ID.nl logo
Rij-impressie XPENG G6: dit is de doorbraak van de Chinese auto
© Irwin Versteegh - Duijnstee
Mobiliteit

Rij-impressie XPENG G6: dit is de doorbraak van de Chinese auto

Een paar maanden geleden maakte Irwin van InstaAutoVlog kennis met de XPENG G6. Zijn eerste indruk na een paar uur rijden? Deze auto zou weleens een geduchte concurrent voor de Tesla Model Y kunnen worden. Inmiddels is de auto bij de dealers te vinden en heeft Irwin er opnieuw mee gereden – dit keer maar liefst 1250 kilometer. Zijn bevindingen staan in dit artikel en de bijbehorende video.

Download nu GRATIS het EV Duurtest-rapport 2024!

In het EV Duurtest-rapport zijn nieuwe elektrische auto's door verschillende consumenten getest. Alle resultaten vind je terug in dit digitale rapport. Door het invullen van je naam en e-mailadres meld je je aan voor ontvangst van het Kieskeurig EV Duurtest-rapport. Tevens ben je ingeschreven voor de Kieskeurig.nl EV-nieuwsbrief.

Onze testauto Voor de test is gereden met wat waarschijnlijk de populairste variant zal zijn: de Long Range RWD, de middelste uitvoering. Het testmodel kostte uiteindelijk 49.980 euro, inclusief de optionele lakkleur Graphite Grey (800 euro) en een trekhaak van 1.190 euro. De auto was uitgerust met standaard 19-inch lichtmetalen wielen. Standaard is deze Long Range G6 uitgerust met een 87,5 kWh grote batterij, een 11kW-boordlader en state-of-the-art 800V-snellaadtechnologie.

De XPENG G6 valt binnen het D-SUV segment en is daarmee een directe concurrent van de Tesla Model Y, maar ook van modellen zoals de IONIQ 5, de Kia EV6 en de Renault Scenic E-Tech Electric, de Auto van het Jaar 2024. Hoewel de buitenafmetingen van de XPENG identiek zijn aan die van de Tesla, onderscheidt hij zich visueel door de opvallende dagrijverlichting aan zowel de voor- als achterkant.

Bekijk onderaan dit artikel een video van de XPENG G6!

©Irwin Versteegh - Duijnstee

Keurig interieur

Binnenin de G6 is de hernieuwde kennismaking aangenaam. De hoge instap is comfortabel en het interieur is keurig en degelijk afgewerkt. De stoelen zitten comfortabel, zelfs na een lange rit. Qua opbergruimte is alles goed geregeld, op de wat krappe bekerhouders na. Een fijn detail zijn de twee draadloze opladers, die je telefoon tijdens het laden actief koelen.

©Irwin Versteegh - Duijnstee

Slim en snel infotainmentsysteem

De G6 is uitgerust met twee lcd-schermen: een digitaal instrumentenpaneel voor de bestuurder en een 15-inch horizontaal geplaatst infotainment- en navigatiesysteem. Tijdens de test viel vooral de snelheid van het systeem op. Met name het gebrek aan opstarttijd bleek op Tesla-niveau te liggen. Er zijn nog wel wat bugs, zoals de Spotify-app die af en toe stopt met afspelen, maar het ijverige merk kennende zal dit in no-time worden opgelost. De EV-routeplanning werkt naar behoren, net als de voorspelling van de resterende accucapaciteit na aankomst op je bestemming.

©Irwin Versteegh - Duijnstee

Ontdek jouw ideale elektrische auto

Vergelijk en vind de beste deals op Kieskeurig.nl!

Opbergruimte zou beter kunnen

Passagiers op de achterbank, twee volwassen personen, waardeerden de comfortabele zit, de vlakke vloer en het efficiënte ventilatiesysteem. Het standaard glazen dak zorgt voor veel lichtinval. Een leuke bonus is dat XPENG je qua bekleding gratis de keuze biedt tussen een zwart of wit interieurthema. De kofferruimte is ruim genoeg voor de bagage van een gezin van vijf, maar het ontbreken van een groot extra vak onder de vloer, zoals bij de Tesla Model Y, is jammer. Ook een 'frunk' ontbreekt.

