ID.nl logo
Ode aan orde: je immense fotocollectie beheer je zo
© tilialucida - stock.adobe.com
Huis

Ode aan orde: je immense fotocollectie beheer je zo

Smartphones en digitale camera’s hebben geleid tot een enorme toename in het aantal genomen foto’s. Het is inmiddels niet ongewoon om persoonlijke verzamelingen van tienduizenden foto’s te hebben. Maar hoe beheer je zulke omvangrijke collecties en hoe vind je snel de foto’s die je zoekt?

In dit artikel bieden we praktische tips en technieken om orde te scheppen in je fotocollectie:

  • Maak albums aan in Google Foto's
  • Zet lokaal een duidelijke mappenstructuur op
  • Zet met PhotoSift of PhotoMove 2 nieuwe foto's direct in de juiste lokale mappen
  • Beheer en bewerk de metadata met XnView MP
  • Of ga aan de slag met darktable, een complete fotobeheertool

Lees ook: Pixlr: een lichte online fotobewerker voor basisbewerkingen

Foto’s nemen is een prima manier om herinneringen vast te leggen, maar uitgebreide verzamelingen maken het vaak moeilijk om specifieke foto’s terug te vinden. In dit artikel bieden we praktische tips en technieken om orde te scheppen in je fotocollectie. We bespreken ook kort enkele diensten en apps die hierbij van pas kunnen komen. Een en ander zal natuurlijk ook afhangen van je persoonlijke voorkeuren. Zo werk je misschien graag met raw-foto’s en dan wil je tools die juist dit formaat ondersteunen, of je bewaart je foto’s om privacyredenen liever lokaal. In dit artikel proberen we in elk geval rekening te houden met de meest gangbare gebruiksscenario’s.

We beginnen met het scenario waarbij foto’s bij een clouddienst als Google Foto’s worden opgeslagen. Deze methode is erg populair omdat hier het fotobeheer grotendeels door Google wordt geautomatiseerd. Toch richten we ons voornamelijk op fotografie-enthousiastelingen die zélf de controle willen behouden over de opslag en het beheer van hun collecties, en clouddiensten hooguit zien als onderdeel van hun back-upstrategie.

1 Google Foto’s

Je kunt foto’s en video’s gemaakt met je smartphone automatisch laten uploaden naar Google Foto’s, zowel op Android als iOS. Installeer de Google Foto’s-app en log in met je Google-account. Tik rechtsboven in de app op je profielfoto, ga naar Instellingen voor foto’s, selecteer Back-up en activeer deze functie. Je ziet ook hoeveel opslagruimte Google Foto’s gebruikt van je totale Google Drive-opslag. Tik op Opslagruimte beheren of bezoek koop extra opslagruimte (100 GB voor 19,99 euro per jaar) via deze pagina.

Met opties als Grote foto’s en video’s en Wazige foto’s kun je eenvoudig ongewenste bestanden verwijderen. Om meer opslagruimte te besparen, vind je in de browser de optie Bestaande foto’s en video’soverzetten naar Opslagbesparing, waarbij foto’s die in originele kwaliteit zijn opgeslagen, worden gecomprimeerd naar lagere kwaliteit. Overweeg zorgvuldig of je dit wilt, aangezien het proces onomkeerbaar is.

Lees zeker ook: Weet wat je nog niet wist over Google Foto's

Google Foto’s biedt de mogelijkheid om snel grote foto’s en video’s en wazige foto’s te verwijderen.

2 Uploaden naar Google Foto’s

Je kunt ook foto’s van je digitale camera of pc naar Google Foto’s overbrengen. Ga naar www.photos.google.com, klik rechtsboven op Uploaden en selecteer Computer. Navigeer naar het gewenste station, kies de foto’s die je wilt uploaden en upload ze via Openen.

Voor automatische back-up van pc-foto’s naar Google Foto’s, download en installeer je Google Drive voor desktop (www.photos.google.com/apps). Klik rechts op het pictogram van de tool, kies het tandwielpictogram en ga naar Voorkeuren. Selecteer Mijncomputer en voeg een map toe. Zet een vinkje bij Er wordt een back-up gemaakt in GoogleFoto’s en bevestig met Klaar. Je kunt kiezen tussen Oorspronkelijke kwaliteit of Opslagbesparing.

In het uitklapmenu bij Uploaden is er ook een optie Overzetten vanuitfotoverzamelingen, waarmee je foto’s van Facebook, Instagram en iCloud kunt back-uppen. Voor Facebook kan het bijvoorbeeld ook als volgt. Open je Facebook-account, ga naar Instellingen en kies Een kopie van je gegevensoverzetten. Duid een profiel aan, selecteer Je foto’s en video’s evenals de bestemming, zoals Google Photos of andere diensten als Dropbox of BackblazeB2.

