ID.nl logo
De beste wifi-dekking haal je met deze mesh-systemen
© Reshift Digital
Huis

De beste wifi-dekking haal je met deze mesh-systemen

We testen vijf zelfregelende wifi-netwerkapparaten voor thuiswerkers en kleine kantoren, drie met een maasvormige of ‘mesh’-configuratie, één met een stervormige opstelling en één met een powerline-’backhaul’. Wat zijn de beste wifi-systemen?

Wifi-systemen die zichzelf automatisch configureren zijn er al enige tijd ook voor de gewone consument. In vergelijking met een klassieke centrale router zijn ze wel duurder. Maar dit soort oplossingen bieden wel een betere en vooral eenvoudiger te configureren wifi-dekking.

Deze technologie komt overgewaaid uit de enterprisemarkt, waar prijzige producten zoals die van Aerohive, Ruckus en Ubiquity een grote massa zichzelf configurerende draadloze toegangspunten centraal beheren.

Zzp’ers, thuiswerkers en kleinere bedrijven kunnen die enterpriseproducten uiteraard ook inzetten, maar dat blijft een dure aangelegenheid, ook al omdat ze niet eenvoudig (goed) zelf te configureren zijn. Vaak moet er een specialist aan te pas komen. Gelukkig zijn er sinds kort ook meer betaalbare zelfregelende wifi-systemen verkrijgbaar voor professioneel gebruik. Die combineren gebruiksvriendelijkheid met hoge prestaties en bieden soms wat meer configuratiemogelijkheden dan de pure thuisproducten, vooral op beveiligingsgebied.

De onderlinge communicatie tussen de modules verloopt bij alle geteste oplossingen via een zogenoemde backhaul via naar keuze wifi, ethernet of powerline (stroomnet). Bij twee systemen is er een apart wifi-kanaal dat alleen dient voor de mesh-communicatie (Linksys en Netgear). Het goedkopere systeem van TP-Link deelt één wifi-radio voor de mesh-verbinding en de verbindingen met draadloze clients. Later dit jaar lanceert TP-Link overigens een verder identieke oplossing met een powerline-backhaul; dat zou in theorie sneller moeten werken.

Het geteste systeem van D-Link gebruikt al powerline voor de communicatie tussen de modules. AVM is een bijzonder geval, want het werkt met bestaande wifi-repeaters en powerline-stekkers die met behulp van nieuwe firmware mesh-compatibel zijn gemaakt. Het hangt dan van de gekozen module(s) af hoe de communicatie in het mesh-netwerk verloopt: over een apart of gedeeld wifi-kanaal of over een apart powerline-kanaal.

Bij alle systemen kun je ten slotte ethernet gebruiken voor de mesh-communicatie, maar dan moet je een netwerkkabel tussen de betrokken module(s) leggen. Wij hebben dit verder niet getest, maar als je toch netwerkkabels in huis hebt liggen, dan kan dit de prestaties verbeteren in vergelijking met een wifi- of powerline-backhaul.

©PXimport

AVM FRITZ!Box 7590 Mesh

©PXimport

De FRITZ!Box 7590 is het nieuwe topmodel van de Duitse fabrikant AVM. Dit apparaat enkel een xdsl-modemrouter doet het product te kort, want het functioneert tegelijk als (internet)telefonieserver, dect-basisstation, mediaserver, hub voor huisautomatisering (volgens de dect-ule- en/of han-fun-standaarden) en voorziet in een mesh-wifi-netwerk. Puur als router bekeken zijn de prestaties goed. Maar via een simpele firmware-update kun je deze router ook als centrale node of module in een maasvormig wifi-netwerk inzetten.

De Duitse versie van de FRITZ!Box 7590 (en de eerder gelanceerde 7490) had al firmware met wifi mesh-functies. Bij de door ons geteste internationale versie was de mesh-firmware op het moment van schrijven alleen in een zogenaamde ‘Fritz Lab’-versie beschikbaar, oftewel een bètaversie. Regelmatig worden nieuwe functies toegevoegd, bijvoorbeeld de mogelijkheid om de router zelf als mesh-repeater in plaats van mesh-master te gebruiken. Voor het eerst is de AVM-firmware ook in het Nederlands beschikbaar. AVM belooft de internationale mesh-firmware ‘ergens in het najaar van 2018’ te zullen uitrollen. Duimen maar, want dat was oorspronkelijk aangekondigd voor afgelopen voorjaar.

