ID.nl logo
Huis

iPhone X - Prachtig scherm met zonnebril

Vorige week plofte hij bij me op de deurmat: de iPhone X. Goed, hij werd me in de handen gedrukt, en dat is maar beter ook, want het blijkt dat van alle iPhones tot nu toe, de X het snelste kapot gaat bij vallen. Ik heb er een paar dagen flink mee gestoeid, en heb inmiddels een goed beeld kunnen vormen van het toestel.

Dat het een duur toestel is hoef ik je niet te vertellen. De grote vraag is natuurlijk wat je daar precies voor terugkrijgt, en of dit toestel je het Apple-gevoel teruggeeft dat de afgelopen jaren een beetje is weggezakt.

Design

Ik heb het er vorige week al even over gehad: het design van de iPhone is fantastisch. Het toestel voelt superluxe, de randen glanzen prachtig, en de glazen voor- en achterkant maken het allemaal extra luxe. Interessant is de TrueDepth-camera aan de voorkant, die zorgt voor een uitsparing in het display. Ik gaf in de hands-on al aan dat ik dat een prachtig ontwerp vond, en dat mijn vrouw het superlelijk vond. Interessant genoeg blijkt vrijwel elke man die ik deze week mijn iPhone heb laten zien die uitsparing mooi te vinden, terwijl vrouwen het in de regel niets vinden. Geen idee wat dat betekent, maar het is wél een interessant smaakverschil.

©PXimport

In combinatie met de prijs van het toestel, zorgt het design wel voor een voortdurende angst. Ik kan me niet herinneren dat ik óóit zo bang ben geweest om mijn iPhone te laten vallen. Mijn kinderen vragen voortdurend of ze even op mijn iPhone mogen, en het antwoord is steevast ‘nee’. De iPhone 7 Plus was natuurlijk ook al niet heel goedkoop, maar die gaf ik, zonder hoesje, én zonder angst probleemloos aan mijn kinderen. De enige die hem ooit heeft laten vallen was ik. Het uiterlijk is zo fraai dat het je voortdurend herinnert aan het feit dat je een peperduur toestel in je handen hebt. Betekent dat dat het design te luxe is? Integendeel, het betekent simpelweg dat je aan alles voelt dat dit toestel te duur is. Tel daarbij op dat uit tests blijkt dat je iPhone na één keer stuiteren waarschijnlijk niet meer te gebruiken is (het scherm werkt dan niet meer) én bijna 600 euro kost om te repareren, en je begrijpt dat je een toestel hebt dat je bijna niet eens uit je zakt durft te halen. Ik heb daar nooit last van gehad, maar behandel dit toestel al een week als de prinses op de erwt.

©PXimport

Display

De iPhone X is de eerste iPhone die wordt geleverd met een OLED-display. Van het idee werd ik razend enthousiast, want de displays van de Galaxy-toestellen maakten me altijd nogal jaloers. In alle eerlijkheid: dat doen ze nog steeds. Het display van de iPhone X is mooi (zéker het feit dat het van rand tot rand is), maar om het spectaculair te noemen, zo ver wil ik niet gaan. Het is mooi, superhelder, maar op de een of andere manier benadrukt dat het display verder niet heel spectaculair is. Ik moet eerlijk zijn: Samsung misbruikt contrast in het kwadraat, en de displays zijn superhelder en het beeld spat van het scherm, maar erg realistisch zijn ze vaak niet. Apple geeft enorm veel om kleurechtheid en het zou kunnen dat het display daarom ietwat tegenvalt. Dat gezegd hebbende, waar Apple van houdt, daar lig ik niet zo wakker van. Het is mijn telefoon en mijn verwachting en ik denk dat veel meer mensen hier tegenaan zullen lopen. In dat opzicht lijkt Apple een beetje vergeten dat wij niet allemaal designers zijn die vinden dat kleurechtheid heilig is. Kortom, ik ben nog steeds een beetje jaloers op het display van de Galaxy S8, zelfs al is het display van Apple misschien realistischer.

