ID.nl logo
De 7 successtappen van Steve Jobs
© Reshift Digital
Huis

De 7 successtappen van Steve Jobs

Het overlijden van Apple-ceo Steve Jobs is alweer een jaar geleden. Hij heeft niet alleen Apple gered, maar er het meest waardevolle bedrijf ter wereld van gemaakt. Met deze 7 sleutelbeslissingen.

Toen Jobs vijftien jaar geleden weer in dienst trad bij het mede door hem opgerichte bedrijf was dat een wedergeboorte voor het kwakkelende Apple. Binnen acht maanden (op 17 september 1997, om precies te zijn) had hij de rol van interim-ceo op zich genomen. Zijn titel is later officieel afgekort tot iCEO, in lijn met veel van Apple's productnamen. Jobs heeft een uitgekiende en kale, haast minimalistische, strategie uitgevoerd om Apple te redden.

Naast sluwe stappen als de overgang naar Mac OS X, een gelikt consumentenproduct als de iMac, en industrie-omwentelende iPod heeft Jobs ook en vooral beslissingen op hoger niveau genomen die de ommekeer hebben bewerkstelligd. Daaronder deze zeven operationele stappen die Apple op een koers hebben gebracht die het tot op de dag van vandaag volgt. Met groot succes.

Touwtjes in handen

Eén van de eerste en gelijk belangrijkste stappen die Jobs heeft gezet, is het overnemen van Apple. Niet in de zin van een financiële overname van het bedrijf. Maar wel in de zin van een machtsgreep. Officieel is de mede-oprichter weer in huis gehaald omdat zijn bedrijfje NeXT werd opgekocht door Apple, maar de verhoudingen lagen algauw andersom.

Toenmalig Apple-ceo Gilbert Amelio presenteerde Jobs na de bedrijfsovername van eind 1996 als speciaal adviseur voor Apple. Maar de grondlegger van het toen noodlijdende computerbedrijf trok zich daar niet veel van aan. In plaats van slechts advies te geven en verder aan de zijlijn te zitten, palmde de eigengereide Jobs de bestuursraad in om Amelio aan de kant te zetten. Vrij snel na het afzetten van de ceo wierp de teruggekeerde topman zich op als potentiële vervanger, waar de raad mee instemde.

Vet wegsnijden

Vóór Jobs' terugkeer maakte Apple tientallen verschillende modellen Macintosh-computers: desktops, laptops en servers in uiteenlopende variaties. Daarnaast produceerde het bedrijf diverse printers, digitale camera's en vele andere Mac-aanvullende producten. Maar weinig van die extra's zorgden - op zichzelf - voor winst.

De nieuwe machthebber van Apple schrapte in totaal ruim 70 procent van de producten, hardware én software. Een bekend en omstreden slachtoffer van Jobs' opruimwoede was de Newton, een handcomputer (PDA, personal digital assistent) die zijn tijd ver vooruit was. De toestellen van het later groot geworden bedrijf Palm en ook hedendaagse smartphones hebben veel functies van de Newton overgenomen en naar de massa gebracht.

Apple's toenmalige hoofdproduct, de Macintosh, is natuurlijk niet geschrapt, maar wel grotendeels uitgekleed. De jungle aan Mac-modellen is door Jobs gekapt en vervangen door een vierkwarts grid. Twee consumentenmachines, de iMac en de iBook, naast twee zakelijke computers, de Power Mac en de PowerBook. Al het andere Mac-aanbod is gesneuveld.

Dit wegsnijden van vet kostte meer dan 3000 Apple-werknemers hun baan tijdens Jobs' eerste jaar als iCEO. Uiteindelijk was het bedrijf hierdoor wel in staat om zich te concentreren op een handjevol goede producten in plaats van op vele tientallen middelmatige producten. Deze strategie heeft veel navolging gekregen bij andere bedrijven, zoals nu bij ict-reus HP, maar is lang niet altijd zo succesvol geworden als bij Apple.

Het productportfolio van Apple is niet het enige wat op het hakblok van Jobs terecht kwam.

Lees verder op pagina 2.

Mismanagers wegwerken

Naast onnodige of ongewenste producten sneed Jobs nog ander vlees weg. De diverse managers en bestuursleden die Apple aan de rand van de afgrond hadden gebracht. Dat betrof dus niet alleen ceo Amelio, maar ook directieleden. Die waren er tegen 1996 voornamelijk op gericht hoe ze Apple het beste in stukken konden hakken om die brokken te verkopen aan de hoogste bieder.