Met de mesh-firmware werken de telefonie-, nas-, mediaserver- en huisautomatiseringsfuncties zoals voorheen. De belangrijkste nieuwigheid is dat mesh voortaan de standaard manier van communiceren is tussen de draadloze modules. In de praktijk worden recente wifi-repeaters en powerline-stekkers van AVM naadloos en automatisch opgenomen in hetzelfde, centraal via de router beheerde netwerk. Indien nodig wordt de firmware van alle gevonden powerline-stekkers automatisch vernieuwd.

Wij probeerden een en ander uit met de AVM FRITZ!WLAN Repeater 1750E en AVM FRITZ!Powerline 1000E. De firmware van de eerste werd automatisch vernieuwd; de powerline had blijkbaar al de juiste firmware. Binnen enkele minuten was het nieuwe mesh-wifi-netwerk actief. Toekomstige updates van de firmware gebeuren voortaan centraal. Nieuwe stekkers aan het mesh-netwerk toevoegen vergt één druk op de wps- of powerline-security-knop, waarna alle instellingen hetzelfde zijn als in de rest van het netwerk.

Mesh vereenvoudigt vooral het beheer van en het bereik in een groter wifi-netwerk tegenover de werking als ‘gewone’ router. De prestaties zijn ondanks de mesh-bètafirmware al uitstekend en vergelijkbaar met die van de normale niet-mesh-firmware.

AVM FRITZ!Box 7590 Mesh

Prijs: € 269,- (router); € 55,- (per repeater) en/of € 50,- (per powerline-stekker)
Website: nl.avm.de10Score100

  • Pluspunten

  • Uitgebreide functionaliteit

  • Flexibel inzetbaar

  • Uitstekende prestaties

  • Minpunten

  • Voorlopig nog in bèta

  • Niet verkrijgbaar als totaalpakket

D-Link COVR-P2502

©PXimport

De COVR-P2502 van D-Link is een hybride product: het combineert twee technieken, namelijk powerline (volgens de homeplug-av en -av2-specificaties) en wifi. Powerline dient voor de onderlinge communicatie tussen de modules, terwijl de clients via wifi functioneren. De stekkers zijn alleen per twee verkrijgbaar. Dat is jammer, want in iets grotere moderne gebouwen met veel beton heb je volgens ons minstens drie stekkers nodig om een dekkend netwerk te creëren. Maar zelfs als je twee verpakkingen koopt, blijft de totale prijs erg redelijk in vergelijking met de andere geteste systemen. En dan heb je wel vier in plaats van drie stekkers: meer kan nóóit kwaad.

Elke stekker heeft drie gigabit-ethernetpoorten aan de zijkant. Om ze te bereiken moet je één van de antennes openklappen. Aan de ethernetpoorten koppel je bekabelde apparatuur, zoals smart-tv’s of versterkers met internetfunctionaliteit, die dan via powerline met de centrale stekker communiceren. Het product creëert één naadloos netwerk, waarbij de powerline-verbinding over het bestaande stroomnet ook als ‘backhaul’ dient.

Eén van de stekkers moet dus in de buurt van een bestaande router in een stopcontact worden gestoken en via een ethernetkabel ermee verbonden worden. De andere stekker(s) verspreid je in huis of kantoor en verbind je via het stroomnet met elkaar. Zo breid je het draadloze signaal van de router elders in huis uit, waarbij je gebruikmaakt van het elektriciteitsnet voor de communicatie met de router. Draadloze apparatuur verbindt automatisch met het sterkste signaal, terwijl je je door de ruimte verplaatst.

Voor de beste prestaties steek je de stekkers rechtstreeks in een geaard wandcontact en niet in een stekkerdoos. Je verliest dan wel een stopcontact, want er is geen doorlus-stopcontact voorzien. De installatie kan via de D-Link Wifi-app of via de webinterface. De installatieprocedure is erg gebruiksvriendelijk, veel beheer komt er niet aan te pas. De COVR-P2502 heeft zelf geen routerfuncties en gedraagt zich als toegangspunt in een bestaand netwerk. De bestaande router doet dus het meeste werk.

Via de D-Link Wifi-app (ook Nederlandstalig) krijg je een overzicht van alle stekkers, maar méér dan de wifi-instellingen aanpassen, stekkers toevoegen en eventueel de firmware updaten doet de app niet. De webinterface (alleen Engels) biedt dezelfde mogelijkheden, aangevuld met enkele extra’s zoals de instelling van de powerline-beveiliging (die standaard sowieso is ingeschakeld).

