ID.nl logo
Huis

Alles over foto's afdrukken met de beste kleuren

Je neemt foto’s met je smartphone of digitale camera, je importeert die naar je pc, je bewerkt ze op het scherm en je gaat je foto's afdrukken... om dan vast te stellen dat de kleuren helemaal niet levensecht ogen. Doordacht kleurbeheer gedurende de volledige workflow helpt je dat euvel te voorkomen.

Het lijkt misschien evident dat kleuren tijdens de hele workflow consistent blijven, maar de werkelijkheid blijkt behoorlijk complex. Zo leest de camera kleuren uit van een sensor, geeft je monitor die weer met een lichtbron en gekleurde pixels, produceert een printer kleuren door inkt te mengen en werkt een lab met meerdere lagen kleurstoffen. Kleuren worden in dit hele proces dus op uiteenlopende manier gecreëerd of weergegeven door de diverse apparaten. Bovendien kunnen niet alle apparaten evenveel of dezelfde kleuren weergeven.

We leggen eerst uit waar dat zoal mee te maken heeft en reiken je vervolgens hulpmiddelen aan om tot een optimaal kleurbeheer te komen: kalibratie en kleurprofielen. We concretiseren ook een en ander aan de hand van een paar workflows.

Onverwachte kleurverschuivingen kunnen te maken hebben met slecht afgestelde apparaten, maar zelfs met optimale instellingen is het vaak lastig dit fenomeen geheel te vermijden. Zo maakt een monitor gebruik van een directe lichtbron en werkt die met de primaire kleuren rood, groen en blauw (rgb). Wit ontstaat door deze drie kleuren met eenzelfde intensiteit weer te geven (additief).

©PXimport

Printers maken doorgaans gebruik van een geheel ander procedé. Wit ontstaat hier door afwezigheid van kleuren en bovendien worden andere primaire kleuren gebruikt: cyaan, magenta en geel. Over elkaar heen gedrukt absorberen die het licht (subtractief) en dat nemen je ogen waar als zwart – bruinzwart eigenlijk, wat verklaart waarom fabrikanten zwart als extra ‘kleur’ toevoegen (cmyk). Wanneer je dus een foto afdrukt, moet die de transitie van het additieve rgb-model naar het subtractieve cmyk-model optimaal zien te overleven.

Daar komt nog bij dat elk apparaat een verschillend scala aan kleuren reproduceert, de zogenoemde kleuromvang (gamut). Zo zullen diepblauwe tinten vaak beter tot hun recht komen op een monitor dan op een printer. Het is zelfs mogelijk dat bijvoorbeeld twee identieke schermen of printers toch een licht verschillende kleuromvang hebben, zodat bepaalde kleuren er anders uit kunnen zien.

Werken met Gamutvision

De specifieke kleurinformatie van zo’n apparaat vind je terug in een zogenoemd kleurprofiel. Met het gratis Gamutvision kun je de kleuromvang uit zo’n profiel opvragen en zelfs van twee profielen vergelijken. Start de tool op en klik linksonder op het pijltje bij 1. Selecteer Browse: het programma kijkt nu in de map waar kleurprofielen in Windows standaard worden opgeslagen (%systemroot%\System32\Spool\Drivers\Color). Selecteer hier het gewenste profiel. Herhaal dit voor nummer 2, maar selecteer deze keer een ander profiel. Vervolgens druk je linksonder op de knop View. In het uitklapmenu rechtsboven selecteer je de gewenste weergave, bijvoorbeeld 3D L*a*b* (wire input, solid output).

In het voorbeeldvenster worden nu de kleuromvang van beide profielen tegen elkaar afgezet. Als je bijvoorbeeld een monitor- en een printerprofiel met elkaar vergelijkt, is de kans groot dat die behoorlijk verschillend zijn. Je begrijpt nu ook waarom een naadloze overgang van het ene apparaat(profiel) naar het andere niet altijd zo evident is.

Met Gamutvision kun je ook de kleurprofielen van een invoer- en uitvoerapparaat, zoals een monitor en een printer, aan de hand van een specifieke foto analyseren. In het uitklapmenu rechtsboven selecteer je Read Image for analysis en haal je de foto op. Selecteer de gewenste kleurprofielen. In het uitklapmenu midden rechts selecteer je Output > Monitor, zodat je het resultaat van het uitvoerprofiel op het scherm te zien krijgt. Het is zelfs mogelijk per pixel het verschil tussen invoer en uitvoer te bekijken: plaats een vinkje bij Probe en klik met het vizier de beoogde pixel aan. Linksonder zie je het verschil tussen de invoerkleur (boven) en de uitvoerkleur (onder). Klik ergens buiten de afbeelding om de Probe-modus te stoppen.