Een beroemde quote, van Amelio, uit die tijd is dat het bestuur bezig was het lekkende schip naar de kust te sturen. Om daar veilig te kunnen stranden. Jobs wilde echter het gat in de scheepsromp dichten en het schip weer op koers krijgen. Daarvoor had hij wel een bestuursraad nodig die daarin meeging, dus met een positieve houding én loyaliteit aan Jobs. De mede-oprichter heeft waardevolle lessen getrokken uit zijn door het bestuur afgedwongen vertrek in 1985.

Binnen enkele weken na zijn machtsgreep had Jobs het merendeel van de directieraad overtuigd - of gedwongen - om op te stappen. Daaronder ook voormalig ceo Mike Markkula die ooit de benodigde investering had verstrekt waarmee Apple in 1977 was ontstaan. Ter vervanging haalde de iCEO vrienden als Oracle-ceo Larry Ellison en voormalig Apple-marketingtopman Bill Campbell in huis.

Tegelijk met deze reorganisatie aan de bedrijfstop gooide Jobs ook de algehele structuur van de onderneming op de schop. De vele productgerichte afdelingen, die onderling met elkaar concurreerden en streden om de schaarse bedrijfsmiddelen, werden vervangen door bedrijfsbrede afdelingen voor marketing, sales, fabricage en financiën. Op sleutelposities voor deze nieuwe opzet waren vóór de reorganisatie en Jobs' aantreden als iCEO al NeXT-topmensen neergezet. Door ceo Amelio, op aanzet van Jobs.

Niet langer uitlekken

De omstreden ceo Gilbert Amelio werd herhaaldelijk verrast doordat Apple-werknemers met opzet informatie lekten aan de pers. Sommige van die lekken waren bedoeld om de topman zijn beleid te laten wijzigen. Onder Jobs is voor nagenoeg alle werknemers een volledige ban op communicatie met de pers ingevoerd. Daarnaast zijn een reeks ontslagen doorgevoerd.

Het beleid om de pers geen informatie vooraf te verschaffen, heeft Apple een imago van geheimhouding, spanning en verrassing opgeleverd. Wat de productaankondigingen alleen maar interessanter maakt, voor de pers en voor het algemene publiek. Door de informatiestromen vanuit Apple strak in de hand te houden, wist Jobs de aandacht te grijpen en vast te houden.

De laatste tijd lijkt er wel de klad gekomen in de Apple-geheimhouding. Details over de iPhone 4S en ook de nieuwe 5 zijn uitgebreid uitgelekt vóór de officiële onthulling ervan.

Om Apple te redden was niet alleen interne herziening nodig. Jobs heeft ook extern het slagveld herzien.

Lees verder op pagina 3.

Strijdbijl begraven

Ondanks de hiervoor genoemde stappen tegen mismanagement en oude vijanden is Jobs wel degelijk in staat om de strijdbijl te begraven. Dat heeft hij gedaan met betrekking tot Apple's 'eeuwige vijand': de pc. Natuurlijk is de Windows-pc nog altijd de tegenstander waartegen de Mac-maker zich afzet; zie maar de langlopende en beroemde reclamecampagne Mac versus PC. Maar de teruggekeerde Jobs heeft vrede gezocht en gesloten met de achterliggende bedrijven.

Tijdens de eerste 'regeringsperiode' van Jobs bij Apple is de pc (toen nog IBM-compatible genoemd) en daarmee ook MS-DOS-maker Microsoft neergezet als de grote, verstikkende vijand die à la de tirannieke Big Brother in 1984 bestreden moest worden. Tegen 1996 kon Jobs echter erkennen dat het miniscule en krimpende marktaandeel van de Mac betekende dat Microsoft de strijd om de desktop had gewonnen. Daar tegen (blijven) strijden, zou onnodig geld en energie kosten.

Dus heeft Jobs een groot vredesakkoord inclusief zakelijke deal gesloten met Microsoft. Daarbij beklonken de twee een wederzijdse patentruil, investeerde het bedrijf van Bill Gates 150 miljoen dollar in het kwakkelende Apple en werd webbrowser Internet Explorer voortaan standaard meegeleverd op het Mac OS (van vóór Mac OS X). Die overeenkomst werd aanvankelijk door velen gezien als liefdadige redding van Apple door de Windows-maker. Op de achtergrond speelden echter ook aanklachten mee van Apple tegen Intel en Microsoft over softwarediefstal voor Windows. Die kwestie is stilletjes geschikt.

