ID.nl logo
Zo gebruik je Microsoft Office in je browser
© Reshift Digital
Huis

Zo gebruik je Microsoft Office in je browser

Om Microsoft Office te gebruiken, heb je in principe al genoeg aan je browser. Alle bekende onderdelen zijn namelijk ook in web app-vorm beschikbaar binnen je Office 365-account.

De meeste gebruikers van de diverse onderdelen van Microsoft Office zullen ongetwijfeld wel eens een diepe zucht slaken. Want ja: op je Windows-pc draait Office best, en ook op een Mac. Maar onder Linux kun je het vergeten. De mobiele apps zijn aardig, maar in de praktijk wel heel magere aftreksels van de volledige applicaties. Gelukkig zijn er ook nog de web-apps, die je onder meer bij je Office 365-account krijgt. 

Wat met name die optie – 365 dus – handig maakt is dat je naadloos door kunt werken aan een document. Sla je bestand online op op je clouddrive en je kunt vanaf je Windows-pc moeiteloos switchen naar bijvoorbeeld een Chromebook om er verder aan te werken. Ga in dat geval niet voor de vereenvoudigde Android-app, maar log in bij je Microsoft-account op de webportal. Het adres daarvan is https://login.microsoftonline.com.

Eenmaal ingelogd beland je op een overzichtspagina met aan de linkerkant een verticale knoppenbalk die je snel naar de bekende Office-onderdelen leiden. Rechts vind je onder meer een lijst met recent gemaakte en/of bewerkte documenten. Heb je net zoals beloofd iets vanaf je Windows-systeem opgeslagen, dan kun je het hier openen om er verder aan te werken. Op ieder apparaat dat een moderne browser aan boord heeft, that is.

©PXimport

Uitgebreider

Wat we in ieder geval zien als we – om te beginnen – een Word-document openen, is dat de web-app van Word duidelijk uitgebreider is dan die van de Android- en iOS/iPadOS-apps. Zéker als je even op het kleine naar beneden gerichte dakje klikt helemaal rechts van het lint dat in eerste instantie in compacte weergave wordt getoond. Deze truc kennen de web-apps alvast niet. Het uitgevouwen lint geeft niet alleen meer opties, het geeft ook direct meer een ‘desktopgevoel’. Alvast een tipje tussendoor: heb je een Chromebook met aanraakscherm, dan kun je door een eenvoudige spreidbeweging met twee vingers de tekst vergroten of verkleinen, zonder de browserweergavegrootte zelf aan te passen, handig.

©PXimport

Meer dan mobiele apps

Wat je ook zult zien is dat de web-app van Word duidelijk meer stijlen aan boord heeft dan de gewone mobiele apps. We maken die vergelijking trouwens niet voor niets, want de eerlijkheid gebied te zeggen dat de web-apps gewoon prettiger werken en beter afgewerkt ogen. Wat dan tegelijkertijd weer vreemd is, is dat je deze apps niet op je Chromebook kunt installeren als progressive web-app, ofwel een app die je kunt toevoegen en eventueel ook offline kunt gebruiken. Je moet dus online zijn om gebruik te maken van de Microsoft web-apps. Of dat anno nu echt een limitering is met nagenoeg overal snel mobiel internet? Die beslissing laten we wijselijk aan jou over.

Nog niet perfect

Het is in ieder geval interessant om te zien dat Microsoft z’n web-apps nog altijd omarmt. Tegelijkertijd lijkt er ook een soort angst te zijn, want hoewel er inmiddels heel wat functies in te vinden zijn, is het ook weer geen volledig pakket aan functies. Voor de meeste thuisgebruikers zal het trouwens meer dan voldoende zijn en ook studenten en scholieren kunnen er een heel eind mee uit de voeten. Niet in de laatste plaats vanwege de samenwerkingsmogelijkheden. 

