ID.nl logo
Zo maak je een YouTube-audiospeler
© Reshift Digital
Huis

Zo maak je een YouTube-audiospeler

Muziekstreamingdiensten hebben ten opzichte van traditionele muziekdragers zoals cassettes en cd’s natuurlijk een aantal voordelen. Daarentegen hebben de grote drukknoppen, een verlicht lcd-scherm en de fysieke handeling van het verwisselen van een cd of cassettebandje zo ook wel zijn charme. In dit artikel bouwen we een Raspberry Pi om tot een retroapparaat dat de audio van YouTube-video’s kan afspelen. In plaats van cd’s of cassettebandjes gebruiken we rfid-tags om een specifieke YouTube-playlist te kiezen.

Boodschappenlijstje

  • Raspberry Pi Zero W met sd-kaart en adapter (€ 30,- bij Kiwi Electronics);
  • Adafruit Speaker Bonnet (€ 15,50 bij Kiwi Electronics);
  • 2 speakers, bijvoorbeeld 4 ohm 3 watt (€ 1,95 per stuk bij Kiwi Electronics);
  • PN532 NFC/RFID Breakout Board (€ 17,95 bij Kiwi Electronics);
  • 16x2 LCD Display met I²C-backpack (€ 7,- bij Tiny Tronics);
  • 5 (arcade-)drukknoppen, één eventueel met verlichting (€ 2,50 tot € 7,- bij Kiwi Electronics);
  • (Dupont-)draad in verschillende kleuren (€ 1,25 per 2 meter bij Kiwi Electronics);
  • Een behuizing of kistje waar je alles kunt inbouwen. Dit heb je misschien gewoon in huis. Totale kosten: ca. € 100,-

Het hart van de muziekspeler wordt gevormd door een Raspberry Pi Zero W: een van de meest compacte en goedkope, maar minst krachtige telgen van de Raspberry-familie. Hij heeft gelukkig wel nog voldoende capaciteit om alles te doen wat we willen. We beginnen met het uitlezen van een rfid-tag en het afspelen van een YouTube-playlist die met die specifieke tag wordt geassocieerd. We sluiten ook een lcd-scherm aan. Hierop wordt de titel van de video en het volgnummer uit de playlist getoond. De knoppen dienen voor het starten en pauzeren van de muziek, het kiezen van de vorige en volgende track en het regelen van het geluidsvolume. Omdat een Pi Zero W geen ingebouwde speaker of audio-uitgang heeft, gebruiken we een Adafruit Speaker Bonnet: een 3watt-stereoversterker waar je kleine luidsprekers op kunt aansluiten.

Een Python-script stuurt de elektronica aan. Omdat zoveel verschillende onderdelen een complex geheel vormen, wordt elke functie en elk onderdeel eerst apart getest. Pas als het voor elk onderdeel duidelijk is hoe dit los van de rest functioneert, wordt alles samengevoegd.

©PXimport

Software

We gaan ervan uit dat je een geüpdatete installatie van de meest recente versie van Raspberry Pi OS hebt en dat de Raspberry Pi een werkende wifi-verbinding heeft. Let op: in dit artikel gebruiken we de Lite-versie, want een grafische interface hebben we niet nodig en vertraagt de boel in dit geval alleen maar.

Als je nog nooit eerder een sd-kaartje voor een Raspberry Pi hebt geïnstalleerd, dan verwijzen we je naar de officiële site, waar bij het helpgedeelte een duidelijke handleiding te vinden is.

Vervolgens kun je de software, inclusief kortere scriptjes om afzonderlijke onderdelen te testen, binnenhalen vanaf GitHub. Installeer eerst Git met de commandline-opdracht:

sudo apt install git

Daarna download je de benodigde bestanden met dit commando:

git clone https://github.com/ralphcrutzen/YouTube-audio-player.git

De bestanden worden nu in een map genaamd YouTube-audio-player gezet. Het is handig als ze allemaal naar de home-map worden gekopieerd, dus gebruik het volgende commando nadat de bestanden zijn gedownload:

cp YouTube-audio-player/* ~

Heb je ervaring met Git en ga je daadwerkelijk aan de slag met dit project, dan zijn pull requests natuurlijk van harte welkom!