Thuisknop

Alles went, zo óók een ontbrekende Thuisknop heb ik afgelopen week ervaren. Toen ik het toestel net in handen had, ergerde ik me enorm aan het ontbreken van die knop, en kon ik niet met de interface uit de voeten. Dat stoorde me enorm – en eigenlijk nóg – omdat Apple voor mij gelijk staat aan een fijne intuïtieve interface. Na bijna een week ben ik aan die interface gewend, getuige het feit dat ik op de iPhone 7 Plus van mijn vrouw probeerde omhoog te vegen om haar toestel te ontgrendelen, maar intuïtief? Nee, dat weiger ik het te noemen. Ik vind het nog steeds belachelijk dat je twee keer op je standby-knop moet drukken om de download van een appje te bevestigen.

Oh trouwens, mocht je het niet weten, dat ding is dus stiekem helemaal geen standby-knop meer. Als je hem ingedrukt houdt, komt Siri je begroeten, maar je iPhone X start er niet opnieuw door op. Daarvoor moet je die knop in combinatie met de volume omhoog-knop indrukken (en sorry, dat vind ik beláchelijk). Zo zijn er meer kleine nadelige dingen: het stoort me dat ik niet kan weergeven hoeveel procent batterij ik nog heb (past niet in de interface), en is het sluiten van appjes echt ongelooflijk omslachtig. Hoewel ik na een week aan de interface gewend ben, kan ik maar één conclusie trekken: het weglaten van de Thuisknop is een noodgreep en Apple heeft dat niet goed opgelost. Over weglaten gesproken, de koptelefoonpoort ontbreekt nog altijd. En nog altijd zijn daar geen goede argumenten voor te vinden.

©PXimport

Face ID

Die Thuisknop is verdwenen omdat Apple graag een display wilde van rand tot rand. Dat betekent dat Touch ID, waar Apple de afgelopen jaren flink in geïnvesteerd heeft, plotseling van tafel moest worden geveegd. Face ID komt daarvoor in de plaats, en eerlijk is eerlijk: de technologie werkt uitstekend. Met bril, zonder bril, mijn toestel herkent me zonder problemen…bij voldoende licht. Wel stoort het me dat ik goed, recht in de camera moet kijken, terwijl het bij Touch ID voldoende was om mijn toestel vast te houden. Bovendien, als je ’s nachts in bed even je iPhone wilt ontgrendelen, dan hoef je geen hulp van Face ID te verwachten (terwijl dat theoretisch wel zou moeten lukken, dankzij de infraroodsensor). Ergens wel begrijpelijk, maar een stap terug, want Touch ID werkte wel gewoon in het donker. En dan ga je je toch afvragen, hoe kan het dat ik méér betaal, maar functionaliteit moet inleveren.

Toen ik mijn iPhone X net had, dacht ik dat hij niet goed functioneerde. Wanneer ik notificaties ontving, stond er alleen melding, de inhoud werd niet getoond. Dit bleek dus een extraatje te zijn van Face ID: pas als je iPhone ziet dat jij je telefoon in handen hebt, dan wordt de inhoud van deze notificaties getoond. Supertof, maar wederom, heb je weinig licht, dan zie je dus alleen melding staan. Tof idee, maar in de praktijk stoor ik me er meer aan dan dat het me helpt (uiteraard kun je het uitschakelen).

©PXimport

TrueDepth-camera

Die TrueDepth-camera heeft natuurlijk meer in z’n mars dan alleen maar Face ID. Het is in de basis dezelfde 7-megapixelcamera als in de vorige serie iPhones, met een aantal extra functionaliteiten. Die functionaliteiten zorgen voor, bijvoorbeeld, de mogelijkheid om Animoji’s te animeren en foto’s te nemen in Portrait Lighting-modus. Over die Animoji’s schreef ik vorige week al in de hands-on, die zijn hilarisch. Maar wat ik al vreesde bleek al snel waarheid: er is niemand die me zo’n geanimeerde emoticon kan terugsturen, want ik ben de enige idioot in mijn omgeving met een smartphone van 1329 euro, dus de lol is er snel vanaf. Héél snel. Door de TrueDepth-camera zouden ook de filters van Snapchat beter moeten werken, maar daar merk ik nog weinig van, de maskers wiebelen nog net zo over mijn hoofd als ik die draai in vreemde hoeken. Wellicht is dat een kwestie van tijd, en moet Snapchat de app nog optimaliseren.

