ID.nl logo
Foto's bewerken zonder software te installeren
© Reshift Digital
Huis

Foto's bewerken zonder software te installeren

Wil je af en toe een foto opleuken of corrigeren zonder dat je daarom dure en ingewikkelde software moet kopen? PicMonkey is haast kinderlijk eenvoudig en werkt volledig in je browser. Je hoeft zelfs geen account aan te maken en de gratis versie volstaat voor de meeste taken.

Surf naar de online fotobewerker www.picmonkey.com en selecteer wat je wilt doen: een foto bewerken (Edit), een portret verbeteren (Touch Up), een nieuw ontwerp maken (Design) of een collage samenstellen (Collage). Afhankelijk van de module die je kiest, krijg je zo dadelijk een andere set gereedschappen ter beschikking. Je kunt straks niet zomaar van de ene module naar de andere schakelen. Het is uiteraard wel mogelijk om een bewerkte foto te bewaren om die daarna te openen in een andere module. Onder iedere keuze verschijnt een nieuwe knop om de foto te laden die je onder handen wilt nemen. PicMonkey kan vijf bronnen aanspreken: de harde schijf van je computer, je Dropbox-opslagruimte, OneDrive, Flickr en Facebook.

©PXimport

In de module Design vertrek je vanaf één deze basisafmetingen of een zelfgekozen afmeting.

Kroontje

De basisversie van deze online fotobewerker is gratis. Bij sommige functies zie je een kroon-icoontje in de linkerbenedenhoek. Dat wil zeggen dat je deze functie in de gratis versie niet kunt gebruiken maar wel in de Royale-versie. Deze 'koninklijke' versie kost 33 dollar per jaar of 4,99 dollar per maand. Je mag de Royale-editie één maand gratis proberen. Je beschikt dan over meer mogelijkheden en je bent meteen de reclamebanners aan de zijkanten kwijt. Om af en toe een foto te optimaliseren hoef je niet te betalen, want met de gratis editie kom je al heel ver.

©PXimport

Autocorrectie

Het concept van PicMonkey is behoorlijk foolproof. Aan de linkerkant zitten de functies en helemaal bovenaan staat de knop Auto adjust. Het is een goed idee om de automatische piloot van het programma te proberen. In 80% van de gevallen worden de belichting en de kleuren beter. Valt het resultaat van de autocorrectie toch tegen, dan kun je met de pijltjes Undo en Redo teruggaan of vooruitgaan in de geschiedenis van de bewerkingen. Rechtsonder in beeld zie je in welke mate de foto op je beeldscherm is verkleind. Je kunt die instelling wijzigen en op die manier in- of uitzoomen.

©PXimport

Kies een aap

In dit artikel laten we de foto-aap vlot kiekjes slikken die we vorige zomer met de spiegelreflexcamera hebben geschoten. Er is een tijd geweest dat online fotobewerkers uitsluitend bedoeld waren voor lage-resolutiefoto's, dat is met PicMonkey niet het geval. Wil je de foto's bijvoorbeeld op Facebook publiceren, dan hoef je die grote afmetingen niet te behouden. Door op het tandwiel te klikken, wijzig je de afmetingen van het plaatje. Hoe kleiner de afmetingen, hoe vlotter deze online tool zal werken. In de Image Settings heb je de keuze uit drie apen. De kleinste, Jack (3 megapixel), werkt het snelst en is geschikt voor standaardafdrukken. Wil je iets groter, tot 7 megapixel, dan kies je Bubbles. Wil je afbeeldingen bewerken tot 16 megapixel dan selecteer je King Kong. Je kunt aanvinken dat het programma je moet waarschuwen wanneer je beter een 'andere aap' kiest omdat het programma anders te langzaam wordt.

Uitsnijden

Je vertrekt bij de basisbewerkingen. In de linkerkolom vind je de zogenaamde Basic Edits. Met de knop Crop wijzig je de compositie door de foto uit te snijden. Over de afbeelding verschijnen hulplijnen om de foto volgens de 'regel van derden' uit te snijden. Meestal wordt de compositie interessanter wanneer je belangrijke elementen van de foto op de snijpunten van deze lijnen positioneert. Bij een portretfoto kun je bijvoorbeeld het gezicht (of bij een close-up één van de ogen) van het model exact op een snijpunt plaatsen. Tijdens het uitsnijden kun je in de opties de proporties vastleggen. Hierdoor zorg je dat de foto zijn oorspronkelijke verhouding blijft behouden, maar je kunt ook kiezen voor een vierkant of de verhoudingen 3x4, 3x5 en 4x5. In dezelfde functie is het mogelijk om de optie Scale te gebruiken, hierdoor verklein je de foto tot de pixelafmetingen die je ingeeft.