©PXimport

Geluid via de Adafruit Speaker Bonnet

Voordat je de Adafruit Speaker Bonnet op de Raspberry Pi kunt prikken, zul je eerst zelf de pinnen erop moeten solderen. Eerst de dubbele rij aan de onderkant: dit is de verbinding tussen de Speaker Bonnet en de Raspberry Pi. Daarna een enkele rij aan de bovenkant: deze pinnen zorgen ervoor dat de gpio-aansluitingen van de Raspberry Pi beschikbaar komen zodat we alle onderdelen voor de muziekspeler kunnen aansluiten. Verbind ook de speakers met de Speaker Bonnet.

Als dat klusje is geklaard, is het tijd om software-ondersteuning voor I²S te installeren. De volgende commandline-opdracht downloadt daar een script voor en voert het automatisch uit:

curl -sS https://raw.githubusercontent.com/adafruit/Raspberry-Pi-Installer-Scripts/master/i2samp.sh | bash

Op de vraag Activate ‘/dev/zero’ playback in background? antwoord je met N. Daarna moet je de Raspberry Pi opnieuw opstarten en het script voor een tweede keer uitvoeren met behulp van de bovengenoemde commandline-opdracht. Je krijgt nu ook de vraag of je de speakers wilt testen, waarop je uiteraard het antwoord Y geeft.

Als je bij deze test geen geluid hoort, verwijzen we je naar de uitgebreide en duidelijke handleiding op de site van Adafruit. Daar kun je ook terecht als je het hele installatieproces nog eens in wat meer detail wilt teruglezen.

©PXimport

Over I²S en I²C

I²S staat voor inter-IC sound en wordt gebruikt om audiosignalen tussen apparaten te versturen. I²S maakt gebruik van drie verbindingen: word select (WS), clock (SCL) en data (SDA). In het geval van de Adafruit Speaker Bonnet is het alleen van belang dat je weet dat hiervoor de pinnen met de nummers 18, 19 en 21 van de Raspberry Pi worden gebruikt. Die zijn dus niet meer voor andere aansluitingen beschikbaar. I²C is de afkorting van inter-IC bus. Het is een veelgebruikt protocol om elektronica met elkaar te laten communiceren. Zowel het lcd-scherm als de rfid-lezer die we gebruiken zijn I²C-componenten. Een voordeel is dat het slechts twee lijntjes (SDA en SCL) nodig heeft om signalen te versturen. Zonder I²C zouden we 16 verbindingen nodig hebben om het lcd-scherm op de Raspberry Pi aan te sluiten! Een ander voordeel is dat er meerdere I²C-componenten op dezelfde twee SDA- en SCL-pinnen van de Raspberry Pi kunnen worden aangesloten. Elke component heeft zijn eigen unieke I²C-adres.

Zonder I²C zouden we voor het lcd-scherm 16 verbindingen nodig hebben

-

Audio van YouTube afspelen

Nu de Raspberry Pi Zero via de Speaker Bonnet geluid kan afspelen, is het tijd om een Python-script te maken waarmee we naar een YouTube-playlist kunnen luisteren. Daarvoor moet eerst een aantal Python-library’s worden geïnstalleerd: pafy, vlc en youtube-dl.

Met pafy is het mogelijk om een directe link naar de audiostream van een YouTube-video op te halen. Met vlc (dat behalve als python-library vooral bekend is als mediaspeler-software) is het mogelijk om de door pafy verkregen audiostream af te spelen, te pauzeren en het volume aan te passen. Youtube-dl stelt pafy in staat om de audio van YouTube-video’s te streamen.

Om bovenstaande software te installeren, gebruik je de volgende vijf opdrachten op de commandline:

sudo apt install python3-pipsudo pip3 install pafysudo pip3 install python-vlcsudo apt install vlcsudo pip3 install youtube_dl

Je kunt testen of het werkt door het script met de bestandsnaam testpafyvlc.py uit te voeren:

python3 testpafyvlc.py

Het script is te stoppen via Ctrl+C. Eventueel kun je in de programmacode de url vervangen door die van een andere playlist.