Jobs kondigde de deal aan in zijn openingstoespraak van de Macworld-conferentie in 1997. Toenmalig Microsoft-ceo Gates sprak via een live satellietverbinding mee op een reusachtig videoconferentiescherm, à la de projectie van Big Brother zelf in de film 1984.

De beroemde 1984-reclame waarmee Apple de eerste Mac-computer introduceerde, tegen de grijze overmacht van de IBM-pc en Microsoft:

[youtube]OYecfV3ubP8[/youtube]

Klonen killen

Niet alleen heeft Jobs in de eigen Mac-wildgroei van Apple gesnoeid, hij heeft ook Macs van derden afgemaakt. Pardon? Ja, ooit waren er Macs die niet door Apple werden gemaakt. Het bedrijf is in 1994 namelijk begonnen het succesvolle voorbeeld van Microsoft te volgen door zijn besturingssysteem in licentie te leveren aan computermakers. De fabrikanten van deze klooncomputers betaalden 80 dollar per machine aan Apple.

Al gauw bleek dat dit geen slimme zet was van de originele Mac-maker. De pc-makers wisten namelijk goedkopere Macs te maken van Apple zelf. In plaats van uitbreiding van de Mac-markt zorgden de klonen voor verdere afkalving van Apple. Jobs heeft dus de licentiedeal voor Mac OS 7 niet uitgebreid naar de nieuwe versie 8. Overigens waren testversies van Mac OS 8.0 eerder voorzien van het nummer 7.7, waarmee het mogelijk wel onder de bestaande contracten zou vallen. Één kloonmaker, Umax, heeft nog een half jaartje OS 8 mogen leveren op zijn systemen.

Jobs had twee redenen om de klonen weg te werken. De belangrijkste was niet eens het feit dat die andere Macs Apple afzet kostten. De topman was ervan overtuigd dat het cruciaal is om grip te hebben op de volledige gebruikerservaring, van hardware tot software. Dat kan niet worden behaald of behouden als de hardware deels buiten Apple's controle viel. De klonen, met bijvoorbeeld te krap geheugen, besmeurden het merk van de Mac. Jobs kon dat niet toestaan.

Ook deze successtap van Jobs heeft anderen geleid tot imitatie, ook nu nog.

Lees verder op pagina 4

Tegenwoordig neigen ook pc-reuzen Intel en Microsoft naar deze strategie. Eerstgenoemde met zijn merknaam Ultrabook voor dunne, lichte en toch krachtige laptops. Naar voorbeeld van de MacBook Air. Processorreus Intel legt voor gebruik van die merknaam strikte eisen op aan de pc-producenten, om de negatieve impact van al te goedkope netbooks te voorkomen. Microsoft op zijn beurt draait met de vereisten voor Windows 8 en Windows Phone de duimschroeven wat aan. Daarnaast streeft de softwaregigant meer grip na door met eigen Surface-tablets te komen en door in de VS geoptimaliseerde, crapwareloze pc's te verkopen via zijn Signature-programma.

Leunen op Jonathan Ive

Tot slot een successtap van Jobs die Apple veel van de huidige hype en waarde heeft opgeleverd. Kiezen voor design en daarvoor vertrouwen op Jonathan Ive. Die topdesigner was bij Jobs' terugkeer al hoofd van Apple's designteam, maar voelde zich miskend en wilde ontslag nemen. Na een toespraak van Jobs voor alle werknemers van het bedrijf heeft Ive besloten om toch te blijven.

Ive's cruciale rol voor Apple-design was naar verluidt niet gelijk gegarandeerd. Jobs heeft ook naar externe topdesigners gekeken om de producten van zijn bedrijf een nieuw elan te geven. De iCEO en de reeds in dienst zijnde ontwerper bleken echter ongeveer dezelfde smaak te hebben en ze hebben een zelfde designovertuigingen.

