ID.nl logo
De beste wifi-dekking haal je met deze mesh-systemen
© Reshift Digital
Huis

De beste wifi-dekking haal je met deze mesh-systemen

We testen vijf zelfregelende wifi-netwerkapparaten voor thuiswerkers en kleine kantoren, drie met een maasvormige of ‘mesh’-configuratie, één met een stervormige opstelling en één met een powerline-’backhaul’. Wat zijn de beste wifi-systemen?

Wifi-systemen die zichzelf automatisch configureren zijn er al enige tijd ook voor de gewone consument. In vergelijking met een klassieke centrale router zijn ze wel duurder. Maar dit soort oplossingen bieden wel een betere en vooral eenvoudiger te configureren wifi-dekking.

Deze technologie komt overgewaaid uit de enterprisemarkt, waar prijzige producten zoals die van Aerohive, Ruckus en Ubiquity een grote massa zichzelf configurerende draadloze toegangspunten centraal beheren.

Zzp’ers, thuiswerkers en kleinere bedrijven kunnen die enterpriseproducten uiteraard ook inzetten, maar dat blijft een dure aangelegenheid, ook al omdat ze niet eenvoudig (goed) zelf te configureren zijn. Vaak moet er een specialist aan te pas komen. Gelukkig zijn er sinds kort ook meer betaalbare zelfregelende wifi-systemen verkrijgbaar voor professioneel gebruik. Die combineren gebruiksvriendelijkheid met hoge prestaties en bieden soms wat meer configuratiemogelijkheden dan de pure thuisproducten, vooral op beveiligingsgebied.

De onderlinge communicatie tussen de modules verloopt bij alle geteste oplossingen via een zogenoemde backhaul via naar keuze wifi, ethernet of powerline (stroomnet). Bij twee systemen is er een apart wifi-kanaal dat alleen dient voor de mesh-communicatie (Linksys en Netgear). Het goedkopere systeem van TP-Link deelt één wifi-radio voor de mesh-verbinding en de verbindingen met draadloze clients. Later dit jaar lanceert TP-Link overigens een verder identieke oplossing met een powerline-backhaul; dat zou in theorie sneller moeten werken.

Het geteste systeem van D-Link gebruikt al powerline voor de communicatie tussen de modules. AVM is een bijzonder geval, want het werkt met bestaande wifi-repeaters en powerline-stekkers die met behulp van nieuwe firmware mesh-compatibel zijn gemaakt. Het hangt dan van de gekozen module(s) af hoe de communicatie in het mesh-netwerk verloopt: over een apart of gedeeld wifi-kanaal of over een apart powerline-kanaal.

Bij alle systemen kun je ten slotte ethernet gebruiken voor de mesh-communicatie, maar dan moet je een netwerkkabel tussen de betrokken module(s) leggen. Wij hebben dit verder niet getest, maar als je toch netwerkkabels in huis hebt liggen, dan kan dit de prestaties verbeteren in vergelijking met een wifi- of powerline-backhaul.

©PXimport

AVM FRITZ!Box 7590 Mesh

©PXimport

De FRITZ!Box 7590 is het nieuwe topmodel van de Duitse fabrikant AVM. Dit apparaat enkel een xdsl-modemrouter doet het product te kort, want het functioneert tegelijk als (internet)telefonieserver, dect-basisstation, mediaserver, hub voor huisautomatisering (volgens de dect-ule- en/of han-fun-standaarden) en voorziet in een mesh-wifi-netwerk. Puur als router bekeken zijn de prestaties goed. Maar via een simpele firmware-update kun je deze router ook als centrale node of module in een maasvormig wifi-netwerk inzetten.

De Duitse versie van de FRITZ!Box 7590 (en de eerder gelanceerde 7490) had al firmware met wifi mesh-functies. Bij de door ons geteste internationale versie was de mesh-firmware op het moment van schrijven alleen in een zogenaamde ‘Fritz Lab’-versie beschikbaar, oftewel een bètaversie. Regelmatig worden nieuwe functies toegevoegd, bijvoorbeeld de mogelijkheid om de router zelf als mesh-repeater in plaats van mesh-master te gebruiken. Voor het eerst is de AVM-firmware ook in het Nederlands beschikbaar. AVM belooft de internationale mesh-firmware ‘ergens in het najaar van 2018’ te zullen uitrollen. Duimen maar, want dat was oorspronkelijk aangekondigd voor afgelopen voorjaar.