©PXimport

Python-scripts uitvoeren

We geven kort uitleg over het bewerken en uitvoeren van een Python-script via de commandline. Python-scripts zijn tekstbestanden met daarin commando’s in de programmeertaal Python. Met het volgende commando start je de teksteditor nano waarbij een leeg bestand met de naam test.py gemaakt en geopend wordt: nano test.py In dit bestand voeg je de volgende twee coderegels toe: *for i in range(10):*print("Hello world!") Daarbij is het belangrijk dat je de tweede regel laat inspringen met vier spaties. Sla het bestand vervolgens op met Ctrl+W en sluit nano af met Ctrl+Q. Om het script uit te voeren gebruik je: python3 test.py Als het goed is, wordt er tien keer de tekst ‘Hello world!’ getoond. Om het script te bewerken, gebruik je weer nano test.py. Extra functies die niet standaard in Python aanwezig zijn, kun je toevoegen met behulp van library’s. Daarvoor wordt het programma pip gebruikt. In dit artikel gebeurt dat bijvoorbeeld bij het installeren van de vlc- en pafy-library’s.

Lcd-scherm aansluiten

Het lcd-scherm is niet alleen handig om het volgnummer in de afspeellijst weer te geven, maar ook om de naam van de video en andere statusinformatie zoals het volume te tonen. Het lcd-scherm dat we gebruiken, maakt gebruik van een I²C-backpack.

Zoals je in het schema kunt zien, heb je vier kabeltjes nodig. De manier waarop je het scherm op de Pi aansluit ligt voor de hand: SDA naar SDA, SCL naar SCL, VCC naar 5V en natuurlijk ook GND naar GND. Op zowel het schermpje als de Speaker Bonnet staan deze aansluitingen duidelijk aangegeven. Het is wel aan te raden om eerst de Pi uit te schakelen met het commando sudo shutdown now en vervolgens de stroom eraf te halen wanneer je dingen gaat aansluiten.

©PXimport

I²C installeren

Om I²C op een Raspberry Pi te kunnen gebruiken en het lcd-scherm aan de praat te krijgen, is aanvullende software nodig. Deze download en installeer je als volgt:

git clone https://github.com/the-raspberry-pi-guy/lcd.gitcd lcdsudo sh install.sh

Aan het einde van het installatiescript wordt de Raspberry Pi vanzelf opnieuw opgestart. Daarna installeren we met de volgende commando’s eerst ondersteuning voor I²C voor versie 3 van Python en een hulpprogramma om te testen of het scherm door de Raspberry Pi wordt herkend.

sudo apt install python3-smbussudo apt install i2c-tools

Voer nu het commando sudo raspi-config uit. Ga naar Interfacing Options / I2C en kies vervolgens Yes om I²C in te schakelen. Keer via Finish terug naar de commandline.

Lcd-scherm testen

Je kunt nu testen of het lcd-scherm wordt herkend met het commando:

sudo i2cdetect -y 1

In de tabel die getoond wordt, kun je het I²C-adres van het lcd-scherm aflezen, in ons geval is dat 27. Dit adres kun je ook terug vinden op regel 25 in het Python-script met de naam lcddriver.py.

Om ons testscript uit te voeren, moet je eerst twee bestanden van de lcd-directory naar de home-directory kopiëren:

cp lcd/lcddriver.py lcd/i2c_lib.py ~

Het lcd-scherm test je met het commando python3 testlcd.py, dat je in het begin van dit artikel bij GitHub hebt gedownload. Stop het script met Ctrl+C.

Als er bij het uitvoeren van het testscript geen tekst op het lcd-scherm komt te staan, kijk dan of het juiste I²C-adres in lcddriver.py staat. Ook moet je ervoor zorgen dat de bestanden lcddriver.py en i2c_lib.py in dezelfde directory als het testscript staan.