Hun succesvolle samenwerking heeft Apple vele successen opgeleverd. Daaronder de iMac, die in zijn kleurrijke eerste generatie een revolutie was, en vervolgens de iBook, iPod, iPhone en iPad. De klik tussen Jobs en de later geridderde Ive verliep overigens niet geheel vlekkeloos. Na Jobs' overlijden heeft de Britse topdesigner geklaagd dat de ceo wel eens met zijn ontwerpen aan de haal ging om die te presenteren als zijn eigen ideeën.

Wat men vooral niet van Steve Jobs moet leren wordt belicht op Computerworld in het artikel De foute managementlessen van Steve Jobs

▼ Volgende artikel
Beeldverversing versus pixels: waarom soepel gamen beter is dan scherp
© Gorodenkoff Productions OU
Huis

Beeldverversing versus pixels: waarom soepel gamen beter is dan scherp

Resolutie is marketing, refreshrate is beleving. Waar 4K zorgt voor een mooi plaatje, zorgt een hoge verversing (Hz) ervoor dat je daadwerkelijk wint. Hieronder lees je waarom snelheid in feite de échte koning is in gaming.

Veel gamers staren zich blind op 4K-resolutie. Ze kopen een duur scherm, zetten de settings op Ultra en vragen zich vervolgens af waarom hun spel stroperig aanvoelt. De misvatting is dat 'mooier' gelijkstaat aan 'beter'. In werkelijkheid is de vloeibaarheid van het beeld – de refreshrate, oftewel verversingssnelheid – veel bepalender voor hoe direct en responsief een game aanvoelt. Aan het eind van dit artikel weet je precies of jij moet kiezen voor pixels of snelheid.

Hoe je ogen bedrogen worden door Hertz

Stel je voor dat je snel met je muis over je bureaublad beweegt. Op een standaard 60Hz-scherm zie je de cursor in schokjes over het beeld springen; je hersenen vullen de gaten in. Op een 144Hz- of 240Hz-gaming-monitor verdwijnen die gaten.

Het technische verschil zit hem in de verversingssnelheid: het aantal keren per seconde dat het beeld wordt vernieuwd. Bij 60 Hz krijg je elke 16,6 milliseconden een nieuw beeld. Bij 144 Hz is dat elke 6,9 milliseconden. Dat klinkt als een klein verschil, maar je voelt het direct. Het gestotter dat je onbewust gewend bent verdwijnt. Bewegingen voelen boterzacht aan, alsof de cursor (of je crosshair) aan je hand vastgeplakt zit in plaats van er achteraan zwemt. Dit effect wordt motion clarity genoemd: objecten blijven scherp, zelfs als ze snel door het beeld bewegen.

©Framestock

De winst in shooters en snelle actie

Wanneer werkt dit in je voordeel? Vooral in competitieve shooters zoals Call of Duty, Counter-Strike of Valorant. In dit soort games telt elke milliseconde. Een hogere refreshrate vermindert de input lag, oftewel de tijd tussen jouw klik en de actie op het scherm.

Stel, je draait je personage snel om. Bij een lage refreshrate wordt de vijand een fractie later getoond en zie je veel bewegingsonscherpte (motion blur). Met een hoge refreshrate zie je de vijand eerder en scherper, waardoor je sneller kunt reageren. Je hebt letterlijk actuelere informatie dan je tegenstander. Om dat te bereiken heb je wel een krachtige videokaart nodig die genoeg beelden per seconde (FPS) kan genereren om je snelle scherm bij te houden.

Wanneer resolutie het toch wint van snelheid

Is snelheid altijd heilig? Nee. Als je vooral tragere, meer verhalende games speelt (zoals Cyberpunk 2077 in de 'sightseeing' modus), Microsoft Flight Simulator of grafische RPG's, dan voegt 240 Hz weinig toe. In deze titels kijk je vaak naar stilstaande of langzaam bewegende omgevingen.

In dat geval wil je juist de texturen van de bomen, de reflecties in het water en de details in gezichten zien. Een 4K-monitor op 60 of 120 Hz is dan een logischer keuze dan een onscherp 1080p-scherm op 360 Hz. De visuele pracht weegt hier zwaarder dan de milliseconden reactietijd. Ook voor console-gamers die op de bank zitten, is een goede televisie met 4K en HDR vaak indrukwekkender dan puur de hoogste framerates.

