ID.nl logo
Huawei P20 Lite - Leeft boven z'n stand
© Reshift Digital
Huis

Huawei P20 Lite - Leeft boven z'n stand

De Huawei P20 Lite is de goedkoopste smartphone uit de P20-serie. Net als de andere twee toestellen oogt het toestel erg luxe, je zou niet zeggen dat hij in hij rond de 300 euro kost. Is de smartphone ook de aanschaf waard?

De Huawei P20-serie bestaat uit de gewone Huawei P20, de luxe P20 Pro en de budgetuitvoering P20 Lite. Deze Lite-uitvoering heeft dezelfde chique uitstraling als de andere twee P20’s. Het toestel is van metaal en glas, aan de voorkant zit ook een inkeping (notch) in een groot scherm met dunne randen en aan de achterkant zelfs een dubbele camera. De bouwkwaliteit is prima, op wat scherpe randjes bij de camera na. Toch is het ontwerp wel afgekeken van de iPhone X. Toch is het allemaal absoluut niet verkeerd voor een toestel in deze prijscategorie en ligt de P20 Lite erg lekker in de hand door zijn bouw en lichte gewicht.

Ook qua specificaties biedt de P20 Lite veel waar voor het geld: een 2,4 GHz processor van eigen makelij, met vier gigabyte werkgeheugen en 64GB aan opslag die je desgewenst uitbreidt met een geheugenkaart. Verder zit er aan de achterzijde een vingerafdrukscanner en zit er in de doos een snellader. Zelfs de koptelefoonpoort is gewoon aanwezig, iets wat je over de duurdere twee P20-uitvoeringen gek genoeg niet kunt zeggen. De P20 Lite is dus erg compleet voor zijn prijs. Omdat de achterkant van glas is, is het verstandig een hoesje om de smartphone te doen, om barsten en vetvlekken te voorkomen.

©PXimport

Scherm

Om een zo groot mogelijk scherm van 5,8 inch (14,8 cm) in de behuizing te passen zijn de schermranden dun gehouden en is er een notch gebruikt om de microfoon, frontcamera en afstandssensor te plaatsen. Tevens is er een alternatieve schermverhouding van 19 bij 9 gebruikt om het toestelformaat binnen de perken te houden. Net als de duurste topmodellen van nu, daardoor oogt de P20 Lite onorgineel, maar wel enorm luxe.

De schermkwaliteit draagt hieraan bij. Kleuren van het LCD-paneel zijn dik in orde. Toegegeven, witte vlakken zijn een tikje grauw en de maximale helderheid wat iets hoger gekund. Ten opzichte van andere toestellen in deze prijsklasse springt de P20 Lite er echter behoorlijk uit.

De Huawei P20 Lite oogt veel luxer dan z’n prijs doet vermoeden

-

©PXimport

Camera

De dubbele camera hoef je niet heel erg veel van te verwachten. De bovenste heeft een 16 megapixelsensor, de onderste beschikt slechts over 2 megapixel. Deze onderste lens is bedoeld om diepte te kunnen zien, voor een scherptediepte-effect bij foto’s in portretmodus. Er is dus geen optische zoom mogelijk, zoals dat wel kan bij de P20 (Pro) en vrijwel alle andere smartphones met dubbele camera. Het scherptediepte-effect, ook wel portretmodus of bokeh effect genoemd, is wel mogelijk, maar werkt niet altijd. Wanneer je bijvoorbeeld iets teveel tegenbelichting hebt, wordt het onderwerp niet goed genoeg herkend om de achtergrond te kunnen vervagen.

Wanneer je genoeg belichting hebt, maakt de P20 Pro alleraardigste foto’s. Wanneer de belichting wat uitdagender wordt voor de camera, merk je dat foto’s er soms wat gladgestreken of plastic uit zien. Desondanks, voor z’n prijsklasse zijn de foto’s die de P20 Lite aflevert best goed.

©PXimport

©PXimport

©PXimport

Software

Het zorgenkindje bij Huawei smartphones is altijd al de software geweest. Huawei’s Androidskin is ingrijpend en brengt veel (spel)fouten en apps met zich mee. Bepaald geen vooruitgang op de Android-basis waar Huawei aan knutselde. De reputatie op het gebied van updates is ook niet best. Deze zorgen worden bij de P20 Lite niet weggenomen, ondanks dat de smartphone keurig op het recente Android 8 (Oreo) draait.