©PXimport

Blog

Als je de basisfuncties van PicMonkey eenmaal in de vingers hebt, ben je klaar voor de fijne kneepjes. Je vindt prachtig online lesmateriaal in The PicMonkey Blog. Het gaat om een interessante collectie video- en gewone tutorials voor allerlei creatieve hoogstandjes. Hier leer je hoe je complexe bewerkingen uitvoert met dit eenvoudige programma.

Roteren

Met de functie Rotate laat je je foto draaien. Wanneer je bijvoorbeeld een foto liggend hebt genomen die je eigenlijk staand wilt hebben, kun je dat met deze tool aanpassen. Bovendien zijn er in deze functie twee knoppen om de afbeelding horizontaal of verticaal te spiegelen.

Een vaak voorkomende fout bij foto's die je snel uit het vuistje hebt genomen, is dat de horizon niet recht is. Daartoe dient de schuifbalk Straighten. Wanneer je dit schuifje beweegt, verschijnt een raster waarop je de horizon haarfijn kunt uitlijnen.

©PXimport

Belichting en kleur

Wanneer de lichtomstandigheden niet ideaal zijn, krijg je soms fletse kleuren of kleurzweem. Begin met Exposure en probeer eerst de knop Auto adjust om de correctie op basis van automatische analyse aan te pakken. Daarna kun je met schuifjes de helderheid, het contrast, de schaduwen en de hooglichten corrigeren. Met schaduwen bedoelen we de donkerste tinten en hooglichten betekent het tegenovergestelde. Onmiddellijk verschijnt het resultaat in voorvertoning op de foto. Bij Colors laat je weer eerst de automatische piloot het proberen. Hier beschik je ook nog over een Neutral picker. In deze foto zat een rode zweem over de foto. Selecteer Neutral picker en klik op een tint in de foto die neutraal grijs of wit moet worden. Op die basis worden automatisch alle andere kleuren gecorrigeerd.

©PXimport

Scherpte

Wanneer een afbeelding verkleind op je beeldscherm te zien is, kun je de scherpte onmogelijk beoordelen. Het komt regelmatig voor dat je dan denkt dat de foto scherp is, maar op de afdruk valt dit dik tegen. De enige manier om scherpte juist te beoordelen is wanneer 1 pixel van de foto overeenstemt met 1 pixel van het computerscherm. Dit noemen we de 100%-weergave. Klik op het pijltje onderaan rechts en zoom in tot 100%. Daarna kun je met de functie Unsharp mask of met de schuifregelaar de scherpte een beetje opdrijven. Doe dit niet te veel, dit geeft een lelijk effect, plus: een echt onscherpe foto kun je hiermee niet scherp maken.

©PXimport

Effecten

Het toverstafje in de linkerkolom is de knop naar de effecten. Er zijn effecten bij waarvoor je vroeger behoorlijk wat kennis van beeldbewerking moest hebben. Nu pas je ze met één klik toe: Orton, Cross Process, Sepia, Zwart-wit enzovoort. Telkens kun je de intensiteit van het effect traploos regelen. Bovendien beschik je over een penseel om het effect plaatselijk toe te passen, of om net het tegenovergestelde te doen: te markeren waar het effect niet mag verschijnen. Wanneer je het effect bevestigt, kun je er probleemloos een ander effect overheen plaatsen.

©PXimport

Structuur en kaders

PicMonkey komt met een ruime bibliotheek aan structuren, zogenaamde textures. Je zult ze niet zo vaak gebruiken omdat het resultaat snel kitscherig oogt. Wil je toch een bepaalde sfeer meegeven, kies dan een textuur en wijzig de Blend Mode. Dat is de overvloeimodus. Hiermee bepaal je in hoeverre de textuur inwerkt op de foto. De overvloeimodus Multiply zal de foto donkerder maken, terwijl dezelfde textuur in modus Screen (Bleken) de foto lichter maakt. Wie er behoefte aan heeft, kan de foto afwerken met een sierlijst, al is de keuze aan lijsten wel erg beperkt.