D-Link COVR-P2502

Prijs: € 200,- per twee
Website: eu.dlink.com8Score80

  • Pluspunten

  • Zeer gebruiksvriendelijk

  • Betaalbaar

  • Minpunten

  • Stekkers zijn groot en zwaar

  • Geen doorlus-stopcontact

  • Weinig configuratiemogelijkheden

Linksys Velop WHW03v1

©PXimport

De Linksys Velop Whole Home Wi-Fi-startkit bevat drie ‘nodes’, fraai vormgegeven ivoorwitte torentjes met intern dezelfde tri-band Qualcomm-chipset als de Netgear Orbi Pro. Velop werkt in tegenstelling tot de Orbi Pro in een maasvormige configuratie. Elke node of draadloos toegangspunt is even sterk. Het netwerk regelt in principe alles zelf en verdeelt het draadloze signaal optimaal over de ingeschakelde modules. Je verbindt maximaal zes toegangspunten met elkaar in één Velop-maasnetwerk. Althans, dat is het maximale aantal dat Linksys naar eigen zeggen succesvol getest heeft. In principe kan men meer modules toevoegen, maar dat gaat ten koste van de prestaties.

Elke node is 18,5 centimeter hoog. De verticale stand verbetert volgens Linksys de prestaties. De zes interne antennes zijn bovenop en in het midden van de node gemonteerd. Sommige antennes zenden het signaal naar boven en naar beneden uit. Andere antennes sturen het signaal naar links en rechts. Eén module plaats je nabij de internetverbinding. De andere verspreid je over de rest van de ruimte. Stroom- en eventuele ethernetkabels passen onderaan in het apparaat. Via een kleine inkeping met rubberen houders kun je de kabels netjes opbergen. Elke node heeft twee ethernetpoorten met wan- en lan-functies. Onderaan is er ook een stroomknop die standaard ingeschakeld is. Bovenop is er een veelkleurige status-led.

De installatie gebeurt met behulp van een app en werkt zeer eenvoudig. Daarna is het draadloze netwerk direct gebruiksklaar. Voor het beheer is er de Velop-app, maar Linksys voegde intussen ook webbeheer met iets uitgebreidere configuratie-opties toe.

Linksys past regelmatig nieuwe firmware-versies toe, maar als gebruiker heb je daar geen invloed op. Je kunt het updateschema niet zelf wijzigen. Het is alleen mogelijk de automatische updates volledig uit te schakelen, maar dat raden we niet aan. De nieuwe firmware-versies voegen functies toe, zoals een bridge-modus, vpn-doorvoer of de mogelijkheid om het internetgebruik volgens schema te beperken. De beheermogelijkheden zijn wel veel minder uitgebreid dan bij de producten van AVM en Netgear.

Linksys Velop WHW03v1

Prijs: Prijs: € 386,- voor drie; € 269 voor twee; € 135,- voor één node
Website: linksys.com9Score90

  • Pluspunten

  • Eenvoudige installatie

  • Simpel beheer

  • Goede prestaties

  • Minpunten

  • Omvangrijke modules

  • Installatie alleen via app

  • Beperkte netwerkconfiguratie-opties

Netgear Orbi Pro SRK60

©PXimport

Orbi Pro is de mkb-variant van Netgears gelijknamige Orbi-wifi-product voor thuisgebruik. Het werkt met een centrale router-satelliet die via een sterconfiguratie communiceert met maximaal drie draadloze satellieten. Daarnaast kan het ook geconfigureerd worden in een ‘daisy-chain’ doorlus-configuratie zoals bij een wifi-mesh. Dat zorgt voor meer flexibiliteit bij de plaatsing van de modules, want bij een stervormige configuratie moeten álle gewone satellieten binnen het bereik van de centrale router-satelliet staan.

Voor de backhaul wordt net zoals bij de oplossing van Linksys een eigen radio gebruikt. De Orbi Pro-router en -satellieten zijn redelijk omvangrijk, heel wat groter dan de modules van de Linksys Velop of TP-Link Deco M5. Het gewone startpakket (SRK60) bevat één Orbi Pro Router en één Orbi Pro Satellite. Uiterlijk zien router en satellieten er vrijwel identiek uit. De router is bovenaan blauw, terwijl de satelliet een grijze bovenkant heeft. Bij de router is één van de vier gigabit-ethernetpoorten aan de achterkant geconfigureerd als wan-poort; de satelliet heeft vier gigabit-lan-poorten. Als enige in deze test verkoopt Netgear ook een water- en stofdichte satelliet voor gebruik buitenshuis.