Je kunt foto’s vanuit je pc, maar bijvoorbeeld ook vanuit Facebook-albums naar Google Foto’s uploaden.

3 Automatisch indelen

Geüploade of geback-upte foto’s in Google Foto’s worden standaard chronologisch weergegeven, ingedeeld per maand of dag. In de webbrowser kun je via een tijdbalk snel door de tijd navigeren. Deze ordening is gebaseerd op de opnamedatum en -tijd in de exif-metadata van de foto’s. Bij ontbrekende exif-data wordt de datum van bestandscreatie of wijziging gebruikt. Zonder datumgegevens kan de foto op een willekeurige plek belanden. Met de opties Zoeken (mobiel) of Verkennen (webbrowser) kun je op diverse criteria sorteren.

Google Foto’s gebruikt geavanceerde algoritmen en machine learning voor het organiseren, waardoor je foto’s kunt indelen op basis van gezichtsherkenning, documenttypes (zoals Menu’s, Posters, Handschrift), objecten (zoals Wijn, Monumenten, Vlinders) en locatie. Sinds kort gebruikt Google Foto’s AI om gelijksoortige foto’s of screenshots en foto’s van documenten in ‘stapels’ te ordenen voor makkelijke toegang. Deze functie kun je naar wens in- of uitschakelen.

Slimme algoritmen geven Google Foto’s de mogelijkheid om foto’s in te delen volgens diverse (herkennings)criteria.

4 Foto’s zelf indelen

Gelukkig heb je als gebruiker ook enige controle over de organisatie van je foto’s. Zo kun je foto’s die je liever niet ziet maar ook niet wilt verwijderen, archiveren.

Voor een meer gepersonaliseerde organisatie kun je albums gebruiken. Open hiervoor de rubriek Albums (of eerst Bieb in de mobiele app) en kies Nieuwalbum of Album maken. Voer een albumtitel in en kies tussen Mensen en huisdieren selecteren of Foto’s selecteren. Bij de eerste optie gebruikt Google algoritmen om automatisch ook nieuwe foto’s van de geselecteerde personen of huisdieren toe te voegen. Bij de tweede optie bepaal je zelf de inhoud door specifieke foto’s te kiezen.

Foto’s kunnen ook uit albums verwijderd worden, en ook het delen van albums is eenvoudig – ontvangers hoeven hiervoor niet per se zelf een Google-account te hebben.

Foto’s in je eigen albums: handig om te tonen en te delen.

5 Tags en mappen

Bij lokale opslag van foto’s heb je meer controle, maar ook meer verantwoordelijkheid voor het beheer. Dit begint al met de manier waarop je foto’s opslaat.

Veel gebruikers bewaren al hun foto’s samen op één locatie (het zogeheten ‘piling’) en vertrouwen op slimme fotobeheertools om ze via tags in virtuele albums te organiseren voor een snelle en gerichte weergave. Deze methode is zeker een optie en we stellen later in dit artikel een paar van dergelijke tools voor, maar we adviseren toch om je foto’s ook ‘fysiek’ te ordenen (het zogeheten ‘filing’).

Dit betekent bijvoorbeeld foto’s een consistente, betekenisvolle naam geven en ze in een logische mappenstructuur plaatsen. Gebruik bijvoorbeeld mapnamen die het jaar van de foto’s aangeven, met submappen voor de maanden. Een handig naamgevingsschema voor fotobestanden is bijvoorbeeld locatie-gebeurtenis-nummer of jaar-maand-dag-gebeurtenis-nummer (zoals 2024-01-15-skireis-13.jpg). De onderdelen ‘jaar-maand’ kun je eventueel weglaten als dit al duidelijk is uit de mappenstructuur.

Een nadeel van deze methode is dat foto’s normaal gesproken dan slechts in één map staan – ook al zouden ze in meerdere mappen passen – tenzij je ze fysiek zou kopiëren. Anderzijds maakt deze methode het eenvoudiger om je collectie naar een ander apparaat over te zetten zonder afhankelijk te zijn van specifieke fotobeheersoftware voor een geordende weergave.

Ook je papierwerk ordenen?

Deze stickers kun je hergebruiken

6 Handige hulpmiddelen

Voor het snel indelen van nieuw geïmporteerde foto’s in gewenste mappen kunnen tools als PhotoMove en PhotoSift handig zijn.

Met de gratis versie van PhotoMove 2 kun je foto’s automatisch in een mappenstructuur \jaar\maand\dag plaatsen en eventueel ook nog \cameramodel, gebaseerd op de creatiedatum in de exif-metadata. De betaalde Pro-versie (circa 8 euro) biedt extra opties, zoals vermeld op de website.