©PXimport

Cosmetica

In de linkerbalk vind je een knop in de vorm van een lippenstift. Via deze knop kom je bij de verschillende functies om portretten te verbeteren. Hier zit bijvoorbeeld de tool om rode oogjes te verwijderen, om tanden witter te maken, om glans op de huid aan te pakken en om oogschaduw en blush aan te brengen. Nu noemen we de gratis functies, want in deze groep zijn veel tools voorzien van het fameuze 'kroontje', waarvoor je dus moet betalen. Er is ook een tool om iemand slanker te maken, maar dit is boerenbedrog. De foto wordt gewoon een beetje smaller.

©PXimport

Collage

Het is mogelijk een combinatie van foto's te maken in een soort collage. Hiervoor kies je helemaal in het begin van de module voor Collage. Daarna selecteer je met de Ctrl-toets ingedrukt (OS X: Cmd-toets) alle foto's die je wilt gebruiken. We raden aan om geen erg grote bestanden te nemen wanneer je een samenstelling van vijf of meer bestanden wilt maken. Wil je een collage met veel foto's, dan moet je de afmetingen van deze foto's vooraf even verkleinen zodat het programma het aankan. De afbeeldingen verschijnen in miniatuur in de linkerbalk. Daarna kies je de knop Lay-outs om een indeling te selecteren voor de collage. Keer terug met de knop Images en sleep de foto's in de juiste vakken. Wanneer je met de muisaanwijzer over een afbeelding in de collage gaat, verschijnt de knop Edit om deze foto nog aan te passen. Met de knop Background kun je de achtergrondkleur en de vorm van de fotovakken aanpassen.

©PXimport

Delen

Je kunt rechtstreeks vanuit het programma foto's delen via e-mail of op social-mediasites. Gebruik daartoe de knop Share. Vervolgens kom je bij knoppen naar Facebook, Twitter, Pinterest, Flickr, Tumblr, We Heart It en e-mail.

©PXimport

Opslaan

Om het resultaat op te slaan, klik je bovenaan op Save, waarna je een nieuw venster krijgt. Hier kun je het bestand een naam geven en heb je de keuze tussen jpg- en png-formaat. Selecteer ook de uitvoerkwaliteit: Roger, Pierce of Sean. Wie je ook kiest, je zult merken dat de afmetingen van de foto onveranderd blijven, alleen de bestandsgrootte wijzigt. Dezelfde jpg-foto in Roger-kwaliteit is 424 KB, in Pierce-kwaliteit 618 KB en Sean levert een bestand op van 2,4 MB. Het verschil zit hem in de compressie. Hoe hoger de compressie (Roger), hoe kleiner het bestand, maar hoe meer onzuiverheden. Hoe kleiner de compressie (Sean) hoe zuiverder het resultaat. Je kunt eventueel de dimensies van de foto in dit venster nog wijzigen. Ben je tevreden, dan klik je op de knop Save to my computer zodat het bewerkte bestand wordt gedownload.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard
Huis

Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard

Het Zuid-Koreaanse zou een shooter gebaseerd op Starcraft in ontwikkeling hebben voor IP-eigenaar Blizzard.

Dat claimt The Korean Economic Daily. Een team binnen Nexon dat gespecialiseerd is in shooters zou zich op dit moment volledig richten op de nog onaangekondigde game. De ontwikkeling zou nog niet lang geleden zijn gestart, en dus zou de shooter nog lang op zich laten wachten.

Verdere details zijn er nog niet, behalve dat Choi Jun-ho ook bij het project betrokken zou zijn. Hij maakte eerder de populaire Shinppu-mapmod voor Starcraft.

Starcraft

Er gaan al langer geruchten over een shooter gebaseerd op Starcraft. Vorig jaar meldde Bloomberg-journalist Jason Schreier al in zijn boek 'Play Nice: The Rise, Fall and Future of Blizzard Entertainment' dat Blizzard aan een shooter zou werken. Volgens Schreier is de shooter van Nexon echter niet gerelateerd aan de shooter van Blizzard - het zouden om twee afzonderlijke projecten gaan.