Met de mesh-firmware werken de telefonie-, nas-, mediaserver- en huisautomatiseringsfuncties zoals voorheen. De belangrijkste nieuwigheid is dat mesh voortaan de standaard manier van communiceren is tussen de draadloze modules. In de praktijk worden recente wifi-repeaters en powerline-stekkers van AVM naadloos en automatisch opgenomen in hetzelfde, centraal via de router beheerde netwerk. Indien nodig wordt de firmware van alle gevonden powerline-stekkers automatisch vernieuwd.

Wij probeerden een en ander uit met de AVM FRITZ!WLAN Repeater 1750E en AVM FRITZ!Powerline 1000E. De firmware van de eerste werd automatisch vernieuwd; de powerline had blijkbaar al de juiste firmware. Binnen enkele minuten was het nieuwe mesh-wifi-netwerk actief. Toekomstige updates van de firmware gebeuren voortaan centraal. Nieuwe stekkers aan het mesh-netwerk toevoegen vergt één druk op de wps- of powerline-security-knop, waarna alle instellingen hetzelfde zijn als in de rest van het netwerk.

Mesh vereenvoudigt vooral het beheer van en het bereik in een groter wifi-netwerk tegenover de werking als ‘gewone’ router. De prestaties zijn ondanks de mesh-bètafirmware al uitstekend en vergelijkbaar met die van de normale niet-mesh-firmware.

AVM FRITZ!Box 7590 Mesh

Prijs: € 269,- (router); € 55,- (per repeater) en/of € 50,- (per powerline-stekker)
Website: nl.avm.de10Score100

  • Pluspunten

  • Uitgebreide functionaliteit

  • Flexibel inzetbaar

  • Uitstekende prestaties

  • Minpunten

  • Voorlopig nog in bèta

  • Niet verkrijgbaar als totaalpakket

D-Link COVR-P2502

©PXimport

De COVR-P2502 van D-Link is een hybride product: het combineert twee technieken, namelijk powerline (volgens de homeplug-av en -av2-specificaties) en wifi. Powerline dient voor de onderlinge communicatie tussen de modules, terwijl de clients via wifi functioneren. De stekkers zijn alleen per twee verkrijgbaar. Dat is jammer, want in iets grotere moderne gebouwen met veel beton heb je volgens ons minstens drie stekkers nodig om een dekkend netwerk te creëren. Maar zelfs als je twee verpakkingen koopt, blijft de totale prijs erg redelijk in vergelijking met de andere geteste systemen. En dan heb je wel vier in plaats van drie stekkers: meer kan nóóit kwaad.

Elke stekker heeft drie gigabit-ethernetpoorten aan de zijkant. Om ze te bereiken moet je één van de antennes openklappen. Aan de ethernetpoorten koppel je bekabelde apparatuur, zoals smart-tv’s of versterkers met internetfunctionaliteit, die dan via powerline met de centrale stekker communiceren. Het product creëert één naadloos netwerk, waarbij de powerline-verbinding over het bestaande stroomnet ook als ‘backhaul’ dient.

Eén van de stekkers moet dus in de buurt van een bestaande router in een stopcontact worden gestoken en via een ethernetkabel ermee verbonden worden. De andere stekker(s) verspreid je in huis of kantoor en verbind je via het stroomnet met elkaar. Zo breid je het draadloze signaal van de router elders in huis uit, waarbij je gebruikmaakt van het elektriciteitsnet voor de communicatie met de router. Draadloze apparatuur verbindt automatisch met het sterkste signaal, terwijl je je door de ruimte verplaatst.

Voor de beste prestaties steek je de stekkers rechtstreeks in een geaard wandcontact en niet in een stekkerdoos. Je verliest dan wel een stopcontact, want er is geen doorlus-stopcontact voorzien. De installatie kan via de D-Link Wifi-app of via de webinterface. De installatieprocedure is erg gebruiksvriendelijk, veel beheer komt er niet aan te pas. De COVR-P2502 heeft zelf geen routerfuncties en gedraagt zich als toegangspunt in een bestaand netwerk. De bestaande router doet dus het meeste werk.

Via de D-Link Wifi-app (ook Nederlandstalig) krijg je een overzicht van alle stekkers, maar méér dan de wifi-instellingen aanpassen, stekkers toevoegen en eventueel de firmware updaten doet de app niet. De webinterface (alleen Engels) biedt dezelfde mogelijkheden, aangevuld met enkele extra’s zoals de instelling van de powerline-beveiliging (die standaard sowieso is ingeschakeld).