Met het gratis, draagbare PhotoSift kun je foto’s snel een voor een naar de gewenste (sub)map verhuizen met een specifieke toetsaanslag. Zo kun je er bijvoorbeeld voor zorgen dat foto’s automatisch naar de submap \Barcelona gaan door op de B-toets te drukken.

Voor het hernoemen van fotobestanden in batch is ReNamer (gratis voor niet-commercieel gebruik) een nauwkeurige en snelle optie. Voeg bestanden toe en definieer hernoemregels, zoals Verwijderen, Vervangen, Serialiseren en Invoegen. Met deze laatste kun je zelfs bestanden hernoemen op basis van exif- en iptc-metatags van je foto’s. Gebruik Voorbeeld om de naamswijziging te bekijken en voer de batchoperatie ten slotte uit met Hernoemen.

Bestanden in batch hernoemen met Renamer, ook op basis van metadata.

7 Metatags

Ook als je je foto’s van zinvolle bestandsnamen hebt voorzien en ze overzichtelijk in mappen hebt geordend, moet je als fotografieliefhebber het belang van zogeheten metadata niet onderschatten. De meeste fotobeheertools maken namelijk via ‘tagging’ (het toevoegen van tags oftewel labels) intensief gebruik van zulke metadata om foto’s nauwkeuriger te definiëren en te organiseren.

In het kader ‘Metadata-frameworks’ lees je over de drie meest gangbare metadata-structuren voor fotobestanden: exif, iptc en xmp, maar helaas maken deze het beheer en de workflow tegelijk ook complexer. Het valt bijvoorbeeld niet uit te sluiten dat sommige metadata niet meegenomen worden bij het overstappen naar een andere beheertool, app of platform.

Om de metadata in een fotobestand te bekijken, kun je in eerste instantie Windows Verkenner gebruiken. Klik met de rechtermuisknop op een foto, selecteer Eigenschappen en open het tabblad Details. Hier zie je verschillende metadata, ingedeeld in secties als Beschrijving, Oorsprong, Afbeelding, Camera, Geavanceerde eigenschappen en GPS. De meeste van deze metadata kun je direct vanuit dit venster zelf aanpassen.

In Verkenner is er geen spoor van de achterliggende metadata-frameworks.

Metadata-frameworks Bij het maken van een foto met een digitale camera of smartphone wordt vaak informatie zoals datum, tijd, cameramerk en -model, belichtingstijd, en eventuele gps-coördinaten als exif-metadata (Exchangeable Image File Format) opgeslagen in het fotobestand. Helaas slaan niet alle fabrikanten deze metadata op dezelfde manier op.

Om ook gebruikers en apps in staat te stellen metadata toe te voegen, is het iptc-iim-framework ontworpen (International Press Telecommunication Council, gebaseerd op het Information Interchange Model), voor extra informatie zoals copyright, auteur en trefwoorden. Ook deze metadata worden helaas niet altijd uniform ingebed.

Adobe Systems ontwikkelde daarom een flexibel en uitbreidbaar formaat, xmp genoemd (Extensible Metadata Platform), dat verschillende soorten metadata kan bevatten, inclusief exif en iptc, wat het gebruik breder maakt. Xmp wordt steeds populairder, maar het is wel raadzaam om te controleren welke metatags behouden blijven in je fotobestanden bij het exporteren en opnieuw importeren, in afwachting dat de Metadata Working Group (MWG) tot eenduidige instructies komt voor het verwerken van deze metadata.

8 Metadata-beheer

Je zult waarschijnlijk een geavanceerde fotobeheertool gebruiken die het beheer van metadata vergemakkelijkt en deels automatiseert. Toch is het nuttig om zelf inzicht te krijgen in de metadata-structuren. Een goede gratis tool hiervoor is XnView MP. Na installatie en opstarten van de app, gebruik je de knop Bladeren om je fotomap te openen. Kies een foto, het liefst eentje waarvan je de tags via Verkenner hebt bekeken of gewijzigd. Activeer in Beeld / Infokader bij voorkeur alle opties. Je ziet in het onderste deelvenster nu verschillende tabbladen met informatie over de geselecteerde foto. Tags uit Verkenner vind je vooral terug in de exif- en xmp-frameworks.

Je kunt metadata hier niet direct wijzigen, maar wel via het menu Metadata, ook voor meerdere foto’s tegelijk. Naast de optie Schoon metadata op (waar je kiest welke metadata je wilt verwijderen uit exif, xmp en/of iptc-iim), GPS-gegevens bewerken en Tijdstempel wijzigen zijn er opties zoals Edit IPTC en Edit XMP. Deze geven toegang tot diverse tabbladen met informatietypes als Bijschrift, Categorieën, Datum/tijd, Beschrijving, Herkomst, die je haast allemaal kunt wijzigen (voer je aanpassingen door met Schrijven). Gebruik de knoppen Sjabloon opslaan en Sjabloon laden als je dezelfde tags op andere foto’s wilt toepassen.

