ID.nl logo
Sharing = caring: dit is waarom de deelauto steeds populairder wordt
© scharfsinn86 - stock.adobe.com
Mobiliteit

Sharing = caring: dit is waarom de deelauto steeds populairder wordt

Steeds meer mensen in Nederland maken gebruik van deelauto's. Het concept is simpel: je huurt een auto wanneer je die nodig hebt, in plaats van er constant een tot je beschikking te hebben. De populariteit van deelauto's is niet verwonderlijk: ze zijn goed voor het milieu, zorgen voor minder parkeer- en filedruk én ze besparen je veel geld. ID.nl praat je bij.

Deelauto's zijn in Nederland aan een flinke opmars bezig. Reden er in 2022 al 75.000 van rond, in 2023 is daar nog eens ruim tien procent bij gekomen, heeft kennisplatform CROW (Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek) becijferd. In dit artikel kijken we naar:

🚗 Wat is autodelen? 🚗 Voordelen voor jou én voor het milieu 🚗 5 manieren van autodelen 🚗 Registreren, betalen en tanken: zo werkt car sharing

Lees ook: Parkeren met EasyPark: zo werkt het


Wat is autodelen?

Car sharing, de Engelse benaming voor autodelen, houdt in dat meerdere mensen gebruik maken van dezelfde auto. In plaats van dat elke persoon een eigen auto heeft, deelt men auto's die beschikbaar zijn via een bedrijf of organisatie. Je betaalt vaak per uur of per kilometer. Alles wordt meestal geregeld via een app of website. Deelauto’s verminderen parkeerdrukte en CO₂-uitstoot. Ze dragen dus bij aan een schone en leefbare omgeving. Bovendien kun je er als gebruiker je maandelijkse kosten mee drukken!

Dit zijn de voordelen van car sharing voor jou

Behalve dat je er een goed gevoel van krijgt (omdat je op deze manier echt iets bijdraagt aan een beter milieu), zit het grote voordeel voor jou als autodeler toch vooral in je portemonnee. Door geen fulltime eigenaar te zijn van een auto, druk je kosten. Volgens de berekeningen van het Nibud kost een auto je zo’n 332 tot 671 euro per maand. Het Nibud houdt hierbij rekening met vaste en variabele lasten waaronder de afschrijving, verzekeringen, motorrijtuigenbelasting, het onderhoud en de brandstof.

Veel auto’s staan dagenlang stil. Gebruik jij je auto niet elke dag? Omgerekend betaal je er wel tien tot twintig euro per dag. Zonde! Voor een deelauto betaal je alleen voor wat je daadwerkelijk rijdt. Dat kan per dag of zelfs per uur. In de lagere prijsklasse vind je al een deelauto voor 21 euro per dag. Bij die prijs zit álles inbegrepen, ook het aantal kilometers dat je er zonder extra kosten mee kunt rijden. Ook heb je niet te maken met extra kosten voor wegenbelasting, pechhulp, onderhoud, apk, elektra, verzekeringen en benzine.

©MP Studio

4x voordelen voor het milieu

1. Het aantal voertuigen op de weg vermindert, wat zorgt voor emissiereductie. Oftewel, CO₂-uitstoot vermindert. Minder schadelijke stoffen in de lucht zorgen voor een gezondere luchtkwaliteit
2. Autodelen stimuleert de keuze voor milieuvriendelijke voertuigen. Heb je niet 24/7 een auto ter beschikking, dan is de kans groter dat je voor korte afstanden vaker de fiets pakt of gebruikmaakt van het openbaar vervoer. Daarmee sla je twee vliegen in één klap: want vaker de fiets pakken bevordert ook nog een gezondere leefstijl!
3. Elektrisch rijden wordt toegankelijker. Deelauto’s komen namelijk steeds vaker in elektrische vorm. Het aanschaffen van een elektrische auto is een flinke uitgave, maar met carsharing betaal je veel minder voor een rit met een elektrische auto.
4. Het vermindert de autoproductie en de schadelijke stoffen die daarbij vrij komen. 

Daarnaast zijn deelauto's ook goed nieuws voor verkeersdrukte en files (minder auto's = enfin, je snapt hem) én zorgen ze ervoor dat parkeerproblemen minder worden. Vooral in grote steden is dat erg prettig!

©CiceroCastro

5 manieren van autodelen: welke past bij jou?

Er zijn veel verschillende manieren waarop je aan autodelen kunt doen. Hieronder zie je welke vijf mogelijkheden je hebt.