D-Link COVR-P2502

Prijs: € 200,- per twee
Website: eu.dlink.com8Score80

  • Pluspunten

  • Zeer gebruiksvriendelijk

  • Betaalbaar

  • Minpunten

  • Stekkers zijn groot en zwaar

  • Geen doorlus-stopcontact

  • Weinig configuratiemogelijkheden

Linksys Velop WHW03v1

©PXimport

De Linksys Velop Whole Home Wi-Fi-startkit bevat drie ‘nodes’, fraai vormgegeven ivoorwitte torentjes met intern dezelfde tri-band Qualcomm-chipset als de Netgear Orbi Pro. Velop werkt in tegenstelling tot de Orbi Pro in een maasvormige configuratie. Elke node of draadloos toegangspunt is even sterk. Het netwerk regelt in principe alles zelf en verdeelt het draadloze signaal optimaal over de ingeschakelde modules. Je verbindt maximaal zes toegangspunten met elkaar in één Velop-maasnetwerk. Althans, dat is het maximale aantal dat Linksys naar eigen zeggen succesvol getest heeft. In principe kan men meer modules toevoegen, maar dat gaat ten koste van de prestaties.

Elke node is 18,5 centimeter hoog. De verticale stand verbetert volgens Linksys de prestaties. De zes interne antennes zijn bovenop en in het midden van de node gemonteerd. Sommige antennes zenden het signaal naar boven en naar beneden uit. Andere antennes sturen het signaal naar links en rechts. Eén module plaats je nabij de internetverbinding. De andere verspreid je over de rest van de ruimte. Stroom- en eventuele ethernetkabels passen onderaan in het apparaat. Via een kleine inkeping met rubberen houders kun je de kabels netjes opbergen. Elke node heeft twee ethernetpoorten met wan- en lan-functies. Onderaan is er ook een stroomknop die standaard ingeschakeld is. Bovenop is er een veelkleurige status-led.

De installatie gebeurt met behulp van een app en werkt zeer eenvoudig. Daarna is het draadloze netwerk direct gebruiksklaar. Voor het beheer is er de Velop-app, maar Linksys voegde intussen ook webbeheer met iets uitgebreidere configuratie-opties toe.

Linksys past regelmatig nieuwe firmware-versies toe, maar als gebruiker heb je daar geen invloed op. Je kunt het updateschema niet zelf wijzigen. Het is alleen mogelijk de automatische updates volledig uit te schakelen, maar dat raden we niet aan. De nieuwe firmware-versies voegen functies toe, zoals een bridge-modus, vpn-doorvoer of de mogelijkheid om het internetgebruik volgens schema te beperken. De beheermogelijkheden zijn wel veel minder uitgebreid dan bij de producten van AVM en Netgear.

Linksys Velop WHW03v1

Prijs: Prijs: € 386,- voor drie; € 269 voor twee; € 135,- voor één node
Website: linksys.com9Score90

  • Pluspunten

  • Eenvoudige installatie

  • Simpel beheer

  • Goede prestaties

  • Minpunten

  • Omvangrijke modules

  • Installatie alleen via app

  • Beperkte netwerkconfiguratie-opties

Netgear Orbi Pro SRK60

©PXimport

Orbi Pro is de mkb-variant van Netgears gelijknamige Orbi-wifi-product voor thuisgebruik. Het werkt met een centrale router-satelliet die via een sterconfiguratie communiceert met maximaal drie draadloze satellieten. Daarnaast kan het ook geconfigureerd worden in een ‘daisy-chain’ doorlus-configuratie zoals bij een wifi-mesh. Dat zorgt voor meer flexibiliteit bij de plaatsing van de modules, want bij een stervormige configuratie moeten álle gewone satellieten binnen het bereik van de centrale router-satelliet staan.

Voor de backhaul wordt net zoals bij de oplossing van Linksys een eigen radio gebruikt. De Orbi Pro-router en -satellieten zijn redelijk omvangrijk, heel wat groter dan de modules van de Linksys Velop of TP-Link Deco M5. Het gewone startpakket (SRK60) bevat één Orbi Pro Router en één Orbi Pro Satellite. Uiterlijk zien router en satellieten er vrijwel identiek uit. De router is bovenaan blauw, terwijl de satelliet een grijze bovenkant heeft. Bij de router is één van de vier gigabit-ethernetpoorten aan de achterkant geconfigureerd als wan-poort; de satelliet heeft vier gigabit-lan-poorten. Als enige in deze test verkoopt Netgear ook een water- en stofdichte satelliet voor gebruik buitenshuis.

