ID.nl logo
De beste wifi-dekking haal je met deze mesh-systemen
© Reshift Digital
Huis

De beste wifi-dekking haal je met deze mesh-systemen

We testen vijf zelfregelende wifi-netwerkapparaten voor thuiswerkers en kleine kantoren, drie met een maasvormige of ‘mesh’-configuratie, één met een stervormige opstelling en één met een powerline-’backhaul’. Wat zijn de beste wifi-systemen?

Wifi-systemen die zichzelf automatisch configureren zijn er al enige tijd ook voor de gewone consument. In vergelijking met een klassieke centrale router zijn ze wel duurder. Maar dit soort oplossingen bieden wel een betere en vooral eenvoudiger te configureren wifi-dekking.

Deze technologie komt overgewaaid uit de enterprisemarkt, waar prijzige producten zoals die van Aerohive, Ruckus en Ubiquity een grote massa zichzelf configurerende draadloze toegangspunten centraal beheren.

Zzp’ers, thuiswerkers en kleinere bedrijven kunnen die enterpriseproducten uiteraard ook inzetten, maar dat blijft een dure aangelegenheid, ook al omdat ze niet eenvoudig (goed) zelf te configureren zijn. Vaak moet er een specialist aan te pas komen. Gelukkig zijn er sinds kort ook meer betaalbare zelfregelende wifi-systemen verkrijgbaar voor professioneel gebruik. Die combineren gebruiksvriendelijkheid met hoge prestaties en bieden soms wat meer configuratiemogelijkheden dan de pure thuisproducten, vooral op beveiligingsgebied.

De onderlinge communicatie tussen de modules verloopt bij alle geteste oplossingen via een zogenoemde backhaul via naar keuze wifi, ethernet of powerline (stroomnet). Bij twee systemen is er een apart wifi-kanaal dat alleen dient voor de mesh-communicatie (Linksys en Netgear). Het goedkopere systeem van TP-Link deelt één wifi-radio voor de mesh-verbinding en de verbindingen met draadloze clients. Later dit jaar lanceert TP-Link overigens een verder identieke oplossing met een powerline-backhaul; dat zou in theorie sneller moeten werken.

Het geteste systeem van D-Link gebruikt al powerline voor de communicatie tussen de modules. AVM is een bijzonder geval, want het werkt met bestaande wifi-repeaters en powerline-stekkers die met behulp van nieuwe firmware mesh-compatibel zijn gemaakt. Het hangt dan van de gekozen module(s) af hoe de communicatie in het mesh-netwerk verloopt: over een apart of gedeeld wifi-kanaal of over een apart powerline-kanaal.

Bij alle systemen kun je ten slotte ethernet gebruiken voor de mesh-communicatie, maar dan moet je een netwerkkabel tussen de betrokken module(s) leggen. Wij hebben dit verder niet getest, maar als je toch netwerkkabels in huis hebt liggen, dan kan dit de prestaties verbeteren in vergelijking met een wifi- of powerline-backhaul.

©PXimport

AVM FRITZ!Box 7590 Mesh

©PXimport

De FRITZ!Box 7590 is het nieuwe topmodel van de Duitse fabrikant AVM. Dit apparaat enkel een xdsl-modemrouter doet het product te kort, want het functioneert tegelijk als (internet)telefonieserver, dect-basisstation, mediaserver, hub voor huisautomatisering (volgens de dect-ule- en/of han-fun-standaarden) en voorziet in een mesh-wifi-netwerk. Puur als router bekeken zijn de prestaties goed. Maar via een simpele firmware-update kun je deze router ook als centrale node of module in een maasvormig wifi-netwerk inzetten.

De Duitse versie van de FRITZ!Box 7590 (en de eerder gelanceerde 7490) had al firmware met wifi mesh-functies. Bij de door ons geteste internationale versie was de mesh-firmware op het moment van schrijven alleen in een zogenaamde ‘Fritz Lab’-versie beschikbaar, oftewel een bètaversie. Regelmatig worden nieuwe functies toegevoegd, bijvoorbeeld de mogelijkheid om de router zelf als mesh-repeater in plaats van mesh-master te gebruiken. Voor het eerst is de AVM-firmware ook in het Nederlands beschikbaar. AVM belooft de internationale mesh-firmware ‘ergens in het najaar van 2018’ te zullen uitrollen. Duimen maar, want dat was oorspronkelijk aangekondigd voor afgelopen voorjaar.

