ID.nl logo
Vijf misverstanden over zuinig wassen
© konstantin yuganov
Huis

Vijf misverstanden over zuinig wassen

Door anders om te gaan met huishoudelijke apparaten, kun je geld besparen. Dat geldt ook voor de wasmachine: er zijn allerlei manieren om zuiniger te wassen. Maar tegelijkertijd bestaan er ook een hoop misverstanden over zuinig wassen. Wij helpen de vijf hardnekkigste de wereld uit - en laten je meteen zien wat nu écht het zuinigste programma om te wassen is.

Over zuinig(er) wassen bestaan veel misverstanden. Deze vijf kloppen (grotendeels) niet:

  • De trommel mag maar halfvol
  • Het ecoprogramma gebruikt juist meer energie, omdat het langer duurt
  • Op lage temperatuur wassen is dan wel zuinig, maar de was wordt niet schoon
  • Centrifugeren doe je zo kort mogelijk, om energie te besparen
  • Lekker veel wasmiddel maakt mijn kleding schoner en laat het lekker ruiken
  • Lees ook: 5 tips om water (en energie) te besparen

Misverstand: de trommel mag maar halfvol

Dit misverstand is deels waar. Om met de deur in huis te vallen: veel moderne wasmachines hebben beladingsherkenning. Een wasmachine met beladingsherkenning zou, volgens de fabrikanten, precies de juiste hoeveelheid energie en water gebruiken voor een schone was. In de praktijk blijkt dit niet zo precies te zijn, maar in grote lijnen werkt het. Minder was betekent bij machines met beladingsherkenning dat ze minder water gebruiken, en dus minder hard hoeven te werken om dit op te warmen. 

Daar staat tegenover dat een volle wastrommel je was juist schoner wast. Dat komt doordat er extra wrijving is tussen het textiel onderling. Lekker vol die trommel, tot aan de maximale lading dus. Zolang het katoenwas is tenminste - voor fijnere of synthetische stoffen geldt dit niet. Daar kun je juist wel wat meer ‘ruimte’ aan geven, door de trommel minder vol te doen, om de stof mooi te houden. Vul bij een katoenprogramma de trommel totdat ongeveer een vuist in de hoogte overblijft, bij synthetische was iets meer ruimte. 

In euro's Wat bespaart het helemaal vullen van de wasmachine? Volgens de Consumentenbond tot wel 30 euro per jaar, als je twee keer per week een volle trommel wast in plaats van vier keer een halve was. Dit geldt voor wasmachines zonder beladingsherkenning.

©Renars Pranevskis

Misverstand: het ecoprogramma gebruikt juist meer energie, omdat het langer duurt

Wasmachines die in of na 2012 gemaakt zijn, hebben meestal een eco-knop. Vanaf 2021 is die vervangen door de eco 40-60 knop. Was je vaak op 40 of 60ºC, dan kan die knop je veel energie en geld besparen. Een ecoprogramma is tot wel 30 procent zuiniger dan een ‘gewone’ tegenhanger. 

De naam suggereert dat de was op 40 of 60ºC wordt gewassen, maar dat is óók een misverstand over zuinig wassen: met de naam van het programma wordt in feite bedoeld dat het je was net zo schoon wast als wanneer je op 40 of 60 graden wast: deze temperaturen worden vaak niet gehaald. Wil je dus echt iets op 60 graden wassen, bijvoorbeeld vanwege hygiëne? Kies dan niet voor het ecoprogramma.

Het ecoprogramma gebruikt minder water, vooral in vergelijking met het katoenprogramma. Bovendien was je hiermee op een lagere temperatuur, waardoor je ook nog veel energie bespaart.

💡 FEIT: Het ecoprogramma is echt het zuinigste wasprogramma op je machine!

Om de was toch goed schoon uit de machine te laten komen, duurt het programma langer. Soms duurt een ecoprogramma wel vier uur! Je zou denken dat het méér energie kost. Dat is niet zo: de lange duur is ter compensatie van het lagere waterverbruik en de lagere temperatuur, maar het bespaart wel. De temperatuur is namelijk de grootste factor voor het energieverbruik (ongeveer 80 procent). Het ecoprogramma is dan ook echt het zuinigste wasprogramma op je machine. Het ‘duurste’ is de kookwas. Die is overigens wel goed om zo nu en dan te kiezen voor de wasmachine, omdat zeepresten hiermee verdwijnen. Vermijd ook korte wasprogramma’s; per kilo wasgoed komen die duurder uit.