Een volledig Orbi Pro-netwerk volstaat volgens Netgear om een ruimte van 460 vierkante meter af te dekken. Wij testten de router met twee binnen-satellieten. De ingebruikname en het beheer gebeuren met behulp van de Orbi Pro-app. Dit alles werkt even gebruiksvriendelijk als bij de andere geteste systemen.

Wil je de firmware updaten of geavanceerde instellingen wijzigen, dan kan dit via de webinterface, die vergelijkbaar is met die van traditionele Netgear-routers. In tegenstelling tot de app functioneert die ook in het Nederlands. In de webinterface wijzig je zaken zoals de internetverbinding, aanmaken van een tweede wifi-netwerk, blokkeringen en toegangscontrole, dhcp, ddns, vpn (met openvpn-client), routering, forwarding, ipv6, controle van het netwerkverkeer etc. De configuratiemogelijkheden zijn uitgebreider dan bij de producten van Linksys en TP-Link en bijna vergelijkbaar met de oplossing van AVM.

De opties voor expliciete ‘beamforming’, ‘seamless roaming’ en mu-mimo zijn standaard niet aangevinkt. Idealiter schakel je die in voor een vergroot bereik en hogere wifi-snelheid. Wij hebben de prestatietesten uitgevoerd met deze opties ingeschakeld.

Netgear Orbi Pro SRK60

Prijs: Prijs: € 449,- voor twee; € 310,- voor één module
Website: netgear.com9Score90

  • Pluspunten

  • Uitgebreid beheer

  • Eenvoudige installatie

  • Goede prestaties

  • Minpunten

  • Grote modules

  • Duur

TP-Link Deco M5

©PXimport

Het TP-Link Deco M5 AC1300 Whole-Home Wi-Fi System is opvallend goedkoper dan de andere geteste oplossingen. Het gebruikt een wifi-chipset van Qualcomm met een iets minder krachtige configuratie. De startkit bevat drie modules, met een even mooi ivoorwit design als de drie Velop-nodes. Het belangrijkste verschil is dat de Deco-modules er als platte schijven en niet als torentjes uitzien. Deze ufo-achtige schijven ogen daardoor iets discreter, maar de Deco-nodes bevatten ook minder antennes dan de Velop-torentjes, namelijk vier in plaats van zes.

Achteraan zijn er twee gigabit-ethernetpoorten en een usb-c-stroomaansluiting. Onderaan is er een kleine resetknop en in het midden op de bovenkant prijkt een veelkleurige status-led. De ingebruikname gebeurt met de gebruiksvriendelijke TP-Link Deco-app. De Deco-installatieprocedure is even eenvoudig als bij de anderen. De app dient ook voor het beheer.

Bijzonder is de ingebouwde virusbescherming van Trend Micro, die overigens kan worden uitgeschakeld. Als je niets wijzigt, blijven de kwaadaardige inhoudsfilter, het systeem om indringers tegen te houden en het automatisch in quarantaine plaatsen van geïnfecteerde apparaten actief. Andere zaken die je in de app regelt zijn het instellen van een gastnetwerk of het voorrang verlenen aan bepaalde apparaten en/of specifieke soorten verkeer (bijvoorbeeld voor streaming of gaming).

De app voert regelmatig automatisch een internetsnelheidstest uit en toont de resultaten daarvan in zijn hoofdscherm. Een eventuele nieuwe firmware wordt pas toegepast wanneer je daar in het instellingenmenu voor kiest. Tijdens de test kwam versie 1.08 binnen, met een geüpdatete Trend Micro-database, bug-fixes en een verbeterde setup-gids.

De update duurt ongeveer vijf minuten, waarbij alle nodes ingeschakeld moeten blijven. Dit najaar voegt TP-Link een webinterface toe aan de Deco M5. Er komt ook een Deco M7 met identieke wifi-configuratie, maar met een Powerline-backhaul. Een krachtigere tri-band Deco M9 komt er ook aan.