©PXimport

Verder kun je via het uitklapmenu linksonder experimenteren met de ‘rendering intent’ (weergave-intentie). Dat is de omzetmethode die wordt gebruikt om de kleuren aan te passen wanneer die buiten de kleuromvang van het uitvoerapparaat liggen. De twee meest gebruikte rendering intents voor foto’s zijn relatief colorimetrisch en perceptueel.

Bij de eerste wordt het witte punt van de invoer met dat van de uitvoer vergeleken en alle kleuren die buiten de kleuromvang van de uitvoer vallen, worden naar de dichtstbijzijnde beschikbare kleuren verschoven. Bij de perceptuele methode wordt getracht de natuurlijke look van de afbeelding zoveel mogelijk te behouden. Degelijke fotobewerkingstools laten je toe zelf de rendering intent voor je fotoafdrukken in te stellen.

Verder in dit artikel gaan we profielen in onze workflows integreren, maar voor je dat doet zorg je er best voor dat de betreffende apparaten, zoals monitor en printer, gekalibreerd zijn. Dat houdt in dat je eventuele (kleur)afwijkingen van de apparaten vaststelt en zo nodig bijstuurt om op die manier de gewenste kleuren zo dicht mogelijk te benaderen. Immers, stel dat je monitor een rode kleurenzweem heeft en te helder is ingesteld, dan is het risico groot dat je met de fotobewerkingstool onterecht de helderheid en het aandeel van de kleur rood in je foto’s gaat verminderen.

Monitor kalibreren

Voor het kalibreren van je monitor verwijzen we je eerst graag door naar de volgende artikelen:

Monitor kalibreren: Zo optimaliseer je schermkleuren

Monitor kalibreren met kleurmeter

Windows heeft zelf ook een ingebouwde kalibratiewizard en je doet er goed aan die uit te voeren. Druk op de Windows-knop, tik kalibreren in, kies Beeldschermkleur kalibreren en druk op Volgende (2x), waarna je de verdere instructies nauwgezet volgt. Via de wizard kun je een optimale gammawaarde, helderheid/contrast (via het osd-menu) en kleurbalans vastleggen. Op het einde krijg je nog de gelegenheid het effect van de vorige kalibratie met de huidige te vergelijken.

Hierbij kun je het venster van de wizard het best verkleinen, zodat je het effect van de kalibraties op je referentieplaatje(s) kunt beoordelen. Het vinkje bij ClearType Tuner starten […] laat je staan: zo krijg je ook een optimale tekstweergave. Rond af met Voltooien. Dat zorgt ervoor dat de wizard op basis van je instellingen een kleurprofiel voor je monitor creëert en activeert.

Het is raadzaam om zo’n kalibratie regelmatig uit te voeren, omdat (kleur)afwijkingen na verloop van tijd kunnen wijzigen.

Printer kalibreren

Na de monitorkalibratie is de printer aan de beurt. Met behulp van een spectrofotometer (die meet de golflengte van het licht over het zichtbare kleurenspectrum) en de bijbehorende software is het weliswaar mogelijk een kleurenanalyse van je prints uit te voeren en op basis daarvan een kleurprofiel samen te stellen, maar dat kost je al snel enkele honderden euro.

Je kunt dat ook uitbesteden, bijvoorbeeld bij Menccolor of Kleurprofiel.com. Hun werkwijzen zijn vergelijkbaar. Eerst druk je de bijbehorende tiff-bestanden (targets) af, zonder dat daarbij kleurcorrectie wordt toegepast. Dat kun je doen met de gratis tool ACPU (Adobe Color Printer Utility). Controleer ook in de instellingen van je printerdriver of er geen kleurbeheer of -aanpassingen worden uitgevoerd.

De afdrukken stuur je vervolgens per post op naar de dienst, waarna je het kleurprofiel via mail ontvangt. Afhankelijk van het aantal af te drukken kleurvakken betaal je voor zo’n analyse en het resulterende profiel een bedrag vanaf circa 20 euro.