Nieuwe wasmachine met ecoprogramma kopen?

Bekijk & vergelijk op Kieskeurig.nl

Misverstand: op lage temperatuur wassen is dan wel zuinig, maar de was wordt niet schoon

We zagen al dat de temperatuur van je was veel invloed heeft op het energiegebruik. Bij een katoenwas is het zelfs zo dat je bij 30ºC maar de helft van de hoeveelheid stroom verbruikt vergeleken met dezelfde was op 40ºC. 

Wordt de was wel goed schoon op 30 graden? Het antwoord daarop is simpelweg: ja! Wasmiddelen worden steeds beter en zijn ook steeds meer geproduceerd voor koudere temperaturen. 

Houd er wel rekening mee dat een was op 30 graden niet alle bacteriën doodt. Ben je dus ziek of was je iets waarbij hygiëne extra belangrijk is, zoals washandjes of vaatdoekjes, dan kun je beter heter wassen (60 graden is dan prima). De Universiteit van Gent deed onderzoek naar bacteriën die overbleven op wasgoed nadat het op 30 graden was gewassen. Die zijn er volop, maar er werden nagenoeg geen schadelijke bacteriën gevonden. Het is daarom in het ‘gewone’ leven prima geschikt, ook met het oog op hygiëne.

Misverstand: centrifugeren doe je zo kort mogelijk, om energie te besparen

Ook dit is deels waar: op een mooie voorjaarsdag kun je je wasgoed buiten aan de waslijn drogen. Gratis. Als er een briesje staat, in combinatie met een voorjaarszonnetje, is het ook nog eens in mum van tijd droog én ruikt het lekker fris. Alleen hebben we in Nederland niet altijd een voorjaarszonnetje. En is het briesje net zo vaak een straffe noordwester. Veel mensen gebruiken dan de wasdroger. Daarom is deze bewering een misverstand: je kunt namelijk energie besparen op je droger door de centrifuge van je wasmachine langer te gebruiken. Hoe droger jouw wasgoed uit de wasmachine komt, hoe korter de droger hoeft te draaien. 

Wasmachines hebben een toerental van 1200, 1400 of 1600 toeren per minuut. Vergelijk de centrifuge-efficiëntieklasse op het energielabel. A is het droogst, G is het minst droog. 

Een droger gebruikt meer stroom dan een centrifugerende wasmachine, zelfs op het hoogste toerental. Gebruik de droger dan ook zo zuinig mogelijk. Als de droger te vol is, duurt het langer voordat de kleding droog is. Te kleine ladingen kunnen er ook langer over doen om te drogen (plus je geeft meer uit per kledingstuk wanneer je de droger gebruikt om slechts een paar dingen te drogen). Automatische programma’s gebruiken minder stroom dan draaibeurten met een vastgestelde tijd. De sensor vertelt de machine of de was droog genoeg is en draait dus niet voor niets. Nog een kleine droger-tip: wissel ladingen terwijl de droger warm is. Zo kun je de resterende warmte in de droger gebruiken voor de volgende cyclus.

Misverstand: lekker veel wasmiddel maakt mijn kleding schoner en laat het lekker ruiken

Wasmiddel is schadelijk voor het milieu. Het komt daar terecht met het ‘grijze water’, het vuile water dat weggespoeld wordt uit de wasmachine. Die impact is aanzienlijk. Geurstoffen in wasmiddelen en in wasverzachters kunnen een omhulling hebben van kunststof (melamine formaldehyde). Dit gedraagt zich als microplastic, dat weer bijdraagt aan de ‘plastic soep’ in de oceanen. Daarnaast bespaar je geld door minder wasmiddel te gebruiken.

Vaak kun je minder wasmiddel gebruiken dan je denkt. Bovendien kun je een wasmiddel kiezen dat beter geschikt is voor het gebruik in jouw huishouden: de materialen die je veel wast, de temperatuur en de kleuren. Volg het doseeradvies op de verpakking of blijf er iets onder; ga er in elk geval niet overheen. Heeft het wasgoed geen vlekken? Dan zou het waarschijnlijk al schoon worden met alleen warm water. Een klein beetje wasmiddel is dan zeker genoeg. 