©PXimport

Bedieningsknoppen gebruiken

We kijken nu naar hoe je met een Python-script kunt reageren op een druk op een knop. Het voorbeeldscript heet testbutton.py en is een onderdeel van de bestanden die je eerder van GitHub hebt gedownload. Om de gpio-pinnen in een Python-script te kunnen gebruiken, moet er eerst weer een library worden geïnstalleerd:

sudo apt install python3-rpi.gpio

In het testscript gebruiken we de knop met het ingebouwde ledje als schakelaar om het lampje aan en uit te doen. De knop heeft vier aansluitingen: de + en de – voor het lampje en nog twee aansluitingen voor de knop zelf. Sluit de + van het lampje aan op GPIO4 en de – op een GND-pin. De aansluitingen van de knop komen op GPIO27 en een andere GND-pin. Bij knoppen zonder lampje werkt het script trouwens ook, want de status van de lamp wordt tevens op je monitor weergegeven.

©PXimport

Knoppen-jargon: debouncing en interrupts

Door de knop in te drukken wordt er een verbinding tussen de twee pinnen gemaakt, waardoor de spanning tussen de pinnen van 0 naar 3,3 V gaat. Dat gebeurt echter niet netjes en geleidelijk. Integendeel, de spanning springt een zeer korte tijd een aantal keer op en neer. Dat kan tot gevolg hebben dat de knop te gevoelig reageert. Om dit probleem op te lossen, maken we gebruik van een programmeertechniek die ‘debouncing’ heet: als binnen een aantal milliseconden na het moment dat de knop werd gebruikt opnieuw een spanningswisseling wordt waargenomen, dan wordt deze door het programma genegeerd. Op het moment dat je de knop indrukt, wordt in het voorbeeldscript een zogenoemde interrupt geactiveerd. Dat wil zeggen dat er direct op een gebeurtenis (het indrukken) wordt gereageerd, zelfs als het programma nog met andere taken bezig is. Op dat moment wordt er een callback-functie uitgevoerd. Dat is een stukje programmacode dat ervoor zorgt dat er een bepaalde actie wordt uitgevoerd: het lampje gaat aan. In button.py wordt dit alles nog eens toegelicht in de vorm van commentaarregels, beginnend met een #, tussen de programmacode.

Rfid-kaartlezer aansluiten

De rfid-lezer communiceert, net als het lcd-scherm, ook via I²C met de Raspberry Pi. Het handige van I²C is dat je meerdere apparaten op dezelfde pinnen van de Raspberry Pi kunt aansluiten. De aansluitingen die gelijk zijn, worden eerst naar één punt op een breadboard of printplaatje geleid en van daaruit gaan ze naar de Raspberry Pi toe.

Wanneer je beide onderdelen hebt aangesloten, kun je weer met de opdracht sudo i2cdetect -y 1 controleren welk I²C-adres elk apparaat heeft. Bij ons krijgt de rfid-lezer het adres 24 toegewezen. Dit adres hebben we deze keer niet nodig, omdat de software die we in de volgende stap gaan installeren dit automatisch detecteert.

©PXimport

Met I²C kun je meerdere apparaatjes op dezelfde pinnen aansluiten

-

Rfid-tags lezen

Om daadwerkelijk tags te kunnen lezen, hebben we natuurlijk weer een extra library nodig. Installeer deze met:

sudo pip3 install pn532pi

Met het script testrfid.py kun je voor elke tag die je tegen de lezer houdt het unieke ID zien. Noteer deze ID’s, want je hebt ze nodig in de definitieve versie van het script voor de muziekspeler.

©PXimport

Alle hardware samenvoegen

Wanneer je alles in een mooie behuizing (een houten schatkistje bijvoorbeeld) gaat inbouwen, wil je dat alle kabels stevig vast blijven zitten. Het is dan verstandig om geen breadboard te gebruiken, maar alles op een printplaatje te solderen. Deze kun je ook gebruiken voor de GND-aansluitingen van de vijf knoppen en het ledje. Op de foto zie je dat we eerst diverse pinnetjes op een pcb hebben gesoldeerd; hierop worden dan de kabeltjes met Dupont-stekkers aangesloten. Wanneer alles is aangesloten, is het verstandig om de testscrips voor het geluid (testpafyvlc.py), het scherm (testlcd.py), de knop (testbutton.py) en de tag-lezer (testrfid.py) nog eens uit te voeren, zodat je zeker weet dat alles ook nu nog steeds werkt. Want het belangrijkste gaat nu komen: het script dat alles bij elkaar brengt.

