ID.nl logo
Hoe plaats je een autostoeltje in de auto?
© Reshift Digital
Mobiliteit

Hoe plaats je een autostoeltje in de auto?

Hoe moet je een autostoeltje in de auto plaatsen? Over het algemeen zijn er twee opties: met autogordels of met Isofix. Desondanks bestaat nogal wat onduidelijkheid over hoe je het beste een kinderstoel in de auto plaatst. Logisch, want een kinderzitje voor baby’s plaats je nou eenmaal vaak anders dan een zittingverhoger voor grotere kinderen. Bij babystoeltjes zie je bijvoorbeeld steeds vaker het gebruik van een onderstel waar het autostoeltje op geklikt kan worden. In dit artikel vertellen we je meer over het plaatsen van babystoeltjes, peuterstoeltjes en kinderautostoeltjes.

Babystoeltje plaatsen in de auto

Een babystoeltje plaats je altijd tegen de rijrichting in. Het liefst plaats je de babystoel op de achterbank. Babystoeltjes mogen eventueel wel voorin op de passagiersstoel worden geplaatst, op voorwaarde dat de airbag op die plek is uitgeschakeld. Wil je de autostoel hoger plaatsen (dus dat je kindje hoger zit)? Vroeger kon je losse zittingverhogers zonder rugleuning kopen. Deze worden sinds 2017 echter alleen nog goedgekeurd voor kinderen groter dan 125 cm en zwaarder dan 22 kg.

Er bestaan auto-kinderzitjes die je kunt vastzetten met behulp van de autogordel en exemplaren die je bevestigt middels Isofix. Met welk systeem jouw kinderzitje werkt, heeft veelal te maken met het keurmerk. Sommige i-Size-autostoelen kunnen vastgemaakt worden met de autogordel. De meeste autostoeltjes met dit keurmerk maken echter gebruik van de Isofix-punten in je auto. Je bevestigt (het onderstel van) het babyzitje aan die punten. De babystoel klik je vervolgens vast in het onderstel. Oudere autostoeltjes met het R44-keurmerk zet je over het algemeen vast middels de autogordel.

Peuterstoeltje plaatsen in de auto

Peuterstoeltjes vormen een tussenstap tussen babystoeltjes en grotere exemplaren (autostoel voor 15-36 kilo). Sommige peuterstoeltjes worden voorwaarts geplaatst, sommige kijken echter nog steeds achteruit. Het wordt altijd aangeraden om kinderen achterwaarts te laten kijken tot ze minimaal 70 cm lang zijn.

Net als babystoeltjes worden ook peuterstoeltjes bevestigd met ofwel de autogordel of het Isofix-systeem. We bespreken beide manieren:

• Autostoeltjes met Isofix plaatsen in de auto werkt vrij eenvoudig. Je klikt de autostoel op een frame dat je vastmaakt aan de Isofix-bevestigingspunten in de auto. Die punten bevinden zich tussen de rugleuning en het zitvlak van de achterbank. Sinds november 2012 zijn alle nieuwe auto’s met deze bevestigingspunten uitgerust. Auto’s die gemaakt zijn voor 2006 hebben vaak geen Isofix-punten.

• Autostoeltjes zonder Isofix-systeem bevestig je met autogordels. Vaak moet je de autogordel door een deel van de rugleuning rijgen. Voor de exacte instructies kun je het beste de handleiding van de fabrikant erop naslaan.

©PXimport

Kinderautostoel plaatsen in de auto

Kinderautostoelen met i-Size-keurmerk zijn bedoeld voor kinderen vanaf ongeveer 3 jaar tot de tienerleeftijd, als ze minimaal 135 cm zijn. Bij de oude R44-regelgeving kies je voor kinderen in de auto een stoeltje uit groep 2 of 3, die geschikt zijn voor kinderen van 15 tot 36 kg.

Voor stoeltjes met die R44-norm geldt dat groepen 2 en 3 vrijwel altijd gecombineerd worden. Deze verstelbare autostoelen noemen we ook wel zittingverhogers. Hierin wordt je kind rechtstreeks met de autogordel vastgezet. Kies bij voorkeur voor een stoelverhoger met rugleuning en hoofdsteun. Veel i-Size-kinderstoelen hebben daarnaast ook nog zijsteunen, waardoor ze betere bescherming bieden bij een botsing van opzij.