Té weinig wasmiddel gebruiken is overigens ook niet goed. In dat geval slaat het wasmiddel met de kalk neer; het vormt kalkzeep. Dit zorgt voor meer kalkvorming op het verwarmingselement van je wasmachine, waardoor het opwarmen meer energie kost. Als je toe bent aan een nieuwe wasmachine, kun je kijken naar wasmachines met automatische wasmiddeldosering. De machine bepaalt dan zelf hoeveel wasmiddel nodig is. Bij hard water is trouwens meer wasmiddel nodig dan bij zacht water. Je kunt dit controleren op de website van je waterbedrijf.  Als je je zorgen maakt over de chemicaliën in commerciële wasmiddelen, kun je zelf wasmiddel maken. Je hoeft geen wetenschapper te zijn om dat te doen. Vier eenvoudige ingrediënten volstaan om wasmiddel te maken: te weten zeep (of zeepvlokken), soda, etherische oliën en kokend water. 

Wat kost één keer wassen?

Wat een wasbeurt kost, is afhankelijk van de energieprijs (je eigen energiecontract), het energielabel van de wasmachine, het wasprogramma en de hoeveelheid was. Dat is nogal wat. Milieu Centraal berekende dit jaar wat een wasje gemiddeld kost. Ze gebruikten hierbij het katoenwas programma en gingen uit van een energieprijs van 0,613 euro per kWh. Ze laadden 7 kg in de machine.

TemperatuurKosten per wasbeurt
15°C0,20 euro
30°C0,23 euro
40°C met eco0,46 euro
40°C0,57 euro
60°C met eco0,60 euro
60°C0,73 euro
90°C1,34 euro

Om verder nog te besparen op wassen kun je de voorwas overslaan, een wasmachine met warmwateraansluiting overwegen (hiermee warmt niet de machine zelf, maar de cv-ketel het water op. Dit is veel voordeliger, maar de machine zelf is duurder) en zet de wasmachine ook helemaal uit na gebruik, om sluipverbruik te voorkomen.

▼ Volgende artikel
Router of powerline-adapter: wat is de beste keuze voor betere wifi?
© ER | ID.nl
Huis

Router of powerline-adapter: wat is de beste keuze voor betere wifi?

Haperende streams en trage downloads op zolder zijn grote ergernissen in veel huishoudens. Om dat op te lossen twijfelen veel mensen tussen een krachtiger router of een set powerline-adapters. In dit artikel leggen we precies uit wanneer je voor welke oplossing moet kiezen, zodat je geen geld verspilt aan de verkeerde apparatuur.

Voordat je naar de winkel rent: je moet eerst begrijpen wat er precies misgaat met je verbinding. Wifi-problemen kun je doorgaans opdelen in twee categorieën: een gebrek aan bereik of een gebrek aan capaciteit. Bij een gebrek aan bereik komt het signaal simpelweg niet ver genoeg, bijvoorbeeld omdat dikke betonnen muren of plafonds het signaal blokkeren. Je hebt dan op zolder één streepje bereik of zelfs helemaal geen verbinding. Bij een gebrek aan capaciteit is het signaal wel sterk, maar is de router niet krachtig genoeg om alle data te verwerken. Dat merk je als het internet traag wordt zodra iedereen thuis tegelijk online is. Het onderscheid tussen deze twee oorzaken bepaalt of je een router of een powerline-adapter nodig hebt.

Wanneer is een nieuwe router de oplossing?

De router is het hart van je thuisnetwerk en regelt al het verkeer. Vaak gebruiken mensen het standaardmodem dat ze van hun internetprovider hebben gekregen, maar deze apparaten blinken zelden uit in prestaties. Een losse, hoogwaardige router kopen is de beste keuze wanneer je merkt dat de verbinding in de buurt van het modem al niet optimaal is of wanneer je regelmatig met veel apparaten tegelijk online bent.

Als je in de woonkamer zit en de verbinding hapert zodra de kids op hun tablets zitten, is je huidige router waarschijnlijk niet krachtig genoeg om al die gelijktijdige datastromen te verwerken. Een moderne router met ondersteuning voor wifi 6 kan veel meer apparaten tegelijk bedienen en zorgt voor een hogere, stabielere snelheid op de verdieping waar hij staat.

©Andrii

Internet via het stopcontact met powerline

Een powerline-adapter, ook wel homeplug genoemd, werkt volgens een totaal ander principe. Dit systeem maakt gebruik van het bestaande stroomnet in huis om het internetsignaal te verplaatsen. Je stopt één adapter in het stopcontact bij je router en de tweede adapter in een stopcontact op de plek waar je internet nodig hebt, bijvoorbeeld op zolder of in het tuinhuis.