©PXimport

Het alles-in-1 Python-script

Het uiteindelijke script dat ervoor zorgt dat alle onderdelen samenwerken heet ytplayer.py. Het gaat te ver om in dit artikel alle programmode in dit bestand toe te lichten. Daarom staan er commentaarregels in de code, beginnend met een hekje #. Daarmee wordt hopelijk duidelijk genoeg uitgelegd hoe het script werkt. Ook vind je rond regel 80 de plek waar je zelf de ID’s van de rfid-tags en de links naar de bijbehorende YouTube-playlists moet invullen. 

©PXimport

Automatisch opstarten

Om ervoor te zorgen dat het script automatisch wordt uitgevoerd zodra de Raspberry Pi is opgestart, moet je het bestand /etc/rc.local bewerken. Gebruik een teksteditor (nano bijvoorbeeld) om dit bestand te doen:

sudo nano /etc/rc.local

Voeg daarna de volgende regel toe aan het einde, maar let er op dat je exit 0 op de allerlaatste regel laat staan.

python3 /home/pi/ytplayer.py &

De ampersand (&) op het einde is belangrijk, want deze zorgt ervoor dat het programma gelijktijdig met de overige opstartprocessen wordt uitgevoerd. Wanneer je dit teken weg laat, zal de Pi niet volledig opstarten.

Gebruik Ctrl+X, dan Y en dan Enter om het bestand op te slaan, en vervolgens sudo reboot om de Pi opnieuw op te starten om te testen of het werkt.

©PXimport

Tot slot

Het is niet lastig om elk onderdeel los van de rest werkend te krijgen, want er zijn veel duidelijke handleidingen op internet te vinden. Maar op het moment dat je meerdere onderdelen wil laten samenwerken, ben je vaak op je eigen creativiteit en vindingrijkheid aangewezen om oplossingen voor problemen te vinden. Vaak lukt dat, maar helaas niet altijd. Het is bijvoorbeeld niet gelukt om te achterhalen waarom het lcd-scherm soms vreemde tekens vertoont. En bij het afspelen van een track zijn de eerste paar seconden nog wat haperingen in het geluid te horen. Maar omdat alle programmacode op GitHub beschikbaar is, zouden die problemen op het moment dat je dit leest misschien al lang door iemand opgelost kunnen zijn.

▼ Volgende artikel
Super Mario-medley wint een Grammy
Huis

Super Mario-medley wint een Grammy

Een medley gebaseerd op soundtracks uit Super Mario-games van het Jazzorkest 8-Bit Big Band heeft afgelopen zondagnacht een Grammy gewonnen.

De medley ‘Super Mario Praise Break’ won een Grammy Award voor beste arrangement (instrumentaal of a capella). In de medley zijn nummers als Gusty Garden Galaxy uit Super Mario Galaxy en Bomb-Omb Battlefield uit Super Mario 64 te horen.

De 9-Bit Big Band is afkomstig uit New York en heeft al eens eerder een Grammy gewonnen voor gamemuziek. In 2022 won het orkest een Grammy voor het nummer Meta’s Knight’s Revenge uit de SNES-game Kirby Superstar.

View post on X

De Grammy Awards

De Grammy Awards worden al sinds 1959 georganiseerd en worden gezien als een van de belangrijkste prijzen voor muziek ter wereld. Ze worden vaak vergeleken met de Oscars, die worden uitgereikt aan films. Dit jaar won Bad Bunny de prijs van album van het jaar, en ging Billie Eilish er vandoor met een Grammy voor nummer van het jaar. Overigens won Austin Wintory een Grammy in de categorie beste gamesoundtrack voor de soundtrack van Sword of the Sea.

De Super Mario-reeks van Nintendo valt op diverse spelcomputers van het bedrijf te spelen, waaronder de Nintendo Switch 2 en Nintendo Switch. Onder de meest recente grote hoofddelen vallen Super Mario Wonder en Super Mario Odyssey.