Het is erg leerzaam om te zien hoe andere software, zoals Windows Verkenner of fotobeheertools, de metadata verwerken die je in XnView MP hebt gecreëerd of aangepast.

XnView laat je metadata op diverse niveaus creëren en wijzigen.

9 Fotobeheersoftware

We hebben het al gehad over fotobeheertools die deel uitmaken van ‘Digital Asset Management’-software. Deze tools helpen bij het organiseren van foto’s, vaak door slim het toevoegen van tags, en kunnen foto’s in virtuele albums plaatsen voor snelle toegang en weergave. Sommige tools bieden ook geavanceerde bewerkingsfuncties en flexibele export- en deelopties.

Een prima keuze is Adobe Lightroom, maar dat is niet goedkoop (na een gratis proefperiode, vanaf ongeveer 12 euro per maand). Voordeligere, maar minder krachtige alternatieven zijn ACDSee (vanaf ongeveer 60 euro) en Zoner Photo Studio X (ongeveer 60 euro per jaar).

Interessant: Foto’s bewerken met AI? Wij hebben 15 gratis presets voor je!

Geheel gratis is darktable, een opensource en semiprofessionele tool, beschikbaar voor Windows, macOS en Linux. Dit programma biedt een indrukwekkende functionaliteit voor zowel het beheer als de bewerking van foto’s. We geven je hier alleen een korte introductie van de beheermodule van versie 4.6. Een uitgebreide handleiding vind je in dit online pdf-bestand.

Of lees dit artikel voor een snelle start met darktable: Darktable: bewerk je foto's met hét gratis Lightroom-alternatief

Darktable is een indrukwekkende tool voor zowel het beheer als de bewerking van foto’s.

10 Metadata toevoegen

Installeer darktable en open het programma. Er is een Nederlandstalige interface beschikbaar, die je instelt via het tandwielpictogram onder General. Kies het tabblad bibliotheek (ontwikkelen is voor fotobewerking). Om foto’s te importeren, inclusief raw-formaten, klik je op importeren linksboven en kies je toevoegen aan bibliotheek (of kopieer en importeer als je de fotobestanden eerst wilt hernoemen).

Gebruik het plusknopje bij locaties om naar je fotomap(pen) te navigeren. Zet een vinkje bij onderliggende map om ook foto’s uit submappen toe te voegen en bevestig met voeg toe aan bibliotheek. Voor het instellen van metadata voor je gaat importeren, klik je op het tabblad bibliotheek op parameters linksboven, zet je een vinkje bij pas metadata toe en vul je deze in naar wens.

Na import zie je de metadata van een geselecteerde foto in het rechterdeelvenster bij metadata-editor, labelen en geotagging. Hier kun je metadata wijzigen en toevoegen. Belangrijk: darktable slaat metadata en fotobewerkingen standaard op in sidecar-bestanden met dezelfde naam als het fotobestand, maar met de extensie xmp. Dit maakt darktable een moderne (want xmp-gebaseerde) en non-destructieve fotobeheertool, aangezien de originele fotobestanden ongewijzigd blijven.

Wil je toch dat alle aangepaste tags of bewerkingen zich daadwerkelijk in de (xmp-metadata van) fotobestanden doorzetten, klik dan helemaal rechtsonder op export, stel de opties naar wens in en bevestig nogmaals met export. Elke degelijke foto-app hoort deze metadata netjes op te pikken.

Alle tags (en andere aanpassingen) belanden standaard in een non-destructief xmp-sidecarbestand.

11 Afbeeldingen filteren

Darktable toont standaard alle foto’s uit de geselecteerde map in het linkerdeelvenster, bij collecties. Door gebruik te maken van filters kun je echter specifieke foto’s weergeven. Klik op het pijlknopje net onder collecties om uit verschillende filters te kiezen, waaronder metadata zoals label, auteur, classificatie, camera, lens en beeldverhouding. Je kunt ook filters combineren. Stel je eerste filter in, klik dan op het pijlknopje naast je ingestelde filter en kies bijvoorbeeld afbeeldingen toevoegen of afbeeldingen uitsluiten voor een volgend filter. De inclusie- of exclusiefilters kun je wijzigen door op het knopje naast een filter te klikken en opties als wijzig in <en>, wijzig in <of>, of wijzig in <behalve> te selecteren. De resultaten van je filters zie je direct in de digitale lichtbak.

Bovenaan vind je opties om de weergave van je fotoselectie aan te passen. Je kunt hier kiezen uit zestien sorteringscriteria onder sorteer op. Met knoppen onderaan pas je zaken als de zoomfactor en de weergavemodus aan.

Met de juiste tags (metadata) en filters haal je er zo de gezochte foto’s uit.
Watch on YouTube
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.