Dit is de ideale oplossing wanneer het wifi-signaal door dikke betonnen muren of plafonds moet dringen. Waar wifi-golven afketsen op gewapend beton, stuurt de powerline het signaal simpelweg via de koperdraden in de muur naar boven. Dat maakt powerline-adapters uitermate geschikt voor specifieke 'dode zones' die te ver weg liggen voor het bereik van een gewone router.

Populaire merken voor netwerkoplossingen

Als je op zoek gaat naar powerline-adapters, kom je al snel uit bij Devolo. Dit Duitse merk is de onbetwiste marktleider op het gebied van homeplugs en staat bekend om de Magic-serie die zeer stabiele verbindingen via het stroomnet garandeert.

Voor routers en mesh-systemen is TP-Link een zeer populaire keuze vanwege de goede balans tussen prijs en prestaties, met modellen voor elk budget. Netgear richt zich met de Nighthawk-serie vaak op de veeleisende gebruiker en gamers die maximale snelheid wensen. Tot slot is AVM, bekend van de FRITZ!Box, een merk dat zowel uitstekende routers als powerline-oplossingen biedt die naadloos met elkaar samenwerken in één netwerk.

Stabiliteit versus snelheid

Bij de keuze tussen deze twee speelt ook het gebruiksdoel een rol. Powerline-adapters zijn vaak de favoriete keuze voor gamers of mensen die thuiswerken op een vaste pc. De reden hiervoor is dat de tweede adapter vaak beschikt over een netwerkafsluiting, waardoor je je computer met een kabel kunt aansluiten. Een bekabelde verbinding via powerline is doorgaans stabieler en heeft een lagere vertraging (ping) dan wifi, wat cruciaal is bij online gamen. Een nadeel is wel dat de snelheid van powerline afhankelijk is van de kwaliteit van je stroomnet. Oude bedrading of zware apparaten zoals een wasmachine kunnen storing veroorzaken, waardoor de snelheid soms fluctueert. Een high-end router biedt daarentegen vaak een hogere topsnelheid, maar is dus gevoeliger voor afstand en obstakels.

De opkomst van mesh-systemen

Tegenwoordig is er een hybride oplossing die de traditionele router steeds vaker vervangt: Multiroom Wifi of Mesh. Dit zijn feitelijk meerdere routers die met elkaar communiceren. Als je een groot huis hebt en overal perfecte wifi wilt zonder kabels te trekken, is dit vaak een betere, maar ook duurdere oplossing dan een simpele powerline-set. Kies je echter voor een budgetvriendelijke oplossing om snel internet op één specifieke, lastig bereikbare kamer te krijgen, dan wint de powerline-adapter het vaak op prijs-kwaliteitverhouding. Is je doel echter om de algehele snelheid en capaciteit in de woonkamer en keuken te verbeteren, investeer dan in een goede router.

▼ Volgende artikel
Professioneel en gratis video's bewerken? Aan de slag met VSDC Free Video Editor
Huis

Professioneel en gratis video's bewerken? Aan de slag met VSDC Free Video Editor

Maak jij tijdens een welverdiende vakantie talloze video’s? Met VSDC Free Video Editor giet je de leukste fragmenten in een gelikte film. Dankzij het gebruik van mooie overgangen en fraaie effecten oogt het resultaat zeer professioneel. Het kost je bovendien geen cent, want je installeert deze zeer uitgebreide videobewerker gratis op een Windows-computer.

Tegenwoordig liggen er best wat goede gratis videobewerkers voor het oprapen. Zeker wanneer je geen torenhoge eisen aan de videomontage stelt, heb je niet per se een betaald programma als Adobe Premiere Elements of Magix Video Deluxe nodig. Zo krijg je met het gebruiksvriendelijke VSDC Free Video Editor al een heleboel voor elkaar. In tegenstelling tot diverse gratis alternatieven voegt dit programma geen lelijk watermerk toe aan jouw film. Deze freeware heeft daarnaast een verrassend uitgebreide gereedschapskist.