Nieuw op ID: het complete plaatje

Misschien valt het je op dat er vanaf nu ook berichten over games, films en series op onze site verschijnen. Dat is een bewuste stap. Wij geloven dat technologie niet stopt bij hardware; het gaat uiteindelijk om wat je ermee beleeft. Daarom combineren we onze expertise in tech nu met het laatste nieuws over entertainment. Dat doen we met de gezichten die mensen kennen van Power Unlimited, dé experts op het gebied van gaming en streaming. Zo helpen we je niet alleen aan de beste tv, smartphone of laptop, maar vertellen we je ook direct wat je erop moet kijken of spelen. Je vindt hier dus voortaan de ideale mix van hardware én content.

▼ Volgende artikel
Column: De PlayStation 6 mag nog jaren op zich laten wachten
Huis

Column: De PlayStation 6 mag nog jaren op zich laten wachten

De PlayStation 6 zou wel eens pas ergens na 2028 uit kunnen komen, zo claimde een analist onlangs. Dat betekent dat we minstens acht jaar met de PlayStation 5 opgescheept zitten. Maar niet getreurd: dat is juist goed nieuws voor de gemiddelde gameliefhebber.

Dat de PlayStation 6 in ontwikkeling is bij Sony, mag voor zich spreken. Nadat een nieuwe spelcomputer is uitgekomen, beginnen consolebedrijven vaak al snel met de research voor diens opvolger. Onderzoek naar de juiste specificaties en features van consoles beslaat vaak meerdere jaren, om nog maar te zwijgen over het maken van afspraken met bedrijven die de componenten daadwerkelijk leveren, en natuurlijk het produceren ervan.

Het is dan ook waarschijnlijk dat de specificaties van de PlayStation 6 al geruime tijd vastliggen, en dat Sony intern ook een schatting heeft gemaakt voor een releaseperiode voor de langverwachte console. Misschien was het bedrijf er zelfs van overtuigd dat het de console volgend jaar uit zou kunnen brengen.

Watch on YouTube

Verlengde levenscyclus

Onlangs meldde MST Financial-analist David Gibson dat Sony nu echter overweegt om de PS6 pas ergens na 2028 te leveren. “Sony verwacht dat de levenscyclus van de PlayStation 5 wordt verlengd, en dat de PlayStation 6-release langer op zich laat wachten dan de meesten voorspellen.” Dat zou betekenen dat de PS6 misschien pas ergens in 2029 of zelfs later in de winkels ligt.

De eerdere voorspellingen van ingewijden mikten voorheen vooral op eind 2027 of in de loop van 2028, op basis van wanneer de productie oorspronkelijk zou beginnen. De PlayStation 5 kwam in het najaar van 2020 uit, dus dat zou de console al een levenscyclus van ruim zeven jaar geven voordat de opvolger op de markt komt. Dat is in principe een zeer ruime levensloop voor een spelcomputer, en een release in 2027 of 2028 zou dan ook volkomen logisch zijn.

©PXimport

Stijgende RAM-prijzen

Maar de wereld houdt geen rekening met consolereleases, en gezien de huidige ontwikkelingen is de komst van een PlayStation 6 in 2027 of 2028 helemaal niet zo logisch meer. Dat heeft voor een groot deel te maken met de prijzen van RAM (Random Access Memory), die steeds hoger oplopen. RAM is namelijk in grote getale nodig om de alsmaar populairder wordende AI-assistenten als ChatGPT en Gemini draaiende te houden.

Als gevolg daarvan wordt RAM steeds schaarser en dus duurder, en laten spelcomputers nu ook net RAM nodig hebben. In deze periode een nieuwe spelcomputer uitbrengen zou dan ook betekenen dat de prijs van de console mogelijk erg hoog komt te liggen, wat de verkoop niet bepaalt stimuleert. Een dergelijke ‘valse’ start van de levenscyclus van een spelcomputer is iets dat veel bedrijven willen vermijden.