1. Klassiek: Aanbieders als Mywheels, Greenwheels of MobiGo bieden auto’s aan die je 24/7 kunt huren. Ze hebben vaak een vaste parkeerplek waar je de auto ophaalt en terugzet.
2. Oneway:
De deelauto kun je gebruiken voor enkele reizen en hoef je niet terug te zetten, maar kun je in een ander gebied op een daarvoor bestemde parkeerplaats parkeren. Sixt biedt dit met Sixt share bijvoorbeeld al sinds 2020 aan, met uitsluitend elektrische auto's.
3. Particulier:
Op online platforms kun je auto’s lenen van particulieren. Als verhuurder kun je dus deels de kosten van je eigen auto terugverdienen. Veel gemeenten raden Snappcar aan voor particulier gebruik.
4. Privaat:
Autodelen met vrienden, familie of collega’s? Kijk dan eens op Vereniging Gedeeld Autogebruik om te checken welke voordelen je eruit kunt halen. Dan kun je denken aan parkeervergunningen voor meerdere parkeergebieden.
5. Zakelijk:
Werkgevers hebben bijvoorbeeld auto’s van de zaak of leaseauto’s die je onderling met collega’s kunt gebruiken. De werkgever bieden ze ook weleens aan op peer-to-peer platforms of hebben poolauto’s die je als werknemer kan huren voor privégebruik.

©BillionPhotos.com

Altijd handig, ook in een deelauto

Parkeerschijven voor de blauwe zone

Registreren, betalen en tanken: zo werkt car sharing 

Voordat je de deelauto instapt en ermee weg kunt rijden, geldt er een registratieplicht. Je wordt lid van een platform of je vult het registratieformulier in bij een aanbieder. Dat kan vaak op de website of via de app. Hier vul je je persoonlijke- en betalingsgegevens in. Voor de registratie moet je minimaal 18 jaar zijn en heb je een geldig (Europees) rijbewijs en ID-kaart of paspoort nodig. 

Check goed wanneer er kosten in rekening worden gebracht. Per aanbieder kan de betaalmethode verschillen. Bij de een kun je vrijblijvend lid worden en betaal je pas na de rit, terwijl je bij de ander een abonnementsvorm moet afnemen. In de kosten zit ook een vast aantal kilometers begrepen. Rijd je meer? Dan betaal je per kilometer extra. 

Ben je aangekomen op de bestemming? De auto laat je achter volgens de afspraken, bijvoorbeeld met een halfvolle tank of volgeladen tot een bepaald niveau. Tanken doe je met de benzinepas van de auto of het is zo geregeld dat je de benzine krijgt terugbetaald. Bewaar de bon dus goed!

💡 TIP: Meerdere aanbieders Bijna de helft van de autodelers blijkt lid te zijn van meerdere aanbieders. Extra handig, want aanbieder heeft andere voorwaarden. Bij de ene aanbieder is het misschien gunstiger om lange afstanden te rijden, terwijl je bij de ander de auto voor een uurtje gemakkelijk kunt oppikken. Door de service van verschillende aanbieders in de gaten te houden en je bij meerdere platformen aan te sluiten, kun je dus de auto gebruiken die je op dat moment nodig hebt!

Groeiende deelmobiliteit 

In 2023 nam volgens het CROW aantal deelauto’s toe. Dat is niet gek, want het gebruik van de auto’s wordt steeds makkelijker gemaakt door handige apps waarmee je ze eenvoudig kunt vinden, reserveren en betalen.

Vooral in grote steden is autodelen vrij praktisch en makkelijk. In steden als Amsterdam en Utrecht wordt autodelen al in het gemeentelijk beleid gestimuleerd. Maar ook in kleinere steden als Nijmegen (dat zichzelf een groene stad noemt) en Amersfoort (waar al jarenlang deelauto’s rondrijden) is carsharing een hot topic. En zelfs in meer landelijke gemeenten waar carsharing een grotere uitdaging is vanwege de infrastructuur, beperkte vraag en uitgestrekte afstanden, zien sommige gemeentes toch het voordeel van deelauto’s in. Zo konden inwoners van Soest een gratis proefritje maken in een deelauto. 

Het aantal deelauto’s dat je in landen tegenkomt, varieert wereldwijd. Zeker in Europese landenkom je ze steeds vaker tegen. In Duitsland kun je met Car2Go, in Frankrijk met Autolib’ en in Zweden met Sunfleet een auto delen. Hierdoor wordt het combineren van verschillende vervoermiddelen eenvoudiger. Voor een lange afstand door Europa kun je bijvoorbeeld de trein gebruiken. Vervolgens pak je een deelauto om de bestemming te verkennen.

Autodelen is niet langer een trend, maar een blijvertje. Of het in de toekomst mogelijk is om de zelfrijdende auto te delen, is vanwege de verschillende wetten en plichten nog de vraag. De zelfrijdende taxi rijdt in ieder geval al wel. Maar daarvoor moet je nu nog naar Amerika.    

🚐 Ook delen: Campers, fietsen en scooters Deelmobiliteit is bijna niet meer weg te denken uit het Nederlands straatbeeld. Naast deelauto’s kun je ook deelscooters en fietsen (ov-fietsen gebruiken. Maar wist je dat ook deel-campers zijn? Via Goboony kun je een camper voor je vakantie (ver)huren van/aan particulieren. 

🍀 Ook goed voor het milieu: 👇


▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.