ID.nl logo
Private lease: deze 10 elektrische kilometervreters zijn het goedkoopst!
© Stellantis
Mobiliteit

Private lease: deze 10 elektrische kilometervreters zijn het goedkoopst!

Als het voor jou niet is weggelegd om een nieuwe auto te kopen, is private lease mogelijk een aantrekkelijk alternatief. Je hoeft de aankoopsom dan niet in één keer te betalen, maar voor een vast bedrag per maand rijd je toch een nieuwe auto. Op die manier wordt de overstap naar een elektrische gezinsauto een stuk interessanter. Maar welke moet het worden? Om je te helpen in je keuze, zetten wij tien elektrische auto’s met een fatsoenlijke actieradius én een voordelig private-leasetarief op een rijtje!

Ontdek jouw perfecte elektrische auto

Vergelijk en vind de beste deals op Kieskeurig.nl

Waarom goedkope elektrische auto’s niet per se de slimste keuze zijn

De vraag welke elektrische auto’s het voordeligst zijn in de private lease, laat zich eigenlijk heel gemakkelijk beantwoorden. Dat zijn namelijk de goedkoopste EV’s op de markt. Voor de Dacia Spring Electric beginnen de prijzen bij 21.750 euro, in de private lease start het maandtarief bij 374 euro – voor een spiksplinternieuwe auto! En dan hebben we de 2.950 euro aanschafsubsidie op elektrische auto’s nog niet eens meegerekend.

Als je overweegt over te stappen op een elektrische auto, is een lage prijs echter beslist niet zaligmakend. Het is immers niet gezegd dat zo’n goedkope EV past bij jouw gebruikspatroon. Als je vooral korte afstanden rond je woonplaats rijdt en hooguit een enkele keer op de snelweg komt, dan zou zo’n kleine Dacia Spring Electric aan al je eisen kunnen voldoen. Maar als je vrijwel dagelijks met je elektrische auto op pad gaat én er regelmatig opuit trekt met twee of drie opgroeiende kinderen, dan is een ruime auto met een grotere actieradius natuurlijk een veel slimmere keuze. Al kost zo’n auto natuurlijk wel veel meer dan een Dacia Spring…

Private lease: wat houdt dat precies in?

Als je kiest voor private lease, hoef je het aanschafbedrag niet in één keer op tafel te leggen. Je betaalt dan maandelijks een vast bedrag voor het gebruik. De auto in kwestie zal ook niet jouw eigendom worden. In het maandtarief zijn alle vaste lasten bovendien al verrekend: je hoeft dus niets extra te betalen voor verzekering, belasting of onderhoud. Je betaalt echter ook maandelijks de afschrijvingskosten. Bij een auto die in jouw bezit is heb je daar ook mee te maken, maar daar zul je pas iets van voelen wanneer je je trouwe vierwieler na jaren dienst gaat inruilen.

Elektrische auto’s zijn overigens sowieso vrijgesteld voor de wegenbelasting. Op die manier wil de regering de overstap naar een elektrische auto (zonder CO₂-uitstoot) stimuleren. In principe geldt de vrijstelling voor de wegenbelasting nog tot 1 januari 2025. Hoe de fiscale regelgeving voor EV’s er over twee jaar uit zal zien, is op dit moment nog met geen zinnig woord te zeggen.

Het maandelijkse leasetarief dat je gaat betalen is ook afhankelijk van enkele variabele factoren. Denk bijvoorbeeld aan de looptijd van het leasecontract. Een voorbeeld: als het basistarief is gebaseerd op een termijn van 60 maanden, maar je kiest voor een leaseperiode van 48 of 36 maanden, dan wordt er een meerprijs boven op het maandbedrag gerekend. Hetzelfde geldt als je wilt afwijken van het standaard eigen risico op de verzekering of van het jaarkilometrage: rijd je bijvoorbeeld 15.000 km in plaats van 10.000 km, dan betaal je daar extra voor. Eventuele praktijkverschillen (wanneer je meer of minder kilometers rijdt dan het overeengekomen jaarkilometrage) zullen later worden verrekend. 

En hoe zit het met de kosten voor het opladen van de accu’s?

Een kostenpost die bij private lease níét in het maandtarief is opgenomen, is de energie die je verbruikt. Wat dat betreft verschilt een EV eigenlijk niet van een leaseauto op benzine, diesel of LPG. Ook in die gevallen zijn de brandstofkosten voor eigen rekening. Gelet op het bedrag dat je maandelijks aan je energieleverancier voor stroom betaalt, is het raadzaam om van tevoren goed uit te rekenen welke manier van opladen voor jou het voordeligst is. Je moet er in elk geval niet op rekenen dat bij de elektrische auto standaard een laadpas van de leasemaatschappij zit. Ook zo’n pas zul je dus zelf moeten regelen. 