Met de mesh-firmware werken de telefonie-, nas-, mediaserver- en huisautomatiseringsfuncties zoals voorheen. De belangrijkste nieuwigheid is dat mesh voortaan de standaard manier van communiceren is tussen de draadloze modules. In de praktijk worden recente wifi-repeaters en powerline-stekkers van AVM naadloos en automatisch opgenomen in hetzelfde, centraal via de router beheerde netwerk. Indien nodig wordt de firmware van alle gevonden powerline-stekkers automatisch vernieuwd.

Wij probeerden een en ander uit met de AVM FRITZ!WLAN Repeater 1750E en AVM FRITZ!Powerline 1000E. De firmware van de eerste werd automatisch vernieuwd; de powerline had blijkbaar al de juiste firmware. Binnen enkele minuten was het nieuwe mesh-wifi-netwerk actief. Toekomstige updates van de firmware gebeuren voortaan centraal. Nieuwe stekkers aan het mesh-netwerk toevoegen vergt één druk op de wps- of powerline-security-knop, waarna alle instellingen hetzelfde zijn als in de rest van het netwerk.

Mesh vereenvoudigt vooral het beheer van en het bereik in een groter wifi-netwerk tegenover de werking als ‘gewone’ router. De prestaties zijn ondanks de mesh-bètafirmware al uitstekend en vergelijkbaar met die van de normale niet-mesh-firmware.

AVM FRITZ!Box 7590 Mesh

Prijs: € 269,- (router); € 55,- (per repeater) en/of € 50,- (per powerline-stekker)
Website: nl.avm.de10Score100

  • Pluspunten

  • Uitgebreide functionaliteit

  • Flexibel inzetbaar

  • Uitstekende prestaties

  • Minpunten

  • Voorlopig nog in bèta

  • Niet verkrijgbaar als totaalpakket

D-Link COVR-P2502

©PXimport

De COVR-P2502 van D-Link is een hybride product: het combineert twee technieken, namelijk powerline (volgens de homeplug-av en -av2-specificaties) en wifi. Powerline dient voor de onderlinge communicatie tussen de modules, terwijl de clients via wifi functioneren. De stekkers zijn alleen per twee verkrijgbaar. Dat is jammer, want in iets grotere moderne gebouwen met veel beton heb je volgens ons minstens drie stekkers nodig om een dekkend netwerk te creëren. Maar zelfs als je twee verpakkingen koopt, blijft de totale prijs erg redelijk in vergelijking met de andere geteste systemen. En dan heb je wel vier in plaats van drie stekkers: meer kan nóóit kwaad.

Elke stekker heeft drie gigabit-ethernetpoorten aan de zijkant. Om ze te bereiken moet je één van de antennes openklappen. Aan de ethernetpoorten koppel je bekabelde apparatuur, zoals smart-tv’s of versterkers met internetfunctionaliteit, die dan via powerline met de centrale stekker communiceren. Het product creëert één naadloos netwerk, waarbij de powerline-verbinding over het bestaande stroomnet ook als ‘backhaul’ dient.

Eén van de stekkers moet dus in de buurt van een bestaande router in een stopcontact worden gestoken en via een ethernetkabel ermee verbonden worden. De andere stekker(s) verspreid je in huis of kantoor en verbind je via het stroomnet met elkaar. Zo breid je het draadloze signaal van de router elders in huis uit, waarbij je gebruikmaakt van het elektriciteitsnet voor de communicatie met de router. Draadloze apparatuur verbindt automatisch met het sterkste signaal, terwijl je je door de ruimte verplaatst.

Voor de beste prestaties steek je de stekkers rechtstreeks in een geaard wandcontact en niet in een stekkerdoos. Je verliest dan wel een stopcontact, want er is geen doorlus-stopcontact voorzien. De installatie kan via de D-Link Wifi-app of via de webinterface. De installatieprocedure is erg gebruiksvriendelijk, veel beheer komt er niet aan te pas. De COVR-P2502 heeft zelf geen routerfuncties en gedraagt zich als toegangspunt in een bestaand netwerk. De bestaande router doet dus het meeste werk.

Via de D-Link Wifi-app (ook Nederlandstalig) krijg je een overzicht van alle stekkers, maar méér dan de wifi-instellingen aanpassen, stekkers toevoegen en eventueel de firmware updaten doet de app niet. De webinterface (alleen Engels) biedt dezelfde mogelijkheden, aangevuld met enkele extra’s zoals de instelling van de powerline-beveiliging (die standaard sowieso is ingeschakeld).

