen weer leeg. Opslaggeheugen is juist het lange-termijngeheugen waarop je foto's, documenten en andere bestanden blijven staan, ook als er geen stroom is.

Is een laptop met DDR4 nog goed genoeg?

Ja, voor de meeste Nederlanders is een laptop met DDR4 nog steeds goed genoeg. Gebruik je hem vooral voor internetten, Netflix kijken, Microsoft Office en af en toe een simpele fotobewerking, dan merk je in de praktijk nauwelijks verschil tussen DDR4 en DDR5. Bij laptops is DDR4 of DDR5 bovendien vaak geen losse keuze: het hangt samen met de generatie processor die in het model zit.

DDR5 kan wel voordeel geven bij zwaardere taken waarbij de computer grote hoeveelheden data tegelijk moet verwerken, maar dat wordt pas echt interessant als je met zware programma's werkt, of als je games zo soepel mogelijk wilt laten lopen - ervan uitgaande dat je CPU en GPU die werklast ook aankunnen. Denk aan situaties waarin je merkt dat je laptop moeite heeft om alles bij te houden, ook al staat de beeldkwaliteit niet eens extreem hoog. In veel situaties blijft het verschil klein. Belangrijker is vaak de hoeveelheid werkgeheugen: 16 GB voelt meestal merkbaar fijner dan 8 GB, ongeacht of het DDR4 of DDR5 is.

DDR4 is niet meer vanzelfsprekend goedkoop

Lange tijd was DDR4 de slimme, goedkope keuze als je vooral op de prijs lette: het verschil met DDR5 was groot. Door de huidige tekorten klopt dat beeld minder. DDR4-geheugen is flink duurder geworden; in sommige gevallen is de prijs zelfs meer dan verdubbeld. DDR5 is ook duurder geworden, maar omdat de productie van DDR4 wordt afgebouwd, kan DDR4 relatief harder in prijs oplopen. Daardoor ligt DDR4 in veel gevallen dichter tegen DDR5 aan dan je zou verwachten. Wie nu een nieuw systeem koopt, is met DDR4 vaak nog steeds het minst kwijt, alleen is 'goedkoop' bij werkgeheugen momenteel een rekbaar begrip.

©ronstik

Upgraden: wat wel en niet kan

DDR4 en DDR5 zijn nooit onderling uitwisselbaar, ook niet in een desktop. De inkeping zit op een andere plek en het platform moet het juiste type werkgeheugen ondersteunen. Je kunt dus geen DDR5 plaatsen in een systeem dat voor DDR4 is gemaakt, en andersom ook niet.

Bij laptops betekent dit meestal dat als je wilt overstappen op DDR5 je een nieuwe laptop zult moeten kopen. Veel laptops hebben namelijk geen uitbreidbaar werkgeheugen meer: de geheugenchips zitten voor ruimte- en kostenbesparing op het moederbord gesoldeerd, en bij sommige ontwerpen zelfs in hetzelfde pakket als de processor. Dan kun je later niets meer bijprikken. Dat is ook precies waarom DDR4 vs DDR5 bij laptops zelden de hoofdvraag is: je kiest een model, en daar hoort dit type geheugen bij.

Bij een desktop heb je vaak meer speelruimte, maar ook daar is het geen kwestie van alleen de geheugenmodules wisselen. Wil je van DDR4 naar DDR5, dan heb je een moederbord nodig dat DDR5 ondersteunt, en vaak ook een processor die bij dat moederbord past. Heb je vooral te weinig werkgeheugen (bijvoorbeeld 8 of 16 GB) en merk je dat je pc daardoor traag wordt, dan is extra DDR4 bijplaatsen meestal de goedkoopste verbetering. Pas als je toch al toe bent aan een grotere upgrade van je pc, wordt de stap naar DDR5 logisch.

Wanneer moet je echt upgraden?

Echt upgraden is pas zinvol als je merkt dat je huidige machine niet meer probleemloos werkt bij zware klussen zoals grote fotobestanden bewerken, video's monteren of veel dingen tegelijk doen. Heb je nu een laptop met 16 GB of 32 GB DDR4 die nog vlot werkt? Blijf die dan vooral gebruiken zolang de prijzen zo hoog liggen. Twijfel je, kijk dan eerst wat de oorzaak van de mindere prestaties is: zit je werkgeheugen tegen zijn limiet, of zijn het vooral je processor of GPU die de klus niet bijbenen?

Zo controleer je of je extra RAM nodig hebt

Voordat je besluit om een flinke investering te doen in een nieuw systeem of extra geheugen, is het slim om te kijken hoe je huidige computer presteert onder druk. Je kunt dit eenvoudig zelf testen op zowel Windows als Mac.

Windows

Open eerst de programma's die je normaal gesproken tegelijk gebruikt, zoals je browser met veel tabbladen, Word en een videocall. Druk daarna op Ctrl + Shift + Esc om Taakbeheer te openen. Ga naar het tabblad Prestaties en klik op Geheugen. Kijk vervolgens naar de grafiek en het percentage dat in gebruik is: blijft dat langere tijd rond de 80 tot 90 procent hangen terwijl je gewoon je dagelijkse werk doet, dan zit je tegen de grens van je werkgeheugen aan. Dat merk je vaak aan kleine haperingen, zoals tabbladen die trager laden of apps die later reageren. Zie je tegelijk dat je pc veel met de schijf bezig is, bijvoorbeeld omdat programma's ineens langzamer worden terwijl je opslaglampje blijft knipperen, dan is de kans groot dat Windows tijdelijk data op de SSD parkeert omdat het werkgeheugen volloopt.

Apple

Open je gebruikelijke programma's en druk daarna op Command + Spatiebalk. Typ Activiteitenweergave en druk op enter. Klik bovenin op het tabblad Geheugen en kijk onderaan naar de grafiek bij Geheugendruk. Is die groen, dan is er niets aan de hand. Wordt de grafiek geel of rood, dan heeft je Mac meer geheugen nodig om alles vlot te blijven draaien. Let ook op Gebruikte swap: als dat oploopt tot meerdere gigabytes, dan is je werkgeheugen in de praktijk te krap.