De Starcraft-reeks bestaat uit real-time strategygames. De eerste verscheen in 1998, en een vervolg kwam in 2010 uit. Blizzard heeft al vaker geprobeerd shooters gebaseerd op de Starcraft-franchise te maken, maar die werden vooralsnog altijd geannuleerd.

Mogelijke onthulling op Blizzcon

Voor het eerst in enkele jaren organiseert Blizzard op 12 en 13 december de Amerikaanse beurs Blizzcon, waar alles rondom de uitgever wordt gevierd. Het is mogelijk dat één van de hierboven genoemde shooters daar wordt onthuld.

▼ Volgende artikel
Review: Mario Tennis Fever is een leuke set
Huis

Review: Mario Tennis Fever is een leuke set

Je vraagt je bij elke Mario-sportgame toch weer af: bereikt het de highs van die oeroude Game Boy-games van Camelot, zoals Mario Tennis en Mario Golf)? Het antwoord is, wat mij betreft, steevast  ‘nee’. Maar tussen ‘perfect’ en ‘niet perfect’ zit nog altijd een breed spectrum aan kwaliteit. En Fever? Die nestelt zich moeiteloos aan de betere kant van dat spectrum.

De drie toernooien die deze game rijk is, daar ben je een uurtje zoet mee. Waarschijnlijk zonder een set te verliezen. De Adventure Mode? Een paar uurtjes meer dan dat, en hoewel ook die nergens uitdagend wordt vertelt het wel een vermakelijk verhaal over Mario en Luigi die als baby’s hun tennis-skills moeten oppoetsen vanwege… bijzondere redenen.

Er zijn ook drie Challenge Towers met allerlei unieke uitdagingen die eventjes vermaken. In mix-up vinden we tennis, maar dan met regels en omstandigheden die alleen het Mushroom Kingdom kan bieden, en dat was het wel zo’n beetje. Wie Mario Tennis Fever alleen speelt is een weekend zoet en heeft zich prima vermaakt. Maar sportgames zijn er, natuurlijk, om je competitieve aard los te laten op vrienden, familie, kroost of online uitdagers.

Leuk

Daarom wil ik het ook niet al te uitgebreid over die singleplayermodi hebben. Ja, Nintendo heeft z’n best gedaan. Ja, er is weinig aan te merken op de minigames en kleine tussenscènes die de Tennis Academy te bieden heeft en de ontwikkelaars verdienen het dat het hier even aangestipt wordt. Nooit sla je stijl achterover van briljante ideeën of concepten, en er wordt geen druppeltje zweet gemorst van de spanning. Maar ‘leuk’ is eigenlijk een perfect, allesomvattend begrip om deze kant van de game te omschrijven.

De echte graadmeter echter, is de kern van de gameplay. Hoe speelt het? Hoe diep gaat het? Hoeveel personages, gekke rackets en super-power-mega-skillmoves zijn er in dit pakketje gepropt en hoe verhouden die zich tot elkaar? Na mening middag ballen overslaan of in dubbelspel terugslaan met mijn zoontje van 9, zijn we eruit: Mario Tennis Fever heeft ontzettend lekkere gameplay.

Content is king

Content is in de eerste instantie de name of the game. Er zitten bijna veertig personages in de game, meer dan een dozijn verschillende banen en de hoofdattractie is de aanwezigheid van tientallen Fever-rackets, die elk hun eigen unieke skill met zich meebrengen. De bananentros die Donkey Kong een ‘racket’ noemt strooit bananen over de baan, met het vulkaanracket plopt er een (je raadt het nooit) vulkaan op uit de baan en het Thwomb-racket zorgt ervoor dat het iconische stenen blok uit de Mario-serie plots uit de lucht valt – hopelijk op een tegenstander. Een zogeheten Fever-shot is verder ook geen hogere wiskunde. Om de zoveel tijd is je metertje vol en ram je dat ding over de baan heen.

Extra fijn is dat het gros van dit alles vrij te spelen is waar je maar wil. Laat je de singleplayermodi links liggen en speel je gewoon wat potjes tegen elkaar? Geen probleem, om de zoveel potten krijg je een nieuw racket, personage, of kleurtjes voor je favoriete tennissers.  