Beschik je niet over een geschikt kleurprofiel voor je printer, dan kun je desnoods zelf je printer ‘kalibreren’ aan de hand van geschikte testplaatjes. Of je googelt voor plaatjes naar iets als color chart calibration. Je kunt zulke afbeeldingen eventueel aanvullen met enkele ‘natuurlijke’ beelden die je wel vaker fotografeert.

©PXimport

Het is nu de bedoeling dat je deze plaatjes afdrukt op het papier dat je ook voor je foto’s gaat gebruiken. Vervolgens bestudeer je grondig de afdrukken, bij voorkeur met een vergrootglas. Merk je onvolkomenheden als een kleurenzweem op, dan kun je dat proberen bij te stellen vanuit de instellingen van je printerdriver.

Druk op de Windows-knop, tik printer in en kies Printers en scanners. Selecteer je kleurenprinter en klik op Beheren / Printereigenschappen. Afhankelijk van je configuratiesoftware vind je hier op een van de tabbladen vast wel opties om de kleurverwerking door het apparaat aan te passen (bijvoorbeeld bij Voorkeursinstellingen / Kleur / Meer kleuropties), met name de helderheid, de verzadiging, de kleurtint en het relatieve aandeel van elke kleur.

Let wel, de afdrukkwaliteit en kleurweergave hangen ook samen met de papiersoort. Liever dan de instellingen telkens aan te passen, installeer je dezelfde printer meerdere keren en kies je per papiersoort de optimale instellingen, waarna je elke printerconfiguratie een aangepaste naam meegeeft, zoals Glanzend fotopapier, enzovoort.

Kleurprofielen

Zoals aangegeven kunnen degelijke kleurprofielen in belangrijke mate bijdragen aan optimale kleurverwerking, en je weet inmiddels hoe je zo’n profiel voor je scherm (via de kalibratiewizard) en voor je printer (via een spectrofotometerdienst) kunt bemachtigen. Overigens is het wel zo dat je doorgaans ook kleurprofielen kunt vinden op de supportsite van de producent van het apparaat. Of je beproeft je geluk voor monitorprofielen bij TFT Central (www.tftcentral.co.uk/articles/icc_profiles.htm).

Deze kleurprofielen houden natuurlijk geen rekening met afwijkingen die zich specifiek op jouw apparaat kunnen voordoen, bijvoorbeeld door veroudering. Maar hoe installeer je zo’n profiel? In Windows is dat zeer eenvoudig: klik met de rechtermuisknop op het icc- of icm-bestand en selecteer Profiel installeren.

Je wilt natuurlijk ook zelf controleren welke profielen aan jouw apparaten zijn gekoppeld. Dat gaat in Windows als volgt. Druk op Windows-knop + R en voer colorcpl uit. Het venster van Windows-kleurbeheer verschijnt. Selecteer het gewenste apparaat in het uitklapmenu, zoals je monitor, printer of scanner. In het venster verschijnt telkens het bijbehorende, actieve profiel. Om een ander profiel toe te wijzen, plaats je een vinkje bij Mijn instellingen voor dit apparaat gebruiken, klik je op Toevoegen, verwijs je naar de juiste locatie en klik je op Als standaardprofiel instellen.

Terugkeren naar de standaard systeeminstellingen doe je door de knop Profielen in te drukken en Mijn instellingen door de standaardwaarden van systeem vervangen te selecteren.

©PXimport

Kleurinstellingen Photoshop

We gaan ervan uit dat je de nodige kalibratie(s) hebt doorgevoerd en de optimale kleurprofielen aan je apparaten hebt gekoppeld. Nu moet je die natuurlijk nog wel op de juiste manier integreren in je workflow – van camera tot printer, zeg maar. We nemen in dit artikel vooral Photoshop CC (2019) als voorbeeld, maar ook bij andere (semi-)professionele fotobewerkingstools als Adobe Lightroom en GIMP zijn vergelijkbare opties of instellingen mogelijk.

Logischerwijze beginnen we bij de digitale camera. De meeste gebruiken standaard de kleurruimte sRGB, maar wegens de grotere kleuromvang kun je beter voor Adobe RGB kiezen, mocht dat beschikbaar zijn. Nog beter uiteraard is dat je in raw fotografeert als je toestel die mogelijkheid biedt: je bepaalt dan naderhand zelf in je raw-software (zoals Adobe Lightroom of Camera Raw) welke kleurruimte je verkiest en dus welke kleuren je eventueel overboord gooit. Smartphones zijn minder flexibel: als ze al een kleurprofiel gebruiken, wordt dat simpelweg in het fotobestand ingebed.