©Irwin Versteegh - Duijnstee

Van 10 tot 80 procent in 20 minuten!

Standaard zien we een 11kW-boordlader en geavanceerde 800V-snellaadtechnologie, waarmee een piek van maar liefst 280 kW mogelijk wordt gemaakt. Of hij dat ook daadwerkelijk haalt? Nou en of! Zodra een snellader in het navigatiesysteem werd ingesteld werd de batterij opgewarmd en wist de G6 binnen iets meer dan 20 minuten 80 procent SoC (state of charge) te bereiken. Vooral de indrukwekkende laadcurve viel op: zelfs bij 75 procent SoC leverde de lader nog een vermogen van 167 kW.

©Irwin Versteegh - Duijnstee

Gemiddeld energieverbruik verrassend efficiënt

En hoe ver je daar dan mee kunt rijden? Over een afstand van 1250 km noteerden we een gemiddeld energieverbruik van 16,7 kWh/100 km, wat verrassend efficiënt is. Zeker gezien het feit dat er veel kilometers 's avonds na zevenen zijn gereden en er ongeveer 200 km lang twee fietsen op de trekhaak stonden. Rijd je dagelijks in de spits, dan kun je rekenen op verbruikswaarden rond de 15 kWh/100 km, terwijl je bij 130 km/u op zo'n 23 à 24 kWh/100 km uitkomt. Opmerking: het gemiddelde energieverbruik is daadwerkelijk gemeten en niet alleen van de boordcomputer afgelezen.

Wat het rijden betreft, blijft de G6 een fijne en comfortabele reisgenoot. De rechtuitstabiliteit is uitstekend, zelfs bij snelheden boven de 130 km/u. Het enige minpunt is de soms wat te slappe demping en vering, waardoor de auto soms onrustig aanvoelt.

©Irwin Versteegh - Duijnstee

Wil je meer weten over de XPENG G6? Bekijk dan de video hieronder!

Watch on YouTube
▼ Volgende artikel
Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard
Huis

Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard

Het Zuid-Koreaanse zou een shooter gebaseerd op Starcraft in ontwikkeling hebben voor IP-eigenaar Blizzard.

Dat claimt The Korean Economic Daily. Een team binnen Nexon dat gespecialiseerd is in shooters zou zich op dit moment volledig richten op de nog onaangekondigde game. De ontwikkeling zou nog niet lang geleden zijn gestart, en dus zou de shooter nog lang op zich laten wachten.

Verdere details zijn er nog niet, behalve dat Choi Jun-ho ook bij het project betrokken zou zijn. Hij maakte eerder de populaire Shinppu-mapmod voor Starcraft.

Starcraft

Er gaan al langer geruchten over een shooter gebaseerd op Starcraft. Vorig jaar meldde Bloomberg-journalist Jason Schreier al in zijn boek 'Play Nice: The Rise, Fall and Future of Blizzard Entertainment' dat Blizzard aan een shooter zou werken. Volgens Schreier is de shooter van Nexon echter niet gerelateerd aan de shooter van Blizzard - het zouden om twee afzonderlijke projecten gaan.

De Starcraft-reeks bestaat uit real-time strategygames. De eerste verscheen in 1998, en een vervolg kwam in 2010 uit. Blizzard heeft al vaker geprobeerd shooters gebaseerd op de Starcraft-franchise te maken, maar die werden vooralsnog altijd geannuleerd.

Mogelijke onthulling op Blizzcon

Voor het eerst in enkele jaren organiseert Blizzard op 12 en 13 december de Amerikaanse beurs Blizzcon, waar alles rondom de uitgever wordt gevierd. Het is mogelijk dat één van de hierboven genoemde shooters daar wordt onthuld.