Videobewerker installeren

VSDC Free Video Editor heeft relatief lage systeemeisen. Zeker voor video’s tot een resolutie van 1920 × 1080 pixels heb je geen supersnelle pc of laptop nodig. Wil je haarscherpe 4K-video’s bewerken? In dat geval adviseren de makers een systeem met 8 of 16 GB werkgeheugen. Daarnaast is een krachtige processor met meerdere rekenkernen geen overbodige luxe.

Particulieren mogen VSDC Free Video Editor voor nop installeren. Ga naar de site via www.kwikr.nl/vsdc en download het installatiebestand. Je hebt keuze tussen de 32bit- en 64bit-versie. De meeste computers kunnen met de 64bit-versie uit de voeten. Dubbelklik op het gedownloade exe-bestand en doorloop de stappen van de installatie. 

Nieuw project starten

Zodra je de videobewerker voor de eerste keer opstart, verschijnt er een pop-upvenster met een aanbeveling voor de betaalde Pro-versie (zie kader). Je klikt dat via het kruisje weg. Laat de ietwat drukke gebruikersomgeving even op je inwerken. Het beginscherm toont diverse instructies voor geavanceerde bewerkingen. Laat die als beginnende gebruiker links liggen. Je kunt wel alvast even de tabbladen doornemen, want die herbergen verschillende bruikbare functies.

Je gaat nu eerst een nieuw (video)project starten. Klik op het tabblad Projects en daarna op New project. Er verschijnt een nieuw venster waarin je diverse instellingen voor de videomontage kunt bepalen. Het belangrijkste is de waarde achter Resolution. Voor een scherp beeld en soepele montage laat je de huidige waarde van 1920 × 1080 pixels (16:9) staan. Filmt jouw smartphone of videocamera in een hogere resolutie, dan kun je een andere waarde overwegen. Laat de overige opties ongewijzigd. Je typt achter Project title een relevante projectnaam en kiest onderaan voor Blank project. Bevestig tot slot met Finish.

Welke resolutie ken je aan de videomontage toe?
VSDC Pro

Naast de hier besproken gratis versie bestaat er met VSDC Pro (www.videosoftdev.com/video-editor-pro) ook een betaalde variant. Die bevat allerlei extra snufjes voor geavanceerde gebruikers. Je kunt bijvoorbeeld een achtergrondkleur verwijderen, gesproken commentaar toevoegen en trillende beelden stabiliseren. Daarnaast ondersteunt de Pro-versie hardwareversnelling door een geschikte grafische kaart. Dit leidt tot betere prestaties, omdat de processor minder hoeft te rekenen. Je merkt dat bijvoorbeeld aan kortere wachttijden en een vloeiendere videoweergave. VSDC Pro kost op het moment van schrijven circa 31 euro. 

Video’s toevoegen

Nu ga je met het zojuist aangemaakte videoproject aan de slag. Merk op dat het tabblad Editor is geopend. Je zit nu dus in de videobewerker. Zoals je ziet, zijn er flink wat opties beschikbaar. Laat je hierdoor niet afschrikken, want we nemen de basisfuncties stap voor stap met je door.

Je dient eerst relevante videoclips aan het programma toe te voegen. Gunstig is dat VSDC Free Video Editor alle bekende beeldformaten ondersteunt. Klik bovenaan in de werkbalk op Add object / Video en navigeer naar de map met de bestanden. Je selecteert één of meer video’s, waarna je bevestigt met Openen / OK. Wanneer je minimaal twee fragmenten toevoegt, kies je Add to layer.

Wegens de talloze toeters en bellen ziet deze videobewerker er nogal imponerend uit.

De videoclips verschijnen allemaal in de tijdlijn onderaan het venster. Deze tijdlijn is belangrijk, want die bepaalt welke momenten er in de uiteindelijke film terechtkomen. Verder kun je hieraan bijvoorbeeld ook titels, overgangen, speciale effecten en audiotracks toevoegen. Vind je de tijdlijn te klein? Je kunt dit onderdeel eenvoudig vergroten. Zweef onder Layer 1 op de scheidslijn totdat er een dubbele pijl verschijnt. Beweeg de muis nu met ingedrukte muisknop omlaag. In VSDC Free Video Editor pas je op soortgelijke wijze de grootte van alle deelvensters aan. Kortom, richt op die manier het bewerkvenster naar eigen wens in.

Alle geïmporteerde videobestanden belanden op de tijdlijn.