Nee, de EMUI-skin (die Huawei over Android installeert) is met de P20 Lite nog altijd zorgelijk. De interface oogt verouderd, de menu’s en instellingen zijn onoverzichtelijk er het weegt als een molensteen op het systeem. Ik heb vaak het gevoel dat het toestel veel sneller zou kunnen werken, wat je bijvoorbeeld merkt bij het typen of wijzigen van instellingen.

Ook zijn er bloatware- en dubbele apps te vinden, zoals gezondheidsapps en mailapps. Erger is nog dat via de (onverwijderbare) app Telefoonbeheerbeheer een volkomen overbodige virusscanner en optimalisatiefunctie worden toegevoegd. EMUI is sowieso behoorlijk radicaal in zijn eigen systeemoptimalisatie, om zo de accu te ontzien. Een nobel doel. Zo staat standaard de beelresolutie op ‘slim’, wat ervoor zorgt dat de resolutie omlaag geschroefd kan worden. Tevens kun je bepalen welke apps automatisch mogen starten. Dat is handig, maar soms wordt er te ingrijpend ingegrepen, waardoor achtergrondprocessen afgekapt worden. Dit kan voor instabiliteit zorgen, maar ook dat het proces van bijvoorbeeld een VPN-verbinding of wachtwoordkluis wordt afgekapt. Erg hinderlijk, vooral omdat het Handmatig beheren in de accu-instellingen geen soelaas biedt.

EMUI haalt dus de accu-optimalisaties van Android zelf door de war door het nog rigoureuzer aan te pakken. Dat heeft natuurlijk een positief effect op de accuduur zelf. De accu heeft op papier een gemiddelde capaciteit van 3.000 mAh. In theorie kun je rustig twee dagen met de accu doen, afhankelijk van hoe vaak en waarvoor je je toestel gebruikt kun je de accuduur natuurlijk nog rekken.

©CIDimport

©CIDimport

©CIDimport

Alternatieven

De Huawei P20 Lite is een prima smartphone, waarbij design, specificaties en het scherm positief opvallen. Toch begeeft het toestel zich met een adviesprijs van 300 euro in een moeilijke prijsklasse, waar de concurrenten het ook goed doen. Zo heb je voor een paar tientjes minder de Moto G6 Plus, die misschien ietsje minder mooi is en lagere specificaties heeft, maar wel op softwaregebied en ondersteuning een veel betere keuze is. Ook Nokia biedt alternatieven, die het op softwaregebied winnen. Denk aan de Nokia 7 Plus (die wel een slagje duurder is dan de P20 Lite), of aan de Nokia 5.1 die binnenkort verschijnt voor zo’n 200 euro. Ook de Huawei P Smart (200 euro) is een interessant en goedkoper alternatief.

Conclusie

De Huawei P20 Lite oogt veel luxer dan z’n prijs doet vermoeden. Voor zo’n 300 euro krijg je een mooi toestel, met prima specificaties, accuduur en scherm. De software is echter nog altijd een zorgenkindje, ondanks dat de smartphone draait op Android 8.0.

Uitstekend
Conclusie

**Prijs** € 309,- **Kleuren** zwart, blauw, goud, roze **OS** Android 8.0 (Oreo) **Scherm** 5,8 inch (2280x1080) **Processor** 2,4 GHz octacore (HiSilicon Kirin 659) **RAM** 4 GB **Opslag** 64 GB (uitbreidbaar met geheugenkaart) **Batterij** 3.000 mAh **Camera** 16 + 2 megapixel (achter), 16 megapixel (voor) **Connectiviteit** 4G (LTE), Bluetooth 4.2, wifi, gps **Formaat** 14,9 x 7,1 x 0,7 cm **Gewicht** 145 gram **Overig** Vingerafdrukscanner, usb-c **Website** [www.huawei.com](”https://consumer.huawei.com/nl/phones/p20-lite/”)

Plus- en minpunten
  • Chique uitstraling
  • Scherm
  • Accuduur
  • Compleet
  • EMUI-skin
  • Prestaties kunnen beter
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.