▼ Volgende artikel
Review: Mario Tennis Fever is een leuke set
Huis

Review: Mario Tennis Fever is een leuke set

Je vraagt je bij elke Mario-sportgame toch weer af: bereikt het de highs van die oeroude Game Boy-games van Camelot, zoals Mario Tennis en Mario Golf)? Het antwoord is, wat mij betreft, steevast  ‘nee’. Maar tussen ‘perfect’ en ‘niet perfect’ zit nog altijd een breed spectrum aan kwaliteit. En Fever? Die nestelt zich moeiteloos aan de betere kant van dat spectrum.

De drie toernooien die deze game rijk is, daar ben je een uurtje zoet mee. Waarschijnlijk zonder een set te verliezen. De Adventure Mode? Een paar uurtjes meer dan dat, en hoewel ook die nergens uitdagend wordt vertelt het wel een vermakelijk verhaal over Mario en Luigi die als baby’s hun tennis-skills moeten oppoetsen vanwege… bijzondere redenen.

Er zijn ook drie Challenge Towers met allerlei unieke uitdagingen die eventjes vermaken. In mix-up vinden we tennis, maar dan met regels en omstandigheden die alleen het Mushroom Kingdom kan bieden, en dat was het wel zo’n beetje. Wie Mario Tennis Fever alleen speelt is een weekend zoet en heeft zich prima vermaakt. Maar sportgames zijn er, natuurlijk, om je competitieve aard los te laten op vrienden, familie, kroost of online uitdagers.

Leuk

Daarom wil ik het ook niet al te uitgebreid over die singleplayermodi hebben. Ja, Nintendo heeft z’n best gedaan. Ja, er is weinig aan te merken op de minigames en kleine tussenscènes die de Tennis Academy te bieden heeft en de ontwikkelaars verdienen het dat het hier even aangestipt wordt. Nooit sla je stijl achterover van briljante ideeën of concepten, en er wordt geen druppeltje zweet gemorst van de spanning. Maar ‘leuk’ is eigenlijk een perfect, allesomvattend begrip om deze kant van de game te omschrijven.

De echte graadmeter echter, is de kern van de gameplay. Hoe speelt het? Hoe diep gaat het? Hoeveel personages, gekke rackets en super-power-mega-skillmoves zijn er in dit pakketje gepropt en hoe verhouden die zich tot elkaar? Na mening middag ballen overslaan of in dubbelspel terugslaan met mijn zoontje van 9, zijn we eruit: Mario Tennis Fever heeft ontzettend lekkere gameplay.

Content is king

Content is in de eerste instantie de name of the game. Er zitten bijna veertig personages in de game, meer dan een dozijn verschillende banen en de hoofdattractie is de aanwezigheid van tientallen Fever-rackets, die elk hun eigen unieke skill met zich meebrengen. De bananentros die Donkey Kong een ‘racket’ noemt strooit bananen over de baan, met het vulkaanracket plopt er een (je raadt het nooit) vulkaan op uit de baan en het Thwomb-racket zorgt ervoor dat het iconische stenen blok uit de Mario-serie plots uit de lucht valt – hopelijk op een tegenstander. Een zogeheten Fever-shot is verder ook geen hogere wiskunde. Om de zoveel tijd is je metertje vol en ram je dat ding over de baan heen.

Extra fijn is dat het gros van dit alles vrij te spelen is waar je maar wil. Laat je de singleplayermodi links liggen en speel je gewoon wat potjes tegen elkaar? Geen probleem, om de zoveel potten krijg je een nieuw racket, personage, of kleurtjes voor je favoriete tennissers.  

Watch on YouTube

Plak er een voldoende op

Enfin, tot zover de uitleg en alles wat hier te vinden is. Leuk spelletje, plak er een voldoende op en klaar, toch? Nou nee, want hoewel alles hierboven zijn eigen rol speelt, zijn het de diepere lagen daaronder die Mario Tennis  Fever tot grotere hoogten dan ‘plak er even een voldoende op’ stuwen. Al die personages? Die beschikken over hun eigen stats en eigenaardigheden. Wario laadt z’n powershots razendsnel op, Bowser Jr. legt veel meer precisie in z’n topspincurve dan anderen en Shy Guy slaat zijn topspins zonder gehinderd te worden door zijn positie op de baan.