Tik je bedrijfsmatig vooral platte teksten, of gebruik je een van de andere onderdelen als Excel of PowerPoint voor meer basic toepassingen dan zit je online eveneens goed. Wat jammer is, is dat eigen sjablonen – net als in de mobiele apps – ook online niet ondersteund worden. Veel gebruikers vragen daar al heel lang om, maar de kans lijkt klein dat Microsoft ooit overstag gaat.

 Tenzij ze – eindelijk – inzien dat ze geen klanten kwijtraken door (meer) complete web-apps online te zetten. Integendeel zelfs, want dan kunnen ook Linux-gebruikers moeiteloos mee doen. Maar misschien is precies dat waar de terughoudendheid van Microsoft vandaan komt: de angst om Windows-klanten definitief kwijt te raken.  

Rekenen maar!

Terug naar de online-omgeving. Naast Word is ook Excel prima bruikbaar; de web app blijkt breed inzetbaar en zonder meer geschikt voor stevig rekenwerk. Bedenk daarbij wel hele zware klussen op een lichte Chromebook (lees: een exemplaar met een simpele cpu en weinig ram) mogelijk wat trager verlopen dan je hoopte. Maar da’s geen tekortkoming van de web app, maar van de hardware waarop die draait. Alle rekenwerk wordt namelijk – via de browser – lokaal uitgevoerd. Verder is het gebruik van grafieken geen enkel probleem en is het geheel verrassend goed bruikbaar. Denk daarbij ook aan het verwerken van meetgegevens van bijvoorbeeld natuurkundeproeven en dergelijke, altijd leuk.

©PXimport

Presenteren

Ook prima bruikbaar is de webversie van PowerPoint (zie afbeelding bovenaan), je vindt alles wat je nodig hebt om een fatsoenlijke presentatie te maken. Inclusief animaties, Vormen, SmartArt, overgangseffecten, online video en meer. De app die zich ook als een vis in het water voelt is verder OneNote. Wat de online apps van Office erg praktisch maken is de integratie met je online opslag die je bij je abonnement krijgt. Je kunt daardoor overal en altijd bij je documenten en zelfs software hoef je niet te installeren om ergens even snel een presentatie af te spelen of een Word-document te laten zien en (of) bewerken. Heb je eens geen inspiratie, dan zijn allerlei sjablonen beschikbaar voor zowel Word, Excel als PowerPoint. Alleen die vermaledijde gebruikerssjablonen worden dus niet als zodanig ondersteund.

De toekomst?

Is de online-versie van Office 365 een complete vervanging van de dekstopsoftware? Nee, dat zeker niet. Maar voor verrassend veel klussen zal het dat wel zijn. Heel veel functionaliteit in het offline installeerbare Office-pakket voor Windows en Mac bestaat uit zaken die ‘gewone’ gebruikers zelden tot nooit gebruiken. 

Verder geldt dat het geheel duidelijk meer te bieden heeft dan bijvoorbeeld ‘concurrent’ Google Docs. Google Docs heeft dan wel weer als groot voordeel dat je het als progressive web app op een Chromebook kunt installeren. Wat onder meer betekent dat het ook offline bruikbaar is.

Heb je de web-apps van Microsoft Office een jaar of wat geleden eens bekeken en ze vervolgens schouderophalend gelaten voor wat ze zijn? Dan is het beslist de moeite waard om weer eens een kijkje te nemen. De opbouw van het portal zit veel logischer in elkaar, en het loopt allemaal een stuk lekkerder. Bedenk daarbij dat de werkwijze anno nu heel anders is dan die van pak ‘m beet vijf jaar geleden. Alles vindt veel meer online plaats en vaak wordt een tekstverwerker weer meer in z’n oervorm voor het tikken van platte tekst gebruikt. Vervolgens wordt een artikel geüpload naar bijvoorbeeld een CMS, pas daar wordt de opmaak toegevoegd. 

Precies zo is dit artikel ook ontstaan!

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.