©PXimport

Portrait Lighting vind ik in alle eerlijkheid een aanfluiting. Ik ben groot fan van de portretmodus die werd geïntroduceerd bij de iPhone 7 Plus. Die modus maakt fenomenale foto’s waardoor ik regelmatig de vraag krijg: schiet je die gewoon met je smartphone? Dezelfde verwachting had ik voor Portrait Lighting-modus, al wist ik door het testen van de iPhone 8 Plus al dat het weinig spectaculair was. Ik heb het dan vooral over de theatermodus, die ervoor zorgt dat de persoon op de voorgrond wordt geïsoleerd op een zwarte achtergrond. De iPhone 7 en 8 Plus hebben daar twee camera’s voor nodig, de iPhone X kan het dankzij de TrueDepth-camera met infrarood. Kunnen is echter een groot woord. Het spijt me, het ziet er gewoon niet uit, en dat wordt benadrukt omdat Portretmodus zo briljant is. Het ziet er letterlijk uit alsof iemand iets te hard heeft geknipt in Photoshop. Delen van het gezicht vallen weg, en andere delen achtergrond blijven juist met een klein randje zichtbaar, waardoor het er gewoon slordig geknipt uitziet. Wat natuurlijk wel gaaf is, is dat portretmodus ook in de TrueDepth-camera zit. Het werkt nét iets minder goed dan de gewone camera, maar nog steeds goed genoeg om indruk te maken met je selfies.

©PXimport

Camera’s aan de achterkant

Interessant is dat Apple niet meer verwijst naar de camera’s aan de achterkant als iSight-camera’s, maar als ‘camera’s aan de achterkant’. Op z’n website (en in de presentatie) gaf Apple hoog op over de camera’s, die een grotere en snellere 12 MP-sensor zouden hebben, een nieuwe kleurenfilter en diepere pixels. Ik heb de camera uiteraard uitvoerig getest. Het belangrijkste verschil zit hem wat mij betreft in de optische beeldstabilisatie van de telelens. Als het buiten flink zonnig is, en je neemt foto’s van een kleurrijke situatie, zul je verschil zien tussen de foto’s die je neemt met een iPhone X en een iPhone 7 Plus, maar niet schokkend veel. Het is in situaties met minder licht dat de X laat zien wat hij in z’n mars heeft. Zelfs bij erg weinig licht kun je nog goede foto’s schieten, dat verschil met de 7 Plus is niet te missen en, laten we niet vergeten, die was ook al niet slecht.

©PXimport

Eerder in deze recensie heb ik al aangegeven hoe blij ik ben met de Portret-functie, en die is alleen nog maar beter geworden. Waarom? Door optische beeldstabilisatie dus. Wanneer je een portretfoto schiet, dan moet je je toestel uiteraard wel goed stilhouden voor een goed resultaat, waardoor het soms ook even duurt voor je je foto kunt schieten, en je eerder geneigd bent om te gaan voor de gewone modus. Omdat de telelens nu optische beeldstabilisatie heeft, is het nemen van goede foto’s in de portretmodus veel eenvoudiger en dat levert echt prachtige plaatjes op. Ik wás al verliefd op deze functie, maar nu wil ik ermee trouwen. Verder is het gewoon een fantastische camera, maar dat was het ook al in de iPhone 7 Plus en natuurlijk de 8 Plus.

©PXimport

AR

De iPhone X wordt door Apple gepresenteerd als het ultieme apparaat voor Augmented Reality, dankzij de dubbele camera en de A11 Bionic Chip. Ik ben geen programmeur en geen data analist. Ik geloof absoluut dat als je diagnostische tests loslaat op de iPhone X, dat hij op het gebied van AR beter scoort dan de iPhone 7 en 8. Maar als consument merk je daar op dit moment niets van. Niet weinig, niets! Welke AR-game of app ik ook installeerde, hij werkte net zo goed op mijn X als op mijn 7 Plus. En natuurlijk, het kan zo zijn dat dat over een paar maanden anders is, en dat de apps zo zwaar en geavanceerd worden dat de iPhone 7-serie dat niet meer trekt. Maar laten we eerlijk zijn, als dat een half jaar duurt (en dat duurt het zeker, dan zitten we al in mei / juni en staat het nieuwe toestel alweer voor de deur. Een iPhone X kopen voor AR? Het is dikke vette onzin.