Volgorde clips wijzigen

Waarschijnlijk heb je een bepaalde volgorde voor de videoclips in gedachten. Geen probleem, want je kunt de clips op de tijdlijn verplaatsen. Sleep het beoogde fragment met ingedrukte muisknop één laag omlaag. De overgebleven video’s schuif je daarna naar links of rechts. Creëer op die manier een ‘gat’ en sleep het fragment ernaartoe. Het is belangrijk dat er geen loze ruimtes op de tijdlijn achterblijven. Anders zie je namelijk zwart beeld.

Sleep videoclips naar onder, boven, rechts en links om de volgorde op de tijdlijn te wijzigen.

Scènes inkorten

Vanzelfsprekend wil je alleen boeiende scènes in de film tonen. Saaie passages snijd je daarom resoluut weg. Dat doe je door een videoclip in te korten. Gebruik hiervoor wederom de tijdlijn. Selecteer een fragment en beweeg de rode schuifregelaar naar deze clip. Het bijbehorende beeld verschijnt nu in de voorbeeldweergave. Vind je dit beeld te klein? Klik dan helemaal rechtsonder in het programma op het kleine plusteken. Je past daarmee het zoomniveau aan. Klik nu onder de voorbeeldweergave op de rode afspeelknop (PijltjeRechts) om de video te starten. Begint of eindigt het saaie gedeelte? Via dezelfde rode knop (twee verticale streepjes) pauzeer je de video.

Inkorten is vrij eenvoudig. Een geselecteerde videoclip heeft op de tijdlijn aan weerszijden twee piepkleine vierkanten. Klik daarop en houd de muisknop ingedrukt. Beweeg de muis nu naar links of rechts tot de rode schuifregelaar. Laat de muisknop als laatste los. Het fragment is nu een kopje kleiner gemaakt! 

Fragmenten splitsen

Je kunt een lang fragment ook in twee (of meer) delen opsplitsen. Dat is nuttig wanneer je deze videootjes op verschillende momenten in de film wilt tonen. Selecteer in de tijdlijn een videoclip en bepaal met de rode schuifregelaar een geschikt ‘splitmoment’. Overigens kun je met de mediaknoppen onder de voorbeeldweergave dit moment heel precies bepalen. Spoel bijvoorbeeld een seconde voor- of achteruit. Het is zelfs mogelijk om een video frame voor frame door te nemen. Staat de rode schuifregelaar exact op de goede plek? Klik dan in de werkbalk boven de tijdlijn op het pictogram met de twee rode haakjes. Je ziet vervolgens twee aparte clips.

Maak via de optie Split into parts van één clip twee losse fragmenten.

Roteren en bijsnijden

Soms is het noodzakelijk om een video negentig graden te roteren, omdat het beeld in VSDC Free Video Editor is gedraaid. Gelukkig herstel je deze ‘fout’ simpel. Je selecteert in de tijdlijn de juiste video en klikt helemaal bovenaan bij de sectie Tools op het pictogram met de gebogen pijl. De video draait meteen.

Staat er een ongewenst persoon, lelijk logo of storend object in beeld? Gooi de videoclip dan nog niet weg! Je kunt het fragment namelijk nog bijsnijden. Beslis welk deel van de video je wilt gebruiken en gooi het overtollige beeldmateriaal weg. Je klikt met de rechtermuisknop op een videoclip in de tijdlijn en kiest Crop tools / Custom region. Bepaal in het nieuwe venster welk deel uit beeld moet verdwijnen. Je regelt dat door de zwarte vierkantjes aan de randen van de voorbeeldweergave te verslepen. Tevreden? Met OK voer je de actie definitief uit.

Nuttig om te weten is dat je met deze functie de oorspronkelijke resolutie verkleint. Zeker wanneer je de uiteindelijke film op een grote televisie of pc-monitor bekijkt, zie je mogelijk korrelige beelden. Snijd daarom liever niet te veel beeldmateriaal weg.

Alles buiten de rechthoekige selectie verdwijnt uit de video.

Video-effecten

Wie dat wil, gaat in deze videobewerker helemaal los met speciale effecten. Klik maar eens bovenaan in de werkbalk op Video effects. Er verschijnt een uitgebreid menu. Voordat je iets uitkiest, selecteer je eerst een clip op de tijdlijn. Via Quick styles pas je heel makkelijk een effect toe, omdat hiervoor geen extra instellingen zijn vereist. Laat de video bijvoorbeeld op een gedateerde film uit de jaren ‘70 lijken of pas automatisch de contrastwaarden aan.