Ook de importheffingen die de Amerikaanse president Donald Trump op producten die buiten de Verenigde Staten worden gemaakt doorvoert, zorgen voor veel onzekerheid. Eerder moesten de prijzen van diverse spelcomputers, waaronder de PlayStation 5, al stijgen om dit op te vangen. Trump is – unieke politieke ontwikkelingen buiten beschouwing gelaten – de komende jaren nog aan de macht, dus ook dat maakt het uitbrengen van een nieuwe console bepaald geen veilige onderneming. De komende jaren een console lanceren is kortom dus een gigantisch risico, dat Sony volgensgeruchten zo klein mogelijk wil houden.

Trage consolegeneratie

Sony hoopt wellicht dat de economie eind dit decennium kalmeert. Dat zou echter wel betekenen dat we nog meerdere jaren op de komst van de PlayStation 6 moeten wachten. Wat mij betreft is dat niet iets om over te treuren, maar juist goed nieuws. Het geeft ontwikkelaars namelijk de kans om echt alles uit de PlayStation 5 te halen. Een kans die ze hopelijk met beide handen aangrijpen.

Hoewel de PS5 in november van 2020 uitkwam – ruim vijf jaar geleden – heb ik nog altijd het gevoel dat deze consolegeneratie nog maar net is begonnen. De generatie kwam sowieso vrij traag op gang, omdat deze middenin de coronapandemie viel. Dat was ook voor spelontwikkelaars een ingewikkelde tijd waarin halsoverkop naar thuiswerkmogelijkheden gekeken moest worden, waardoor veel games die in ontwikkeling waren vertraging op liepen.

Sony’s eigen game-line-up is de afgelopen vijf jaar ook wat karig geweest. Dat heeft deels te maken met een focus op liveservicegames, waarbij diverse projecten die bij Sony’s meest prominente studio’s in ontwikkeling waren uiteindelijk werden geannuleerd. Denk bijvoorbeeld aan de The Last of Us-multiplayergame die na jaren productie in de prullenbak werd gegooid.

Daarbij is de ‘cross-generation’-periode van deze generatie uitzonderlijk lang. Nog altijd komen diverse games niet alleen op PlayStation 5, maar ook op PlayStation 4 uit. Nu is dat iets wat in de toekomst alleen maar vaker voor zal komen – de grenzen tussen consolegeneraties vervagen en daarmee is het ook makkelijker om de prestaties van games terug of juist op te schalen.

Toch zorgt het er ook voor dat er onder gamers een gevoel groeit dat nog lang niet het uiterste uit de PS5 is gehaald. Er is méér met dat apparaat mogelijk, vooral met de bestaande PS5 Pro in het achterhoofd. Een verlengde levenscyclus voor de console geeft ontwikkelaars de kans om een aantal schitterende spellen af te leveren in de laatste jaren van de spelcomputer – de ontwikkeltijd van games wordt immers ook steeds langer. Met toppers als Grand Theft Auto 6, The Witcher 4 en Intergalactic: The Heretic Prophet nog in het verschiet, is er meer dan genoeg potentie om het de komende jaren uit te zingen met de PS5.

Niet zonder risico’s

Natuurlijk brengt het uitstellen van een consolelancering ook risico’s met zich mee, zowel voor Sony als voor de consument. Het is namelijk helemaal niet zeker dat de wereldeconomie er eind dit decennium beter voor staat. Daarnaast zet het Sony voor een moeilijke keuze: gooit het jaren aan research voor de PS6 weg om de console eind dit decennium met moderne specificaties uit te kunnen brengen, of behoudt het simpelweg de huidige specs zodat deze op release mogelijk al deels zijn verouderd?

De eventuele keuze om de PlayStation 6 uit te stellen zal dan ook niet over één nacht ijs gaan. Het is aan de goedbetaalde mensen in topposities binnen het bedrijf om die knoop door te hakken. Maar puur vanuit mijn eigen, egoïstische liefde voor games gezien, heb ik er totaal geen moeite mee om nog een jaar of drie, vier op de PlayStation 5 te spelen. Laat maar eens zien wat die console nog kan, en blaas ons in 2029 of 2030 weg met een nieuwe consolegeneratie die écht een flinke technologische stap zet!