Een volledig Orbi Pro-netwerk volstaat volgens Netgear om een ruimte van 460 vierkante meter af te dekken. Wij testten de router met twee binnen-satellieten. De ingebruikname en het beheer gebeuren met behulp van de Orbi Pro-app. Dit alles werkt even gebruiksvriendelijk als bij de andere geteste systemen.

Wil je de firmware updaten of geavanceerde instellingen wijzigen, dan kan dit via de webinterface, die vergelijkbaar is met die van traditionele Netgear-routers. In tegenstelling tot de app functioneert die ook in het Nederlands. In de webinterface wijzig je zaken zoals de internetverbinding, aanmaken van een tweede wifi-netwerk, blokkeringen en toegangscontrole, dhcp, ddns, vpn (met openvpn-client), routering, forwarding, ipv6, controle van het netwerkverkeer etc. De configuratiemogelijkheden zijn uitgebreider dan bij de producten van Linksys en TP-Link en bijna vergelijkbaar met de oplossing van AVM.

De opties voor expliciete ‘beamforming’, ‘seamless roaming’ en mu-mimo zijn standaard niet aangevinkt. Idealiter schakel je die in voor een vergroot bereik en hogere wifi-snelheid. Wij hebben de prestatietesten uitgevoerd met deze opties ingeschakeld.

Netgear Orbi Pro SRK60

Prijs: Prijs: € 449,- voor twee; € 310,- voor één module
Website: netgear.com9Score90

  • Pluspunten

  • Uitgebreid beheer

  • Eenvoudige installatie

  • Goede prestaties

  • Minpunten

  • Grote modules

  • Duur

TP-Link Deco M5

©PXimport

Het TP-Link Deco M5 AC1300 Whole-Home Wi-Fi System is opvallend goedkoper dan de andere geteste oplossingen. Het gebruikt een wifi-chipset van Qualcomm met een iets minder krachtige configuratie. De startkit bevat drie modules, met een even mooi ivoorwit design als de drie Velop-nodes. Het belangrijkste verschil is dat de Deco-modules er als platte schijven en niet als torentjes uitzien. Deze ufo-achtige schijven ogen daardoor iets discreter, maar de Deco-nodes bevatten ook minder antennes dan de Velop-torentjes, namelijk vier in plaats van zes.

Achteraan zijn er twee gigabit-ethernetpoorten en een usb-c-stroomaansluiting. Onderaan is er een kleine resetknop en in het midden op de bovenkant prijkt een veelkleurige status-led. De ingebruikname gebeurt met de gebruiksvriendelijke TP-Link Deco-app. De Deco-installatieprocedure is even eenvoudig als bij de anderen. De app dient ook voor het beheer.

Bijzonder is de ingebouwde virusbescherming van Trend Micro, die overigens kan worden uitgeschakeld. Als je niets wijzigt, blijven de kwaadaardige inhoudsfilter, het systeem om indringers tegen te houden en het automatisch in quarantaine plaatsen van geïnfecteerde apparaten actief. Andere zaken die je in de app regelt zijn het instellen van een gastnetwerk of het voorrang verlenen aan bepaalde apparaten en/of specifieke soorten verkeer (bijvoorbeeld voor streaming of gaming).

De app voert regelmatig automatisch een internetsnelheidstest uit en toont de resultaten daarvan in zijn hoofdscherm. Een eventuele nieuwe firmware wordt pas toegepast wanneer je daar in het instellingenmenu voor kiest. Tijdens de test kwam versie 1.08 binnen, met een geüpdatete Trend Micro-database, bug-fixes en een verbeterde setup-gids.

De update duurt ongeveer vijf minuten, waarbij alle nodes ingeschakeld moeten blijven. Dit najaar voegt TP-Link een webinterface toe aan de Deco M5. Er komt ook een Deco M7 met identieke wifi-configuratie, maar met een Powerline-backhaul. Een krachtigere tri-band Deco M9 komt er ook aan.

TP-Link Deco M5

Prijs: € 239,- per drie; € 100,- per module
Website: tp-link.com7Score70

  • Pluspunten

  • Eenvoudige installatie

  • Eenvoudige configuratie

  • Betaalbaar

  • Minpunten

  • Iets minder snel

Conclusie

Knoeien met routers, wifi-extenders en/of powerline-oplossingen behoort met deze zelfregelende wifi-systemen definitief tot het verleden. Updates gebeuren automatisch en voegen functies en snelheid toe. Het product van AVM krijgt het keurmerk Best Getest: het werkt het snelst en biedt de uitgebreidste configuratiemogelijkheden.