Laadpaal laten installeren?

Snel een offerte aanvragen doe je via onze zustersite Kieskeurig.nl!

Dit zijn de 10 goedkoopste elektrische auto’s in de private lease met een actieradius van minimaal 350 kilometer!

Voor onze top 10 zijn we uitgegaan van de leasetarieven die de verschillende automerken op hun eigen websites communiceren. We kijken naar de basisuitvoeringen van hun elektrische modellen en rekenen met een leasetermijn van 60 maanden in combinatie met een maximum van 10.000 kilometer op jaarbasis. We laten daarnaast ook de verhouding tussen de actieradius (WLTP) en het leasetarief meewegen. Een scherpe kilometerprijs belonen we graag!  

10. Tesla Model 3 Standard Range (609 euro p/m)

Als je ’m koopt, betaal je nét geen 45.000 euro. Bestel je een trekhaak, mooiere wielen of een andere kleur dan zwart of wit, dan til je deze Tesla boven deze magische grens uit en kom je niet meer in aanmerking voor 2.950 euro SEPP-subsidie. De Model 3 Standard Range is veruit de duurste auto in deze top 10: in de private lease betaal je 609 euro per maand. Maar dan heb je wél een auto die 491 kilometer op een volle accu rijdt en profiteert van regelmatige ‘over the air’-updates. Met de hartelijke groeten van Elon Musk!

• Motorvermogen: ca. 283 pk • Actieradius (WLTP): 491 km • Snelladen: max. 170 kW • SEPP: ja 

©@GREG

9. DS 3 E-Tense (599 euro p/m)

Sinds kort beschikt de DS 3 E-Tense over een accupakket met een capaciteit van 54 kWh. Daar haalt de compacte Franse crossover een actieradius uit van nét 400 kilometer. DS zegt dat de auto de allure van Parijs ademt. Naar vastgoedmaatstaven klopt dat inderdaad: je betaalt de hoofdprijs voor maar heel weinig ruimte. Ook al staat het veercomfort van de DS 3 op hoog niveau en is de afwerking erg fraai, een tarief van 599 euro per maand is simpelweg een heleboel geld voor zo’n krappe auto.

• Motorvermogen: 156 pk • Actieradius (WLTP): 402 km • Snelladen: max. 100 kW • SEPP: ja

8. Peugeot e-208 GT (559 euro p/m)

Een van de populairste elektrische auto’s van 2022 profiteert van dezelfde technologische upgrade die de DS 3 E-Tense heeft ondergaan. Dat brengt de Peugeot e-208 een grotere accucapaciteit (54 kWh), meer motorvermogen (156 pk) en een grotere actieradius (400 km). Genoeg om de auto nét wat bruikbaarder en nét wat speelser te maken. Als meest compleet uitgevoerde en duurste model uit de reeks profiteert voorlopig alleen de GT-versie van de upgrade. Alle andere versies houden hun kleinere accu (50 kWh), minder krachtige elektromotor (136 pk) en kleinere actieradius (362 km).

• Motorvermogen: 156 pk • Actieradius (WLTP): 400 km • Snelladen: max. 100 kW • SEPP: ja

©Opel Automobile GmbH

7. Opel Corsa-e (495 euro p/m)

De Opel Corsa-e deelt zijn techniek met de Peugeot e-208. Dat wil zeggen: met de elektrische 208-versies die nog níet de upgrade van de aandrijflijn hebben gehad. De Corsa-e moet het zodoende stellen met een accupakket van 50 kWh en een vermogen van 136 pk. Als je niet te vaak lange ritten moet maken, is dat meer dan adequaat. Maar met een WLTP-actieradius van 362 kilometer klimt de Corsa-e met hangen en wurgen over onze ondergrens van 350 km. Voordeel van de Corsa-e is wel dat het tarief voor de private lease onder de 500 euro blijft.

• Motorvermogen: 136 pk • Actieradius (WLTP): 362 km • Snelladen: max. 100 kW • SEPP: ja

6. Citroën ë-C4 (489 euro p/m)

Als product uit het assortiment van het grote Stellantis-concern maakt ook de Citroën ë-C4 gebruik van dezelfde, nog niet opgewaardeerde elektromotor (136 pk) en accutechnologie (50 kWh) als de Peugeot e-208 en Opel Corsa-e. Voor het messcherpe leasetarief dat je maandelijks voor deze heerlijk comfortabel geveerde EV betaalt, mag je daar eigenlijk niet over zeuren. Door de actieradius van 357 kilometer zul je bij het laadstation regelmatig dezelfde mensen met een elektrische Opel Corsa of Peugeot 208 tegenkomen. Gezellig toch?