Batterij

Apple geeft altijd netjes op hoe lang je doet met de batterij van je smartphone. Dat is allemaal leuk en aardig, maar je hebt niets aan die statistieken. Ja, als je tien uur achter elkaar actief bent op Wifi, of veertien uur alleen maar aan het bellen bent. In werkelijkheid is dat niet hoe je een iPhone gebruikt. Je gebruikt immers álles door elkaar heen. Spelletjes, mail, internet, Netflix (waarbij video en internet dus worden gecombineerd) enzovoort. Dat verklaart dus ook waarom je iPhone veel sneller leeg is dan die tien a veertien uur die Apple je belooft. Ik heb mijn iPhone X nu een kleine week gebruikt, en tot nu toe ben ik erg enthousiast. Het is nog steeds niet zo dat ik vier uur in de trein kan zitten en daarna met een halfvolle batterij zit. Wél is het zo dat ik met mijn iPhone X die reis durf te maken zonder een powerbank, omdat ik weet dat ik het wel ga redden. Combineer dat met het feit dat er steeds meer draadloze oplaadpunten zijn, en je batterijzorgen zijn voorbij. Overigens, saillant detail: wist je dat je met een draadloze oplader niet kunt Candy Crushen tijdens het opladen? Het ding moet namelijk op de lader liggen. Nooit over nagedacht, maar bloedirritant. Stiekem gebruik ik dus af en toe nog een kabeltje.

©PXimport

©PXimport

©PXimport

Processor

Dit is een recensie van de iPhone X. Technisch gezien zou ik je nu met feiten en benchmarks om de oren kunnen smijten, en dan heb ik mijn werk gedaan. Ik heb die benchmarks gedraaid en het zal je niet verrassen: de iPhone X is supersnel (maar opmerkelijk genoeg niet sneller dan de iPhone 8 Plus). Maar boeit dat? Totaal niet. De iPhone 7 Plus heeft bij geen enkel spel gehaperd in het afgelopen jaar en ik verwacht niet dat hij dat komend jaar zal doen. De iPhone X is super, supersnel, maar dat is dus wel een gevalletje naar de supermarkt in je Ferrari: je hebt die snelheid (voorlopig) totaal niet nodig.

Conclusie

Wanneer je alles zo op een rijtje zet, zou je de indruk kunnen krijgen dat ik de iPhone X geen goede telefoon vind. Het tegendeel is waar: ik vind het een fantastisch toestel. Maar daar zit direct de crux: ik vond mijn iPhone 7 Plus ook een fantastisch toestel. Ik keek uit naar de Animoji, maar die ben ik inmiddels zat. De camera is fantastisch, maar dat was de vorige camera ook. TrueDepth voegt weinig toe, en Face ID werkt echt heel goed, maar is niet gemakkelijker dan Touch ID, in sommige gevallen zelfs minder gemakkelijk. De iPhone X is een fenomenaal toestel met een mooi (maar niet briljant) display, en een prachtig design. Echter, de enige reden die ik kan verzinnen om hem te kopen, is omdat het een cool ding is om te hebben. Functioneel heb je er op dit moment namelijk totaal geen reden voor.

Goed
Conclusie

**Prijs** € 1159,- (64GB), € 1329,- (256GB) **OS** iOS 11 **Scherm** 5,8 inch **Processor** Apple A11 Bionic **RAM** 3GB **Opslag** 64GB/256GB **Batterij** 2716 mAh **Camera** 12 megapixel dualcam (achter), 7 megapixel (voor) **Connectiviteit** 4G (LTE), Bluetooth 5.0, wifi, gps **Formaat**14,4 x 7,1 x 0,8 cm **Overig** Fast charge, draadloos opladen via Qi **Kopen** [Kieskeurig.nl](https://www.kieskeurig.nl/smartphone/product/3659843-apple-iphone-x)

Plus- en minpunten
  • Prachtig design
  • Optische beeldstabilisatie en telelens
  • Fraai display
  • TrueDepth voegt niets toe
  • Display is mooi, maar niet meer dan dat
  • 1329 euro!
  • Ontzettend breekbaar
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.