De configuratie is wel iets ingewikkelder dan bij de oplossingen van Netgear en Linksys. Die presteren niet véél trager dan de AVM. De producten van D-Link en TP-Link functioneren wel trager dan de anderen, maar werken in de praktijk vaak snel genoeg en dit voor een veel lagere prijs. De oplossing van D-Link is iets sneller dan die van TP-Link en daarom het keurmerk Slimme Koop.

▼ Volgende artikel
Microsoft Gaming-baas Phil Spencer en Xbox-president Sarah Bond vertrekken
Huis

Microsoft Gaming-baas Phil Spencer en Xbox-president Sarah Bond vertrekken

Microsoft Gaming-ceo Phil Spencer en Xbox-directeur Sarah Bond vertrekken bij het Amerikaanse bedrijf.

Dat hebben verschillende media vernomen, en Spencer zelf heeft het inmiddels ook bevestigd via social media. Daarbij publiceerde IGN ook interne e-mails van Microsoft's ceo Satya Nadella, de te vertrekken Spencer en de nieuwe Microsoft Gaming-ceo Asha Sharma en Matt Booty.

Naar verwachting vertrekt Spencer, die bijna veertig jaar bij Microsoft werkzaam was, aanstaande maandag. Xbox-president Sarah Bond - waarvan voorheen werd gedacht dat ze Spencer uiteindelijk zou vervangen - gaat ook weg. Asha Sharma is op dit moment nog de president van Microsofts CoreAI en gaat dus Microsoft Gaming bestieren. Matt Booty, het hoofd van Xbox Game Studios, wordt gepromoot naar chief content officer en zal nauw samenwerken met Sharma.

"Afgelopen najaar deelde ik met Satya dat ik nadacht over mijn vertrek en het beginnen aan het volgende hoofdstuk van mijn leven", zo stelt Spencer in zijn e-mail. "Vanaf dat moment gingen we aan de slag met onze aanpak, met het oog op het behoud van stabiliteit en het versterken van de fundering die we hebben gebouwd. Xbox is altijd meer dan een bedrijf geweest. Het is een levendige gemeenschap bestaande uit spelers, makers en teams die erg veel geven om wat we bouwen en hoe we dat doen. Het verdient een goed doordacht plan voor de toekomst."

"Ik wil Phil bedanken voor zijn uitzonderlijke leiderschap en samenwerking", aldus Nadella in zijn e-mail naar werknemers. "In meer dan 38 jaar bij Microsoft, waaronder 12 jaar aan het hoofd van de gamedivisie, heeft Phil geholpen met het transformeren van wat we doen en hoe we dat doen."

View post on X

De nieuwe Microsoft Gaming-ceo aan het woord

Sharma, de nieuwe ceo van Microsoft Gaming, meldt in haar e-mail: "Mijn eerste taak is simpel: begrijpen hoe dit werkt en het vervolgens beschermen. Dat begint bij drie verplichtingen. Ten eerste geweldige games - daar begint alles mee. We moeten geweldige games hebben die door onze spelers geliefd worden." Vervolgens vertelt Sharma over het belang van onvergetelijke personages, de macht geven aan ontwikkelstudio's en iconische franchises.

"Ten tweede: de terugkeer van Xbox. We verbinden ons opnieuw aan onze trouwe Xbox-fans en -spelers, die de afgelopen 25 jaar in ons hebben geïnvesteerd, en de ontwikkelaars waar we de uitgebreide universa en ervaringen die onze spelers wereldwijd omarmen mee hebben gebouwd. We zullen onze afkomst eren met een vernieuwde inzet voor Xbox, te beginnen bij de console, die heeft gevormd wie we zijn." Sharma benadrukt daarbij dat games tegenwoordig op meerdere apparaten te vinden zijn, en spreekt uit dat Microsoft zich niet wil limiteren aan één apparaat. "Terwijl we uitbreiden op pc, mobiel en cloud, moet Xbox naadloos, onmiddellijk en waardig voor de gemeenschappen die we serveren voelen."

Het derde punt van Sharma is "de toekomst van spelen. We nemen de heruitvinding van spelen waar. Daarom zullen we investeren in nieuwe zakenmodellen en nieuwe manieren om te spelen door gebruik te maken van wat we al hebben: iconische teams, personages en werelden waar mensen van houden. Maar we zullen die werelden niet behandelen als statische IP om uit te melken en geld uit te onttrekken. We bouwen een gedeeld platform en gereedschappen die ontwikkelaars en spelers de macht geven om hun eigen verhalen te creëren en delen."