D-Link COVR-P2502

Prijs: € 200,- per twee
Website: eu.dlink.com8Score80

  • Pluspunten

  • Zeer gebruiksvriendelijk

  • Betaalbaar

  • Minpunten

  • Stekkers zijn groot en zwaar

  • Geen doorlus-stopcontact

  • Weinig configuratiemogelijkheden

Linksys Velop WHW03v1

©PXimport

De Linksys Velop Whole Home Wi-Fi-startkit bevat drie ‘nodes’, fraai vormgegeven ivoorwitte torentjes met intern dezelfde tri-band Qualcomm-chipset als de Netgear Orbi Pro. Velop werkt in tegenstelling tot de Orbi Pro in een maasvormige configuratie. Elke node of draadloos toegangspunt is even sterk. Het netwerk regelt in principe alles zelf en verdeelt het draadloze signaal optimaal over de ingeschakelde modules. Je verbindt maximaal zes toegangspunten met elkaar in één Velop-maasnetwerk. Althans, dat is het maximale aantal dat Linksys naar eigen zeggen succesvol getest heeft. In principe kan men meer modules toevoegen, maar dat gaat ten koste van de prestaties.

Elke node is 18,5 centimeter hoog. De verticale stand verbetert volgens Linksys de prestaties. De zes interne antennes zijn bovenop en in het midden van de node gemonteerd. Sommige antennes zenden het signaal naar boven en naar beneden uit. Andere antennes sturen het signaal naar links en rechts. Eén module plaats je nabij de internetverbinding. De andere verspreid je over de rest van de ruimte. Stroom- en eventuele ethernetkabels passen onderaan in het apparaat. Via een kleine inkeping met rubberen houders kun je de kabels netjes opbergen. Elke node heeft twee ethernetpoorten met wan- en lan-functies. Onderaan is er ook een stroomknop die standaard ingeschakeld is. Bovenop is er een veelkleurige status-led.

De installatie gebeurt met behulp van een app en werkt zeer eenvoudig. Daarna is het draadloze netwerk direct gebruiksklaar. Voor het beheer is er de Velop-app, maar Linksys voegde intussen ook webbeheer met iets uitgebreidere configuratie-opties toe.

Linksys past regelmatig nieuwe firmware-versies toe, maar als gebruiker heb je daar geen invloed op. Je kunt het updateschema niet zelf wijzigen. Het is alleen mogelijk de automatische updates volledig uit te schakelen, maar dat raden we niet aan. De nieuwe firmware-versies voegen functies toe, zoals een bridge-modus, vpn-doorvoer of de mogelijkheid om het internetgebruik volgens schema te beperken. De beheermogelijkheden zijn wel veel minder uitgebreid dan bij de producten van AVM en Netgear.

Linksys Velop WHW03v1

Prijs: Prijs: € 386,- voor drie; € 269 voor twee; € 135,- voor één node
Website: linksys.com9Score90

  • Pluspunten

  • Eenvoudige installatie

  • Simpel beheer

  • Goede prestaties

  • Minpunten

  • Omvangrijke modules

  • Installatie alleen via app

  • Beperkte netwerkconfiguratie-opties

Netgear Orbi Pro SRK60

©PXimport

Orbi Pro is de mkb-variant van Netgears gelijknamige Orbi-wifi-product voor thuisgebruik. Het werkt met een centrale router-satelliet die via een sterconfiguratie communiceert met maximaal drie draadloze satellieten. Daarnaast kan het ook geconfigureerd worden in een ‘daisy-chain’ doorlus-configuratie zoals bij een wifi-mesh. Dat zorgt voor meer flexibiliteit bij de plaatsing van de modules, want bij een stervormige configuratie moeten álle gewone satellieten binnen het bereik van de centrale router-satelliet staan.

Voor de backhaul wordt net zoals bij de oplossing van Linksys een eigen radio gebruikt. De Orbi Pro-router en -satellieten zijn redelijk omvangrijk, heel wat groter dan de modules van de Linksys Velop of TP-Link Deco M5. Het gewone startpakket (SRK60) bevat één Orbi Pro Router en één Orbi Pro Satellite. Uiterlijk zien router en satellieten er vrijwel identiek uit. De router is bovenaan blauw, terwijl de satelliet een grijze bovenkant heeft. Bij de router is één van de vier gigabit-ethernetpoorten aan de achterkant geconfigureerd als wan-poort; de satelliet heeft vier gigabit-lan-poorten. Als enige in deze test verkoopt Netgear ook een water- en stofdichte satelliet voor gebruik buitenshuis.

Een volledig Orbi Pro-netwerk volstaat volgens Netgear om een ruimte van 460 vierkante meter af te dekken. Wij testten de router met twee binnen-satellieten. De ingebruikname en het beheer gebeuren met behulp van de Orbi Pro-app. Dit alles werkt even gebruiksvriendelijk als bij de andere geteste systemen.