Bij het ophalen van je foto’s naar je pc zorg je er bij voorkeur voor dat ze het eventueel ingebedde profiel van de fotobestanden ongemoeid laten, zodat er geen automatische kleurconversies worden doorgevoerd. In Photoshop CC (2019) bijvoorbeeld kan dat als volgt. Ga naar Bewerken / Kleurinstellingen en selecteer bij Beleid voor kleurbeheer driemaal Ingesloten profielen behouden. Bij Profielen komen niet overeen en Ontbrekende profielen plaats je een vinkje bij Vragen bij openen (2x) en Vragen bij plakken.

Als RGB-werkruimte selecteer je bij voorkeur Adobe RGB, of, als de foto’s alleen voor het scherm of het web zijn bestemd, voor sRGB […]. Zo’n werkruimte is niets anders dan de kleurruimte (het kleurprofiel met een bepaalde kleuromvang) waarbinnen je de foto gaat bewerken. Photoshop voorziet ook wel in de werkruimte Wide Gamut RGB, maar die is zo uitgebreid dat er ongewenste neveneffecten kunnen optreden bij de conversie.

©PXimport

Wanneer je met deze instellingen een fotobestand opent waarin een afwijkend kleurprofiel is ingesloten, kun je kiezen tussen Ingesloten profiel gebruiken (ipv. werkruimte), Documentkleuren omzetten naar werkruimte en Ingesloten profiel verwijderen(geen kleurbeheer). Tenzij je absoluut een ander profiel wilt toewijzen, kies je in de meeste gevallen het best voor Ingesloten profiel gebruiken, zodat er geen ongewilde kleurconversies optreden.

Is er geen profiel ingesloten, dan kun je Profiel toewijzen / Adobe RGB selecteren, tenzij je weet dat de camera bijvoorbeeld op sRGB was ingesteld – in dat geval houd je het bij sRGB. Overigens is het binnen Photoshop via Bewerken / Profiel toewijzen altijd nog mogelijk een ander profiel toe te kennen als je dat absoluut wenst.

Anders wordt het wanneer je vanuit Photoshop een raw-afbeelding importeert. Adobe Camera Raw schiet dan wakker en laat je zelf de gewenste kleurruimte toewijzen. In dit geval kun je gerust voor ProPhoto RGB kiezen: die heeft de grootste kleuromvang. Dat doe je door onder de foto de link aan te klikken en de ruimte in te stellen op ProPhoto RGB.

Printerinstellingen Photoshop

Je hebt alle gewenste bewerkingen uitgevoerd op je afbeelding en je wilt het resultaat afdrukken op je eigen printer. Maar voordat je de afdrukknop indrukt, is het een goed idee om het resultaat te bekijken … op je scherm (‘soft proofing’).

Open daartoe het menu Weergave en kies Instellen proef / Aangepast. Er verschijnt een dialoogvenster waarin je bij Te simuleren apparaat het kleurprofiel van je printer selecteert. De Rendering intent stelt Photoshop standaard in op Relatief colorimetrisch, maar ga in dit venster zeker ook even na wat het effect is van Perceptueel (laat dan wel het vinkje staan bij Voorvertoning).

©PXimport

Wil je deze drukproefinstellingen voor hergebruik bewaren, druk dan op Opslaan en geef ze een specifieke naam mee: die duikt dan voortaan op bij Weergave / Instellen proef.

Je proefdruk ziet er goed uit? Dan houdt niets je nog tegen om Bestand / Afdrukken te selecteren. Bij Kleurverwerking kies je vervolgens Photoshop beheert kleuren en bij Printerprofiel selecteer je het kleurprofiel van je printer. Vergeet niet het kleurbeheer in je printer(driver) uit te schakelen. Selecteer de gewenste Rendering intent en zorg dat de drie opties linksonder van een vinkje zijn voorzien. De optie Kleuromvangwaarschuwing toont je op de voorbeeldweergave welke kleuren op basis van de geselecteerde opties eventueel buiten de kleuromvang van je printer vallen.

Is alles naar wens? Afdrukken dan maar!

▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.