Wil je zelf meer invloed op in hoeverre het programma een video-effect toepast? Bij veel filters stel je naar eigen inzicht de intensiteit in. Bekijk hiervoor de mogelijkheden via Video effects / Adjustments. Zo wijzig je onder andere de kleurverzadiging en helderheid. Daarnaast kun je ook een stijlvol sepia- of zwart-wit-effect op de video loslaten. Zodra je eenmaal iets hebt gekozen, pas je in het deelvenster Properties window aan de rechterkant de waarden aan. Als je dit deelvenster niet ziet, klik je achtereenvolgens op het tabblad View en Properties. Tot slot zijn ook de video-effecten binnen de rubrieken Filters en Nature de moeite waard. Spijt van een bepaalde keuze? Met de sneltoets Ctrl+Z maak je de laatste handeling weer ongedaan. Experimenteer er dus lustig op los!

Met het Auto contrast-filter optimaliseer je heel eenvoudig de contrastwaarden.
Gebruik het deelvenster Properties window om de instellingen van een video-effect te wijzigen.

Overgangen

Tijdens de montage van een video ontkom je eigenlijk niet aan het gebruik van overgangen. Doe je dat niet, dan lopen de fragmenten nogal abrupt in elkaar over. Dat is onprettig voor de kijker. Met een overgang wordt een nieuwe videoclip op subtiele wijze geïntroduceerd.

Klik in de tijdlijn op de videoclip waarbij je aan het einde een overgang wilt toevoegen. Je opent zo nodig eerst het tabblad Editor en navigeert daarna naar Video effects / Transitions. Probeer nu één van de beschikbare overgangen uit. Zo laat je het oude fragment bijvoorbeeld in vlammen opgaan (Paper burn) of in scherven uit elkaar vallen (Shattered glass). Kies een overgang en controleer in het pop-upvenster of de optie To the end of scene is geselecteerd. Klik op OK.

Merk op dat er op de tijdlijn een verse laag met de gekozen overgang verschijnt. Klik op de rode afspeelknop onder de videoweergave om de overgang te bekijken. Je past in het eigenschappenvenster aan de rechterkant diverse zaken aan, waaronder de tijdsduur en transparantie.

Deze videobewerker heeft een aantal spectaculaire overgangen in huis.

Geluid

De audiokwaliteit van zelfgeschoten video’s is vaak matig. Stond er toentertijd tijdens de opname een stevig briesje, dan hoor je waarschijnlijk voornamelijk windgeruis. Zet het geluid van dergelijke videoclips daarom gewoon uit. Klik in de tijdlijn op een fragment om de bijbehorende eigenschappen aan de rechterkant te tonen. Verschijnt dat niet, dan klik je op View / Properties. Je scrolt zo nodig een stukje omlaag totdat je de optie Audio track tegenkomt. Klik achter Track 1 op het kleine pijltje en kies Don’t use audio.

Je kunt eventueel zelf audio aan de videomontage toevoegen, zoals achtergrondmuziek of een voice-over. Klik zo nodig op het tabblad Editor en kies Add object / Audio. Je selecteert nu pakweg een mp3-, wma-, wav- of flac-bestand op de computer. Via Openen / OK belandt de audiotrack als nieuwe laag op de tijdlijn. Kies een geschikte plek en pas diverse eigenschappen in het Properties window desgewenst aan. Denk hierbij onder meer aan de snelheid en het volumeniveau.

Schakel bij video’s met slecht geluid het audiospoor eenvoudig uit.

Film opslaan

Deze workshop is slechts een bescheiden introductie van VSDC Free Video Editor. Je kunt namelijk nog veel meer met deze veelzijdige videobewerker doen. Ga er dus vooral ook zelf mee stoeien. Ben je eenmaal klaar, dan sla je het resultaat op. Je kunt de film daarna op verschillende schermen bewonderen.

Klik in de werkbalk op het tabblad Export project en speel zekerheidshalve de volledige videomontage nog eens af. Ben je helemaal tevreden, dan geef je in de werkbalk het gewenste videoformaat aan. Kies bijvoorbeeld voor mp4, mkv, mov, flv of mts. Het is ook mogelijk om de film op een dvd te branden. Wijzig via Change name zo nodig de bestandsnaam en opslaglocatie. Je bevestigt bovenaan ten slotte met Export project / Continue.

VSDC Free Video Editor ondersteunt een heleboel exportformaten.