En die banen? Die hebben elk hun eigen ondergrond, waar ballen anders op stuiteren en doorschieten, terwijl spelers zelf ook sneller of minder snel zijn, gebaseerd op het gras of het hardcourt waar ze op spelen. Die Fever-rackets? Oprecht allemaal een andere smaak. Ook daar merk dat extra stukje diepgang waar een wat luiere Mario-sportgame niet aan zou denken: wanneer je een Fever-shot terugslaat vóórdat op jouw zijde van het net landt, kun je met een stuit op de helft van de tegenstander zomaar eens het bijbehorende effect teruggeven. Prettig vervelend als je denkt die koter een modderplas op zijn helft te bezorgen, om ‘m vervolgens zelf om je oren te krijgen als hij de bal vakkundig over je heen lobt en ‘ie alsnog op jouw achterveld terecht komt. Een (modder)koekje van eigen deeg noemen ze dat geloof ik.

Mario Tennis Fever

Slide
Slide
Slide
Slide

Geen Lego, wel Duplo

Al die extra aandachtspuntjes en omstandigheden zijn ook nog eens gebouwd op een fundering van onkreukbare basisgameplay. Topspins, slices, curveballen, lobs en powershots: alles wat je van een tennisgame mag verwachten zit erin. De grote maar is alleen: het gebeurt allemaal zonder de nuance van een échte topgame. Vergelijk het een beetje met Lego en Duplo. Zelfde principe, zelfde soort blokken, maar iets vets bouwen met Lego hit net even anders dan iets vets bouwen met die grote Duplo-blokken. Zo verhoudt deze game zich ook tot de toppers uit het tennisgenre, zoals Virtua Tennis en Topspin. Is veelgevraagd, ik weet het, maar het is wel het verschil tussen goed of geweldig. En Mario Tennis Fever eindigt in het eerste kamp.

Is mijn zoontje naar school, dan heb ik namelijk geen enkele reden om Mario Tennis Fever verder te spelen. Zoals gezegd is al die singleplayercontent niet meer dan ‘even leuk’. En computergestuurde tegenstanders geven zelfs op het hoogste niveau nooit écht tegengas. Bovendien zijn de personages net te groot voor deze banen om het volgende niveau van verfijning te bereiken. Top, zo’n lob. Maar vanwege de dus relatief kleine banen blijft het geen zekerheidje dat je iemand ermee verschalkt die tegen het net aan staat. Aanzienlijke kans dat ie gewoon op tijd de achterlijn haalt, als ie ook maar een klein beetje inzicht heeft. Het zorgt ervoor dat Mario Tennis Fever een absoluut geslaagde game is, met heerlijke multiplayer. Maar wie de eindeloze diepgang en speeluren van, bijvoorbeeld, een Mario Kart World hier zoekt, staat sneller dan gewenst buitenspel. Oh wacht, verkeerd sport…

Mario Tennis Fever is vanaf 11 februari beschikbaar voor Nintendo Switch 2.

Goed
Conclusie

Mario Tennis Fever barst van de content. De vele personages, banen en rackets geven unieke, diepere lagen aan de gameplay en multiplayerpotjes gaan met grote glimlach en een berg vertier gespeeld worden. Jammer voor de wat volwassenere spelers dat die volgende laag diepgang nét niet geraakt wordt. Daarvoor is het singleplayeraanbod niet genoeg, de tegenstanders niet uitdagend genoeg en ontbreekt er hier en daar net wat finesse. Maar ga zo door, Nintendo. Mario Tennis Fever zit namelijk wél in de richting van die tijdloze Camelot-klassiekers waar we zo naar hunkeren.

Plus- en minpunten
  • Flinke hoeveelheid content en modi
  • Sterke basisgameplay
  • Uiteenlopende Fever-rackets
  • Nog altijd sterke multiplayer
  • Daagt je nooit écht uit
  • Diepgang niet eindeloos