Wil je de firmware updaten of geavanceerde instellingen wijzigen, dan kan dit via de webinterface, die vergelijkbaar is met die van traditionele Netgear-routers. In tegenstelling tot de app functioneert die ook in het Nederlands. In de webinterface wijzig je zaken zoals de internetverbinding, aanmaken van een tweede wifi-netwerk, blokkeringen en toegangscontrole, dhcp, ddns, vpn (met openvpn-client), routering, forwarding, ipv6, controle van het netwerkverkeer etc. De configuratiemogelijkheden zijn uitgebreider dan bij de producten van Linksys en TP-Link en bijna vergelijkbaar met de oplossing van AVM.

De opties voor expliciete ‘beamforming’, ‘seamless roaming’ en mu-mimo zijn standaard niet aangevinkt. Idealiter schakel je die in voor een vergroot bereik en hogere wifi-snelheid. Wij hebben de prestatietesten uitgevoerd met deze opties ingeschakeld.

Netgear Orbi Pro SRK60

Prijs: Prijs: € 449,- voor twee; € 310,- voor één module
Website: netgear.com9Score90

  • Pluspunten

  • Uitgebreid beheer

  • Eenvoudige installatie

  • Goede prestaties

  • Minpunten

  • Grote modules

  • Duur

TP-Link Deco M5

©PXimport

Het TP-Link Deco M5 AC1300 Whole-Home Wi-Fi System is opvallend goedkoper dan de andere geteste oplossingen. Het gebruikt een wifi-chipset van Qualcomm met een iets minder krachtige configuratie. De startkit bevat drie modules, met een even mooi ivoorwit design als de drie Velop-nodes. Het belangrijkste verschil is dat de Deco-modules er als platte schijven en niet als torentjes uitzien. Deze ufo-achtige schijven ogen daardoor iets discreter, maar de Deco-nodes bevatten ook minder antennes dan de Velop-torentjes, namelijk vier in plaats van zes.

Achteraan zijn er twee gigabit-ethernetpoorten en een usb-c-stroomaansluiting. Onderaan is er een kleine resetknop en in het midden op de bovenkant prijkt een veelkleurige status-led. De ingebruikname gebeurt met de gebruiksvriendelijke TP-Link Deco-app. De Deco-installatieprocedure is even eenvoudig als bij de anderen. De app dient ook voor het beheer.

Bijzonder is de ingebouwde virusbescherming van Trend Micro, die overigens kan worden uitgeschakeld. Als je niets wijzigt, blijven de kwaadaardige inhoudsfilter, het systeem om indringers tegen te houden en het automatisch in quarantaine plaatsen van geïnfecteerde apparaten actief. Andere zaken die je in de app regelt zijn het instellen van een gastnetwerk of het voorrang verlenen aan bepaalde apparaten en/of specifieke soorten verkeer (bijvoorbeeld voor streaming of gaming).

De app voert regelmatig automatisch een internetsnelheidstest uit en toont de resultaten daarvan in zijn hoofdscherm. Een eventuele nieuwe firmware wordt pas toegepast wanneer je daar in het instellingenmenu voor kiest. Tijdens de test kwam versie 1.08 binnen, met een geüpdatete Trend Micro-database, bug-fixes en een verbeterde setup-gids.

De update duurt ongeveer vijf minuten, waarbij alle nodes ingeschakeld moeten blijven. Dit najaar voegt TP-Link een webinterface toe aan de Deco M5. Er komt ook een Deco M7 met identieke wifi-configuratie, maar met een Powerline-backhaul. Een krachtigere tri-band Deco M9 komt er ook aan.

TP-Link Deco M5

Prijs: € 239,- per drie; € 100,- per module
Website: tp-link.com7Score70

  • Pluspunten

  • Eenvoudige installatie

  • Eenvoudige configuratie

  • Betaalbaar

  • Minpunten

  • Iets minder snel

Conclusie

Knoeien met routers, wifi-extenders en/of powerline-oplossingen behoort met deze zelfregelende wifi-systemen definitief tot het verleden. Updates gebeuren automatisch en voegen functies en snelheid toe. Het product van AVM krijgt het keurmerk Best Getest: het werkt het snelst en biedt de uitgebreidste configuratiemogelijkheden.

De configuratie is wel iets ingewikkelder dan bij de oplossingen van Netgear en Linksys. Die presteren niet véél trager dan de AVM. De producten van D-Link en TP-Link functioneren wel trager dan de anderen, maar werken in de praktijk vaak snel genoeg en dit voor een veel lagere prijs. De oplossing van D-Link is iets sneller dan die van TP-Link en daarom het keurmerk Slimme Koop.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.