Over Spencer en de staat van Xbox

Phil Spencer werd in 2014 hoofd van Xbox, toen hij de opdracht had Xbox One van een gebrekkige release het jaar ervoor te redden. Tijdens die consolegeneratie werd onder andere het populaire Xbox Game Pass gelanceerd. Dankzij onder andere die service en zijn veelvuldige interviews werd hij al snel populair onder gamers.

Na de Xbox Series X en S-release in 2020 begon de mening over Spencer om te slaan, vooral gevoed door de veranderingen rondom Xbox als merk. Sinds enkele jaren komen de spellen van Xbox-ontwikkelaar zelfs vaak ook op andere platforms uit - bijvoorbeeld op PlayStation 5 en Nintendo Switch. Tegelijkertijd loopt de verkoop van de huidige Xbox Series X en S-consoles flink terug. Spencer zelf verscheen de afgelopen jaren steeds minder vaak in interviews, en ook de vele ontslagrondes en studiosluitingen binnen de Xbox-divisie zorgden voor reputatieschade.

Tegelijkertijd werden onder Spencers leiding grote aankopen als Bethesda en Activision Blizzard gedaan, bekend van gamefranchises als The Elder Scrolls, Fallout en Call of Duty.

Microsoft heeft eerder laten weten aan een nieuwe console te werken, die de grenzen tussen consoles en pc moet vervagen. Voor zover bekend wordt dit een apparaat die in feite pc-games af gaat spelen, alsmede Xbox-games, en waarop verschillende digitale pc-winkels bereikbaar zullen zijn - en dus niet alleen die van Microsoft zelf.

Het vertrek van twee belangrijke kopstukken binnen Microsofts gamedivisie is opvallend, zeker in combinatie met het feit dat de gametak van het bedrijf schijnbaar in een transitieperiode zit. Ook het feit dat de nieuwe ceo van Microsoft Gaming van CoreAI afkomt, houdt de gemoederen onder gamers bezig. Microsoft zet groots in op kunstmatige intelligentie, maar onder gamers heerst vooral onvrede over de invloed die AI tegenwoordig heeft op hun hobby. Sharma benadrukte in haar interne e-mail echter dat Xbox zich niet gaat richten op "zielloze AI-slop".

▼ Volgende artikel
Het geheugen van je computer: dit is het verschil tussen DDR4 en DDR5
© Ayo man | Law of God
Huis

Het geheugen van je computer: dit is het verschil tussen DDR4 en DDR5

Toen je je laptop kocht, keek je waarschijnlijk vooral naar de processor, de grafische chip en hoeveel GB werkgeheugen erin zit. Of dat werkgeheugen DDR4 of DDR5 is, is voor de meeste mensen geen doorslaggevende factor. Toch is het wel handig om te weten wat de verschillen zijn tussen DDR4, dat je vooral in oudere laptops tegenkomt, en DDR5, dat bij nieuwe modellen meestal de standaard is. DDR5 kan per seconde meer data verwerken dan DDR4. Wat dat verschil betekent en wanneer extra gigabytes meer opleveren dan de stap naar DDR5, lees je in dit artikel.

In dit artikel

je leest wat DDR4 en DDR5 precies van elkaar onderscheidt, wanneer je dat verschil in snelheid en energieverbruik echt merkt en waarom het voordeel van DDR5 ten opzichte van DDR4 bij gamen vaak beperkt blijft. Ook leggen we uit waarom DDR4 niet automatisch meer de goedkope keuze is, waarom je DDR4 en DDR5 niet kunt uitwisselen en wat dat betekent voor upgraden bij laptops en desktops. Tot slot lees je hoe je op Windows en Mac snel checkt of je meer RAM nodig hebt.

Lees ook: RAM(p)-scenario: waarom tech in 2026 duurder wordt

De techniek achter DDR4 en DDR5

Het grootste verschil tussen DDR4 en DDR5 zit in de datasnelheid en bandbreedte. Zie het als een digitale weg: DDR4 is een prima route waar het verkeer netjes doorrijdt, DDR5 is een bredere snelweg waar per seconde meer data overheen kan. Daardoor hoeft de processor bij zware taken waarbij veel data heen en weer gaat (denk bijvoorbeeld aan videobewerking) minder vaak te wachten op nieuwe informatie. Let wel: die extra 'rijstroken' leveren pas winst op als je processor, grafische chip en software er ook echt gebruik van maken. Bij lichte taken, zoals browsen en tekstverwerken, is werkgeheugenbandbreedte zelden de bottleneck. Gaat dat langzaam, dan heeft dat eerder te maken met de processor, opslag, of de browser.