Wil je een Maxi Cosi in de auto plaatsen? Liever een kinderzitje van Nania? Of heb een autostoel ven Cybex op het oog? Heel veel bekende merken maken autostoeltjes met en zonder Isofix. Kijk dus voor de aanschaf goed over welk bevestigingssysteem jouw stoeltje beschikt en of dat in je auto past.

▼ Volgende artikel
Column: Overwatch 2 heeft juist nu een PvE-modus nodig
© Blizzard
Huis

Column: Overwatch 2 heeft juist nu een PvE-modus nodig

Liveservicegames en hero shooters waren in 2016 niet per se nieuw. Destiny ging al twee jaar hard, en hoewel nieuwkomer Overwatch erg goed ontvangen werd, trokken sommigen al snel vergelijkingen met Valve’s inmiddels oude Team Fortress 2. Toch wist de hero shooter van Blizzard een Game of the Year Award voor de neus van onder andere Uncharted 4: A Thief’s End weg te grissen. Het was een glorieus begin van een moeizaam traject.

In de afgelopen tien jaar onderging Overwatch grote veranderingen. Na een groot succes met ruim 50 miljoen totale spelers in de eerste drie jaar kondigde Blizzard in 2019 aan dat er een vervolg zou komen, dat ‘naast het originele Overwatch’ moest bestaan en uitgebreid werd met Player-versus-Environment-content. De 6-tegen-6 Player-versus-Player-gameplay waar Overwatch om bekendstaat, zou blijven bestaan en voorzien worden van dezelfde content in de twee games. Ook zou Overwatch 2 een exclusieve PvE-modus met een verhaallijn en skill-trees krijgen, waarmee ieder personage op zowel grote als subtiele wijze aangepast kon worden.

©Blizzard

Nee, toch niet

Wie Overwatch 2 sinds de early access-verschijning eind 2022 heeft gespeeld, weet dat daar maar bar weinig van is waargemaakt. Overwatch en Overwatch 2 werden ten eerste geen aparte titels: laatstgenoemde heeft de plaats van het origineel simpelweg ingenomen. Die verhaalmodus? Voor 15 euro kreeg je met de 1.0-release van Overwatch 2 in augustus 2023 toegang tot drie missies. Die verkochten niet goed genoeg voor Blizzard – volgens bronnen Bloomberg - waarmee de mogelijkheid van meer PvE-content direct werd begraven.

Het was toen zelfs al bekend dat de PvE-modus grotendeels geschrapt was, gezien de modus volgens regisseur Aaron Keller ‘de focus tijdens het ontwikkelproces van de game belemmerde’. Dat is geen vreemde redenering, maar PvE was wel juist datgene dat Overwatch 2… nou ja, Overwatch 2 maakte. Uiteindelijk was de lancering van de ‘nieuwe’ game vooral een grote update, met drie nieuwe personages, wat extra arena’s en een nieuwe 5v5-opzet in plaats van 6v6. Er stond nu slechts een ‘2’ achter.

©Blizzard

Een alternatieve toekomst

Recent werd aangekondigd dat Overwatch 2 het cijfer van de naam afknipt met het twintigste seizoen en dus weer gewoon Overwatch heet – we zijn dus weer terug bij af. Ik stapte zelf destijds op de Overwatch-trein door juist de belofte van PvE in het vervolg, en heb uiteindelijk pakweg 300 uren tussen beide games verdeeld. Hoewel ik naarmate de tijd vorderde wat uren in de competitieve modus stak, maakte het spelen met vrienden de ervaring écht vermakelijk.

Gezellig kletsen, schreeuwen tegen willekeurige teamgenoten en de mix van tactiek en variatie die de vele personages in Overwatch bieden: dat staat mij bij. Een PvE-modus waarin juist dat samenspel en de speelwijze van de verschillende heroes aan te passen zijn naar jouw speelstijl was een soort heilige graal, die uiteindelijk dus nooit verscheen. Dat is eeuwig zonde. De competitieve e-sportscene van Overwatch is al sinds het begin een belangrijk aspect van de game, dus ergens is het begrijpelijk dat het team dit niet uit het oog wilde verliezen.

©Blizzard

Maar juist in de laatste jaren zien we een interessante verschuiving naar PvE, of in ieder geval multiplayer-ervaringen die niet geheel om competitie draaien. Denk aan Helldivers 2 van een paar jaar terug, waarin vrienden en willekeurige spelers het opnemen tegen legioenen aan vijanden – en zelfs wereldwijd samen naar een doel werken. Of de explosie aan zogenaamde ‘friendslop’ games als Peak en Lethal Company, die geheel draaien om het samen uitvoeren van taken als een berg beklimmen of het verzamelen van schroot. Een game als Arc Raiders bevat daarbij ook PvP-elementen, maar staat ook bij omdat meerdere spelers samen kunnen komen om een gigantische robot te verslaan. Video’s waarbij spelers plots oude vrienden tegenkomen in de game tonen aan waarom PvE momenteel zó ontzettend leuk kan zijn.