Situaties waarin een hoge refreshrate zinloos is

Er zijn momenten dat investeren in een snel scherm weggegooid geld is. Dat gebeurt bijvoorbeeld als je hardware de snelheid niet kan leveren; als je videokaart maar 50 frames per seconde kan leveren, heeft een 144Hz-scherm geen nut omdat het scherm wacht op de computer. Daarnaast beperken oude kabels je bandbreedte, waardoor je monitor soms terugvalt naar 60 Hz zonder dat je het doorhebt. Ook op oudere consoles zoals de Nintendo Switch of de standaard PS4 heb je niets aan snelle schermen, omdat deze hardware fysiek gelimiteerd is op 60 Hz of lager.

Bepaal wat jouw setup aankan

Kijk dus kritisch naar je huidige situatie voordat je naar de winkel rent. Heb je een high-end pc die makkelijk 120+ FPS haalt in jouw favoriete games? Dan is een upgrade naar een 144- of 165Hz-monitor de grootste sprong in spelplezier die je kunt maken. Speel je op een PlayStation 5 of Xbox Series X? Zoek dan specifiek naar een scherm met HDMI 2.1-ondersteuning om 120 Hz op 4K mogelijk te maken. Zit je ver van je scherm af en speel je relaxed? Investeer dan liever in resolutie en kleurdiepte.

©Proxima Studio

Kortom: snelheid is de sleutel tot succes!

Verversingssnelheid is belangrijker dan resolutie voor iedereen die actie- of competitieve games speelt. Het zorgt voor een vloeiender beeld, minder input lag en betere motion clarity, wat je direct een voordeel geeft in het spel. Resolutie is vooral luxe voor het oog, maar refreshrate is pure prestatie voor de speler.

▼ Volgende artikel
Column: A Knight of Seven Kingdoms is wat Game Of Thrones nooit durfde te zijn
© HBO Max
Huis

Column: A Knight of Seven Kingdoms is wat Game Of Thrones nooit durfde te zijn

Game of Thrones kennen we als een reeks brute, grootschalige verhalen, maar A Knight of Seven Kingdoms is het tegenovergestelde. Wat blijkt? Met een schattig, kleinschalig verhaal voelt Westeros alleen maar groter.

Het regent. Op een heuvel, onder een boom, zien we een kast van een vent in de weer met een schop. Een ridder, lijkt het. Hij graaft een graf. Tegelijkertijd praat de ridder in zichzelf: er is in de buurt een toernooi, en we kijken waarschijnlijk naar de winnaar. De muziek zwelt op, terwijl onze held vastberaden in de verte staart. De iconische Game of Thrones-muziek lijkt ons te gaan overspoelen, klaar om naar een prachtig geanimeerde intro te gaan. In plaats daarvan, knippen we naar een shot waarin onze held achter een boom staat te poepen.

Watch on YouTube

De boodschap is duidelijk: de serie heeft schijt aan de verwachtingen die je van Game of Thrones hebt. De serie stond er ooit immers om bekend dat het brak met de conventies van mainstream fantasy. Nu de reeks daar inmiddels zelf toe behoort, is het aan A Knight on Seven Kingdoms om er weer een flinke draai aan te geven.

Een ridder van de heg

Nog een spin-off? George R. R. Martin is toch die schrijver die nooit schrijft? Tja, dat valt wel mee. Hoewel de beste man zich al tien jaar uit een hoekje probeert te schrijven met het langverwachte Winds of Winter, heeft hij een hoop andere verhalen in Westeros verteld.

Zo komen de verhalen van House of the Dragon uit het boek Fire and Blood, waarin we volgen hoe de Targaryen-familie zichzelf met generaties aan ruzies ten val brengt. Maar George R. R. Martin heeft de schaal ook wel eens flink verkleind: in het korte boek The Hedge Knight, dat nog stamt uit de vorige eeuw, volgen we een ridder en zijn schildknaap.

©HBO Max

Daarin volgen we de ridder Dunk - niet onze eigen Dunke, maar Ser Duncan The Tall. Hij is een ‘hagenridder’: een ridder zonder verwantschap aan een heer. Of, in andere woorden: een freelancer die, als hij niet werkt, in de heg mag slapen. Dunk blijft niet lang een zzp’er: hij ontmoet de kale stadsjongen Egg, die dolgraag zijn schildknaap wil zijn.

Vrede!?