Watch on YouTube

Plak er een voldoende op

Enfin, tot zover de uitleg en alles wat hier te vinden is. Leuk spelletje, plak er een voldoende op en klaar, toch? Nou nee, want hoewel alles hierboven zijn eigen rol speelt, zijn het de diepere lagen daaronder die Mario Tennis  Fever tot grotere hoogten dan ‘plak er even een voldoende op’ stuwen. Al die personages? Die beschikken over hun eigen stats en eigenaardigheden. Wario laadt z’n powershots razendsnel op, Bowser Jr. legt veel meer precisie in z’n topspincurve dan anderen en Shy Guy slaat zijn topspins zonder gehinderd te worden door zijn positie op de baan.

En die banen? Die hebben elk hun eigen ondergrond, waar ballen anders op stuiteren en doorschieten, terwijl spelers zelf ook sneller of minder snel zijn, gebaseerd op het gras of het hardcourt waar ze op spelen. Die Fever-rackets? Oprecht allemaal een andere smaak. Ook daar merk dat extra stukje diepgang waar een wat luiere Mario-sportgame niet aan zou denken: wanneer je een Fever-shot terugslaat vóórdat op jouw zijde van het net landt, kun je met een stuit op de helft van de tegenstander zomaar eens het bijbehorende effect teruggeven. Prettig vervelend als je denkt die koter een modderplas op zijn helft te bezorgen, om ‘m vervolgens zelf om je oren te krijgen als hij de bal vakkundig over je heen lobt en ‘ie alsnog op jouw achterveld terecht komt. Een (modder)koekje van eigen deeg noemen ze dat geloof ik.

Mario Tennis Fever

Slide
Slide
Slide
Slide

Geen Lego, wel Duplo

Al die extra aandachtspuntjes en omstandigheden zijn ook nog eens gebouwd op een fundering van onkreukbare basisgameplay. Topspins, slices, curveballen, lobs en powershots: alles wat je van een tennisgame mag verwachten zit erin. De grote maar is alleen: het gebeurt allemaal zonder de nuance van een échte topgame. Vergelijk het een beetje met Lego en Duplo. Zelfde principe, zelfde soort blokken, maar iets vets bouwen met Lego hit net even anders dan iets vets bouwen met die grote Duplo-blokken. Zo verhoudt deze game zich ook tot de toppers uit het tennisgenre, zoals Virtua Tennis en Topspin. Is veelgevraagd, ik weet het, maar het is wel het verschil tussen goed of geweldig. En Mario Tennis Fever eindigt in het eerste kamp.

Is mijn zoontje naar school, dan heb ik namelijk geen enkele reden om Mario Tennis Fever verder te spelen. Zoals gezegd is al die singleplayercontent niet meer dan ‘even leuk’. En computergestuurde tegenstanders geven zelfs op het hoogste niveau nooit écht tegengas. Bovendien zijn de personages net te groot voor deze banen om het volgende niveau van verfijning te bereiken. Top, zo’n lob. Maar vanwege de dus relatief kleine banen blijft het geen zekerheidje dat je iemand ermee verschalkt die tegen het net aan staat. Aanzienlijke kans dat ie gewoon op tijd de achterlijn haalt, als ie ook maar een klein beetje inzicht heeft. Het zorgt ervoor dat Mario Tennis Fever een absoluut geslaagde game is, met heerlijke multiplayer. Maar wie de eindeloze diepgang en speeluren van, bijvoorbeeld, een Mario Kart World hier zoekt, staat sneller dan gewenst buitenspel. Oh wacht, verkeerd sport…

Mario Tennis Fever is vanaf 11 februari beschikbaar voor Nintendo Switch 2.

Goed
Conclusie

Mario Tennis Fever barst van de content. De vele personages, banen en rackets geven unieke, diepere lagen aan de gameplay en multiplayerpotjes gaan met grote glimlach en een berg vertier gespeeld worden. Jammer voor de wat volwassenere spelers dat die volgende laag diepgang nét niet geraakt wordt. Daarvoor is het singleplayeraanbod niet genoeg, de tegenstanders niet uitdagend genoeg en ontbreekt er hier en daar net wat finesse. Maar ga zo door, Nintendo. Mario Tennis Fever zit namelijk wél in de richting van die tijdloze Camelot-klassiekers waar we zo naar hunkeren.

Plus- en minpunten
  • Flinke hoeveelheid content en modi
  • Sterke basisgameplay
  • Uiteenlopende Fever-rackets
  • Nog altijd sterke multiplayer
  • Daagt je nooit écht uit
  • Diepgang niet eindeloos