TP-Link Deco M5

Prijs: € 239,- per drie; € 100,- per module
Website: tp-link.com7Score70

  • Pluspunten

  • Eenvoudige installatie

  • Eenvoudige configuratie

  • Betaalbaar

  • Minpunten

  • Iets minder snel

Conclusie

Knoeien met routers, wifi-extenders en/of powerline-oplossingen behoort met deze zelfregelende wifi-systemen definitief tot het verleden. Updates gebeuren automatisch en voegen functies en snelheid toe. Het product van AVM krijgt het keurmerk Best Getest: het werkt het snelst en biedt de uitgebreidste configuratiemogelijkheden.

De configuratie is wel iets ingewikkelder dan bij de oplossingen van Netgear en Linksys. Die presteren niet véél trager dan de AVM. De producten van D-Link en TP-Link functioneren wel trager dan de anderen, maar werken in de praktijk vaak snel genoeg en dit voor een veel lagere prijs. De oplossing van D-Link is iets sneller dan die van TP-Link en daarom het keurmerk Slimme Koop.

▼ Volgende artikel
Hoe kies je de juiste powerbank?
© Tevarak Phanduang | NaMaKuki_2016
Huis

Hoe kies je de juiste powerbank?

Je bent onderweg en ziet dat je telefoon nog maar vijf procent batterij heeft. Op dat moment is een powerbank precies wat je nodig hebt. Alleen: welke? De juiste keuze begint met twee vragen: hoeveel energie heb je onderweg nodig en hoe snel moet die energie eruit kunnen?

In dit artikel

Je leest hier hoe je een powerbank kiest die past bij jouw gebruik. Je ziet waarom mAh op de verpakking niet alles zegt en hoe je met wattuur (Wh) beter ziet hoeveel energie een powerbank kan opslaan en afgeven.  Ook leggen we uit waar laadsnelheid vandaan komt, wat usb-c en Power Delivery doen en waarom de juiste kabel bij hogere vermogens belangrijk is. Tot slot krijg je tips voor het opladen van een tablet of laptop.

Lees ook: Slimme tips om energie te besparen op je smartphone

Capaciteit: mAh is handig, maar reken in Wh

In de specificaties van powerbanks zie je bijna altijd een getal in milliampère-uur (mAh). Maar daarbij moet je je wel realiseren dat dat niet het hele verhaal is. Fabrikanten geven die mAh vaak op bij de interne batterijspanning van de cellen in de powerbank (meestal rond 3,6 tot 3,7 volt). Jouw telefoon laadt meestal via 5 volt, en bij snelladen soms op 9 of 12 volt. Die omzetting kost energie.

Zie de powerbank als een watertank met een kraan die je moet omzetten naar een andere maat aansluiting. Dat omzetten levert altijd wat verlies op. Daarom haal je in de praktijk niet 10.000 mAh uit 10.000 mAh. Reken grofweg met een bruikbare opbrengst die vaak ergens rond de 60 tot 80 procent ligt, afhankelijk van de kwaliteit van de elektronica en hoe je laadt. Met 10.000 mAh kun je een gemiddelde smartphone daarom meestal geen twee keer volledig vullen, maar eerder ongeveer anderhalf keer. Heb je een telefoon met een kleinere accu, dan kom je dichter bij de opgegeven twee keer; met een grotere accu haal je dat juist minder snel.

Wil je wat preciezer rekenen, kijk dan naar wattuur (Wh). Dat is de eenheid die echt iets zegt over hoeveel energie erin zit. Een eenvoudige omrekening helpt: Wh = (mAh × volt) / 1000. Staat er op de powerbank bijvoorbeeld 10.000 mAh bij 3,7 V, dan is dat ongeveer 37 Wh aan energie in de cellen, voordat je het omzetverlies meeneemt.

Powerbanks vergelijken

In de winkel zie je bijna altijd mAh als capaciteitsaanduiding. Zoals je hierboven hebt kunnen lezen is dat niet perfect. Maar omdat fabrikanten dezelfde soort cellen gebruiken en allemaal op dezelfde manier rekenen, kun je mAh wel gebruiken om powerbanks onderling te vergelijken. Heb je een powerbank gevonden die je wat lijkt, dan kun je bovenstaande berekening gebruiken om een meer realistisch beeld van het aantal keer opladen te krijgen.

View post on TikTok

Hoeveel capaciteit heb je echt nodig?

