ID.nl logo
Consumenten testen: de Philips 3000 Series eierkoker
© Philips
Huis

Consumenten testen: de Philips 3000 Series eierkoker

Een eitje koken is op papier een van de makkelijkste dingen die er zijn – en toch valt het in de praktijk vaak een beetje tegen. Een perfect gekookt ei kan je gerecht maken of breken, en met een eierkoker krijg je altijd het gewenste resultaat. Daarom hebben we vijftien testers van het Review.nl Testpanel gevraagd de Philips 3000 Series HD9137/90 eierkoker aan een grondige test te onderwerpen. De resultaten van die test vind je in dit artikel.

Partnerbijdrage – in samenwerking met Philips

De HD9137/90 maakt het leven in de keuken weer een stukje makkelijker. De eierkoker beschikt over 400 watt kookvermogen om tot zes eieren tegelijk klaar te maken. Door de handige maatbeker met waterniveaumarkering kook je je eieren altijd op dezelfde manier, veel nauwkeuriger dan in een pannetje water.

De Philips HD9137/90 eierkoker zorgt ervoor dat je tot wel 70 procent minder energie verbruikt dan wanneer je je eitjes op de ouderwetse manier kookt. In het apparaat is een eierprikker gebouwd om scheurende en lekkende eieren te voorkomen. Je kunt zelfs je eieren pocheren, tot wel drie tegelijk!

Als je klaar bent, berg je de 3000 Series makkelijk en snel op. Door het compacte formaat neemt hij bovendien weinig ruimte in beslag: alle accessoires passen er gewoon in.

©Philips

Tot zover de details op papier. Hoe beviel de Philips 3000 Series eierkoker bij het Review.nl Testpanel? Dit zijn hun bevindingen. 

Design

Bij keukenapparatuur is het design niet onbelangrijk, helemaal als je het apparaat vaak gebruikt. Het testpanel is zeer te spreken over het uiterlijk van de Philips HD9137/90. "Mooi, strak, niet te groot," verwoordt een van de testers het, "en de zwarte kleur past goed in elk interieur."

Daar zijn de andere testers het mee eens. "Een apparaat dat je met trots in je keuken hebt staan," zeg een van hen. "De eierkoker heeft een elegant en compact ontwerp," vindt een ander.

Over dat laatste waren de testers ook zeer te spreken. Stuk voor stuk roemen ze de eierkoker om zijn compacte vorm. Dat begint al bij de levering: "Hij zat in een mooi, compact doosje, en de eerste indruk was goed: accessoires die handig in elkaar passen en netjes opgeborgen kunnen worden." Dat de eierkoker makkelijk op te bergen is, werd door meerdere testers als extra voordeel genoemd, en ook het feit dat de eierkoker maar één enkele knop heeft, werd erg gewaardeerd.

Gebruik

Het testpanel vond de HD9137/90 over het algemeen handig in gebruik, al had een aantal van hen wel liever een wat uitgebreidere gebruiksaanwijzing gezien, omdat het nog niet helemaal duidelijk was waar de symbolen voor stonden. Maar: "Als je dat eenmaal doorhebt, is het een fijn ding," zegt een tester. Een ander verwoordt het als volgt: "Het is geen ingewikkeld apparaat. De juiste hoeveelheid water in de maatbeker gieten, en het apparaat doet de rest."

Anderen hadden helemaal geen last van de ietwat summiere gebruiksaanwijzing. "De eierkoker is gemakkelijk in gebruik," zegt een van de testers, en een ander beaamt dat: "Supermakkelijk" is zelfs de bewoording die gebruikt wordt.

Wat een aantal van de testers wel opmerkt, is dat de maatbeker wat lastig af te lezen is, en dat de streepjes voor verschillende waterniveaus – waarmee wordt bepaald hoe hardgekookt een ei uit het apparaat komt – wat dicht bij elkaar staan. Toch zijn de testers over het algemeen zeer te spreken over het gebruik van de eierkoker.

Over het schoonmaken van de Philips 3000 Series zijn de meningen licht verdeeld. Een deel van de testers vond na een paar gekookte eieren al wat kalkaanslag op het apparaat, al is dat voor een groot deel te voorkomen: "Een oplossing is om gedemineraliseerd water te gebruiken," geeft een van de testers als tip. Even een korte schoonmaakbeurt na gebruik doet volgens het panel ook wonderen. 

©Philips

Resultaat

Wat het resultaat betreft valt er een duidelijke lijn in de meningen te ontdekken: zonder uitzondering zijn de testers zeer tevreden over hoe de eieren uit de eierkoker komen. "De eieren worden gekookt zoals het hoort, en het resultaat is precies goed," zegt een van hen. Een andere tester moest even wennen en de eerste paar eitjes waren nog niet zoals ze hoorden te zijn, maar: "Als je het eenmaal doorhebt, werkt het erg gemakkelijk, en maak je elke dag keer op keer verse eitjes."

Ook andere testers strooien met superlatieven. "Het resultaat is telkens perfect!" vindt een van hen. Of, zoals een ander zegt: "De eieren komen er perfect uit, of je ze nu hard, zacht, of gepocheerd wilt hebben."

Dat laatste was bij de meeste testers het geval, al zijn er een aantal bij wie het pocheren wel iets meer voeten in de aarde had. Een enkeling had last van vastplakkende eieren, maar dat is gemakkelijk op te lossen: een druppeltje olie toevoegen voor je het ei gaat pocheren is een goede manier om dat te voorkomen.

Ontdek de Philips HD9137/90 eierkoker

op Kieskeurig.nl

Conclusie

Het perfecte ei koken is bijna wetenschap – als je het zelf doet, tenminste. De Philips 3000 Series HD9137/90 neemt je de moeilijkheid uit handen, en het resultaat mag er zijn: het testpanel is unaniem lyrisch over hoe de eieren uit de eierkoker komen. Het gebruik is een beetje wennen, maar als je het eenmaal door hebt, kun je keer op keer genieten van een perfect resultaat.

Het is een handig apparaat, compact genoeg om niet in de weg te staan, helemaal omdat alle accessoires bij het opbergen in de eierkoker zelf passen. Het strakke design zorgt er ook voor dat hij mooi op je aanrecht staat.

De functie om eieren te pocheren (tot wel drie tegelijkertijd) kan ook op veel positieve feedback rekenen, helemaal als je ook nog een druppeltje olie toevoegt om te zorgen dat de eieren makkelijker los komen.

Al met al was het testpanel erg te spreken over de eierkoker, het gebruik en het uiteindelijke resultaat. Daarom krijgt de Philips 3000 Series HD9137/90 van het Review.nl Testpanel een verdiende 7,8.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.