De verhalen van dit geliefde tweetal bieden de basis van A Knight of the Seven Kingdoms. De twist? Er is vrede in Westeros - ja, het kan echt - en we volgen een nobody, dus er is ineens ruimte voor een gezellig, klein verhaal. Dat wordt gereflecteerd in de afleveringen: geen dik uur, maar een comfortabel halfuurtje.

©HBO Max

De ridder Dunk wil dolgraag bewijzen dat hij een eervolle ridder is, maar dat is in het brute Westeros best een uitdaging. Al helemaal als je een lompe lieverd als Dunk bent. Dan komt zo’n slimme, wereldwijze schildknaap als Egg ineens goed van pas.

Het wordt al helemaal lastig als je niet eens kan bewijzen dat je een ridder bent. Dan mag je namelijk niet eens meedoen aan een toernooi - eentje waarbij Dunk overigens zijn paard en zijn spullen kwijtraakt, mocht hij verliezen.

Meneer, mag ik meedoen?

Met dat toernooi wordt een van de Game of Thrones-clichés lekker op zijn kop gezet. In de oorspronkelijke serie zagen we in aflevering vier een heftig toernooi en House of the Dragon opende er zelfs mee: het is vaak een goede manier om zonder grote verhaalconsequenties te laten zien hoe gewelddadig Westeros is.

©HBO Max

In A Knight of the Seven Kingdoms komen we dat toernooi niet eens bínnen. Eerst moet Dunk maar eens bewijzen dat hij een ridder is, uitzoeken hoe zo’n toernooi werkt en een heer overtuigen hem te helpen - maar ook dansen, touwtje trekken en een poppenspel aanschouwen. Het is een fantastische stap terug van al die grootschalige oorlogen.

Doordat het verhaal zo’n piepkleine focus heeft, begin je om iedereen te geven: iemand die z’n paard verkoopt in A Knight of Seven Kingdoms is vele malen pijnlijker dan een draak die wordt doodgeschoten in Game of Thrones. We bevinden ons nog steeds in de brute wereld, maar het komt allemaal wat harder aan omdat we ook zien hoe grappig en gezellig het kan zijn.

©HBO Max

Een fossiele brandstof

Toch loopt ook A Knight of Seven Kingdoms een zeker risico. De kwaliteit van Game of Thrones kelderde toen de makers het bronmateriaal inhaalden. Ook die van House of the Dragon nam wat af, toen showrunner Ryan Condal besloot George R.R. Martin niet langer te raadplegen en de grote climax werd doorgeschoven naar het volgende seizoen.

Er zijn momenteel drie korte boeken rondom Dunk en Egg, waarvan dit eerste seizoen het eerste boek beslaat. George R.R. Martin zegt nog twaalf verhalen in zijn hoofd te hebben, maar volgens HBO-baas Casey Bloys moeten de seizoenen van A Knight of Seven Kingdoms jaarlijks verschijnen: dat klinkt goed, maar dan mag Martin wel even doorschrijven. Zijn verhalen voelen nu als een fossiele brandstof: het is een enorm waardevolle bron, maar die wordt niet echt meer aangevuld.

©HBO Max

Gelukkig lijken showrunner Ira Parker en George R.R. Martin goed bevriend. De schrijver heeft Parker een outline gegeven van de twaalf verhalen, dus in theorie kan de serie daarmee verder - maar laten we niet vergeten dat dit bij de laatste seizoenen van Game of Thrones óók het geval was.

Bombastisch gefluit

Toch verdient Ira Parker ons optimisme, want A Knight of Seven Kingdoms is een fenomenale toevoeging aan de wereld van A Song of Ice and Fire. Verhalen hebben contrast nodig: door het klein te houden, voelt de wereld groot. Door het lief te houden, komen de gemene momenten keihard aan.

©HBO Max

De muziek is hier een spectaculair voorbeeld van. De bombastische muziek wordt ons aan het begin als wortel voorgehouden, maar dat is het ook wel - in plaats daarvan moeten we het doen met een gezellig gitaartje, iemand die fluit en het gezang van de vogeltjes.

Als het balletje dan eenmaal gaat rollen, neemt de muziek toch een bombastischer formaat aan - maar op dat moment voelt het verdiend. En, het allerbelangrijkste: in die epische muziek zit óók gewoon nog dat schattige gefluit.

Afleveringen van A Knight of Seven Kingdoms verschijnen wekelijks op HBO Max.