De realiteit

Het is achteraf makkelijk te zeggen, maar de originele visie voor Overwatch 2 had best een prominente rol in het huidige gamelandschap kunnen bekleden. Met de aankondiging werden uitgebreide skilltrees getoond voor de verschillende personages waar Overwatch om bekendstaat.

©Blizzard

Een van Mei’s speciale vaardigheden is bijvoorbeeld het veranderen in een ijspegel, om zo health terug te verdienen en een paar seconden onverwoestbaar te zijn. Met een van de skills die getoond werd veranderde deze ijspegel in een ijsbal, waarmee ze op spectaculaire wijze door groepen vijanden kan kegelen. De PvE-modus had de potentie om een soort zandbak voor dergelijke ideeën en ingrijpende veranderingen voor het klassieke Overwatch te worden. Een speelsere mix van skills en samenwerking om juist die avonturen uit bijvoorbeeld een Helldivers 2 te nabootsen. De tactische teamgameplay had dan ook niet hoeven verdwijnen, het zou juist vet geweest zijn om met vrienden verschillende skills af te stemmen en los te laten op de robots van Null Sector.

Dat is nog zoiets: de lore en verhaallijn van Overwatch zijn ontzettend interessant, en had meer in de schijnwerpers kunnen staan met de PvE-insteek. Nog voordat ik de games überhaupt had aangeraakt, verslond ik de prachtig geanimeerde filmpjes van Blizzard en verhalen die ze voor de personages uitbrachten.

Watch on YouTube

Wat ik dan ook zie van de nieuwe update wringt met mijn gevoel. Ja, het lijkt erop dat Blizzard een inhaalslag maakt en sneller met nieuwe personages komt om de game fris te houden. Het wekt de indruk dat we weer terug zijn bij het ‘oude’ Overwatch, en dat de ontwikkelaar nog altijd een sterke hero shooter wil behouden nu concurrenten als Marvel Rivals het speelveld hebben betreden. Toch kan ik het niet laten om te fantaseren over hoe Overwatch meer had kunnen zijn dan een hero shooter.

De realiteit is dat het Overwatch-team geen goede balans wist te vinden tussen het bijhouden van de PvP- en competitieve scene van Overwatch en de ontwikkeling van de PvE. Zonde, want zeker in het huidige multiplayerklimaat, waar mensen steeds meer achterover lijken te hangen om met elkaar te spelen in plaats van tegen elkaar, had het originele Overwatch 2 perfect gepast.

▼ Volgende artikel
We geven Mario Tennis Fever weg voor de Switch 2
Huis

We geven Mario Tennis Fever weg voor de Switch 2

Samen met onze vrienden van bol geven we wekelijks een nieuwe game weg, en deze week is dat natuurlijk Mario Tennis Fever.

Fever verscheen namelijk deze week voor de Nintendo Switch 2 en is volgens onze Simon een uitstekende Mario-sportgame. Met z'n Fever Rackets - die speciale slagen vol onvoorspelbare effecten mogelijk maken - goede basisgameplay en flink wat content weet Fever boven de afgelopen delen uit te stijgen:

Mario Tennis Fever barst van de content. De vele personages, banen en rackets geven unieke, diepere lagen aan de gameplay en multiplayerpotjes gaan met grote glimlach en een berg vertier gespeeld worden. Jammer voor de wat volwassenere spelers dat die volgende laag diepgang nét niet geraakt wordt. Daarvoor is het singleplayeraanbod niet genoeg, de tegenstanders niet uitdagend genoeg en ontbreekt er hier en daar net wat finesse. Maar ga zo door, Nintendo. Mario Tennis Fever zit namelijk wél in de richting van die tijdloze Camelot-klassiekers waar we zo naar hunkeren.

Winnen

Wat moet je doen om te winnen? Ga naar de website van bol, vind de productcode in de url (bestaande uit zestien cijfers) en vul die hieronder in het invulformulier in! Vergeet ook niet je naam en emailadres in te vullen, dan sturen we je zo snel mogelijk een code om de game fysiek op bol.com te bestellen!

Werkt het formulier niet? Klik dan hier.

Watch on YouTube