• Motorvermogen: 136 pk • Actieradius (WLTP): 357 km • Snelladen: max. 100 kW • SEPP: ja

5. BYD Atto 3 (549 euro p/m)

Verschillende Chinese automerken maakten hier in korte tijd hun opwachting, waardoor het EV-aanbod flink is gegroeid. Kijken we naar BYD, dan hebben we te maken met een heuse EV-pionier. Het concern ontwikkelt al bijna 30 jaar z’n eigen accutechnologie. De BYD Atto 3 is een ruime SUV met een speels interieurdesign. De LFP-accu is goed voor een keurige actieradius van 420 kilometer. Minder onder de indruk zijn we van het maximum laadvermogen aan de snellader: 88 kW. Hoe dat in de praktijk uitpakt? Binnenkort lees je op ID.nl een uitgebreide review van de BYD Atto 3.

• Motorvermogen: 204 pk • Actieradius (WLTP): 420 km • Snelladen: max. 88 kW • SEPP: ja

4. Cupra Born Essential (548 euro p/m)

Als je wilt profiteren van de SEPP-subsidie, zit je bij de Cupra Born standaard vast aan de basisversie genaamd Essential. Die heeft een batterij van 58 kWh, waarmee je 427 kilometer vooruit kunt. Reken niet op heel veel luxe aan boord: navigeren moet via je smartphone en nuttige veiligheidssystemen als adaptieve cruisecontrol, een spoorassistent en dodehoekwaarschuwing ontbreken. Als je daarmee kunt leven, word je wel vrolijk aan de snellaadpaal: de Cupra Born laat zijn accu volstromen met een piekvermogen van 120 kW. Vergelijk dat maar eens met de BYD Atto 3 hierboven...

• Motorvermogen: 204 pk • Actieradius (WLTP): 427 km • Snelladen: max. 120 kW • SEPP: ja

3. Kia Niro EV (579 euro p/m)

De marge is minimaal, maar op de standaard Kia Niro EV zit nog nét SEPP-subsidie. Je moet de ruimtelijke gezins-EV dan ook niet willen bestellen met metallic lak, want dan gaat de prijs over de 45.000 euro. De Niro EV heeft een accu met een capaciteit van 64,8 kWh, en daarmee kun je 460 kilometer vooruit. Wat de Kia Niro EV des te aantrekkelijker maakt, is zijn maximumtrekgewicht van 750 kilo, zodat je zonder problemen met een vouwwagen kunt gaan kamperen deze zomer. En als je dan toch op de camping staat: dankzij de vehicle-to-device-functie kun je al je elektrische apparaten op de auto aansluiten.

• Motorvermogen: 204 pk • Actieradius (WLTP): 460 km • Snelladen: max. 100 kW • SEPP: ja

2. MG 4 Comfort (529 euro p/m)

De in China gebouwde MG 4 Electric is een ijzersterke aanbieding. Daar kunnen we heel kort over zijn. Zelfs als je kiest voor de versie met het grootste accupakket (64 kWh) en de meest complete Luxury-uitrusting (inclusief warmtepomp, 360-gradencamera, navigatie en diverse semi-autonome rijhulpsystemen) blijft de prijs van de auto nog steeds onder de SEPP-grens. Hulde en bloemen! Snelladen doet de MG 4 Electric met 135 kW en op een volle accu rijd je zomaar van Utrecht naar Hamburg.

• Motorvermogen: 204 pk • Actieradius (WLTP): 450 km • Snelladen: max. 135 kW • SEPP: ja

1. Jeep Avenger (459 euro p/m)

Nadat de Jeep Avenger eerder al de titel ‘Auto van het Jaar’ wist te bemachtigen, staat hij in onze top 10 eveneens op nummer 1. Als Stellantis-product maakt hij gebruik van dezelfde (geüpgradede) technologie als de DS 3 E-Tense en Peugeot e-208 GT. Oftewel: de 54 kWh-accu en 156 pk sterke elektromotor. Weliswaar haalt de kleine Jeep net geen 400 kilometer op een volle accu, maar moet je eens kijken naar dat leasetarief: vanaf € 459 per maand staat er een heuse Amerikaan (met Frans-Duits-Italiaanse genen) voor je deur! En dankzij de lage basisprijs van 37.000 euro kun je vóór het overschrijden van de SEPP-grens helemaal losgaan op de optieprijslijst.

• Motorvermogen: 156 pk • Actieradius (WLTP): 392 km • Snelladen: max. 100 kW • SEPP: ja

Wil je een laadpaal thuis laten plaatsen? Check hier het aanbod bij Coolblue.

▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.