Als je vooral een extra lading voor je telefoon zoekt op een lange dag, dan zit je met 10.000 mAh in de praktijk vaak goed. Is 'bijna vol' al al genoeg, dan kan 5.000 mAh ook, maar reken er dan niet op dat je elke moderne smartphone die helemaal leeg is weer volledig volgeladen krijgt. Ga je een weekend weg of laad je meerdere apparaten op, dan is 20.000 mAh een logische stap. Je hebt dan meer oplaadcapaciteit, maar houd er wel rekening mee dat dat ook betekent dat de powerbank groter en zwaarder is.

Voor tablets geldt hetzelfde principe, alleen is de interne accu meestal groter dan die van een telefoon. Daardoor lijkt een powerbank die voor je telefoon prima is, bij een tablet ineens snel leeg. Dat is niet vreemd: je giet simpelweg meer water in een grotere emmer. Voor laptops ligt het net even anders: daar draait het niet alleen om capaciteit, maar vooral om het vermogen (wattage). Daar komen we zo op terug.


🔋Tot zover ging het over de hoeveelheid energie (mAh/Wh). De volgende stap is de afgifte: met welk vermogen (watt) kan de powerbank die energie aan je telefoon, tablet of laptop leveren? 


Snelheid: wattage maakt het verschil

Capaciteit zegt iets over hoe vaak je kunt laden. Snelheid gaat over wattage: hoeveel vermogen de powerbank kan leveren. Dat vermogen is vooral relevant als je snel wilt bijladen, of als je een tablet of laptop wilt opladen. USB-c is daarbij de norm geworden, en USB Power Delivery (PD) is de techniek waarmee lader en toestel afspraken maken over spanning en stroom. Je powerbank en je telefoon of laptop stemmen dat onderling af, zodat laden snel kan zonder dat het onveilig wordt. Daarvoor moeten de poort en je kabel het wel ondersteunen. Let daarom ook op de aansluitingen: usb-c heb je nodig voor snelladen met Power Delivery, terwijl usb-a vooral handig is als je oudere kabels of accessoires gebruikt.

©vadish - stock.adobe.com

Eén powerbank voor telefoon én laptop: waar je op let

Een laptop opladen vraagt meer dan een telefoon. Bij een telefoon kom je vaak weg met 10 tot 20 watt. Een laptop heeft meestal 45 watt of meer nodig, en veel modellen werken prettiger met 65 watt of hoger, zeker als je tijdens het laden ook blijft werken. De beste snelcheck is simpel: kijk naar het wattage van je eigen laptoplader. Dat is je richtgetal. Zit je daar ver onder, dan kan het laden extreem traag worden, of je laptop accepteert de lader helemaal niet.

Ook de juiste kabel is belangrijk. Voor hogere vermogens is niet elke usb-C-kabel geschikt. Tot ongeveer 60 watt (meestal 20 V bij 3 A) gaat het vaak goed met een kabel die expliciet 3 A ondersteunt. Ga je boven de 60 watt, dan heb je doorgaans een usb-c-kabel nodig die 5 A aankan. Zulke kabels hebben meestal een kleine chip in de stekker, een zogeheten e-marker. Die chip vertelt aan de powerbank en je laptop dat de kabel veilig meer stroom kan verwerken. Zie het als een identiteitsbewijs: zonder e-marker schakelt het systeem vaak terug naar een lagere stand, zodat het laden langzamer gaat en de kabel niet te warm wordt. Kijk in de specificaties of op de kabel zelf of er 3 A (tot circa 60 W) of 5 A (voor hogere vermogens) staat; dat is de snelste check. 

Formaat en gewicht: energie weegt nu eenmaal wat

Meer capaciteit betekent meestal meer cellen, en dus meer gewicht. Een powerbank van 20.000 mAh zit vaak ergens in de buurt van 350 tot 500 gram. Dat voelt in een jaszak al snel log. In een rugtas valt het mee. Stel jezelf dus de vraag: wil je elke dag een kleine powerbank mee voor noodgevallen, of is dat voor jou niet genoeg en ga je dus voor een grotere powerbank? 

Veiligheid: kies niet alleen op prijs

Bij draagbare accu's wil je geen twijfel over veiligheid. Een powerbank hoort bescherming te hebben tegen oververhitting, overladen en kortsluiting, maar bij heel goedkope modellen is dat niet altijd goed geregeld. De kans dat het misgaat is klein, alleen zijn de gevolgen groot als het wél gebeurt. Kies daarom liever een merk dat laat zien hoe het met veiligheid omgaat en dat testnormen en keurmerken gewoon vermeldt. Je hoeft die standaarden niet uit je hoofd te leren, maar het helpt als een merk concreet zegt welke testen en keurmerken het gebruikt. 