DDR5 kan ook helpen met het energieverbruik, omdat het op een lagere spanning werkt: 1,1 volt in plaats van 1,2 volt bij DDR4. In een laptop kan dat iets schelen, al hangt het effect af van wat je doet en hoe de rest van het systeem is opgebouwd. Daarnaast zit bij DDR5 een deel van de stroomregeling op de geheugenmodule zelf. Dat kan de stroomvoorziening stabieler maken, maar het maakt de module ook wat complexer om te produceren.

Wat biedt DDR5 in de praktijk?

DDR5 komt vooral tot zijn recht bij taken die veel werkgeheugenbandbreedte vragen, zoals 8K videobewerking of complexe simulaties. Daarbij blijft de processor (en soms de GPU) meestal de doorslaggevende factor: die bepaalt of je systeem zo'n klus überhaupt vlot aankan. DDR5 kan helpen om wachttijd te verminderen, maar het maakt een trage CPU niet ineens snel. Een ander voordeel is dat je per module hoge capaciteiten kunt halen. Voor zware desktop-werkstations zijn systemen met 256 GB aan werkgeheugen inmiddels realiteit. Bij laptops ligt die grens doorgaans lager, vaak rond de 128 GB, omdat ze meestal minder geheugenslots hebben. Bovendien is het werkgeheugen bij veel modellen vastgesoldeerd, waardoor je later niet kunt uitbreiden.

©Batorskaya Larisa

DDR5 voor gamers: nodig of niet?

Voor gamers blijft het voordeel van DDR5 vaak beperkt. In veel games gaat het om een klein verschil, en op 1440p of 4K zie je dat meestal nog minder terug omdat je dan eerder tegen de grens van de videokaart aanloopt dan tegen die van het werkgeheugen. Ook hier geldt: de keuze voor CPU en vooral GPU bepaalt je gameprestaties veel sterker dan de stap van DDR4 naar DDR5. Dat verschil tussen DDR4 en DDR5 is onderzocht in een vergelijkingstest van de gezaghebbende site Tom's Hardware. Daarbij ging het bijvoorbeeld om 3% verschil in gameprestaties in Assassin's Creed Valhalla, 2% in Far Cry 6, Tom Clancy's Ghost Recon Breakpoint, Watch Dogs: Legion en Borderlands 3, en 1% in Shadow of the Tomb Raider en Wolfenstein: Youngblood.

©Crystal Dynamics

Het verschil tussen RAM en opslag

Veel mensen halen werkgeheugen (RAM) en opslaggeheugen (SSD of HDD) door elkaar, terwijl ze iets heel anders doen: RAM is het korte-termijngeheugen waarin de gegevens staan van programma's die je nú gebruikt, waardoor je met meer RAM makkelijker en sneller tussen meerdere apps schakelt, maar zodra je de computer uitzet is dit geheugen weer leeg. Opslaggeheugen is juist het lange-termijngeheugen waarop je foto's, documenten en andere bestanden blijven staan, ook als er geen stroom is.

Is een laptop met DDR4 nog goed genoeg?

Ja, voor de meeste Nederlanders is een laptop met DDR4 nog steeds goed genoeg. Gebruik je hem vooral voor internetten, Netflix kijken, Microsoft Office en af en toe een simpele fotobewerking, dan merk je in de praktijk nauwelijks verschil tussen DDR4 en DDR5. Bij laptops is DDR4 of DDR5 bovendien vaak geen losse keuze: het hangt samen met de generatie processor die in het model zit.

DDR5 kan wel voordeel geven bij zwaardere taken waarbij de computer grote hoeveelheden data tegelijk moet verwerken, maar dat wordt pas echt interessant als je met zware programma's werkt, of als je games zo soepel mogelijk wilt laten lopen - ervan uitgaande dat je CPU en GPU die werklast ook aankunnen. Denk aan situaties waarin je merkt dat je laptop moeite heeft om alles bij te houden, ook al staat de beeldkwaliteit niet eens extreem hoog. In veel situaties blijft het verschil klein. Belangrijker is vaak de hoeveelheid werkgeheugen: 16 GB voelt meestal merkbaar fijner dan 8 GB, ongeacht of het DDR4 of DDR5 is.

