ID.nl logo
Welke fiscale voordelen zijn er in 2024 nog voor de elektrische auto?
© BASILICOSTUDIO STOCK - stock.ado
Mobiliteit

Welke fiscale voordelen zijn er in 2024 nog voor de elektrische auto?

Welke voordelen geniet je in 2024 nog als het gaat om de elektrische auto? Hoe wordt elektrisch rijden nog aantrekkelijk gemaakt en welke regelingen gaan op de schop? Een overzicht.

Elektrisch rijden is niet goedkoop, maar wordt wel gestimuleerd door de overheid. Hoe doet de overheid dit en hoelang kun je nog profiteren van deze maatregelen? En wat zijn eigenlijk de plannen van het nieuwe kabinet voor zaken als subsidie en korting op de wegenbelasting? We geven je een overzicht van de fiscale voordelen voor de elektrische rijder in 2024.

Lees ook: Een hybride auto of toch een EV kopen: wat zijn de voor- en nadelen?

Download nu GRATIS het EV Duurtest-rapport 2024!

In het EV Duurtest-rapport zijn nieuwe elektrische auto's door verschillende consumenten getest. Alle resultaten vind je terug in dit digitale rapport. Door het invullen van je naam en e-mailadres meld je je aan voor ontvangst van het Kieskeurig EV Duurtest-rapport. Tevens ben je ingeschreven voor de Kieskeurig.nl EV-nieuwsbrief.

Het rommelt een beetje in het land van de elektrische auto. Om de koop van een EV te stimuleren, zijn er verschillende fiscale voordelen in het leven geroepen, maar deze blijken niet allemaal in beton gegoten. Met nieuwe kabinetsplannen voor 2025 verandert het nodige, al gaan ook weer niet alle fiscale voordelen op de schop. Dus is het handig om de voordelen voor de elektrische (lease)rijder eens op een rijtje te zetten. Hoe wordt de elektrische auto aantrekkelijker gemaakt en wat zijn de plannen voor de toekomst?

Waarom zijn er überhaupt fiscale voordelen voor elektrisch rijden?

Het ‘waarom’ in deze kwestie is wel van belang, want het hangt deels samen met de plannen om het een en ander aan te passen. De reden waarom er meerdere potjes vanuit de overheid zijn opgesteld als tegemoetkoming voor elektrisch rijden, zit hem in de hoge aanschafprijs van EV’s, in combinatie met de wens van de overheid om auto’s met verbrandingsmotoren in aantal terug te dringen. Door fiscale voordelen te bieden, wordt elektrisch rijden voor een groter publiek bereikbaar, is het idee.

©Igor Kardasov

Elektrisch rijden is duur, maar met diverse voordelen moet het aantrekkelijker worden.

Ontdek jouw ideale elektrische auto

Vergelijk en vind de beste deals op Kieskeurig.nl!

Fiscale voordelen voor particulieren

Om een goed beeld te krijgen van de breedte van de fiscale voordelen voor elektrisch rijden, moeten we onderscheid maken tussen privé en zakelijk. Wanneer je een elektrische auto in de privélease hebt, gelden er andere voordelen dan wanneer je de auto op de zaak hebt. De voordelen voor particulieren zijn:

  • Volledige vrijstelling van BPM - De belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM) wordt berekend op basis van je uitstoot. Hoe meer uitstoot je auto heeft, hoe hoger het bedrag dat je afdraagt aan BPM. Elektrische auto’s hebben geen uitstoot en zijn dus vrijgesteld van BPM. 

  • Voorlopige vrijstelling van MRB - De motorrijtuigenbelasting (MRB) is een belasting die elke automobilist moet afdragen, tenzij hij of zij een elektrische auto heeft. In dat geval betaal je voorlopig helemaal geen MRB. Het originele plan was om deze regeling tot en met 2024 te laten gelden, maar het is met een jaar verlengd. Na 2025 wordt de MRB als volgt berekend:

    - In 2025 betaal je geen MRB;

    - In 2026 heb je 40 procent korting;

    - Van 2027 tot en met 2029 heb je 30 procent korting;

    - In 2030 heb je 25 procent korting;

    - Vanaf 2031 heb je geen korting meer en betaal je het volle pond.

  • Je hebt nog heel even recht op aanschafsubsidie - Door aanschafsubsidie te verstrekken op de aankoop van een elektrische auto (2950 euro voor een nieuwe auto, 2000 euro voor een gebruikte) wordt de hoge prijs van een EV enigszins gecompenseerd. Zorg dat je niet te lang wacht, want met de plannen van het nieuwe kabinet verdwijnt deze subsidie per 2025.

Fiscale voordelen voor zakelijke rijders

Lease je zakelijk of ben je ondernemer, dan zijn er nog een paar fiscale voordelen die elektrisch rijden interessanter moeten maken. Deze voordelen zijn, net als de voordelen voor de particulier, evenmin voor eeuwig. Desondanks kun je er nog even van profiteren.

  • Je auto heeft een lage bijtelling - Bijtelling is voor elke leaserijder een realiteit, maar bij elektrische auto’s is de bijtelling lager dan bij auto’s met een verbrandingsmotor. Dit is echter een doorlopend proces, want elk jaar wordt de bijtelling op EV’s verhoogd. Vanaf 2026 betaal je net zoveel bijtelling als op een auto met brandstofmotor.

Tot een paar jaargeleden hadden eigenaren van elektrische zakenauto’s ook nog recht op milieu-investeringsaftrek (MIA) en de willekeurige afschrijving milieu-investeringen (VAMIL), maar die regeling is al sinds 2022 geschrapt. Heb je echter een auto die rijdt op waterstof of een auto die rijdt met geïntegreerde zonnecellen, dan zijn die voordelen voor velen nog wel van toepassing.

©Polestar

Ook zakelijke rijders profiteren voorlopig nog van kortingen en voordelen voor de EV.

Bijtelling berekenen voor je zakelijke elektrische auto

Om een beeld te krijgen van de bijtelling op je elektrische auto, moet je de volgende regels in gedachten houden. Over de eerste 30.000 euro van de catalogusprijs betaal je een bijtelling op je inkomen van 16%. Over elke cent die boven die 30.000 euro komt, betaal je 22% bijtelling. Dit percentage blijft 60 maanden geldig na het in gebruik nemen van de auto, wat vervolgens weer betekent dat als je leasecontract verlengd wordt, je 22% over de hele catalogusprijs betaalt. Wil je een specifiek getal? Hier kun je jouw specifieke bijtelling berekenen.

Bijtelling voor elektrische auto in private lease

Heb je een elektrische auto in de privélease, dan betaal je geen bijtelling. Wel kun je de auto gebruiken voor het maken van zakelijke kilometers, die je bij je werkgever kunt declareren. Voor ondernemers kan het soms even zoeken zijn wat de meest voordelige optie is: zakelijk of privé leasen? Het loont zeker de moeite om vooraf het nodige onderzoek te doen, zodat je een duidelijk beeld hebt van de uiteindelijke kosten.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.