Zo kies je de juiste powerbank

 De juiste powerbank kies je door stap voor stap te bepalen wat je nodig hebt: eerst de hoeveelheid energie (liefst in Wh, met mAh als praktische indicatie), daarna de laadsnelheid (wattage en PD), en pas daarna pas de vorm en het gewicht. Voor dagelijks gebruik zit je vaak goed met een compacte powerbank rond 10.000 mAh met usb-c en Power Delivery. Wil je meer capaciteit zodat je meerdere keren kunt opladen (of ook je tablet opladen), dan is 20.000 mAh logischer. Houd er dan wel rekening mee dat de powerbank zwaarder wordt. Wil je ook een laptop kunnen laden, kijk dan naar het wattage van je laptoplader en kies een powerbank die dat vermogen via usb-c PD kan leveren, inclusief een kabel die geschikt is voor dat hogere vermogen.

▼ Volgende artikel
Chloe en Max keren terug in Life is Strange: Reunion
Huis

Chloe en Max keren terug in Life is Strange: Reunion

Uitgever Square Enix heeft de game Life is Strange: Reunion aangekondigd, een nieuw deel in de Life is Strange-franchise.

Begin deze maand gingen er al geruchten over het spel, omdat de naam al gemeld werd op de website van PEGI, de Europese organisatie die leeftijdskeuringen geeft aan spellen. Inmiddels is de game dus officieel aangekondigd en valt hieronder de eerste trailer te zien.

De allereerste Life is Strange-game draaide om hoofdpersonage Max Caulfield en haar vriendschap met Chloe Price. Vervolgen Life is Strange 2 en Life is Strange: True Colors draaiden echter om andere personages. In het in 2024 uitgekomen Life is Strange: Double Exposure keerde Max al terug, en in het aanstaande Reunion zijn beide dames weer te zien.

Terug naar Caledon University

Sterker nog: Life is Strange Reunion moet de saga rondom Max en Chloe in zijn geheel afronden. Het is dus waarschijnlijk dat dit de laatste game wordt waarin beide vriendinnen te zien zijn. Spelers doen wederom Caledon University aan, waar Max als een fotografiedocente werkt. Wanneer ze na een weekendje weg terugkeert, staat de school echter in brand, wat desastreuse gevolgen heeft voor het gebouw en de studenten.

Max kan zelf echter ternauwernood ontsnappen dankzij een speciale kracht waardoor ze de tijd kan terugspoelen - een kracht die terugkeert uit het oorspronkelijke spel. Max heeft vervolgens drie dagen de tijd om uit te zoeken hoe de brand ontstond en het tegen te houden. Tegelijkertijd arriveert ook Chloe op Caledon, die geplaagd wordt door de nachtmerries van een verleden die ze nooit heeft meegemaakt.

Spelers besturen in deze verhalende adventuregame afwisselend Max en Chloe, waarbij men gebruik kan maken van de terugspoelkrachten van Max en Chloe's praatgrage mond om meer info te achterhalen.

Vanaf 26 maart beschikbaar

Life is Strange: Reunion verschijnt op 26 maart voor PlayStation 5, Xbox Series X en S en pc. De standaard versie gaat 49,99 euro kosten, maar er komen ook een Deluxe Edition (59,99 euro), Twin Pack met Life is Strange: Double Exposure (69,99 euro) en Collector's Edition (prijs in euro's nog niet bekend, 99,99 dollar) beschikbaar.

Watch on YouTube
Nieuw op ID: het complete plaatje

Misschien valt het je op dat er vanaf nu ook berichten over games, films en series op onze site verschijnen. Dat is een bewuste stap. Wij geloven dat technologie niet stopt bij hardware; het gaat uiteindelijk om wat je ermee beleeft. Daarom combineren we onze expertise in tech nu met het laatste nieuws over entertainment. Dat doen we met de gezichten die mensen kennen van Power Unlimited, dé experts op het gebied van gaming en streaming. Zo helpen we je niet alleen aan de beste tv, smartphone of laptop, maar vertellen we je ook direct wat je erop moet kijken of spelen. Je vindt hier dus voortaan de ideale mix van hardware én content.