DDR4 is niet meer vanzelfsprekend goedkoop

Lange tijd was DDR4 de slimme, goedkope keuze als je vooral op de prijs lette: het verschil met DDR5 was groot. Door de huidige tekorten klopt dat beeld minder. DDR4-geheugen is flink duurder geworden; in sommige gevallen is de prijs zelfs meer dan verdubbeld. DDR5 is ook duurder geworden, maar omdat de productie van DDR4 wordt afgebouwd, kan DDR4 relatief harder in prijs oplopen. Daardoor ligt DDR4 in veel gevallen dichter tegen DDR5 aan dan je zou verwachten. Wie nu een nieuw systeem koopt, is met DDR4 vaak nog steeds het minst kwijt, alleen is 'goedkoop' bij werkgeheugen momenteel een rekbaar begrip.

©ronstik

Upgraden: wat wel en niet kan

DDR4 en DDR5 zijn nooit onderling uitwisselbaar, ook niet in een desktop. De inkeping zit op een andere plek en het platform moet het juiste type werkgeheugen ondersteunen. Je kunt dus geen DDR5 plaatsen in een systeem dat voor DDR4 is gemaakt, en andersom ook niet.

Bij laptops betekent dit meestal dat als je wilt overstappen op DDR5 je een nieuwe laptop zult moeten kopen. Veel laptops hebben namelijk geen uitbreidbaar werkgeheugen meer: de geheugenchips zitten voor ruimte- en kostenbesparing op het moederbord gesoldeerd, en bij sommige ontwerpen zelfs in hetzelfde pakket als de processor. Dan kun je later niets meer bijprikken. Dat is ook precies waarom DDR4 vs DDR5 bij laptops zelden de hoofdvraag is: je kiest een model, en daar hoort dit type geheugen bij.

Bij een desktop heb je vaak meer speelruimte, maar ook daar is het geen kwestie van alleen de geheugenmodules wisselen. Wil je van DDR4 naar DDR5, dan heb je een moederbord nodig dat DDR5 ondersteunt, en vaak ook een processor die bij dat moederbord past. Heb je vooral te weinig werkgeheugen (bijvoorbeeld 8 of 16 GB) en merk je dat je pc daardoor traag wordt, dan is extra DDR4 bijplaatsen meestal de goedkoopste verbetering. Pas als je toch al toe bent aan een grotere upgrade van je pc, wordt de stap naar DDR5 logisch.

Wanneer moet je echt upgraden?

Echt upgraden is pas zinvol als je merkt dat je huidige machine niet meer probleemloos werkt bij zware klussen zoals grote fotobestanden bewerken, video's monteren of veel dingen tegelijk doen. Heb je nu een laptop met 16 GB of 32 GB DDR4 die nog vlot werkt? Blijf die dan vooral gebruiken zolang de prijzen zo hoog liggen. Twijfel je, kijk dan eerst wat de oorzaak van de mindere prestaties is: zit je werkgeheugen tegen zijn limiet, of zijn het vooral je processor of GPU die de klus niet bijbenen?

Zo controleer je of je extra RAM nodig hebt

Voordat je besluit om een flinke investering te doen in een nieuw systeem of extra geheugen, is het slim om te kijken hoe je huidige computer presteert onder druk. Je kunt dit eenvoudig zelf testen op zowel Windows als Mac.

Windows

Open eerst de programma's die je normaal gesproken tegelijk gebruikt, zoals je browser met veel tabbladen, Word en een videocall. Druk daarna op Ctrl + Shift + Esc om Taakbeheer te openen. Ga naar het tabblad Prestaties en klik op Geheugen. Kijk vervolgens naar de grafiek en het percentage dat in gebruik is: blijft dat langere tijd rond de 80 tot 90 procent hangen terwijl je gewoon je dagelijkse werk doet, dan zit je tegen de grens van je werkgeheugen aan. Dat merk je vaak aan kleine haperingen, zoals tabbladen die trager laden of apps die later reageren. Zie je tegelijk dat je pc veel met de schijf bezig is, bijvoorbeeld omdat programma's ineens langzamer worden terwijl je opslaglampje blijft knipperen, dan is de kans groot dat Windows tijdelijk data op de SSD parkeert omdat het werkgeheugen volloopt.

Apple

Open je gebruikelijke programma's en druk daarna op Command + Spatiebalk. Typ Activiteitenweergave en druk op enter. Klik bovenin op het tabblad Geheugen en kijk onderaan naar de grafiek bij Geheugendruk. Is die groen, dan is er niets aan de hand. Wordt de grafiek geel of rood, dan heeft je Mac meer geheugen nodig om alles vlot te blijven draaien. Let ook op Gebruikte swap: als dat oploopt tot meerdere gigabytes, dan is je werkgeheugen in de praktijk te krap.